Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:3256

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-04-2014
Datum publicatie
28-04-2014
Zaaknummer
C/10/441293 / FT EA 13/3112 en C/10/441149 / FT EA 13/3089
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen grond voor bevel gedwongen schuldregeling nu de vordering van de enige weigerende schuldeiser door beslaglegging is voldaan.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 287a, geldigheid: 2014-04-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie

rekestnummers: [nummer]

[nummer]

uitspraakdatum: 11 april 2014

in de zaak van:

[naam verzoeker],

wonende te [adres]

[woonplaats 1]

verzoeker.

1 De procedure

Verzoeker heeft op 19 december 2013, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:

- [naam schuldeiser]

die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

MediCas B.V., gemachtigde van verweerster, heeft voorafgaand aan de zitting, bij brief van 14 maart 2014, aan de rechtbank te kennen gegeven dat de vordering van verweerster geheel is voldaan. Haar vordering kan worden verwijderd uit de lijst van crediteuren.

De heer J. Luysterburg, werkzaam bij PLANgroep Hellevoetsluis (hierna te noemen schuldhulpverlening), heeft de rechtbank bij brief van 20 maart 2014 bericht dat verzoeker in het ziekenhuis ligt en derhalve niet ter terechtzitting aanwezig zal kunnen zijn. Verzoeker ligt in coma en kan daardoor zijn verzoek ook niet intrekken.

Bij brief van 31 maart 2014 heeft schuldhulpverlening de rechtbank van haar afwezigheid ter terechtzitting op de hoogte gesteld.

Ter zitting van 4 april 2014 is niemand verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift 16 schuldeisers, waarvan één preferente en 15 concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 121.740,20 van verzoeker te vorderen.

Verzoeker heeft bij brief van 20 augustus 2013 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 48,37% aan de preferente schuldeisers en

24,18 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.

15 schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. [naam schuldeiser] stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 863,92 op verzoeker, welke 0,7% van de totale schuldenlast beloopt.

3 De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat, nu de vordering van [naam schuldeiser]is voldaan, alle schuldeisers van verzoeker die er thans nog zijn, instemmen met het door hem aangeboden buitengerechtelijke akkoord. Er is derhalve geen schuldeiser meer die door de rechtbank kan worden bevolen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. De reden daarvan is niet van belang: indien er een executoriale titel is, heeft een schuldeiser het recht loonbeslag te leggen, ook al is dat in het nadeel van andere concurrente schuldeisers. Om die reden dient het verzoek derhalve te worden afgewezen.

Nu het minnelijk traject is geslaagd en verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, dient het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling eveneens te worden afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. de Winkel, rechter en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 april 2014. 1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.