Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:2922

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
06-05-2014
Zaaknummer
AWB-14_07608_VK
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De beroepsgrond dat de bewaringsmaatregel onrechtmatig is opgelegd, omdat die niet vooraf is gegaan door een terugkeerbesluit, faalt. De beschikking van 13 juli 2012 (de meeromvattende beschikking), waarbij eisers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen, behelsde tevens een terugkeerbesluit (het terugkeerbesluit). Door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 december 2013, zaak nr. 201207725/1/V2 (www. raadvanstate.nl), waarbij het beroep van eiser tegen de meeromvattende beschikking alsnog ongegrond werd verklaard, werd het terugkeerbesluit onherroepelijk en moet dit worden verondersteld steeds rechtmatig te zijn geweest. De omstandigheid dat eiser hangende het hoger beroep van verweerder tegen de tot vernietiging van de meeromvattende beschikking strekkende uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s‑Gravenhage, zittingsplaats Middelburg, rechtmatig verblijf had, doet daaraan niet af. Nu overigens niet is gebleken van omstandigheden waardoor een einde zou zijn gekomen aan de geldigheid van het terugkeerbesluit, behoefde verweerder geen nieuw terugkeerbesluit te nemen voorafgaande aan het opleggen van de bewaringsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: AWB 14/7608,[nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2014 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

gemachtigde: mr. J.M. Walls,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. P. Bosch.

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 29 maart 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2014. Eiser en T.A.J. Martens, tolk, hebben de zitting bijgewoond vanuit de telehoorruimte van het detentiecentrum te Rotterdam. De gemachtigden van eiser en verweerder zijn ter zitting verschenen.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting heropend en verweerder verzocht nadere informatie te verstrekken.

Nadat verweerder zijn standpunt heeft toegelicht hebben partijen de rechtbank toestemming verleend om zonder nadere zitting uitspraak te doen op het beroep, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

1.

De beroepsgrond dat de bewaringsmaatregel onrechtmatig is opgelegd, omdat die niet vooraf is gegaan door een terugkeerbesluit, faalt. De beschikking van 13 juli 2012 (de meeromvattende beschikking), waarbij eisers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen, behelsde tevens een terugkeerbesluit (het terugkeerbesluit). Door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 december 2013, zaak nr. 201207725/1/V2 (www. raadvanstate.nl), waarbij het beroep van eiser tegen de meeromvattende beschikking alsnog ongegrond werd verklaard, werd het terugkeerbesluit onherroepelijk en moet dit worden verondersteld steeds rechtmatig te zijn geweest. De omstandigheid dat eiser hangende het hoger beroep van verweerder tegen de tot vernietiging van de meeromvattende beschikking strekkende uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s‑Gravenhage, zittingsplaats Middelburg, rechtmatig verblijf had, doet daaraan niet af. Nu overigens niet is gebleken van omstandigheden waardoor een einde zou zijn gekomen aan de geldigheid van het terugkeerbesluit, behoefde verweerder geen nieuw terugkeerbesluit te nemen voorafgaande aan het opleggen van de bewaringsmaatregel.

2.

De beroepsgrond dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, omdat verweerder tot op heden geen Dublinclaim bij België heeft gedaan, faalt eveneens. Uit het proces-verbaal staandehouding/overbrenging/ophouding blijkt dat eiser voorkomt in de Politie Suite Handhaving Vreemdelingen met de mededeling dat eiser geen rechtmatig verblijf (meer) heeft. De enkele niet nader onderbouwde opmerking van eiser bij zijn verhoor dat hij nog voor drie maanden in België is geweest en daar asiel heeft aangevraagd, noopte verweerder niet tot het leggen van een Dublinclaim bij België. En dit te minder nu verweerder ter zitting heeft toegelicht dat er geen Eurodac treffer is gevonden en eiser reeds eerder met een Dublinclaim vanuit België naar Nederland is teruggekomen.

3.

Het beroep moet ongegrond worden verklaard en voor toekenning van de gevraagde schadevergoeding bestaat dus geen grond.

4.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van C. Groenewegen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.