Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:2551

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-04-2014
Datum publicatie
05-04-2014
Zaaknummer
ROT 14/855
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter stelt vast dat de Awb niet de figuur van een voorwaardelijke intrekking van een rechtsmiddel kent, doch dat gelet op de artikelen 6:21 en 8:75a van de Awb uitsluitend een onvoorwaardelijke intrekking van een bezwaar of beroep mogelijk is en dat daarbij tegelijkertijd kan worden verzocht om een proceskostenveroordeling. Gelet op de artikelen 8:81, vierde lid, en 8:84, vijfde lid, van de Awb geldt dit evenzeer voor een verzoek om voorlopige voorziening. Voorts kan het bestuursorgaan gelet op artikel 8:82, zesde lid, van de Awb in het laatste geval het betaalde griffierecht vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2014/206

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 14/855

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2014 als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te Schiedam, verzoekster,

gemachtigde: mr. K. Küçükünal,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam, verweerder,

gemachtigde: T. Baltus.

Procesverloop

Bij besluit van 24 januari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om algemene bijstand buiten behandeling gesteld.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.

Voorts heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft de voorzieningenrechter bericht dat het besloten heeft de aanvraag verder in behandeling te nemen en dat hij verzoekster een voorschot heeft verstrekt.

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter vervolgens bericht dat het oorspronkelijke verzoekschrift als ingetrokken mag worden beschouwd indien de gemeente Schiedam bereid is zowel het griffierecht alsmede de proceskosten te vergoeden.

Verweer heeft de voorzieningenrechter in aansluiting hierop bericht dat hij geen bezwaar heeft tegen een proceskostenveroordeling. Verzoekster heeft ten slotte toestemming verleend een zitting inzake het verzoek om vergoeding van proceskosten achterwege te laten.

Overwegingen

1.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet de figuur van een voorwaardelijke intrekking van een rechtsmiddel kent, doch dat gelet op de artikelen 6:21 en 8:75a van de Awb uitsluitend een onvoorwaardelijke intrekking van een bezwaar of beroep mogelijk is en dat daarbij tegelijkertijd kan worden verzocht om een proceskostenveroordeling. Gelet op de artikelen 8:81, vierde lid, en 8:84, vijfde lid, van de Awb geldt dit evenzeer voor een verzoek om voorlopige voorziening. Voorts kan het bestuursorgaan gelet op artikel 8:82, zesde lid, van de Awb in het laatste geval het betaalde griffierecht vergoeden.

2.

Gelet hierop houdt de voorzieningenrechter het ervoor dat verzoekster het oorspronkelijke verzoek heeft ingetrokken onder gelijktijdig verzoek aan de voorzieningenrechter toepassing te geven aan artikel 8:75a van de Awb en het verzoek aan verweerder toepassing te geven aan artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.

3.

Nu verweerder mede naar aanleiding van het oorspronkelijke verzoek de aanvraag alsnog in behandeling heeft genomen en een voorschot heeft toegekend is hij tegemoetgekomen aan dat verzoek, zodat is voldaan aan de toepassingsvoorwaarde van artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb.

4.

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder daarom in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 487,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 487,- en een wegingsfactor 1).

5.

De voorzieningenrechter verstaat voorts dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van € 45,- zal voldoen.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van

€ 487,-, te betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Schreuder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. dr. R. Stijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.