Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:2548

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-03-2014
Datum publicatie
03-04-2014
Zaaknummer
C/10/445972 / FT EA 14/528
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Misbruik faillissementsrecht vanwege nalaten poging ontbinding vennootschap op basis van art. 2:19 BW.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2014/66
NJF 2014/288
JONDR 2014/794
OR-Updates.nl 2014-0149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie

Rekestnummer: C/10/445972 / FT EA 14/528

BESCHIKKING op het verzoek van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: [aangeeftster],

zetelende en kantoorhoudende te [woonplaats], aan de [adres],

aangeefster,

strekkende tot haar faillietverklaring (op eigen aangifte).

1 De procedure

Aangeefster heeft op 3 maart 2014 ter griffie van de rechtbank een aangifte tot haar eigen faillietverklaring ingediend. De heer [naam], de bestuurder van aangeefster, is op 18 maart 2014 in raadkamer gehoord.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De beoordeling

Uit de bijlagen, die aangeefster heeft overgelegd bij haar aangifte tot faillietverklaring die bij de rechtbank bekend is onder rekestnummer: 445126/FT EA 14-443 en die ter zitting van 25 februari 2014 is ingetrokken en waarnaar aangeefster in deze aangifte verwijst, blijkt onder meer, dat aangeefster “slechts” twee schuldeisers heeft, te weten de Belastingdienst te Goes en haar (gewezen) accountant, [naam], accountants en belastingadviseurs te [plaats]. Voorts blijkt uit haar aangifte en uit hetgeen haar bestuurder tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, dat aangeefster over geen enkele aantoonbare bate beschikt. Dit betekent dat op voorhand reeds vaststaat de faillissementskosten niet zullen kunnen worden voldaan. De curator, die de rechtbank moet aanwijzen als zij het faillissement van aangeefster uitspreekt, weet dus ook op voorhand al dat de door hem te verrichten werkzaamheden en te maken verschotten niet worden vergoed.

In deze situatie kan in redelijkheid van aangeefster gevergd worden, dat haar algemene vergadering van aandeelhouders op grond van het bepaalde in artikel 19 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek besluit aangeefster te ontbinden en haar bestuurder aan te stellen tot vereffenaar, die op grond van het bepaalde in lid 3 van genoemd artikel aan het handelsregister opgaaf van de ontbinding doet. Op grond van lid 4 van genoemd artikel kan de vereffenaar tevens opgaaf doen van het feit dat aangeefster op het moment van de ontbinding geen baten meer heeft. Aangeefster houdt alsdan op te bestaan.

Mocht er toch nog een bate zijn, dan biedt lid 4 van artikel 23a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de vereffenaar uitkomst. Overtreffen de schulden de baten, met andere woorden: er zijn baten, dan dient de vereffenaar alsnog aangifte tot faillietverklaring te doen, tenzij alle bekende schuldeisers desgevraagd instemmen met voortzetting van de vereffening buiten faillissement.

Deze gang van zaken is de bestuurder uitgelegd tijdens de zitting van 25 februari 2014. Thans blijkt, dat de bestuurder ter zake niets heeft ondernomen, maar volstaat met het opnieuw indienen van een aangifte tot faillietverklaring. De rechtbank is van mening dat deze handelwijze van de bestuurder van aangeefster misbruik van het instituut van de eigen aangifte tot faillietverklaring oplevert.andelsregister

3 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring.

Deze beschikking is op 21 maart 2014 gegeven door mr. W. Reinds, rechter, in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat, binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.