Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:1327

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-02-2014
Datum publicatie
25-02-2014
Zaaknummer
C/10/438408 / KG ZA 13-1273
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gesteld noch aannemelijk geworden is dat Clavia op enig moment M Works heeft gewezen op het bestaan van de algemene voorwaarden of meer in het bijzonder op de opname van een forumkeuzebeding in deze algemene voorwaarden in of na 2009. In de overgelegde correspondentie (onder andere bestaande uit facturen en orderbevestigingen) van Clavia aan M Works staat ook geen verwijzing naar de algemene voorwaarden opgenomen. Gelet op de langlopende relatie tussen partijen, waarin voorheen kennelijk geen sprake was van een forumkeuze, had van Clavia verwacht mogen worden dat zij M Works nadrukkelijk had gewezen op de opname van een forumkeuze in de (nader vastgestelde) algemene voorwaarden en haar had meegedeeld dat zij in het vervolg slechts zaken wilde doen onder voorbehoud van de toepasselijkheid van deze voorwaarden. De vermelding daarvan op de website van Clavia, is niet voldoende om te concluderen dat M Works van deze forumkeuze op de hoogte had behoren te zijn, laat staan dat geacht kan worden dat M Works daar stilzwijgend mee heeft ingestemd. Dat deze vermelding op een speciaal gedeelte voor distributeurs is geplaatst, maakt dit niet anders, zeker niet nu M Works onweersproken heeft gesteld dat de website van Clavia door haar alleen voor marketingsdoeleinden en technische ondersteuning wordt gebruikt. Clavia kan in dit geval dan ook geen beroep doen op de forumkeuze.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/438408 / KG ZA 13-1273

Vonnis in kort geding van 20 februari 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M WORKS DISTRIBUTION B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. G.J.A. van Dinter te Roermond,

tegen

de vennootschap naar vreemd recht

CLAVIA DIGITAL MUSICAL INSTRUMENTS AB,

gevestigd te Stockholm, Zweden,

gedaagde,

advocaat mr. F.M.P. Brisdet te Amsterdam.

Partijen zullen hierna M Works en Clavia genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 januari 2014, opgesteld in de Nederlandse taal, alsmede de Zweedse vertaling daarvan

  • -

    producties 1 tot met 20 van M Works,

  • -

    de akte houdende producties van M Works, houdende producties 21 tot en met 31

  • -

    de conclusie van antwoord van Clavia

  • -

    producties 1 tot en met 10 van Clavia,

  • -

    de mondelinge behandeling op 10 februari 2014,

  • -

    de akte houdende aanvulling van eis,

  • -

    de pleitnota van M Works.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Clavia is een Zweedse onderneming, gevestigd te Stockholm, die keyboards van het merk Nord produceert.

2.2.

Omstreeks 1992 is [X] mondeling met Clavia overeengekomen de Nord Keyboards in de Benelux te gaan distribueren en verkopen. De door [X] daarvoor opgerichte dochtermaatschappij, T&V B.V., heeft mondeling een exclusieve distributieovereenkomst met Clavia gesloten voor de distributie en verkoop van Nord Keyboards in de Benelux (hierna: de distributieovereenkomst). De naam van T&V B.V. is in 1992/1993 moment gewijzigd in M Works. Naast M Works had [X] drie andere dochtervennootschappen, te weten Feedback Music Eindhoven Vastgoed B.V., Feedback Music Utrecht B.V. en Feedback Music Rotterdam B.V. Deze dochtervennootschappen exploiteren vier winkels.

2.3.

Omstreeks maart/april 2013 hebben de aandeelhouders van [X]overleg geopend met BMI Group B.V. over een overname van de aandelen van [X] BMI Group B.V. drijft diverse ondernemingen, waaronder een onderneming onder de naam Keymusic B.V. die in Nederland en België negen winkels onder de naam Key Music exploiteert, alsmede een online winkel Rock Palace.

2.4.

Omstreeks 23 april 2013 heeft [Y], international sales manager bij Clavia (hierna: [Y]) in e-mailberichten en sms-berichten aan [Z], werkzaam bij M Works (hierna: [Z]) zijn bedenkingen geuit over de gevolgen van een nauwere band van M Works met een bedrijf als Key Music B.V. en meer in het bijzonder over de prijsstelling van de ondernemingen behorend tot de BMI Group B.V.

2.5.

Op 5 juni 2013 heeft BMI Group B.V. de aandelen van [X] overgenomen. M Works heeft Clavia daarvan op de hoogte gesteld.

2.6.

Op 17 juni 2013 deelt Clavia bij monde van [Y] mee dat zij de distributieovereenkomst met M Works wil beëindigen en AB Music NV (een Belgische vennootschap) tot distributeur wenst te benoemen. Na overleg met M Works heeft Clavia op 17 juni 2013 meegedeeld dat zij 60 dagen bedenktijd zal nemen.

2.7.

Op 15 augustus 2013 heeft Clavia bij monde van [Y], telefonisch aan [Z] medegedeeld dat de distributieovereenkomst van Clavia met M Works per direct zal worden beëindigd. In een e-mailbericht van 17 augustus 2013 aan [Z], heeft [Y] het volgende geschreven: “The MWorks and Feedback stores take-over by BMI, upping the number of distributor owned retail stores to 12 plus the Rockpalace on-line business, puts us in a very uncomfortable situation. This is the cold hard truth why we will leave MWorks. Unfortunately we had no info in advance (..). If we had been informed early on we had let everybody know our position. (…) Since years the Nord business strategy is to stay clear from distribution companies with retail operations as long as this is possible. The present situation is not created by Nord wanting to work with a new partner. If that was the case we would discuss terms and a timetable for the transition due to long relationship between our companies. This is very different. I called you and [Q] with our firm decision to leave MWorks on Aug 15:th after roughly the 60 days were gone. We will ship you the pending August order in a week or so being the last Nord shipment to MWorks. By October 1:st our new partner AB Music will commence business.’

2.8.

De raadsman van M Works heeft in een brief van 30 augustus 2013 (die per e-mail is verzonden) aan Clavia meegedeeld dat de overeenkomst niet kan worden opgezegd omdat er geen sprake is van een zwaarwegende reden en subsidiair de gehanteerde opzegtermijn niet acceptabel is.

2.9.

Op 13 september 2013 heeft een gesprek tussen [Y], de raadsman van M Works, [Z], en [Q], directeur van [X] plaatsgevonden.

2.10.

Bij e-mail van 18 september 2013 heeft de raadsman van M Works het volgende gemeld:

‘Dear Mr. [Y],

In the file above 1 refer to our meeting of l3th last in the offices of my clients M Works Distribution B.V. in the presence of Mr. [Q], Mr. [Z] and the undersigned.

In that meeting we achieved outline agreement on the following:

a. The exclusive distribution agreement will be continued for an indefinite period of time on the understanding that in December 2014 you will have the option to terminate the distribution agreement with a notice period of 12 months as proposed by my clients and a period of 6 months proposed by you.

b. Notice of termination as described above can only be given on the grounds exhaustively

represented below:

- If my clients do not realise a turnover of EUR 800,000 in the year 2014;

- The service provision of my clients to their customers would be “insufficient”.

Moreover, we discussed that my clients will provide you with quarterly reports.

After we reached agreement in outline as set out above we went our ways and the undersigned would further detail and formalise the agreement in outline. Please find below this detailing and formalisation. As a matter of interest, my clients maintain 12 months as the notice period.

1. The exclusive distribution agreement will be continued without changes insofar as is not otherwise provided for in this e-mail.

2. The notice of termination of 19 August 2013 is deemed to have been unconditionally and irrevocably withdrawn.

3. Both parties will fully fulfil their obligations to each other under the exclusive distribution agreement. This also includes the delivery of orders from September to December 2013 and the 20 items of Stage 2 HA 8$ keyboards.

4. Clavia will only have the option in December 2014 to terminate the exclusive distribution agreement with due observance of a notice period of 12 months, therefore as from 31 December 2015 at the latest and exclusively on the grounds represented below or for the following reasons:

a. If M Works has not realised a minimum turnover of EUR 800,000 in the year 2014;

b. The targets for successive years will be determined in January of every year taking into account the annual global average growth of Clavia. My clients are entitled to have your statements audited in this connection;

c. If it is a demonstrable fact that M Works seriously and attributably fails in its relationship with the customers belonging to its business operations.

5. If no notice of termination is forthcoming in 2014, the exclusive distribution agreement will be deemed to have been continued interruptedly and it can only be terminated in future with a notice period of 12 months and exclusively on the grounds as represented above under 4 a to c.

6. As from 2014 onwards M Works will provide Clavia with quarterly reports in the month

following the end of any quarter.

My clients want to add (although this was not discussed) that the period of 12 months is extended by 1 month per annum from 1 January 2015 onwards and with a maximum of 24 months.

I believe that, in what has been set out above under 1 to 6, according to what has been agreed in outline, I have laid the arrangement down clearly in accordance with this and that I have correctly put the mutual interests into words.

If you still have any comments or remarks please contact me by phone (..) and we can then consult further with regard to the text.

I hope to settle this case definitively this week.’

2.11.

In een brief van 27 september 2013 heeft de Zweedse raadsvrouw van Clavia betwist dat er sprake is van een overeenkomst tussen partijen, zoals weergegeven in de e-mail van 18 september 2013 van de raadsman van M Works. Daarnaast heeft zij gemeld dat de distributieovereenkomst eindigt op 19 februari 2014, zes maanden na 19 augustus 2014.

2.12.

In een e-mail van 2 oktober 2013 van [W], financial Manager bij Clavia aan [Z], schrijft zij: ‘As from today, we change payment terms to prepayment. Goods on your September order will be sent as soon as we receive payment. Total amount for the September order is EUR 79 945.’

2.13.

Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de Zweedse raadsvrouwe van Clavia ontkend dat [Y] bevoegd was een overeenkomst met M Works te tekenen namens Clavia. Daarnaast heeft ze aangegeven dat over de datum van beëindiging van de overeenkomst nader gesproken kan worden tussen partijen.

2.14.

In de algemene voorwaarden van Clavia staat het volgende vermeld:‘Payment terms: Prepayment before shipping or max 20 days of credit depending on your situation and the time we’ve been successfully working together.’

2.15.

Onder ‘payment terms’ zoals deze zijn opgenomen op de ‘order confirmations’ de dato 24 juni 2013 en 4 juli 2013 van Clavia aan M Works staat vermeld: ‘net 30 days’ .

2.16.

Onder ‘payment terms’ zoals deze zijn opgenomen op de ‘order confirmation’ de dato 17 september 2013 staat vermeld: ‘cash in advance’.

3 Het geschil

3.1.

M Works vordert, na aanvulling van de eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Clavia veroordeelt tot nakoming van de tussen Clavia en M Works gesloten exclusieve distributieovereenkomst voor de Benelux betreffende de exclusieve verkoop en distributie van “Nord Keyboards” op de wijze en op de tussen partijen bestendig gebruikelijke (betalings)voorwaarden zulks op verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat Clavia na betekening van het in deze te wijzen vonnis de distributieovereenkomst niet, niet tijdig en/of niet deugdelijk nakomt althans in strijd handelt met het in deze te wijzen vonnis; althans dat de voorzieningenrechter Clavia veroordeelt om naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid met M Works verder te onderhandelen op basis van het e-mailbericht van mr. Van Dinter de dato 18 september 2013 welke onderhandelingen gericht moeten zijn op de totstandkoming van een exclusieve distributieovereenkomst waarbij M Works gerechtigd is voor de Benelux exclusief te verkopen en te distribueren de producten met het merk ‘NORD’ zulks op verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag dat gedaagde nadat twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn verstreken nalaat aan deze veroordeling te voldoen;

3. Clavia verbiedt haar producten (Nord Keyboards) ter distributie, verkoop en levering aan enige derde in de Benelux aan te bieden totdat de distributieovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd zulks op verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat Clavia handelt in strijd met het in deze te wijzen vonnis;

4. Clavia veroordeelt om aan M Works op de bestendig gebruikelijke (betalings)voorwaarden en condities te leveren 20 stuks Stage 2 HA88 keyboards en de goederen als genoemd in de orderbevestigingen van Clavia 21964; 22006 en 22007 zulks op verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- voor ieder dag dat de Clavia na betekening van het in deze te wijzen vonnis de hiervoor genoemde goederen en de toekomst nog te leveren goederen niet, niet tijdig en/of niet deugdelijk en/of op andere (betalings)voorwaarden als tussen partijen bestendig gebruikt aan M Works levert althans in strijd handelt met het in deze te wijzen vonnis;

5. Clavia veroordeelt in de kosten, vallende op deze procedure en daarbij tevens te bepalen dat Clavia ingaande de 15e dag na betekening van het in deze te wijzen vonnis over die proceskosten de wettelijke rente ex. artikel 6:119 BW verschuldigd is.

3.2.

Clavia heeft geen bezwaar gemaakt tegen de aanvulling van eis. Clavia voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Clavia heeft de onbevoegdheid van deze rechtbank en derhalve van de voorzieningenrechter ingeroepen. Zij stelt dat sprake is van een forumkeuze op grond van haar algemene voorwaarden. De rechtbank in Stockholm te Zweden is volgens Clavia daarom bevoegd. Zij stelt dat M Works de algemene voorwaarden en daarmee de forumkeuze heeft erkend bij haar beroep op de (hierna te bespreken) betalingsvoorwaarden. Clavia wijst daarnaast op de publicatie van de Algemene voorwaarden op haar website, een website waartoe distributeurs zoals M Works toegang hebben door middel van een eigen wachtwoord en waarvan regelmatig gebruik wordt gemaakt. Nu het bovendien binnen de branche zeer gebruikelijk is dat gebruik wordt gemaakt van algemene voorwaarden, zijn de algemene voorwaarden hier van toepassing.

4.2.

M Works heeft de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter betwist en heeft gesteld dat de in de algemene voorwaarden opgenomen forumkeuze nimmer door haar is erkend. M Works stelt niet bekend te zijn geweest met de algemene voorwaarden, en dat deze haar niet eenzijdig kunnen worden opgelegd. De website van Clavia wordt door M Works gebruikt voor marketingsdoeleinden en technische ondersteuning, niet voor het raadplegen van (algemene) voorwaarden.

4.3.

Beoordeeld dient te worden of de (Nederlandse) voorzieningenrechter bevoegd is aan de hand van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verordening). Op grond van artikel 23 van de EEX-verordening moet de overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht gesloten worden a) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijke bevestigde mondelinge overeenkomst b) hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelswijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden of c) hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht genomen worden.

4.4.

Vooropgesteld zij dat er geen schriftelijke, partijen bindende overeenkomst is waarin algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard of waarin een forumkeuze overeengekomen is.

4.5.

In tegenstelling tot hetgeen door Clavia is gesteld, is niet gebleken dat M Works zich (in het kader van de hierna te bespreken betalingsvoorwaarden) heeft beroepen op de algemene voorwaarden van Clavia of deze heeft erkend. Uit de door Clavia in dit verband aangehaalde productie 15 van M Works blijkt slechts dat M Works een beroep doet op de ‘conditions of payment which were usual between parties’. Daarbij komt dat in de algemene voorwaarden van Clavia andere betalingsvoorwaarden staan dan tussen partijen waren overeengekomen, althans gebruikelijk waren, zodat ook op die grond niet aannemelijk is geworden dat M Works zich jegens Clavia voor wat betreft de betaling op de algemene voorwaarden van Clavia zou hebben beroepen.

4.6.

De voorzieningenrechter overweegt op dit punt verder nog het volgende. [Y] heeft ter zitting verklaard dat de bepalingen omtrent de bevoegdheid van de Zweedse rechter en het Zweedse recht omstreeks 2009 zijn opgenomen in de algemene voorwaarden van Clavia en op de website zijn gezet. Gesteld noch aannemelijk geworden is dat Clavia op enig moment M Works heeft gewezen op het bestaan van de algemene voorwaarden of meer in het bijzonder op de opname van een forumkeuzebeding in deze algemene voorwaarden in of na 2009. In de overgelegde correspondentie (onder andere bestaande uit facturen en orderbevestigingen) van Clavia aan M Works staat ook geen verwijzing naar de algemene voorwaarden opgenomen. Gelet op de langlopende relatie tussen partijen, waarin voorheen kennelijk geen sprake was van een forumkeuze, had van Clavia verwacht mogen worden dat zij M Works nadrukkelijk had gewezen op de opname van een forumkeuze in de (nader vastgestelde) algemene voorwaarden en haar had meegedeeld dat zij in het vervolg slechts zaken wilde doen onder voorbehoud van de toepasselijkheid van deze voorwaarden. De vermelding daarvan op de website van Clavia, is niet voldoende om te concluderen dat M Works van deze forumkeuze op de hoogte had behoren te zijn, laat staan dat geacht kan worden dat M Works daar stilzwijgend mee heeft ingestemd. Dat deze vermelding op een speciaal gedeelte voor distributeurs is geplaatst, maakt dit niet anders, zeker niet nu M Works onweersproken heeft gesteld dat de website van Clavia door haar alleen voor marketingsdoeleinden en technische ondersteuning wordt gebruikt. Clavia kan in dit geval dan ook geen beroep doen op de forumkeuze.

4.7.

De verbintenis die aan de eis ten grondslag legt, is in dit geval de verbintenis van het Zweedse Clavia tot het ter beschikking stellen aan het Nederlandse M Works van Nord Keyboards ter distributie en verkoop in de Benelux. Nu Nederland onder de Benelux valt, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van de EEX-verordening bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.

Toepasselijk recht

4.8.

Clavia heeft, onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden, gesteld dat het Zweeds recht op het onderhavige geschil van toepassing is. Zij heeft daarvoor materieel hetzelfde gesteld als hierboven onder 4.1 ten aanzien van de forumkeuze als haar standpunt is weergegeven.

4.9.

M Works heeft betwist dat Zweeds recht van toepassing is, met dezelfde onderbouwing als opgenomen in 4.2. als standpunt van M Works.

4.10.

Op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) wordt een rechtskeuze uitdrukkelijk gedaan of moet deze duidelijk blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. Gelet op artikel 10 van Rome I en hetgeen hiervoor in overweging 4.4 en 4.5 omtrent de forumkeuze is overwogen, concludeert de voorzieningenrechter op grond van dezelfde redenen als daar weergegeven dat voorshands niet gebleken is dat partijen een rechtskeuze zijn overeengekomen voor wat betreft de toepasselijkheid van het Zweedse recht.

4.11.

Nu uit artikel 4, eerste lid, aanhef en onder f, van Rome I voortvloeit dat een distributieovereenkomst wordt beheerst door het recht van het land waar de distributeur zijn gewone verblijfplaats heeft, en M Works zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, zal het geschil naar Nederlands recht worden beoordeeld.

Spoedeisend belang

4.12.

Clavia heeft het spoedeisend belang bij de vordering betwist, nu Clavia toezegt dat zij de distributieovereenkomst met M Works zal voortzetten tot 18 augustus 2014.

4.13.

Nu M Works echter aan de vordering ten grondslag legt dat een beweerdelijk op 13 september 2013 tussen partijen gesloten overeenkomst niet wordt nagekomen en daarnaast onder meer ook nakoming van de voorheen tussen partijen gebruikelijke betalingswijze vordert, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er reeds op grond van deze vorderingen sprake is van een spoedeisend belang.

De vordering onder 3.1a

4.14.

M Works heeft in haar vordering onder 1 gesteld dat zij nakoming vordert van ‘de tussen Clavia en M Works gesloten exclusieve distributieovereenkomst’. Uit de verwoording van de grondslag in de dagvaarding en de toelichting ter zitting blijkt dat M Works bedoelt nakoming te vorderen van de in haar ogen tussen partijen gesloten overeenkomst van 13 september 2013.

4.15.

Clavia betwist het tot stand komen op 13 september 2013 van een overeenkomst tussen haar en M Works . Gelet daarop zal de voorzieningenrechter eerst beoordelen of voldoende aannemelijk is geworden dat op 13 september 2013 een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.

4.16.

In het kader van dit geschil is niet voldoende duidelijk geworden wat tussen partijen is besproken op 13 september 2013. Uit de door M Works overgelegde notariële akte met de verklaring onder ede van [Q] en [Z] blijkt wat volgens hen destijds is afgesproken, echter Clavia heeft het tot stand komen van een overeenkomst vrij spoedig na de bijeenkomst van 13 september 2013 (in een brief van 27 september 2013) ontkend. Nu ook de inhoud van de gestelde overeenkomst, zoals weergegeven in de e-mail van 18 september 2013, zeer ver verwijderd ligt van wat Clavia voor 13 september 2013 als standpunt jegens M Works heeft geformuleerd (zoals weergegeven in overweging 2.8), kan in het kader van dit geding niet buiten twijfel worden vastgesteld of de e-mail van 18 september 2013 van de raadsman van M Works een waarheidsgetrouwe weergave is van hetgeen partijen hebben besproken op 13 september 2013. De door de raadsman van M Works in de e-mail van 18 september 2013 gebruikte bewoordingen doen aan deze conclusie niet af.

4.17.

Als (in het kader van een bodemprocedure) wel zou worden vastgesteld dat op 13 september 2013 een overeenkomst tussen partijen tot stand was gekomen, dan is van belang dat Clavia zich heeft beroepen op de onbevoegdheid van [Y] om namens Clavia een dergelijke overeenkomst met M Works aan te gaan. Vooralsnog is niet gebleken dat [Y], die onweersproken heeft gesteld als zelfstandige en niet als personeelslid voor Clavia werkzaam te zijn, bevoegd was om Clavia te binden, terwijl evenmin gebleken is dat door Clavia een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid is gewekt. Dat M Works gedurende een aantal jaren vooral contacten heeft onderhouden met [Y] en niet met het bestuur van Clavia, leidt voorshands niet tot de conclusie dat door Clavia daarmee de schijn is gewekt dat [Y] ook bevoegd was om namens Clavia een overeenkomst aan te gaan. Clavia heeft, voor zover in deze procedure gebleken, jegens M Works geen verklaring gegeven of een gedraging verricht op grond waarvan M Works redelijkerwijs mocht aannemen dat [Y] bevoegd was namens Clavia een (nadere) overeenkomst met M Works aan te gaan. In tegendeel, Clavia heeft in de reeds genoemde brief van 27 september 2013 ontkend dat zij een overeenkomst, zoals weergegeven in de e-mail van 18 september 2013, wenste aan te gaan.

4.18.

Gelet hierop staat onvoldoende vast dat tussen partijen op 13 september 2013 een overeenkomst tot stand is gekomen.

4.19.

Nu in deze procedure niet voldoende aannemelijk is geworden dat Clavia zich jegens M Works heeft verbonden tot het sluiten van een (nadere) overeenkomst, is er evenmin grondslag om Clavia te verplichten om daarover door te onderhandelen met M Works. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat de onderhandelingen zover waren gevorderd dat M Works er op mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen, althans zover dat Clavia zich niet zonder meer kon terugtrekken.

4.20.

Niet in geschil is dat de distributieovereenkomst tussen partijen nog voortduurt, in ieder geval tot 18 augustus 2014. M Works heeft gesteld dat de overeenkomst niet rechtsgeldig kon worden opgezegd. Ten aanzien hiervan overweegt de voorzieningenrechter dat indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging (zoals hier het geval is), geldt dat een duurovereenkomst, zoals de onderhavige distributieovereenkomst, in beginsel kan worden opgezegd. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval met zich meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat, dan wel dat een bepaalde opzegtermijn in acht wordt genomen of dat opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

Gelet hierop volgt de voorzieningenrechter niet het betoog van M Works dat de distributieovereenkomst in het geheel niet mocht worden opgezegd. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door Clavia weergegeven redenen, namelijk dat voortzetting van de distributieovereenkomst, vanwege de overname door BMI Group van [X], in strijd zou komen met haar strategie om zo min mogelijk samen te werken met distributeurs die ook retailbedrijven exploiteren, in beginsel voldoende zwaarwegend zijn voor opzegging.

Voor een beoordeling van het standpunt van M Works dat deze reden niet valide is, omdat Clavia in andere landen ook met dergelijke distributeurs samenwerkt, ziet de voorzieningenrechter in het kader van deze procedure niet voldoende ruimte, nu Clavia heeft gesteld dat de andere distributeurs een groter afzetgebied bedienen. Vaststelling van de feiten zou in dit geval een nader onderzoek vergen, waar deze procedure zich niet voor leent. Vooralsnog gaat de voorzieningenrechter derhalve uit van een rechtsgeldige opzegging tegen 18 augustus 2014, waarbij de voorzieningenrechter in aanmerking neemt dat, tenzij er sprake zou zijn van een niet-geldige reden van opzegging, een opzegtermijn van een jaar heeft gegolden. Een dergelijke opzegtermijn is voorshands niet onredelijk te achten, ook niet gelet op de lange relatie tussen partijen.

4.21.

In het kader van de nog bestaande distributieovereenkomst tussen partijen heeft M Works voortzetting gevorderd van de voorheen tussen partijen gebruikelijke betalingsvoorwaarden. Door Clavia is niet betwist dat M Works en Clavia voor 2 oktober 2013 een betalingstermijn van 30 dagen achteraf waren overeengekomen. Clavia heeft niet onderbouwd op grond waarvan zij gerechtigd zou zijn om de voorheen geldende betalingsvoorwaarden (van betaling 30 dagen achteraf naar betaling vooraf) te wijzigen. Een beroep op de algemene voorwaarden van Clavia kan hier niet slagen, nu de algemene voorwaarden van Clavia in het geval van M Works op dit punt niet werden toegepast (verwezen zij naar overweging 2.15 van deze uitspraak). Ten aanzien van de door Clavia gestelde betalingsproblemen van M Works, heeft M Works gesteld dat deze tijdelijk waren en werden veroorzaakt door de plotselinge wijziging van de betalingscondities. M Works heeft onweersproken gesteld dat zij inmiddels al haar facturen heeft betaald. De wijziging van de betalingsvoorwaarden door Clavia is naar voorlopig oordeel in strijd met de redelijkheid en billijkheid en is er aanleiding de vordering ten aanzien van het voortzetten van de voorheen geldende betalingsvoorwaarden in zoverre toe te wijzen. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, als hierna in het dictum zal worden vermeld.

De vordering tot onder 3.1.b

4.22.

Ten aanzien van de vordering onder 2 heeft Clavia geen verweer gevoerd, terwijl niet in geschil is dat de distributieovereenkomst tussen M Works en Clavia een exclusief karakter had. Gelet op de door M Works overgelegde verkoopbrochure van de in de Benelux gevestigde AB Music N.V., waarin Nord Keyboards worden vermeld, lijkt aannemelijk dat Clavia de exclusiviteit van de distributieovereenkomst schendt (of zal gaan schenden). Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de vordering toe te wijzen tot 18 augustus 2014. De te verbeuren dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als hierna in het dictum zal worden vermeld.

De vordering onder 3.1c

4.23.

Ten aanzien van de vordering, vermeld onder 3, overweegt de voorzieningenrechter dat Clavia onweersproken heeft gesteld inmiddels de bestelde goederen te hebben geleverd, terwijl overigens de levering van bestelde goederen valt onder de nakoming van de overeenkomst, waarvan ook Clavia heeft gesteld deze tot 18 augustus 2014 te zullen respecteren. Deze vordering wordt derhalve afgewezen.

4.24.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als hierna onder het dictum vermeld.

4.25.

Clavia zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van M Works worden begroot op:

- dagvaarding €  81,29

- griffierecht 608,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal €  1505,29

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Clavia tot nakoming tot 18 augustus 2014 van de tussen Clavia en M Works gesloten exclusieve distributieovereenkomst voor de Benelux betreffende de exclusieve verkoop en distributie van ‘Nord Keyboards’ op de tussen partijen bestendig gebruikelijke (betalings)voorwaarden,

5.2.

verbiedt Clavia haar producten (Nord Keyboards) ter distributie, verkoop en levering aan enige derde in de Benelux aan te bieden totdat de distributieovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd,

5.3.

veroordeelt Clavia om aan M Works een dwangsom te betalen van € 25.000,- voor iedere dag dat zij niet aan ieder van de in 5.1 en 5.2 uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 1.000.000,- is bereikt,

5.4.

veroordeelt Clavia in de proceskosten, aan de zijde van M Works tot op heden begroot op € 1505,29 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter, en in tegenwoordigheid van mr. M.L. Bosman-Schouten, griffier, het openbaar uitgesproken op 20 februari 2014.2567/1734/2009