Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:1100

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2014
Datum publicatie
18-02-2014
Zaaknummer
C/10/441578 / KG ZA 13-1432
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing conservatoir beslag op aandelen. De voorzieningenrechter wijst een tussenvonnis. Partijen kunnen zich uitlaten over de voorwaarden waaronder hij voornemens is het conservatoire beslag op te heffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/441578 / KG ZA 13-1432

Vonnis in kort geding van 13 februari 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SILO DORDRECHT (F.R.E.T.) B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SZ NEW ENTERPRISES INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

eiseressen,

advocaat mr. M. Brink te Utrecht,

tegen

1. de rechtspersoon naar het recht van de Britse Maagdeneilanden

INTERNATIONAL RICE GROUP COMPANY LTD,

gevestigd te Road Town, Tortola (Britse Maagdeneilanden),

gedaagde,

advocaat mr. A.P.C. Houben te Weert,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COLUMBUS MANAGEMENT EN ADVIES B.V.,

statutair gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.H. Janssen te Rotterdam,

3. de naamloze vennootschap

DEUTSCHE BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. van Rijswijk te Amsterdam.

Hierna zullen eiseressen Silo Dordrecht c.s. en gedaagden International Rice c.s. genoemd worden. Partijen zullen ieder afzonderlijk Silo Dordrecht, SZ, International Rice, Columbus en Deutsche Bank genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 januari 2014, met producties;

  • -

    de brief van 28 januari 2014 van Columbus, waarbij producties zijn overgelegd;

  • -

    de brief van 28 januari 2014 van Silo Dordrecht c.s., waarbij producties zijn overgelegd;

  • -

    de brief van 29 januari 2014 van Silo Dordrecht c.s., waarbij een productie is overgelegd;

  • -

    de mondelinge behandeling op 30 januari 2014;

  • -

    de pleitnota van Silo Dordrecht c.s.;

  • -

    de pleitnota van International Rice;

  • -

    de pleitnota van Columbus;

  • -

    de pleitnota van Deutsche Bank.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Silo Dordrecht drijft een onderneming die zich onder meer bezighoudt met het verhandelen, importeren, exporteren, opslaan en vervoeren van alle soorten agrarische producten. [X] (hierna: [X]) is haar bestuurder.

2.2.

[X] is directeur van SZ. SZ hield aanvankelijk alle aandelen in Silo Dordrecht. Op 16 maart 2005 heeft zij 50% van deze aandelen verkocht aan Columbus.

2.3.

[Y] (hierna: [Y]) is (indirect) aandeelhouder van Columbus. [Z] (hierna: [Z]) was tot 7 oktober 2011 haar statutair directeur. Van 7 oktober 2011 tot 26 oktober 2011 was mevrouw [Q] statutair directeur van Columbus. Van 26 oktober 2011 tot 13 maart 2012 was [Z] opnieuw directeur. Per die laatste datum is Inter Business Management BVBA tot directeur benoemd.

2.4.

Columbus houdt alle aandelen in Jama Machinery B.V. (hierna: Jama) en Internationale Rijst Onderneming B.V. (hierna: IR). [Z] is bestuurder van IR. Columbus is bestuurder van Jama. IR en Jama verkeren inmiddels in staat van faillissement.

2.5.

Op 24 januari 2005 hebben SZ, [X], Columbus, [Z], [Y] (en twee anderen die in deze procedure geen rol spelen) een aandeelhoudersovereenkomst gesloten (hierna: de aandeelhoudersovereenkomst). Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

“in aanmerking nemende:

Dat [X] en [Y] als (indirect) aandeelhouder van SZ, respectievelijk Columbus, voormelde deelname beschouwen als een exclusieve en op hun persoon gerichte samenwerking en willen voorkomen dat op enigerlei wijze daarin aan derden enig aandeel, enige zeggenschap of enige invloed zou kunnen worden toegekend, behoudens voor zover daarvan reeds bij aanvang van de samenwerking sprake is.

[…]

Artikel 7 - Aandelen in (aandeelhouder van) Columbus en SZ

De door partijen voorziene samenwerking is van strikt persoonlijke aard. De ondertekenende natuurlijke personen verbinden zich daarom voor zolang als de samenwerking bestaat met betrekking tot (hun aandelen in) Columbus (dan wel de vennootschap(pen) die (indirect) aandeelhouder van Columbus is/zijn) respectievelijk SZ:

[…]

f. geen anderen tot directeuren of commissarissen te benoemen of vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen;

[…]

h. op geen enkele andere wijze aan anderen enige feitelijke invloed of zeggenschap in de betreffende vennootschap te zullen verlenen of overlaten.

Als één van partijen zich niet aan één der hiervoor vermelde verplichtingen mocht houden, zal de betreffende vennootschap (SZ dan wel Columbus) verplicht zijn om haar aandelen in [Silo Dordrecht] ter overname aan te bieden aan de andere partij.

[…]

Artikel 12 - Prijsbepaling aandelen.

[…]

Indien één der partijen op grond van deze overeenkomst en/of de statuten van [Silo Dordrecht] verplicht is zijn aandelen aan te bieden aan de andere aandeelhouder(s), zal de prijs voor deze aandelen (uitgaande van een pakket van 50% van alle aandelen) als volgt worden bepaald:

  • -

    er wordt uitgegaan van een levering per 31 december van enig jaar;

  • -

    prijsbepaling vindt plaats aan de hand van de jaarrekening van [Silo Dordrecht] per 31 december van het desbetreffende jaar;

  • -

    de op de balans van [Silo Dordrecht] opgenomen panden c.q. onroerende zaken zullen worden opgenomen tegen hun werkelijke waarde, te bepalen middels taxatie, rekening houdend met een belastinglatentie van 20% over de alsdan blijkende in de panden aanwezige reserves c.q. meerwaarde ten opzichte van de boekwaarde;

  • -

    taxatie zal geschieden door een door partijen gezamenlijk aan te wijzen taxateur of, indien hierover niet binnen 30 dagen overeenstemming wordt bereikt, drie taxateurs waarvan beide partijen er één benoemen die samen de derde taxateur benoemen en gezamenlijk tot één gezamenlijk eindoordeel dienen te komen;

  • -

    de prijs van de aandelen zal gelijk zijn aan 50% van het eigen vermogen van [Silo Dordrecht] blijkend uit de hiervoor bedoelde jaarrekening.

Artikel 13 – Deadlock – call-optie c.q. aanbiedingsplicht

1. Ingeval van een geschil tussen de aandeelhouders, waaronder uitdrukkelijk begrepen staking van stemmen binnen de algemene vergadering van aandeelhouders over een vraagstuk dat [Silo Dordrecht] aangaat, met uitzondering van in de statuten geregelde onderwerpen als de prijsbepaling van aandelen ingeval van aanbieding, zal de meest gerede partij een bindend advies vragen bij een gecertificeerd accountant, een advocaat of een belastingadviseur, al naar de aard van het geschil of vraagstuk. […]”

Verder is in artikel 8 bepaald dat de directie van Silo Dordrecht onherroepelijk door de aandeelhouders is gemachtigd om de aandelen die een aandeelhouder ter overname dient aan te bieden, zo nodig aan te bieden en te leveren conform de bepalingen in de statuten van Silo Dordrecht.

2.6.

Op 18 oktober 2010 heeft Deutsche Bank de kredietfaciliteit van IR en Jama met onmiddellijke ingang opgezegd.

2.7.

Op 28 november 2011 heeft Deutsche Bank - na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht - voor een vordering van € 10.423.431,00 ten laste van Columbus conservatoir beslag doen leggen op haar aandelen in Silo Dordrecht. Deutsche Bank heeft dit beslag doen leggen omdat de dochtervennootschappen van Columbus volgens haar bij de opgave van de waarde van hun voorraden in het kader van de kredietovereenkomst hebben gewanpresteerd, waarvoor zij Columbus als bestuurder van Jama op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk houdt. Zij heeft in verband hiermee een procedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank.

2.8.

Bij vonnis van 4 oktober 2012 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht - voor zover thans van belang - op een daartoe strekkende vordering van SZ de heer [A] van Ooms Drechtsteden Bedrijfshuisvesting B.V. (hierna: [A]) als taxateur benoemd op de wijze als bedoeld in artikel 12, vierde bullit van de aandeelhoudersovereenkomst. De voorzieningenrechter heeft in dat verband voorshands geoordeeld dat Columbus artikel 7 sub f van de aandeelhoudersovereenkomst heeft geschonden en dat aannemelijk is dat zij in een eventuele bodemprocedure gehouden zal zijn de eerder door haar overgenomen aandelen aan SZ aan te bieden. Verder is overwogen dat voldoende aannemelijk is dat er een patstelling tussen partijen is ontstaan waardoor de continuïteit van Silo Dordrecht in gevaar is.

2.9.

Op 31 oktober 2012 en 9 november 2012 heeft [A] de waarde van de onroerende zaken die eigendom zijn van Silo Dordrecht bepaald op € 7.390.000,00 en € 2.082.000,00 (totaal  € 9.472.000,00). In het rapport wordt Silo Dordrecht als opdrachtgever genoemd. Het eigen vermogen van Silo Dordrecht is vervolgens door accountantsbureau [B] bepaald op € 5.980.539,00 en de waarde van de aandelen die Columbus houdt op € 2.990.269,50.

2.10.

Bij brief van 3 juni 2013 heeft SZ [Y] en Columbus meegedeeld dat zij met gebruikmaking van de volmacht in de aandeelhoudersovereenkomst zal overgaan tot levering van de aandelen ondanks het daarop rustende beslag.

2.11.

Bij vonnis van 12 september 2013 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam - voor zover thans van belang - de vordering van Columbus afgewezen om SZ, Silo Dordrecht en [X] te verbieden met gebruikmaking van de (dwang-)volmacht in de aandeelhoudersovereenkomst de aandelen van Columbus in Silo Dordrecht aan SZ te doen leveren en een adviseur als bedoeld in artikel 13 van de aandeelhoudersovereenkomst te benoemen. Daarbij is onder meer overwogen dat het met het oog op de continuïteit van Silo Dordrecht van belang is een (orde-)maatregel te treffen die de onduidelijke en verlammende verhouding van de aandeelhouders doorbreekt. Columbus heeft hoger beroep ingesteld van dit vonnis.

2.12.

Na daartoe op 13 september 2013 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft International Rice ten laste van Columbus conservatoir beslag doen leggen op haar aandelen in Silo Dordrecht. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zij een vordering op Columbus heeft van € 3.734.599,60 omdat Columbus in gebreke is gebleven met de terugbetaling van een opgeëiste geldlening die door Kiowa Rice Ltd aan Columbus is verstrekt en bij een daartoe strekkende akte d.d. 18 februari 2010 is gecedeerd aan International Rice. In verband hiermee heeft International Rice Columbus op 30 september 2013 gedagvaard.

2.13.

Columbus heeft op 29 januari 2014 SZ en Silo Dordrecht gedagvaard. Zij heeft - voor zover thans van belang - primair gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat de koopsom van haar aandelen in Silo Dordrecht ten minste € 3.796.945,00 bedraagt en dat SZ wordt veroordeeld deze aandelen voor ten minste dat bedrag te kopen.

3 Het geschil

3.1.

Silo Dordrecht vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

ten aanzien van International Rice:

a. het door International Rice op 17 september 2013 gelegde conservatoire beslag ex artikel 705 lid 2 Rv opheft, dan wel International Rice veroordeelt om binnen 24 uur na dit vonnis in kort geding, het op 17 september 2013 gelegde conservatoire beslag op te heffen;

International Rice veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ten bedrage van € 50.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag (waarbij een gedeelte van een dag als een dag wordt gerekend) dat zij in gebreke blijft om binnen de voormelde 24 uur na het wijzen van dit vonnis aan de veroordeling tot opheffing van het op 17 september 2013 gelegde conservatoire beslag over te gaan;

ten aanzien van Deutsche Bank:

het door Deutsche Bank op 28 november 2011 gelegde conservatoire beslag op de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht binnen 24 uur na dit vonnis opheft, onder de voorwaarde dat en zodra SZ de koopprijs voor de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht, zijnde een bedrag van € 2.990.269,50, stort in depot bij de door Silo Dordrecht c.s. genoemde notaris, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen notaris, en dat de notaris de koopprijs onder zich houdt onder de voorwaarden als genoemd in de overgelegde escrow-overeenkomst, dan wel onder door de voorzieningenrechter te bepalen voorwaarden;

Deutsche Bank veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ten bedrage van € 50.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag (waarbij een gedeelte van een dag als een dag wordt gerekend) dat zij in gebreke blijft om binnen de voormelde 24 uur na het wijzen van dit vonnis aan de veroordeling hiervoor genoemd te voldoen;

ten aanzien van Columbus:

gebiedt dat Columbus de overgelegde escrow-overeenkomst ondertekent binnen vijf dagen na dagtekening van dit vonnis en het ondertekende exemplaar ter hand doet stellen aan SZ ter attentie van de heer [X], en

Columbus veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ten bedrage van € 50.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag (waarbij een gedeelte van een dag als een dag wordt gerekend) dat zij in gebreke blijft om binnen de voormelde vijf dagen na dit vonnis aan de tenuitvoerlegging daarvan te voldoen;

subsidiair

ten aanzien van International Rice:

het door International Rice op 17 september 2013 gelegde conservatoire beslag op de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht opheft onder de voorwaarde dat en zodra SZ de koopprijs voor de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht, zijnde een bedrag van € 2.990.269,50, stort in depot bij de door Silo Dordrecht c.s. genoemde notaris, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen notaris, en dat de notaris de koopprijs onder zich houdt onder de voorwaarden als genoemd in de overgelegde escrow-overeenkomst, dan wel onder door de voorzieningenrechter te bepalen voorwaarden;

ten aanzien van Deutsche Bank:

het door Deutsche Bank op 28 november 2011 gelegde conservatoire beslag op de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht opheft, onder de voorwaarde dat en zodra SZ de koopprijs voor de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht, zijnde een bedrag van € 2.990.269,50, stort in depot bij de door Silo Dordrecht c.s. genoemde notaris, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen notaris, en dat de notaris de koopprijs gedurende een termijn van zeven dagen onder zich houdt, opdat Deutsche Bank gedurende deze termijn van zeven dagen in de gelegenheid worden gesteld om beslag te leggen op de koopprijs onder de notaris;

ten aanzien van Columbus:

Columbus gelast zich te gedragen naar de bepalingen van en zich te houden aan de voorwaarden zoals genoemd in de overgelegde escrow-overeenkomst;

i. Columbus veroordeelt tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ten bedrage van € 50.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag (waarbij een gedeelte van een dag als een dag wordt gerekend) dat zij in gebreke blijft om binnen de voormelde vijf dagen na het wijzen van dit vonnis aan de tenuitvoerlegging daarvan te voldoen;

meer subsidiair

ten aanzien van International Rice:

het door International Rice op 17 september 2013 gelegde conservatoire beslag op de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht opheft onder de voorwaarde dat SZ de koopprijs voor de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht, zijnde een bedrag van € 2.990.269,50 stort in depot bij de door Silo Dordrecht c.s. genoemde notaris, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen notaris, en dat de notaris de koopprijs voor de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht, zijnde een bedrag van € 2.990.269,50, gedurende een termijn van zeven dagen onder zich houdt, opdat International Rice gedurende deze termijn van zeven dagen in de gelegenheid wordt gesteld om beslag te leggen op de koopprijs onder de notaris;

primair, subsidiair en meer subsidiair:

bepaalt dat na opheffing van de beslagen dit vonnis in de plaats treedt en dezelfde kracht zal hebben als de als productie 8 overgelegde akte tot levering van Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht aan SZ;

International Rice c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2.

International Rice, Columbus en Deutsche Bank hebben ieder afzonderlijk verweer gevoerd, steeds strekkend tot afwijzing van de vorderingen en veroordeling van Silo Dordrecht c.s. in de (reële) kosten van het geding.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van Silo Dordrecht c.s. volgt uit de aard van de gevorderde voorziening en is overigens niet weersproken door International Rice c.s.

4.2.

Silo Dordrecht c.s. hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat Columbus op grond van de aandeelhoudersovereenkomst gehouden is haar aandelen in Silo Dordrecht aan SZ over te dragen tegen betaling van de - conform de procedure van artikel 12 van die aandeelhoudersovereenkomst - vastgestelde prijs. Volgens Silo Dordrecht c.s. frustreert Columbus deze verplichting tot levering. Zij acht het in dat verband opvallend dat International Rice conservatoir beslag heeft doen leggen binnen 24 uur nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam d.d. 12 september 2013 vonnis had gewezen, waarbij de vordering van Columbus om de levering van de aandelen op de wijze als bepaald in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst te verbieden is afgewezen. International Rice maakt daarom in de visie van Silo Dordrecht c.s. misbruik van recht en het door haar ingeroepen recht is summierlijk ondeugdelijk.

4.3.

De voorzieningenrechter is - mede in het licht van het verweer van International Rice - van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat International Rice geen ander doel heeft dan het schaden van Silo Dordrecht c.s. dan wel dat zij haar bevoegdheid tot beslaglegging uitoefent met een ander doel dan het verkrijgen van zekerheid voor haar vordering op Columbus. De door Silo Dordrecht c.s. aangevoerde feiten en omstandigheden brengen ook niet mee dat de door International Rice gepretendeerde vordering op Columbus summierlijk ondeugdelijk is. Silo Dordrecht c.s. heeft het bestaan van deze vordering als zodanig onvoldoende bestreden. De door International Rice gepretendeerde vordering is hoger dan de waarde die Silo Dordrecht c.s. toekennen aan de aandelen en - zoals hierna zal blijken - niet veel lager dan de waarde die Columbus daaraan toekent. De primaire vordering ten aanzien van International Rice als weergegeven in 3.1 sub a. en b. zal worden afgewezen.

4.4.

Silo Dordrecht c.s. stellen dat zij groot belang hebben bij opheffing van de gelegde beslagen; door de meningsverschillen loopt de continuïteit van de door Silo Dordrecht gedreven onderneming gevaar en staat haar voortbestaan en daarmee de werkgelegenheid op het spel. Dit klemt volgens hen te meer omdat zij buiten de discussie staan over de vraag wie uiteindelijk gerechtigd is tot de koopprijs, International Rice, Deutsche Bank en/of Columbus. Zij stellen zich daarom op het standpunt dat de beslagen dienen te worden opgeheven onder de voorwaarde dat SZ de koopprijs van € 2.990.269,50 in depot stort bij een notaris onder condities die zijn opgenomen in een door haar overgelegde escrow-overeenkomst.

4.5.

International Rice heeft opgemerkt dat zij geen bezwaar heeft tegen opheffing van het door haar gelegde beslag onder de voorwaarden dat vervangende zekerheid wordt gesteld en de koopprijs van de aandelen reëel is. Gelet op de door Columbus in het geding gebrachte stukken moet volgens International Rice worden uitgegaan van een prijs van € 3.796.945,00.

4.6.

Deutsche Bank heeft aangegeven dat zij wel wil meewerken aan opheffing van het door haar gelegde beslag, echter niet op de door Silo Dordrecht c.s. voorgestelde condities. Die leiden er volgens Deutsche Bank toe dat zij in een nadeliger positie komt te verkeren. Zij wil haar positie als beslaglegger eventueel inruilen voor die van pandhouder op de koopsom van de aandelen.

4.7.

Columbus heeft aangevoerd dat zij bereid is de aandelen die zij in Silo Dordrecht houdt te leveren maar zij bestrijdt dat de prijs juist is vastgesteld en dat zij aan die - onjuiste - vaststelling is gebonden. Haar bezwaren zien onder meer op de omstandigheid dat 1) Columbus niet bij de taxatie van de onroerende zaken is betrokken of daarover is geïnformeerd, en 2) er overleg is geweest met Silo Dordrecht over de uitgangspunten en de voorlopige resultaten, waarna wijzigingen zijn doorgevoerd. Dat de onroerende zaken te laag zijn getaxeerd volgt volgens Columbus ook uit de door haar overgelegde rapportage van de door haar ingeschakelde deskundige Facet accountants en adviseurs. Teneinde vast te doen stellen dat de in die rapportage genoemde waarde van de onroerende zaken juist is, heeft Columbus de in 2.13 genoemde bodemprocedure gestart.

4.8.

De voorzieningenrechter overweegt dat Silo Dordrecht een zwaarwegend belang heeft bij opheffing van de gelegde conservatoire beslagen. Reeds in het kort gedingvonnis van 4 oktober 2012 is overwogen dat de voortgang van de onderneming van Silo Dordrecht wordt gefrustreerd omdat er al geruime tijd geen financiële beslissingen genomen kunnen worden en dat de continuïteit van Silo Dordrecht in gevaar is vanwege de patstelling tussen partijen. Ook in het kort gedingvonnis van 12 september 2013 is overwogen dat de continuïteit van Silo Dordrecht in gevaar is. Silo Dordrecht c.s. hebben hierover in deze procedure nog opgemerkt dat de werkgelegenheid bij Silo Dordrecht op het spel staat.

Nu - anders dan lijkt te volgen uit het kort gedingvonnis van 12 september 2013 en het daarvan ingestelde hoger beroep - uit de door Columbus uitgebrachte dagvaarding en haar standpunt tijdens de mondelinge behandeling is op te maken dat zij zich niet (langer) verzet tegen overdracht van haar aandelen aan SZ, beperkt het geschil tussen partijen zich in essentie tot de hoogte van de koopprijs. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding de belangen van Silo Dordrecht c.s. bij opheffing van de gelegde beslagen teneinde de overdracht van de aandelen mogelijk te maken, zwaarder te laten wegen dan de belangen van International Rice c.s. International Rice en Deutsche Bank hebben immers de mogelijkheid beslag te doen leggen op de door SZ te betalen koopprijs en voor Columbus verandert er in dat opzicht weinig.

4.9.

Silo Dordrecht c.s. stellen zich op het standpunt dat de koopprijs reeds is vastgesteld en dat Columbus daaraan is gebonden. [A] is volgens hen een onafhankelijke, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht bij vonnis van 4 oktober 2012 benoemde, deskundige. Voor zover Silo Dordrecht c.s. op grond van het bepaalde in artikel 12 en 13 van de aandeelhoudersovereenkomst menen dat partijen zijn gebonden aan de prijsvaststelling van [B], volgt de voorzieningenrechter hen hierin niet. In artikel 13 is de prijsbepaling uitdrukkelijk uitgesloten van de mogelijkheid een bindend advies te vragen en in artikel 12 staat niet dat de aanbiedende en/of kopende partij is gebonden aan de prijsvaststelling. Silo Dordrecht c.s. hebben opgemerkt dat dit wel de bedoeling van partijen was, maar zij hebben onvoldoende aangegeven waaruit dit is af te leiden. Daarom kan thans niet gezegd worden dat zeer aannemelijk is dat de rechter in de bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat partijen zijn gebonden aan de prijsvaststelling [B].

Columbus heeft verder bestreden dat [A] een onafhankelijke deskundige is. Volgens haar volgt uit de rapportage dat Silo Dordrecht bemoeienis heeft gehad met de totstandkoming van de taxatierapporten. De voorzieningenrechter constateert dat in beide rapporten staat dat Silo Dordrecht de opdrachtgever is, dat voorafgaand aan de uitvoering de uitgangspunten van de taxatie in overleg met de opdrachtgever zijn vastgesteld en dat de voorlopige resultaten met de opdrachtgever zijn besproken waarna noodzakelijke wijzigingen zijn doorgevoerd. Nu in het rapport niet is vermeld dat deze besprekingen ook hebben plaatsgevonden met Columbus, is zeer aannemelijk dat Columbus niet bij de totstandkoming ervan is betrokken. Dat leidt tot de conclusie dat partijen niet gelijk behandeld zijn bij de totstandkoming van het rapport en dat het rapport niet met inachtneming van de beginselen van hoor en wederhoor tot stand is gekomen. [X] is immers zowel bestuurder van Silo Dordrecht als directeur van SZ. Anders dan Silo Dordrecht c.s. menen, wordt dit oordeel niet anders doordat in het rapport is vermeld dat de opdrachtgever bij de taxatieopdracht geen instructies heeft verstrekt.

De getaxeerde waarde van de onroerende zaken is een belangrijke component in de vaststelling van de prijs van de aandelen. Gelet op dit alles komt de voorzieningenrechter tot het voorshandse oordeel dat Columbus reeds hierom niet gebonden is aan de door [B] aan de aandelen toegekende waarde.

4.10.

Columbus heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat de waarde van de door haar gehouden aandelen hoger is dan [B] heeft berekend, een rapport van Facet Accountants en Adviseurs d.d. 15 januari 2014 overgelegd. Daarin is becijferd dat die waarde op € 3.796.945,00 moet worden bepaald. Volgens Columbus is onduidelijk waarom a) bij een waardebepaling leeg en vrij van huur nog rekening moet worden gehouden met een aanvangsleegstand, die zich bovendien nooit daadwerkelijk heeft voorgedaan, b) rekening is gehouden met overdrachtsbelasting, terwijl geen sprake is van overdracht van de onroerende zaken, c) nog een correctie is aangebracht op de economische afschrijving van de onroerende zaken en d) een afschrijvingspercentage van 30% op de steigers reëel is. Daarnaast heeft Columbus betoogd dat de exploitatiekosten onjuist zijn berekend.

4.11.

Silo Dordrecht c.s. hebben het standpunt van Columbus weliswaar bestreden, maar enkel na bewijslevering kan worden beoordeeld wie het gelijk aan haar zijde heeft. Hiervoor is in kort geding geen plaats. Nu niet onaannemelijk is dat de koopprijs van de aandelen in de door Columbus bij deze rechtbank geëntameerde procedure op een hoger bedrag zou kunnen worden bepaald dan Silo Dordrecht c.s. voorstaan, is het gelet op de gerechtvaardigde belangen van International Rice en Deutsche Bank als beslagleggers en Columbus als beslagene niet redelijk te volstaan met een storting in depot van het door Silo Dordrecht c.s. genoemde bedrag. In zoverre zijn de primaire vordering ten aanzien van Deutsche Bank en de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen niet toewijsbaar. Ten aanzien van Columbus wordt in dat verband nog overwogen dat in de escrow-overeenkomst - niet ter zake doende - overwegingen staan waarvan gelet op het verhandelde ter zitting duidelijk is dat zij zich daarmee niet kan verenigen.

4.12.

De voorzieningenrechter zal na afweging van de wederzijdse belangen - in afwachting van een definitieve koopprijsbepaling in de door Columbus tegen Silo Dordrecht c.s. aangespannen procedure - een voorlopige koopprijs vaststellen. Die wordt in redelijkheid bepaald op € 3.500.000,00. Deze voorlopige koopprijsvaststelling heeft tot doel om nu daadwerkelijk de ontstane patstelling te doorbreken.

4.13.

De voorzieningenrechter stelt zich voor de conservatoire beslagen op te heffen onder de volgende voorwaarden, waarbij opheffing plaatsvindt onmiddellijk voorafgaand aan levering van de aandelen en nadat aan de onder 1 tot en met 4 genoemde voorwaarden is voldaan:

  1. SZ stort ten titel van koop van de door Columbus gehouden aandelen in Silo Dordrecht een bedrag van € 3.500.000,00 als voorlopige koopprijs in depot bij notaris mr. A.M. List-Plaisier dan wel een van haar waarnemers verbonden aan notariskantoor Ambachtse Notarissen te Hendrik-Ido-Ambacht;

  2. SZ doet van deze storting onmiddellijk via e-mail en aangetekende post gespecificeerd mededeling aan International Rice, Deutsche Bank en Columbus;

  3. de notaris plaatst genoemd bedrag op een kwaliteitsrekening;

  4. International Rice en Deutsche Bank hebben gedurende zeven dagen na de datum van mededeling door SZ de gelegenheid voor hun vordering op Columbus beslag te doen leggen op het in depot gestorte bedrag;

  5. op de achtste dag, of de eerstvolgende werkdag daarna, verkoopt en levert Columbus aansluitend aan de opheffing van de beslagen haar aandelen in Silo Dordrecht voor de voorlopige koopprijs aan SZ;

  6. de notaris houdt het gestorte bedrag onder zich op de kwaliteitsrekening tot de hierna genoemde uitkeringsvoorwaarde zich voordoet;

  7. SZ voldoet de kosten van de notaris;

  8. de notaris gaat over tot uitkering van het gestorte bedrag, vermeerderd met de gekweekte rente, nadat 1) deze rechtbank heeft beslist op de vordering van Columbus in de door haar aanhangig gemaakte procedure waarvoor de dagvaarding op 29 januari 2014 is uitgebracht - een en ander tenzij de rechtbank anders beslist - dan wel nadat SZ en Columbus in het onderhavige geschil een schikking hebben bereikt die is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, en 2) omtrent de vorderingen van de beslagleggers in rechte is beslist dan wel betrokkenen een schikking hebben bereikt die is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst;

  9. indien de definitieve koopprijs is vastgesteld op een lager bedrag dan € 3.500.000,00 worden de beslagen geacht nooit gerust te hebben op het bedrag dat die definitieve koopprijs te boven gaat en wordt dat meerdere aan SZ uitgekeerd;

  10. indien de koopprijs is vastgesteld op een hoger bedrag dan € 3.500.000,00 dient SZ het meerdere alsnog te betalen en kunnen International Rice en Deutsche Bank daarop desgewenst beslag leggen.

4.14.

Alvorens te beslissen als hiervoor omschreven, acht de voorzieningenrechter het wenselijk dat partijen zich bij brief over die voorgenomen beslissing uitlaten. Deze is immers van andere aard dan door Silo Dordrecht c.s. is gevorderd. Met name is van belang of SZ bereid is het genoemde hogere bedrag als voorlopige koopprijs in depot bij de notaris te storten. Daarnaast is van belang of de voorgestelde voorwaarden nog lacunes bevatten waardoor de belangen van International Rice, Deutsche Bank en Columbus onvoldoende zijn veilig gesteld.

De voorzieningenrechter merkt reeds thans op dat de vordering van Silo Dordrecht c.s. zal worden afgewezen indien zij niet bereid zijn de hogere voorlopige koopprijs in depot te storten.

4.15.

Alle partijen dienen zich binnen veertien dagen na dit vonnis (uiterlijk op 27 februari 2014) bij brief - zonder dat producties kunnen worden overgelegd - uit te laten over en zich te beperken tot hetgeen hiervoor onder 4.13 en 4.14 is overwogen. Iedere partij kan desgewenst binnen zeven dagen nadien (uiterlijk op 6 maart 2014) reageren op hetgeen de andere partijen naar voren hebben gebracht.

In afwachting van genoemde brieven, houdt de voorzieningenrechter iedere beslissing aan.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op 27 februari 2014 bij brief uit te laten als is bepaald onder 4.15, waarna iedere partij desgewenst uiterlijk op 6 maart 2014 bij brief kan reageren op hetgeen de andere partijen naar voren hebben gebracht;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2014.

2066 / 676