Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:10825

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
02-03-2015
Zaaknummer
3562317 VZ VERZ 14-14169
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

belang wg bij handhaving van haar alchohol en drugsprotocol; bij haar keuze tot beëindiging van het dienstverband vanwege het aantreffen van cannabis onvoldoende rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van X waarvoor protocol wel ruimte biedt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0215
AR 2015/326
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3562317 VZ VERZ 14-14169

uitspraak: 19 december 2014 (bij vervroeging)

beschikking ex artikel 7:685 Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THYSSEN KRUPP VEERHAVEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. F. van Schaik,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. M.J. den Hollander-Fischer.

Partijen worden hierna aangeduid als “Thyssen Krupp” en “[verweerder]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

  • -

    het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2014;

  • -

    het verweerschrift, met bijlagen, ontvangen op 8 december 2014.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 december 2014. Namens Thyssen Krupp is verschenen mevrouw [Z.] senior manager HRM, bijgestaan door genoemde gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, vergezeld van zijn partner mevrouw [X] en twee collega’s, en bijgestaan door genoemde gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten doen toelichten door hun respectieve gemachtigden, beide gemachtigden aan de hand van pleitnotities die zij hebben overgelegd. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van deze beschikking nader, bij vervroeging, bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen partijen - voor zover thans van belang - het volgende vast:

2.1

[verweerder], geboren op [geboortedatum], heeft vanaf 2004 via een uitzendbureau als matroos gewerkt bij Thyssen Krupp. Per 1 maart 2007 is hij in vaste dienst getreden bij Thyssen Krupp en was daar laatstelijk werkzaam in de functie van stuurman/vervangingskapitein op de havenduwboot Bison. Zijn salaris bedraagt € 4.112,64 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en inclusief toeslagen.

2.2

Thyssen Krupp is een scheepvaartbedrijf. Met zesbaksduwcombinaties worden ertsen en kolen vanuit de haven van Rotterdam over een van de drukste vaarroutes van Europa naar Duitsland vervoerd. De havenduwboot Bison vaart voornamelijk in de Dintelhaven in het Rotterdamse havengebied. De taak van een duwboot is om lichters gevuld met bulkproducten samen te stellen tot duwcombinaties die vervolgens door rivierboten naar hun bestemming worden gevaren. Een stuurman/vervangingskapitein draagt de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken op de duwboot, de naleving van de gestelde regels op de duwboot en een veilige uitvoering van de werkzaamheden.

2.3

Thyssen Krupp hanteert een veiligheidsbeleid waaronder een alcohol- en drugsbeleid. Zij hanteert een alcohol-, drugs- en medicijnenprotocol (verder ook het protocol) dat is afgestemd met en goedgekeurd door de OR. De inhoud van het protocol is bekend gemaakt aan het personeel. Tevens is het personeel bekend met handhaving van het protocol door Thyssen Krupp en dat er op gezette tijden (onaangekondigde) controles worden uitgevoerd.

2.4

Het alcohol-, drugs- en medicijnenprotocol van Thyssen Krupp luidt - voor zover van belang -:

Artikel 4: alcohol en drugs

1. Het is ten strengste verboden om tijdens werktijd alcohol en/of drugs voor zichzelf of anderen bij zich te hebben, dan wel tijdens werktijd te gebruiken, onder invloed daarvan te zijn en/of sporen daarvan in het lichaam te hebben.

[…]

Artikel 14: Noodzakelijke maatregelen en schadeplichtigheid

1. De werknemer die kennelijk onder invloed van alcohol en/of drugs verkeert, wordt niet (langer) toegelaten aan boord respectievelijk wordt met onmiddellijke ingang een verbod opgelegd om zijn werkzaamheden (nog langer) te verrichten. […]

[…]

Artikel 15: Een schriftelijke waarschuwing

  1. Niet later dan drie werkdagen na de constatering van de overtreding zal een gesprek tussen de werknemer, de betreffende manager en de senior manager HR plaatsvinden. Doel van dit gesprek is het bespreken van de overtreding en de gevolgen daarvan. Indien daar aanleiding toe blijkt te zijn, wordt de werknemer doorverwezen naar de bedrijfsarts.

  2. Tenzij de werkgever een andere maatregel aangewezen acht, ontvangt de werknemer tijdens het gesprek bedoeld in lid 1 van dit artikel een schriftelijke waarschuwing in tweevoud […].

Artikel 17: Ontslag

De werkgever is bevoegd de werknemer die een voorschrift als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 en/of artikel 9 lid 1 overtreedt, ontslag (al dan niet op staande voet) te geven. Of de werkgever daartoe zal overgaan is afhankelijk van de ernst van de overtreding en/of de frequentie waarmee deze zich heeft voorgedaan, alsmede van de overige omstandigheden van het geval.

2.5

[verweerder] heeft op 2 september 2014 in zijn privétijd één joint gerookt.

2.6

Op 3 september 2014 is [verweerder] tijdens zijn werkzaamheden aan boord van de Bison getest. Bij hem worden sporen van THC, zijnde een actieve stof van cannabis, aangetroffen. Per gelijke datum is [verweerder] door Thyssen Krupp geschorst.

2.7

Op 16 september 2014 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder], de heer [B.], senior manager vloot, en mevrouw [Z.], senior manager HRM. Tijdens dit gesprek is [verweerder] medegedeeld dat Thyssen Krupp voornemens is de arbeidsovereen-komst tussen partijen te beëindigen per 1 november 2014. [verweerder] is niet akkoord gegaan met de voorgestelde vaststellingsovereenkomst waarop Thyssen Krupp onderhavig verzoekschrift heeft ingediend.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1

Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, bestaande uit primair een dringende reden en subsidiair verandering in de omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerder], kosten rechtens.

3.2

Ter onderbouwing van dit verzoek heeft Thyssen Krupp naast de hiervoor genoemde vaststaande feiten – voor zover van belang – het volgende aangevoerd.

De zaak heeft voor Thyssen Krupp een principieel karakter. Thyssen Krupp hanteert een zerotolerance beleid ten aanzien van het gebruik van alcohol en drugs. Op overtredingen van het alcohol- en drugsprotocol door stuurlieden en kapiteins volgt ontslag. Zij hebben immers een voorbeeldfunctie en zijn direct verantwoordelijk voor de veiligheid aan boord. Het is voor Thyssen Krupp van bijzonder groot belang dat gezagvoerders niet alleen toezien op naleving van alle (veiligheids)regels, maar deze regels zelf ook naleven. Sinds de invoering van het alcohol- en drugsbeleid zijn drie kapiteins/stuurlieden en één matroos positief getest op alcohol of drugsgebruik. De dienstverbanden met de drie kapiteins/stuurlieden zijn beëindigd middels acceptatie van een vaststellingsovereenkomst.

Nu [verweerder] heeft toegegeven tijdens het gesprek op 16 september 2014 willens en wetens een joint te hebben gerookt en de pakkans op de koop toegenomen heeft, bestaat er geen aanleiding hem anders te behandelen dan de andere drie collega’s. Afwijzing van het ontbindingsverzoek zou een verkeerd signaal afgeven.

3.3

Het bovenstaande levert primair een dringende reden op en subsidiair een verandering in de omstandigheden, gelegen in een verlies van vertrouwen in [verweerder] nu hij geen enkele redelijke verklaring heeft gegeven voor zijn gedrag, waardoor niet valt te verwachten dat er in de toekomst tussen Thyssen Krupp en [verweerder] nog een behoorlijke samenwerking zal kunnen bestaan.

3.4

Het verzoek tot ontbinding ligt geheel in de risicosfeer van [verweerder]. Er kan daarom geen sprake zijn van toekenning van enige vergoeding.

4 Het verweer

4.1

Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek, kosten rechtens.

4.2

[verweerder] heeft hiertoe – voor zover van belang – het volgende aangevoerd.

Betwist wordt dat er een dringende reden is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Het protocol schrijft voor dat een waarschuwing de gebruikelijke sanctie is bij overtreding van het protocol, tenzij de werkgever een andere maatregel aangewezen acht. In artikel 17 van het protocol is immers bepaald dat het geven van ontslag (al dan niet op staande voet) als maatregel afhangt van de ernst van de overtreding, de frequentie waarmee deze zich heeft voortgedaan alsmede de overige omstandigheden van het geval.

In het geval van [verweerder] was er geen reden voor een ontslag gelet op de volgende omstandigheden. [verweerder] heeft gedurende de 10 jaar dat hij werkzaam was voor Thyssen Krupp altijd goed gefunctioneerd. Hij heeft zich opgewerkt van matroos tot zijn huidige functie en wordt onder collega’s gewaardeerd om zijn plichtsbesef, betrouwbaarheid en vakkundigheid. Hij heeft nooit eerder een waarschuwing gehad. Zijn gebruik van een joint was in privétijd en had geen invloed meer op zijn functioneren aan boord, Hij is nooit eerder positief bevonden op THC. Thyssen Krupp had [verweerder] derhalve conform het protocol een waarschuwing moeten geven en geen ontslag. Indien Thyssen Krupp meent dat het staand beleid is om kapiteins en stuurlieden te ontslaan na overtreding van het protocol gaat haar beleid verder dan het door de OR goedgekeurde protocol.

4.3

[verweerder] heeft de door Thyssen Krupp gestelde vertrouwensbreuk onder verwijzing naar de hiervoor genoemde omstandigheden betwist. Voorts heeft hij uitdrukkelijk betwist

tijdens het gesprek op 16 september 2014 te hebben verklaard dat hij willens en wetens het risico van een controle en de kans om betrapt te worden heeft genomen door toch een joint te roken. Hij was er juist van uit gegaan dat een dag later de sporen van het cannabisgebruik niet meer aanwezig zouden zijn. In de gevallen waarop Thyssen Krupp zich beroept van collega’s die het protocol hebben overtreden, ging het om zware overschrijdingen van het alcoholpromillage of om zwaardere drugs. Deze gevallen zijn daarom niet te vergelijken met de overtreding zoals [verweerder] die heeft begaan.

5 De beoordeling

5.1

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

5.2

Primair is het verzoek van Thyssen Krupp gebaseerd op een dringende reden als bedoeld in artikel 7:685 lid 2 BW juncto artikel 7:677 lid 1 BW. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de ontbinding op deze grond dient de kantonrechter alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te nemen. De aard en de ernst van de dringende reden dient te worden afgewogen tegen de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van [verweerder].

Thyssen Krupp heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd nader toegelicht dat voor haar, naast de omstandigheid dat zij met het oog op haar veiligheidsbeleid een absoluut verbod op gebruik van alcohol en drugs voorstaat, als omstandigheden van dit geval hebben meegespeeld dat [verweerder] willens en wetens het risico van een controle heeft genomen en de pakkans op zijn gebruik van cannabis op de koop heeft toegenomen.

Dit verwijt aan [verweerder] heeft [verweerder] tijdens de mondelinge behandeling weersproken. Tevens heeft hij aangegeven dat hij het voorval van 3 september 2014 zeer betreurt en er voor zal zorgen dat het niet opnieuw gebeurt.

De kantonrechter onderkent dat Thyssen Krupp bij de uitvoering van de werkzaamheden binnen haar onderneming een groot belang heeft bij duidelijke veiligheidsinstructies, waaronder een anti- alchohol- en drugsbeleid en handhaving daarvan.

Bij haar keuze om in het geval van [verweerder] beëindiging van het dienstverband na te streven vanwege het bij hem aantreffen van sporen van cannabis, hetgeen een overtreding van het protocol oplevert -wat tussen partijen op zich niet in geschil is- heeft zij echter onvoldoende rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van [verweerder], waarvoor ook haar eigen protocol, gelet op de redactie van artikel 17, ruimte geeft. Een juiste afweging van de belangen van [verweerder] had, naar het oordeel van de kantonrechter, dienen te leiden tot een minder vergaande sanctie dan die Thyssen Krupp thans voor ogen staat. Een waarschuwing in de zin van artikel 15 van het protocol had meer aangewezen geweest.

Niet gesteld of gebleken is immers dat op 3 september 2014 de veiligheid van de collega’s van [verweerder] aan boord van de Bison of van anderen in het vaargebied in gevaar is geweest of dat er onveilige situaties konden ontstaan door het nog aanwezig zijn van sporen van THC bij [verweerder].

Voorts staat tussen partijen als onbetwist door [verweerder] gesteld vast dat hij gedurende de
10 jaar dat hij werkzaam was voor Thyssen Krupp altijd goed heeft gefunctioneerd, hij zich heeft opgewerkt van matroos tot zijn huidige functie en onder collega’s wordt gewaardeerd om zijn plichtsbesef, betrouwbaarheid en vakkundigheid. [verweerder] heeft nooit eerder een waarschuwing gehad en is nooit eerder positief bevonden op THC.

Voorts is voldoende aannemelijk dat [verweerder] –weliswaar ten onrechte- in de veronderstelling verkeerde dat de dag na gebruik van cannabis geen sporen daarvan meer bij hem aanwezig zouden zijn en dat er geen sprake is geweest van een willens en wetens handelen zoals door Thyssen Krupp is gesteld.

Thyssen Krupp heeft zich er nog op beroepen dat de dienstbetrekkingen met andere collega’s zijn beëindigd, al dan niet door het accepteren van vaststellingsovereenkomsten. De kantonrechter gaat aan dit argument voorbij, aangezien het in een geschil als het onderhavige gaat om een specifieke –persoonlijke– belangenafweging en niet gesteld of gebleken is dat die andere gevallen gelijke dan wel vrijwel gelijke omstandigheden kenden als in het geval van [verweerder].

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de arbeidsovereenkomst niet op grond van de dringende reden kan worden ontbonden.

5.3

Voor wat betreft de subsidiaire grondslag voor het ontbindingsverzoek, gelegen in een verandering in omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de conclusie van Thyssen Krupp dat zij het vertrouwen in [verweerder] onherstelbaar heeft verloren, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet gerechtvaardigd is. Naar het oordeel van de kantonrechter is er dan ook geen sprake van een verandering in de omstandigheden in de vorm van een vertrouwensbreuk waardoor de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve moet worden beëindigd zodat de arbeidsovereenkomst evenmin op grond van de subsidiaire grondslag kan worden ontbonden.

5.4

De slotsom is dan ook dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt afgewezen.

5.5

Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst af het verzoek van Thyssen Krupp;
compenseert de proceskosten aldus dat elk der partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

745/362