Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:10673

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
20-01-2015
Zaaknummer
C-10-440869 - HA ZA 13-1336
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beroepsaansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Door niet te wijzen op een in de polis vermelde “classification warranty” heeft de assurantietussenpersoon gehandeld in strijd met de zorgplicht. Door de lichtvaardige beantwoording van de door de assurantietussenpersoon gestelde vragen heeft verzekerde echter zelf bijgedragen aan de schade. Na toepassing van de billijkheidscorrectie blijft 20% van de schade voor rekening van de verzekerde.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 400
Burgerlijk Wetboek Boek 7 401
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 2, p. 90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/440869 / HA ZA 13-1336

Vonnis van 24 december 2014

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

AURORA INVESTMENTS ESTATE LTD.,

gevestigd te Douglas, Isle of Man,

eiseres,

advocaat mr. E.C.G. Klinkhamer,

tegen

de commanditaire vennootschap

AON NEDERLAND C.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. C.W.M. Lieverse.

Partijen zullen hierna Aurora en Aon genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 30 april 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 oktober 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Aurora heeft in oktober 2009 van [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) een zeewaardig jacht gekocht, de “Uisge Beatha” genaamd. De[schip] is niet onder klasse gebouwd.

2.2.

Aurora is een financiële holding. Het beleid van Aurora wordt bepaald door de schipper van de[schip], [schipper], en [bemanning], die tevens de bemanning van het jacht waren.

2.3.

Aon heeft als assurantiemakelaar op 4 oktober 2010 een cascoverzekering bij Amlin Corporate Insurance NV (hierna: Amlin) afgesloten ten behoeve van de uitbrengreis van de[schip] naar de Middellandse Zee. [bedrijf] was de verzekeringnemer.

2.4.

Op 17 november 2010, na de overdracht van het jacht aan Aurora, heeft Aon een “evidence of insurance” afgegeven aan Aurora, als verzekeringnemer, waarin staat vermeld dat de[schip] bij Amlin is verzekerd vanaf 16 november 2010 tot en met 15 november 2011. De looptijd van de verzekering is later twee keer voor een periode van een jaar verlengd.

2.5.

Op 10 januari 2011 heeft Aon namens Amlin de polis toegezonden aan Aurora. In de bijbehorende polisvoorwaarden staat het volgende vermeld:

“ Warranty: The vessel is to be fully classed by a classifcation society that is an IACS member.”

Deze clausule stond niet in de polis die is opgemaakt ten behoeve van de uitbrengreis.

Op de verzekeringsovereenkomst is blijkens de polis het recht van Engeland en Wales van toepassing.

2.6.

Op 5 maart 2012 heeft mevrouw [betrokkene1] van Aon een email gestuurd aan de bemanning van de[schip] (mevrouw [bemanning]) met de volgende inhoud:

“(…)

With respect to the P&I insurance, the club will issue a new certificate of insurance for which they require the following information:

- Name and address Registered Owner

- Class and class authority (name and address)”.

Diezelfde dag heeft [betrokkene1] de volgende email gestuurd aan de bemanning van de[schip]:

“Hi Liz,

Thanks for your swift reply and good to hear you arrived safely. Please could you provide us with the class details of the yacht?”

[bemanning] heeft als volgt per email gereageerd:

“Class ; Sloop sailing yacht, pleasure craft?”

Naar aanleiding van deze email heeft [betrokkene1] telefonisch contact opgenomen met [bemanning] en daarna de volgende email gestuurd:

“Thanks, but class is the registration of the yacht. For example is this via Bureau Veritas, Lloyds Register, Germanischer Lloyd, other?”

Hierop heeft [bemanning] de volgende email aan [betrokkene1] gestuurd:

“Germanische Lloyds”.

2.7.

Op 14 juni 2013 is de[schip] door brand verloren gegaan. Amlin heeft geen dekking verleend en is niet tot uitkering onder de cascoverzekering overgegaan.

3 Het geschil

3.1.

Aurora vordert – samengevat – veroordeling van Aon tot betaling van

€ 5.000.000,- en GBP 64.176,45, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Aurora legt daaraan het volgende ten grondslag. Aon heeft als assurantietussenpersoon/makelaar een cascoverzekering afgesloten en heeft daarbij de voor haar geldende zorgplicht geschonden door Aurora niet te wijzen op de in de polisvoorwaarden vastgelegde voorwaarde voor dekking dat er een geldige classificatie is. Aon heeft niet gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar.

Aon heeft daarnaast gehandeld in strijd met artikel 4:23 Wet Financieel Toezicht (WFT) door Aurora niet te wijzen op de verplichting tot het verkrijgen van een geldig klassecertificaat.

Voorts beroept Aurora zich op dwaling, misleidende informatie en onrechtmatige daad.

3.3.

Aon concludeert tot afwijzing van de vordering en voert daartoe het volgende aan. I Aon heeft haar zorgplicht niet geschonden. De classification warranty stond vanaf het begin in de polis. Aon hoefde Aurora hier niet apart op te wijzen. [bedrijf], een professionele partij, was nauw betrokken bij de totstandkoming van de polis en die kennis kan aan Aurora worden toegerekend. Aurora is eveneens een professionele partij.

II Indien er al sprake is van schade doet Aon een beroep op eigen schuld van Aurora. In maart 2012 heeft Aon navraag gedaan bij Aurora welke klassebureau de[schip] had geclassificeerd waarop Aurora ten onrechte heeft gemeld dat de[schip] is geclassificeerd door Germanischer Lloyd.

III Er staat niet vast dat Aurora schade heeft geleden nu Aurora niet heeft onderzocht of Amlin terecht dekking heeft geweigerd onder de polis.

IV Aurora heeft niet voldaan aan de schadebeperkingsplicht door geen actie te ondernemen richting Amlin.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De maatstaf die moet worden gehanteerd bij de bepaling van de omvang van de zorgplicht die een assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever dient te betrachten, is die wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Voornoemde zorgplicht vergt een actieve en voortdurende bemoeienis door de assurantietussenpersoon met alle tot zijn portefeuille behorende verzekeringen teneinde te bewerkstelligen dat de belangen van zijn opdrachtgever ter zake van elk van die verzekeringen steeds adequaat zijn gediend (HR 10 januari 2003, NJ 2003/375).

4.2.

Vaststaat dat Aon Aurora niet heeft gewezen op de in de polis vermelde classification warranty en niet heeft gecontroleerd of voor het verzekerde object, de[schip], een classification warranty was afgegeven. Dit terwijl Aon zelf aanvoert dat de classification warranty in dit geval niet in de polis had mogen staan en ongebruikelijk is. Van een assurantietussenpersoon mag verwacht worden dat hij de verzekerde wijst op een ongebruikelijke clausule en ook controleert of de verzekerde aan de voorwaarden kan voldoen en heeft voldaan. Nu de[schip] niet onder klasse is gebouwd, had van meet af aan duidelijk kunnen zijn dat aan de classification warranty niet was voldaan. Dat de verzekering is doorgesproken met een vertegenwoordiger van [bedrijf], welk bedrijf namens Aurora de contacten met Aon in het kader van het afsluiten van de verzekering heeft onderhouden, en [bedrijf] door Aon werd beschouwd als een professionele wederpartij, doet

– wat er zij van de deskundigheid van [bedrijf] als het gaat om verzekeringen als de onderhavige – aan deze zorgverplichting van Aon jegens Aurora – als verzekeringnemer met betrekking tot de verzekering die van kracht was met ingang van 16 november 2010 – niet af.

Aon mocht er niet van uitgaan dat Aurora – waarvan niet is gebleken dat zij specifieke deskundigheid had als het gaat om verzekeringen als die waarvan hier sprake is – wel wist wat de clausule inhield. Van Aon mocht – mede gelet op de grote financiële belangen die er voor Aurora in het geding waren en de (mogelijke) gevolgen van het niet naleven van de clausule – verwacht worden dat zij Aurora op bestaan en inhoud van de betreffende clausule wees en controleerde of aan de clausule was voldaan. Zij had ook geen genoegen mogen nemen met de (foutieve) informatie die zij op 5 maart 2012 van Aurora ontving en moeten aandringen op toezending van een kopie van het classificatiecertificaat althans inzage daarin moeten verlangen. Dat alles heeft Aon nagelaten. Zij heeft dan ook niet voldaan aan haar zorgplicht.

4.3

Aon heeft betwist dat Aurora schade lijdt, nu niet vast staat dat Amlin terecht dekking heeft geweigerd en Aurora zich onvoldoende heeft ingespannen om dekking onder de polis te verkrijgen. Indien Amlin immers dekking zou (moeten) verlenen, lijdt Aurora geen schade. De vraag of Amlin al dan niet dekking dient althans had dienen te verlenen kan thans nog niet beantwoord worden. Over dit punt hebben partijen zich nog onvoldoende uitgelaten. Zij worden alsnog door de rechtbank in de gelegenheid gesteld hun standpunten dienaangaande, desgewenst voorzien van een advies van een deskundige op het gebied van het verzekeringsrecht van Engeland en Wales, (nader) uiteen te zetten.

4.4.

Voor het geval zou komen vast te staan dat Aurora schade lijdt voert Aon aan dat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan Aurora kan worden toegerekend nu zij verkeerde informatie over de classificatie heeft verstrekt (zie onder 2.6). Aon heeft onbetwist gesteld dat [bemanning] van Aurora op de vraag welk bureau het jacht had geclassificeerd, een naam van een classificatiebureau heeft doorgegeven en daardoor onjuiste informatie heeft verstrekt. Aurora heeft aangevoerd dat zij de vraag niet begreep en dat zij dacht dat, omdat er een Duitstalige heer aan boord was geweest, Aon wellicht de Germanischer Lloyd bedoelde. Alhoewel op de tussenpersoon een zorgplicht rust als in het voorgaande onder 4.1 aangegeven, mag van de verzekeringnemer worden verwacht dat zorgvuldig met vragen van de tussenpersoon wordt omgegaan en dat de tussenpersoon van correcte informatie wordt voorzien. Door de lichtvaardige beantwoording van de bewuste vraag door Aurora op basis van een vermoeden is Aon ten onrechte in de veronderstelling blijven/gaan verkeren dat aan de classification warranty was voldaan. Dit is een omstandigheid die aan Aurora kan worden toegerekend.

4.5.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben de fouten van enerzijds Aon en anderzijds Aurora in de verhouding 2:1 tot de schade bijgedragen. Vanwege de uiteenlopende ernst van de fouten eist de billijkheid evenwel een andere verdeling van de (eventuele) schade. Aon kan – als professionele makelaar in assurantiën – van het ontstaan van de schade naar het oordeel van de rechtbank een groter verwijt worden gemaakt dan Aurora. De rechtbank ziet daarin aanleiding te bepalen dat van de (eventuele) schade 20% voor rekening van Aurora dient te blijven.

4.6.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 februari 2015 voor het nemen van een akte door Aurora over hetgeen is vermeld onder 4.3, waarna Aon op de rol van zes weken daarna een antwoordakte kan nemen,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman, mr. A. Boer en mr. R.C. Verschuur en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2014.

1629/2537/2323