Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2014:10038

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-12-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
10/680276-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor 2x poging diefstal muntenautomaten, 5x diefstal inhoud muntenautomaten bij ABN AMRO. Twee feiten zelfstandig bewezen en overige feiten aan de hand van schakelbewijs en modus operandi bewezen verklaard. Verdachte is met medeverdachten op voorverkenning gegaan langs banken met muntenautomaten, zij hebben gebruik gemaakt van een specifieke manier van inbreken. Gevangenisstraf van 21 maanden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/680276-13

Datum uitspraak: 10 december 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[adres en woonplaats]

raadsman mr. Y. Taghi, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 19 september 2013, 5 december 2013, 25 juli 2014 en 26 november 2014.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. T.H. Slieker heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1. tot en met 7. ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) ter hoogte van een bedrag van € 5.542,35;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij G4S Cash Solutions ter hoogte van € 50.903,25;

- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1. tot en met 7. ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op of omstreeks 17 mei 2013 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 6.359,20 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 13 mei 2013 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 6.566,55 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 27 mei 2013 te Oosterhout ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) in een bank weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die muntenautoma(a)t(en) in die bank te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met voornoemd oogmerk, - (met een breekijzer) een deur heeft/hebben geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 15 mei 2013 te Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) in een bank weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die muntenautoma(a)t(en) in die bank te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met voornoemd oogmerk, - (met een breekijzer) een raam heeft/hebben geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2013 tot en met 29 april 2013 te Tilburg, tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 11.375 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 3 mei 2013 te Waalwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 12.073,40 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7.

hij op of omstreeks 8 mei 2013 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 14.532,50 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De bewijsmiddelen en de voor de bewezenverklaring redengevende inhoud daarvan zijn weergegeven in de aan dit vonnis gehechte bijlage II. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

NADERE BEWIJSOVERWEGINGEN

Modus operandi

De rechtbank stelt vast dat bovenstaande feiten zich allen kenmerken door het gebruik van dezelfde modus operandi.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich gericht op filialen van de ABN AMRO met muntrolautomaten. Voorafgaand aan de inbraken hebben verdachte en zijn medeverdachten voorverkenningen uitgevoerd bij meerdere bankfilialen van de ABN AMRO, verspreid over een groot gebied. Alle bezochte bankfilialen bleken te beschikken over muntrolautomaten. Bij de voorverkenningen en de inbraken werd telkens gebruik gemaakt van één dan wel twee auto’s. Tijdens de inbraken zijn verdachte en zijn medeverdachten zeer gericht te werk gegaan. Hun aandacht is uitsluitend uitgegaan naar de inhoud van de aanwezige muntrolautomaten. Andere goederen in de bankfilialen hebben zij ongemoeid gelaten. Volgens de verklaring van een medewerker bij de afdeling Security & Intelligence Management van de ABN AMRO is een dergelijke inbraak gericht op verbreking van de muntrolautomaten voor de inbraak in het filiaal in Tilburg eind april 2013 niet eerder voorgekomen en is het na 17 mei 2013 ook niet meer voorgekomen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben bij de inbraken een manier van inbreken gehanteerd waardoor in de meeste gevallen het alarm niet is afgegaan op het moment dat zij de inbraak pleegden. Uit de stills van de camerabeelden blijkt dat dit in ieder geval omvat ‘tijgeren over de vloer’. Voor het vervoeren van het geld uit de muntrolautomaten werd gebruik gemaakt van trolleytassen, die verdachte en/of zijn mededaders al tijgerend voor zich uit schoven over de vloer van het bankfiliaal. Dergelijke trolleytassen zijn door verbalisanten tevens aangetroffen bij de ABN AMRO in Meppel en in de woningen waar medeverdachten van verdachte hun verblijfplaats hadden. Verdachte en zijn medeverdachten droegen voorts tijdens de inbraken bivakmutsen en handschoenen. Tenslotte blijkt uit de camerabeelden en werktuigspooronderzoeken dat verdachte en zijn medeverdachten bij de inbraken zowel voor wat betreft het zich toegang verschaffen tot de ABN AMRO filialen als het openen van de muntrolautomaten gebruik hebben gemaakt van breekijzers.

Voertuigen

Verdachte en zijn medeverdachten hebben in de tenlastegelegde periode gebruik gemaakt van verschillende voertuigen. Zij maakten met name gebruik van een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken 1] (op naam van de moeder van verdachte) en een Skoda Fabia met kenteken [kenteken 2] (op naam van de moeder van medeverdachte [medeverdachte 1]). Daarnaast hebben zij onder meer gebruik gemaakt van een Ford Fiesta met kenteken [kenteken 3]. Vanaf 11 mei 2013 was op de Skoda Fabia een peilbaken geplaatst en vanaf 27 mei 2013 op de Volkswagen Polo. Naast deze peilbakengegevens is in het onderhavige onderzoek gebruik gemaakt van door het bedrijf ARS verstrekte gegevens van kentekenregistraties. Ook is de Skoda Fabia verschillende keren geobserveerd.

Verblijfadres verdachte

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niet stond ingeschreven op het adres aan het [adres 1] te Tilburg en daar dus ook niet woonde. Verdachte woonde aan de [adres 2] te Tilburg. Het huis was weliswaar leeg, maar hij verbleef daardoor soms bij zijn moeder aan het [adres 1], maar vaker bij zijn vriendin, aldus de verdediging.

De rechtbank overweegt in dit kader dat verbalisanten onderzoek hebben gedaan naar het verblijfadres van verdachte en dat zij hebben geconstateerd dat de woning aan de [adres 2] te Tilburg leeg stond, hetgeen ook overigens wordt erkend door de verdediging. Nu de verdediging haar stelling dat verdachte vaker bij zijn vriendin verbleef dan bij zijn moeder niet met concrete gegevens heeft onderbouwd en uit de gegevens van het peilbaken van de Skoda Fabia en de Volkswagen Polo het tegendeel volgt, komt het de rechtbank ongeloofwaardig voor dat verdachte in de periode dat de ten laste gelegde feiten zijn gepleegd, verbleef bij zijn vriendin. Verdachte is immers meerdere malen gezien op camerabeelden van tankstations, dan wel bij aanhoudingen, nadat daarvoor met de desbetreffende voertuigen is gestopt bij het [adres 1] te Tilburg. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Feit 1 (Rijen)

Op 16 mei 2013 tussen 21:48 uur en 22:17 uur worden bij meerdere tankstations de Skoda Fabia met verdachte en [medeverdachte 1] als inzittenden en de Volkswagen Polo met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] als inzittenden gezien. Uit de peilbakengegevens van de Skoda Fabia blijkt dat in de avond van 16 mei 2013 en de nacht van 17 mei 2013 met de auto naar meerdere bankfilialen van de ABN AMRO in verschillende plaatsen is gereden, waarna vervolgens tussen 03:06 uur en 04:12 uur de auto in Rijen geparkeerd stond. Tussen 22:41 uur en 22:51 uur zijn er diverse korte stops gemaakt bij een ABN AMRO filiaal in Geldrop, tussen 23:10 uur en 23:17 uur bij een ABN AMRO filiaal te Valkenswaard, tussen 23:37 uur en 23:43 uur bij een ABN AMRO filiaal te Weert, tussen 00:19 uur en 00:20 uur bij een zijstraat nabij een ABN Amro filiaal te Venlo en tussen 02:35 uur en 02:43 uur bij een ABN AMRO filiaal in Oosterhout. Uit de ontvangen ARS gegevens is gebleken dat de Skoda Fabia en de Volkswagen Polo de gehele avond en nacht kort achter elkaar dezelfde ARS camera’s op die route zijn gepasseerd.

Uit het voorgaande volgt dat de beide auto’s tussen het stoppen bij het tankstation en het moment van de inbraak te Rijen een route hebben afgelegd langs verschillende ABN AMRO filialen. Het betoog van de verdediging dat nergens uit blijkt dat verdachte zich op dat moment in de Skoda Fabia bevond, wordt niet gevolgd. Dat dit het geval was blijkt immers uit de beschrijving van de camerabeelden van het Shell station van die avond, zoals zich dat in het dossier bevindt. Op die beelden wordt gezien dat verdachte op 16 mei 2013 te 22:16 uur instapt als bijrijder van de Skoda en dat de Skoda vervolgens wegrijdt.

Nadat blijkens de peilbakengegevens de Skoda Fabia tussen 03:06 en 04:12 uur stil heeft gestaan op de Pastoor Gillisstraat te Rijen, is de Skoda terug naar Tilburg gereden. Hierbij is eerst een stop gemaakt bij de verblijfplaats van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] en vervolgens is gereden door de Keldermansstraat te Tilburg, nabij de verblijfplaats van [medeverdachte 2]. Tenslotte is gestopt bij de verblijfplaats van [medeverdachte 1].

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen is de rechtbank dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

Feit 4 (Meppel)

Uit de ARS-gegevens blijkt dat de Ford Fiesta tezamen met de Volkswagen Polo nabij Rosmalen op 15 mei 2013 om 01:30 uur is gesignaleerd richting Meppel. Daarbij komt dat verdachte met [medeverdachte 1] in de Ford Fiesta in diezelfde nacht om 04:35 uur is aangehouden op de A40 in de richting van ´s-Hertogenbosch, zonder dat zij voor hun aanwezigheid aldaar naar het oordeel van de rechtbank een logische verklaring hebben kunnen geven. De tijdschema´s van de ARS-gegevens met betrekking tot de Ford Fiesta en de Volkswagen Polo en het tijdstip van de aanhouding van verdachte en [medeverdachte 1] in de Ford Fiesta past bij de tijd die de camera van het ABN AMRO filiaal te Meppel heeft geregistreerd ten aanzien van de inbraak.

Voorts zijn bij de doorzoeking van de woningen waar [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en verdachte verbleven hetzelfde model en merk tassen aangetroffen als de tas die is achtergelaten bij de (poging) inbraak te Meppel.

Op deze tas is een volledig DNA-profiel van verdachte aangetroffen. In dat kader heeft de verdediging aangevoerd dat het ook mogelijk is dat de tas van de medeverdachte [medeverdachte 3] is, nu er tevens een DNA-mengprofiel van [medeverdachte 3] op die tas is aangetroffen, dat de tas in de woning van de medeverdachte aan het [adres 1] te Tilburg heeft gelegen en dat verdachte op dat adres met die tas in aanraking is gekomen, waardoor zijn DNA op die tas terecht is gekomen.

De rechtbank overweegt dat het door de verdediging opgeworpen scenario een mogelijk scenario is, maar dat dit scenario niet wordt bevestigd of ondersteund door enige vorm van bewijs of bevestigend forensisch onderzoek en ook anderszins niet aannemelijk is geworden. Gelet op het late stadium waarin de verdediging met een verklaring is gekomen en het feit dat deze verklaring op geen enkele wijze wordt ondersteund, verwerpt de rechtbank dit verweer dan ook.

Op grond van voornoemde omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte betrokken is geweest bij de (poging) inbraak te Meppel.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen is de rechtbank dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 ten laste gelegde feit.

Schakelbewijs en modus operandi

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (11 januari 2000, NJ 2000, 194) is het gebruik van aan andere bewezen verklaarde, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend schakelbewijs toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal van dat andere feit dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van de te bewijzen feiten en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden zijnde bewijsmiddelen.

De rechtbank overweegt dat voor wat betreft de feiten 2, 3 en 5 tot en met 7 steeds sprake is van dezelfde modus operandi als bij de feiten 1 en 4, zoals deze hierboven is uiteengezet.
Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 5 tot en met 7 overweegt de rechtbank dat de tijdschema’s van het peilbaken op de Skoda Fabia en voor wat betreft feit 3 het tijdschema van het peilbaken op de Volkswagen Polo en de ARS-gegevens sluiten in alle tenlastegelegde zaken naadloos aan op de tijdstippen waarop die (pogingen tot) inbraken zijn geregistreerd volgens de in die filialen aanwezige beveiligingscamera’s. Naast het feit dat voornoemde auto’s bij de inbraken betrokken zijn, kan verdachte met drie medeverdachten gekoppeld worden aan het gebruik van die auto’s. Zo valt op dat blijkens de peilbakengegevens zowel op de heen- als de terugweg van de inbraken het verblijfadres van verdachte wordt aangedaan. Voorts is verdachte op 7 mei 2013 bij een controle door de politie in Gorinchem aangehouden, terwijl hij in de Skoda Fabia zat samen met medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. Ten tijde van deze controle hadden twee medeverdachten een bivakmuts in hun kleding verstopt en lagen er in de auto een tweetal handschoentjes en lege boodschappentrolleys. Daarnaast is verdachte op de eerder genoemde camerabeelden op 16 mei 2013 als bijrijder van de Skoda Fabia herkend. Tevens acht de rechtbank van belang dat verdachte, weliswaar in een andere auto, namelijk een Volkswagen Golf, maar wel in gezelschap van zijn drie medeverdachten op 28 mei 2013 in de nabijheid van een ABN AMRO in Harderwijk is gecontroleerd. Ten tijde van deze controle is in de auto een handgeschreven briefje gevonden met adressen van ABN AMRO filialen, hetgeen sterk doet vermoeden dat dit is gebruikt bij voorverkenningen. Voorts is er in de auto van de zus van [medeverdachte 2] een TomTom navigatiesysteem in beslag genomen, die blijkens het sms-bericht van verdachte aan [medeverdachte 1] ook gebruikt werd door verdachte en zijn mededaders. In het navigatiesysteem zijn vijf adressen van ABN AMRO filialen gevonden die meerdere malen zijn ingevoerd, waaruit de rechtbank afleidt dat de TomTom eveneens is gebruikt voor voorverkenningen. Uit het peilbaken van de Skoda Fabia en de ARS-gegevens volgt dat verdachte met zijn mededaders voorafgaand aan de inbraak bij het ABN Amro filiaal te Rijen op 17 mei 2013 ook verschillende bankfilialen hebben bezocht.

Daarnaast zijn er door [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en de moeder van [medeverdachte 3] en verdachte grote bedragen aan muntgeld gestort en zijn er bij huiszoekingen bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en verdachte inbrekerswerktuigen aangetroffen. In de woning waar verdachte en [medeverdachte 3] verbleven zijn tevens diverse muntrollen met het logo G4S aangetroffen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt een gang van zaken, waaronder begrepen de context waarbinnen en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, die op essentiële punten overeenkomt met de redengevende feiten en omstandigheden van de bewezen verklaarde feiten 1 en 4. De in de bewijsmiddelenbijlage opgenomen bewijsmiddelen ten aanzien van deze feiten zullen als schakelbewijs tot het bewijs van de overige tenlastegelegde feiten bijdragen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat in onderling verband en samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2, 3 en 5 tot en met 7 ten laste gelegde feiten.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

5

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

6

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

7

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan vijf bedrijfsinbraken en twee pogingen tot bedrijfsinbraken, waarbij een grote hoeveelheid geld van in totaal € 50.903,25 is weggenomen. De getroffen ondernemers hebben, naast het verlies van dit geld, ook te kampen gehad met een verstoring van hun normale bedrijfsvoering, met alle schade, overlast en frustratie van dien. Verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van geruime duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 oktober 2014 reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank weegt voorts strafverzwarend mee dat verdachte en zijn mededaders zeer planmatig te werk zijn gegaan en in zeer kort tijdsbestek, bijna iedere avond op pad zijn gegaan om bedrijfsinbraken te plegen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJEN / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: G4S Cash Solutions, gevestigd te Utrecht, ter zake van de onder 1. tot en met 3. en 5. tot en met 8. tenlastegelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 50.903,25 aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1. tot en met 3. en 5. tot en met 8. bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks schade is toegebracht en verdachte de vordering van de benadeelde partij niet heeft betwist, zal deze worden toegewezen.

Voorts heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd: ABN AMRO, gevestigd te Amsterdam, ter zake van het onder 1. tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 5.542,35 aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1. bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht en verdachte de vordering van de benadeelde partij niet heeft betwist, zal deze worden toegewezen.

Nu verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd. Het vorenstaande laat onverlet dat de verdachte en zijn mededaders onderling voor gelijke delen in de schadevergoeding moeten bijdragen, tenzij de billijkheid een andere verdeling vordert.

Nu de vordering van de benadeelde partijen G4S en ABN AMRO zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 24c, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1. tot en met 7. ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

wijst de vordering van de benadeelde partij G4S Cash Solutions, gevestigd te Utrecht toe tot een bedrag van € 50.903,25 (zegge: vijftigduizendnegenhonderdendrie euro en vijfentwintig cent), bestaande uit materiële schade en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

wijst de vordering van de benadeelde partij ABN AMRO Bank, gevestigd te Amsterdam toe tot een bedrag van € 5.542,35 (zegge: vijfduizendvijfhonderdentweeënveertig euro en vijfendertig cent), bestaande uit materiële schade en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partijen G4S en ABN AMRO gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen te betalen € 56.445,60 (zegge: zesenvijftigduizendvierhonderdenvijfenveertig euro en zestig cent);

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van

€ 56.445,60 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 306 dagen;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A.M.J. Janssen, voorzitter,

en mrs. P. Putters en M.C. Snel-van den Hout, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.S.M. Alberti, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 december 2014.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van 10 december 2014

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 mei 2013 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een muntenautomaat heeft weggenomen een

geldbedrag (ongeveer 6.359,20 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan ABN AMRO Bank , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 13 mei 2013 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag

(ongeveer 6.566,55 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 27 mei 2013 te Oosterhout ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit (een) muntenautoma(a)t(en) in een bank weg te nemen geld, geheel of ten

dele toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

muntenautoma(a)t(en) in die bank te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met voornoemd oogmerk, - (met een breekijzer) een deur heeft/hebben geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 15 mei 2013 te Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een)

muntenautoma(a)t(en) in een bank weg te nemen geld, geheel of ten dele

toebehorende aan ABN AMRO Bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

muntenautoma(a)t(en) in die bank te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met

voornoemd oogmerk, - (met een breekijzer) een raam heeft/hebben geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2013 tot en met 29 april 2013 te Tilburg, tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een)

muntenautoma(a)t(en) heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 11.375 euro),

in elk geval enig goed,geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

6.

hij op of omstreeks 3 mei 2013 te Waalwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en)

heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 12.073,40 euro), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

7.

hij op of omstreeks 8 mei 2013 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een) muntenautoma(a)t(en)

heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 14.532,50 euro), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan ABN AMRO Bank , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming.