Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA3159

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-06-2013
Datum publicatie
14-06-2013
Zaaknummer
10-810229-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor een overval op een hotel in Vlaardingen tot een gevangenisstraf van drie jaren. Het beroep op bewijsuitsluiting van de verdediging vanwege mogelijke gebreken bij het DNA-onderzoek wordt door de rechtbank verworpen, evenals het geschetste alternatieve scenario.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 3

parketnummer: 10/810229-12

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 juni 2013

in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren te [plaats] (Koeweit) op [1989],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Rotterdam, locatie Hoogvliet, te Rotterdam,

hierna: verdachte.

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 31 mei 2013.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

2 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit bewezen en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair heeft de raadsvrouw een strafmaatverweer gevoerd.

4 De bewijsbeslissing

4.1 Beroep op bewijsuitsluiting

De verdediging heeft betoogd dat het aangetroffen spoor op het vest van aangeefster [aangeefster] en de daarop gegrondveste onderzoekresultaten van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) niet gebezigd mogen worden tot bewijs.

De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het NFI-rapport vermeldt dat bij het onderzoek is geconstateerd dat de verpakking van het vest licht was beschadigd. Volgens de verdediging wijst deze beschadiging er op dat het vest kennelijk niet op de juiste wijze is veiliggesteld, waardoor er contaminatie van de biologische sporen kan zijn opgetreden. DNA is kwetsbaar en zeer gevoelig voor vocht, warmte en direct zonlicht, aldus de raadsvrouw. Indien DNA aan voornoemde invloeden is blootgesteld, dan dient er rekening mee te worden gehouden dat DNA kan zijn afgebroken of de kwaliteit hiervan is afgenomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het vest van aangeefster is op 15 mei 2012 veiliggesteld en voorzien van het SINnummer AAET3647NL (proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2012, documentcode 1205150115.AMB in het proces-verbaal van politie met nummer PL-17-R2 432/2012, pagina 22 en de kennisgeving van inbeslagneming). De veiliggestelde sporendrager is vervolgens op 18 september 2012 ter onderzoek aangeboden aan het NFI (proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2012, documentcode 1211100001.NFI). Het rapport van het NFI d.d. 13 februari 2013 (zaaknummer 2012.10.12.044) vermeldt dat bij het onderzoek is geconstateerd dat de verpakking van het vest AAET3647NL licht beschadigd is. Desondanks is het vest onderworpen aan een DNA-onderzoek.

Bij dit DNA-onderzoek is een combinatie van DNA-kenmerken afgeleid van een mannelijke celdonor. Deze combinatie van afgeleide DNA-kenmerken is op 31 oktober 2012 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken om vergeleken te worden met daarin aanwezige DNA-profielen. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. Dit betekent volgens het NFI dat verdachte één van de celdonoren kan zijn van het celmateriaal in een van de bemonsteringen van het vest. De berekende frequentie van de combinatie van afgeleide DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de enkele omstandigheid dat bij het DNA-onderzoek werd geconstateerd dat de verpakking van het vest licht was beschadigd, niet aannemelijk geworden dat er mogelijke sprake is geweest van contaminatie van DNA-sporen. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat het vest op 15 mei 2012 is veiliggesteld en dat de bij het DNA-onderzoek afgeleide DNA-kenmerken op 31 oktober 2012 zijn opgenomen in de databank, waarna een match is gevonden met het DNA-profiel van verdachte. De aanhouding van verdachte vond pas maanden later plaats. Gelet hierop is het onmogelijk dat de match met het DNA-profiel van verdachte het gevolg zou kunnen zijn van een eventuele contaminatie van sporen in de periode vanaf het veiligstellen van het vest tot de dag van de aanhouding van verdachte.

Bovendien is, gelet op de inhoud van het NFI-rapport van 13 februari 2013, op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat het DNA in de bemonstering van het vest van aangeefster zou zijn afgebroken of de kwaliteit hiervan zou zijn afgenomen.

Voorts is verdachte van mening dat zijn DNA tijdens zijn eerdere bezoeken in het hotel op het vest terecht is gekomen. Volgens de verdediging is het niet uitgesloten dat het vest van aangeefster tijdens haar werk of bezoek in het hotel aan de kapstok of over een stoel heeft gehangen en verdachte op deze wijze in aanraking met dit vest is gekomen en, gezien zijn sterk transpirerende handen, zijn sporen op dit vest heeft achtergelaten.

De rechtbank overweegt als volgt.

Aangeefster heeft verklaard dat zij vanaf oktober 2011 tot april 2012 stage heeft gelopen in het hotel. In die periode heeft zij het later veiliggestelde vest gedragen. Als zij het vest een dag had gedragen, deed zij het vest in de wasmachine. Tot aan de dag van de overval op 15 mei 2012 is het vest meerdere malen gewassen (proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 13 mei 2013, documentcode 1305131540.A). Uit onderzoek is gebleken dat verdachte in de stageperiode van aangeefster eenmaal in het hotel heeft overnacht, te weten in de nacht van 29 op 30 oktober 2011 (proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 mei 2013, documentcode 1305130945.AMB). Aangeefster heeft haar kleding nooit uitgeleend en buiten de dader van de overval heeft nooit iemand haar beetgepakt bij de nek of hals of de kraag van haar vest. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij tijdens haar werkzaamheden nooit fysiek contact heeft gehad met klanten en bezoekers van het hotel (proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 2 april 2013, documentcode 1304021125.A). Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank geen enkel aanknopingspunt voor het door de verdediging geschetste alternatieve scenario.

Het beroep op bewijsuitsluiting wordt verworpen.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op 15 mei 2012 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, toebehorende aan

[slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en [aangeefster],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken ,

en

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot

de afgifte van geld (240 euro ) , toebehorende aan

[BV] , welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- die [slachtoffer] naar de grond duwen, en

- die [slachtoffer] meermalen met een op een vuurwapen

gelijkend voorwerptegen het hoofd slaan,

en

- die [slachtoffer] met een voorwerp

in de rug prikken, en

- tonen en/of voorhouden van een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer] en [aangeefster], en

- die [aangeefster] vastpakken en meesleuren en op de grond gooien, en

- die [aangeefster] meermalen een voorwerp tegen het hoofd

drukken, en

- (daarbij) die [aangeefster] toevoegen van de woorden :

* "geef me je mobiel, waar is je mobiel", en

*"als je nog een keer beweegt maak ik je vriend dood", en

- (daarbij) die [slachtoffer] toevoegen van (de) woorden (van de strekking):

* "dit is een overval, lopen, lopen, lopen", en

* "waar is de kluis, geef me de kluis, maak hem open", en

* "ga op de grond liggen", en

* "blijf liggen, niet kijken, niet bewegen", en

* "waar is nog meer geld, ik wil meer geld", en

* "telefoons, waar zijn de telefoons".

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.4 Nadere bewijsoverweging

Naast de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring neemt de rechtbank in aanmerking dat zij op de ter terechtzitting getoonde camerabeelden heeft waargenomen op welke plekken van het vest een van de daders van de overval aangeefster heeft vastgepakt en meegesleurd. Dit komt overeen met de plekken die voor het DNA-onderzoek zijn bemonsterd en waaruit uiteindelijk de match met het DNA-profiel van verdachte is gekomen.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

VOORTGEZETTE HANDELING VAN:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN OF GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

EN

AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 De redenen die de straf hebben bepaald

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen op 15 mei 2012, in de nachtelijke uren, een hotel in Vlaardingen overvallen. Met fysiek geweld en onder bedreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp werden personeelsleden van het hotel gedwongen om geld af te geven. Daarnaast werd een mobiele telefoon weggenomen.

Het spreekt voor zich dat deze overval voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Hierbij heeft verdachte in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen.

Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) wordt, voor iemand die voor het eerst met de strafrechter in aanraking komt en alleen opereert, voor een dergelijke overval een uitgangspunt van twee tot drie jaren gevangenisstraf gehanteerd, afhankelijk van het toegepaste geweld. Voor medeplegen, zoals in deze zaak bewezen is verklaard, wordt een opslag toegepast.

Voor wat betreft de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden heeft de rechtbank in het bijzonder acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 mei 2013, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig voor diefstal en geweldsdelicten is veroordeeld. De rechtbank zal hier in strafverzwarende zin rekening mee houden.

Psycholoog drs. R.K.F. Lemmens heeft op 13 mei 2013 gerapporteerd dat gesproken kan worden van een dreigende ontwikkeling in de richting van een antisociale persoonlijkheidsstoornis bij verdachte en dat reclasseringstoezicht wenselijk lijkt. De reclassering heeft gerapporteerd dat geen uitspraak kan worden gedaan over het recidiverisico en dat verdachte niet wenst mee te werken aan een eventuele sanctie. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard geen hulp van de reclassering nodig te hebben.

De rechtbank ziet daarom geen ruimte voor het opleggen van reclasseringstoezicht en zal verdachte, mede gelet op zijn justitieel verleden, veroordelen tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

8 De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf berust op de artikelen 56, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 5 vermelde strafbare feit oplevert;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Mourik, voorzitter, mr. G.J. Schiffers-Hanssen en mr. B.M.R.M. Edelhauser-van Vlijmen, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2013.

Mr. Edelhauser-van Vlijmen is door afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 15 mei 2012 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (240 euro of daaromtrent of daaromtrent) en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [BV] en/of

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] en/of [aangeefster],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot

de afgifte van geld (240 euro of daaromtrent) en/of een mobiele telefoon, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk)

[BV] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- die [slachtoffer] naar de grond duwen, en/of

- die [slachtoffer] meermalen met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, althans een (hard) voorwerp op/tegen het hoofd slaan,

en/of

- die [slachtoffer] met een schroevendraaier, althans een scherp/puntig voorwerp

in de rug prikken, en/of

- tonen en/of voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer] en/of [aangeefster], en/of

- die [aangeefster] vastpakken en/of meesleuren en/of op de grond gooien/duwen, en/of

- die [aangeefster] meermalen, althans éénmaal, een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, althans enig voorwerp tegen het hoofd

drukken/duwen, en/of

- (daarbij) die [aangeefster] toevoegen van (de) woorden (van de strekking):

* "waar is de kluis" en/of "waar is de kluissleutel", en/of

* "geef me je mobiel, waar is je mobiel", en/of

*"als je nog een keer beweegt maak ik je vriend dood", en/of

- (daarbij) die [slachtoffer] toevoegen van (de) woorden (van de strekking):

* "dit is een overval, lopen, lopen, lopen", en/of

* "waar is de kluis, geef me de kluis, maak hem open", en/of

* "ga op de grond liggen", en/of

* "blijf liggen, niet kijken, niet bewegen", en/of

* "waar is nog meer geld, ik wil meer geld", en/of

* "telefoons, waar zijn de telefoons";

(artikel 312/317 van het Wetboek van Strafrecht);

Parketnummer: 10/810229-12

Vonnis d.d. 13 juni 2013