Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA2952

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
C-10-175592 - HA ZA 02-965
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Actieve legitimatie bij cognossementsvervoer naar Belgisch recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2015/87
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/175592 / HA ZA 02-965

Vonnis van 8 mei 2013

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

[eiser 1],

gevestigd te Kortrijk-Aalbeke (België),

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

[eiser 2],

gevestigd te Schoten (België),

eiseressen,

advocaat mr. E.A. Bik,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NILE DUTCH AFRICA LINE BV,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M. Verhagen.

Partijen zullen hierna [eiser 1], [eiser 2] en Nile Dutch genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 februari 2013

- het proces-verbaal van comparitie van 22 maart 2013.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij vonnis van 28 april 2004 is een deskundigenonderzoek bevolen ter beantwoording van vragen die – kort gezegd – gericht zijn op de vaststelling of [eiser 1] en [eiser 2] in deze zaak naar Belgisch recht (actief) gelegitimeerd zijn om schadevergoeding te vorderen van Nile Dutch als vervoerder onder de cognossementen.

Als deskundige werd mr. [A] te Antwerpen benoemd. Door hem is geen deskundigenbericht uitgebracht. Bij vonnis van 27 februari 2013 heeft de rechtbank geconcludeerd dat het [eiser 1] en [eiser 2] niet lukt om een (andere) deskundige voor te stellen en dat de rechter de inhoud van het Belgisch recht thans ambtshalve zal gaan vaststellen.

2.2. Tijdens de comparitie zijn partijen in de gelegenheid gesteld om te reageren op een artikel van prof. dr. [A] uit 2007 over de vorderingsgerechtigdheid van de lading-belanghebbende tegen de zeevervoerder. Prof. [A] schrijft in dit artikel dat het Belgische Hof van Cassatie (bij herhaling) de klassieke stelling aanhangt, dat in artikel 89 Zeewet wordt bepaald dat het recht op aflevering van de vervoerde zaken uitsluitend aan de cognossementshouder toekomt en dat daaruit logischerwijs volgt dat alleen de cognosse-mentshouder een vordering tot schadevergoeding wegens beschadiging, verlies of vertraging kan instellen. Van deze regel wordt alleen afgeweken om de verscheper, die geen houder (meer) is van het cognossement, toe te laten om te vorderen op grond van de tussen hem en de vervoerder gesloten bevrachting, op voorwaarde dat de goederen voor zijn risico werden vervoerd, hij de derde cognossementhouder, koper van de goederen, schadeloos heeft gesteld, en de cognossementhouder aldus zelf geen vordering tot schadevergoeding instelt.

2.3. Blijkens hun uitlatingen ter comparitie interpreteren partijen het artikel van [A] op dezelfde manier. Aan [eiser 1] en [eiser 2] zijn geen nadere uitspraken van het Hof van Cassatie bekend. Volgens Nile Dutch wordt de lijn van het Hof van Cassatie inmiddels ook gevolgd door de lagere Belgische rechtspraak. De rechtbank stelt de inhoud van het Belgische recht thans vast overeenkomstig het hierboven weergegeven gedeelte uit het artikel van prof. [A].

2.4. Reeds in het vonnis van 28 april 2004 is aangenomen dat [eiser 1] en [eiser 2] de onderhavige vordering niet instellen als recht- en regelmatig houders van de cognossementen doch als werkelijk ladingbelanghebbenden. Aangezien [eiser 1] en [eiser 2] op de comparitie hebben verklaard dat de uitzondering die in genoemd artikel van prof. [A] wordt besproken voor de afzender niet van toepassing lijkt op de onderhavige zaak, is daarmee duidelijk geworden dat zij naar Belgisch recht niet gelegitimeerd zijn om schadevergoeding van Nile Dutch te vorderen.

2.5. De vordering zal worden afgewezen. [eiser 1] en [eiser 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nile Dutch worden begroot op:

- griffierecht € 530,00

- salaris advocaat 2.895,00 (5 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 3.425,00

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten, aan de zijde van Nile Dutch tot op heden begroot op € 3.425,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2013.

32/10