Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA2928

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
C/10/423480 / KG ZA 13-392
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De Pop-jeans en het Painted-jack kunnen worden aangemerkt als weken in de zin van artikel 10, eerste lid sub 11 Aw.

De totaalindrukken van het Painted-jack en het Audrey-jack verschillen zo weinig van elkaar, dat het Audrey-jack niet als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt.

Dit geldt niet voor de Wagner-jeans, die een andere totaalindruk wekt dan de Pop-jeans.

Als zijnde mede lex loci delicti wordt het geschil beheerst door het Nederlandse recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/423480 / KG ZA 13-392

Vonnis in kort geding van 10 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AVELON B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. M.R. de Zwaan,

tegen

1. de vennootschap naar het recht harer vestiging

LN KONFEKTION AB,

gevestigd te Malmö,

2. de besloten vennootschp met beperkte aansprakelijkheid

LN CLOTHING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

verschenen in de persoon van een vertegenwoordigingsbevoegde/directeur.

Partijen zullen hierna Avelon en LN c.s. genoemd worden. LN c.s. zal afzonderlijk worden aangeduid met respectievelijk LN Konfektion en LN Clothing.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 23 april 2013;

- de producties van Avelon;

- de pleitnota van mr. M.R. de Zwaan.

1.2. Partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 27 mei 2013. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Avelon is een Nederlandse onderneming die kleding onder de naam Avelon ontwerpt, laat produceren en verhandelt, waaronder de volgende drie kledingstukken:

- het damesjack PAINTED (hierna: het Painted-jack);

- de herenjeans POP BLACKOUT (hierna: de Pop-jeans);

- de damesjeans NEON BLACKOUT (hierna: Neon-jeans).

2.2. Onder de naam l’Ecole National wordt kleding geproduceerd en verhandeld, waaronder de volgende twee kledingstukken:

- het damesjack AUDREY (hierna: het Audrey-jack) en

- de herenjeans WAGNER (hierna: de Wagner-jeans).

2.3. Het hoofdkantoor van het concern dat l’Ecole National op de markt brengt (LN Konfektion genaamd) bevindt zich in Malmö te Zweden. L’Ecole National heeft winkels in (ondermeer) Nederland, België, Denemarken, Polen en Zweden. Daarnaast wordt de kleding verkocht via de internetsite www.lecolenational.com.

2.4. LN Clothing is een per 29 september 2011 in Nederland opgerichte onderneming, die de kleding van l’Ecole National verkoopt in haar winkel aan [adres].

3. Het geschil

3.1. Avelon vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. LN c.s. te gebieden onmiddellijk na betekening van het ten deze te wijzen vonnis,

elke inbreuk in de Europese Unie, althans in de in alinea 12 genoemde lidstaten, althans in Nederland, op het ten processe bedoelde auteursrecht van Avelon door verveelvoudiging en/of openbaarmaking van de modellen Audrey-jack en Wagner-jeans, dan wel van andere met de in alinea 2 van de dagvaarding aangeduide ontwerpen van Avelon (Painted-jack, Pop-jeans en Neon-jeans) overeenstemmende producten, te staken en gestaakt te houden;

II. LN c.s. te gebieden onmiddellijk na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, het in voorraad (doen) houden, importeren, verhandelen en in het verkeer brengen van de sub I bedoelde producten te staken en gestaakt te houden in de Europese Unie, althans in de in alinea 12 genoemde lidstaten, althans in Nederland;

III. LN c.s. te gebieden binnen 7 (zeven) dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, de website www.lecolenational.com of daaraan gelijkende websites,

of althans de pagina’s waarop de sub I bedoelde producten zijn afgebeeld, ontoegankelijk te maken voor internetpubliek in de Europese Unie, althans in de in alinea 12 genoemde lidstaten, althans in Nederland.

IV. LN c.s. te gebieden binnen 7 (zeven) dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, aan de advocaat van Avelon toe te doen komen een schriftelijke opgaven van de volgende informatie, welke informatie op eerste verzoek van Avelon voor rekening van LN c.s. zal kunnen worden gecontroleerd door een door Avelon aan te wijzen en te instrueren registeraccountant;

a) de producent van de sub I bedoelde producten als ten processe bedoeld, onder mededeling van adres(sen), telefoon- en telefaxnummer;

b) de geproduceerde aantallen, prijzen en leverdata van de sub I bedoelde producten, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende orders en facturen;

c) de verkochte aantallen en prijzen van de sub I bedoelde producten;

d) de bij LN c.s. en/of bij hun afnemers (groot- en detailhandel, althans niet zijnde consumenten/eindgebruikers) nog aanwezige voorraden van de sub I bedoelde producten, onder vermelding van de locatie waar de inbreukmakende producten zich bevinden, alsmede de aantallen en nummers van de inbreuk-makende producten;

e) de met de sub I bedoelde producten, door LN c.s. behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde schriftelijke bewijsstukken;

V. LN c.s. te veroordelen binnen 14 (veertien) dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, op eigen kosten alle bij haar en blijkens de sub 2 d bedoelde opgave ook bij derden in voorraad gehouden producten te verzamelen in Nederland, op een door Avelon aan te geven plaats en in aanwezigheid van een deurwaarder te vernietigen en een door de deurwaarder opgesteld proces-verbaal van deze vernietiging aan de advocaat van Avelon te doen toekomen;

VI. Te bepalen dat LN c.s. hoofdelijk een onmiddellijk opeisbare dwangsom verbeuren en verschuldigd zijn aan Avelon van € 15.000,= (vijftienduizend euro) voor iedere keer (de productie, aanbieding, verkoop, verdere verhandeling of afbeelding van afzonderlijk inbreukmakende producten geldt als één overtreding) dan wel - en zulks ter uitsluitende keuze van Avelon - van € 50.000,= (vijftigduizend euro) voor iedere dag dat LN c.s. met de tijdige of volledige nakoming van de hiervoor genoemde ge- of verboden in gebreke zijn, onverminderd het recht van Avelon op volledige schadevergoeding;

VII. Te bepalen dat de eis in de hoofdzaak op de voet van artikel 260 Rv binnen 6 (zes) maanden na datum van het ten deze te wijzen vonnis moet worden ingesteld, en dat anders de getroffen voorzieningen hun rechtskracht verliezen, mits LN c.s. een ter zake doende griffieverklaring hebben ingediend;

VIII. LN c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de volledige proceskosten op

grond van artikel 1019h Rv, welke kosten aldus beschouwd tot op heden € 5.640,= exclusief BTW bedragen;

IX. LN c.s. elk te veroordelen tot betaling van € 5.000,= (vijfduizend euro) als een voorschot op de door Avelon geleden schade;

X. Zodanige verdere maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter passend acht;

XI. LN c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de kosten van rechtsbijstand.

3.2. LN c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter te Rotterdam is bevoegd om van het geschil kennis te nemen, aangezien het gestelde schadetoebrengende feit zich (mede) voordoet in Rotterdam.

4.2. Het onder IX gevorderde ziet op betaling van een geldsom.

Vooropgesteld wordt dat volgens vaste jurisprudentie een geldvordering voor toewijzing in kort geding in aanmerking kan komen, indien die vordering voldoende aannemelijk is. Voorts geldt dat terughoudendheid op zijn plaats is, mede met het oog op het restitutierisico, en dat dienaangaande naar behoren feiten en omstandigheden moeten worden gesteld die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is. Uit deze jurisprudentie volgt dat de aanwezigheid van een spoedeisend belang een noodzakelijk en apart te toetsen vereiste is voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Dat Avelon een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van dit onderdeel van zijn vordering, is gesteld noch gebleken. Alleen al om deze reden zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen. Daar komt nog bij dat Avelon het door haar gevraagde voorschot van € 5.000,= onvoldoende heeft onderbouwd en aannemelijk gemaakt.

4.3. Avelon heeft bij het overigens gevorderde een voldoende spoedeisend belang. Als inbreuk wordt gemaakt op haar intellectuele eigendomsrechten of anderszins onrechtmatig jegens haar wordt gehandeld, heeft zij er immers belang bij dat daaraan op zo kort mogelijke termijn een einde komt. LN c.s. heeft bovendien het spoedeisend belang niet betwist.

4.4. De vraag die voorligt is of op het Painted-jack, de Neon-jeans en de Pop-jeans een auteursrecht rust en of, respectievelijk in hoeverre aan Avelon auteursrechtelijke bescherming toekomt op deze kledingstukken. Op deze bescherming is, ingevolge artikel 5 lid 1 van de Berner Conventie, Nederlands recht als lex loci protectionis van toepassing

(Gerechtshof Den Haag, 20 september 2007, LJN BY0896). Nu de verwijten in verband met de Neon-jeans van andere aard en orde zijn dan die ten aanzien van het Painted-jack en de Pop-jeans wordt eerst op die beide laatste kledingstukken ingegaan.

4.5. Op grond van het bepaalde in artikel 1 juncto artikel 10 Auteurswet (hierna: Aw) komen voor auteursrechtelijke bescherming die werken in aanmerking die voldoende oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben en bovendien het persoonlijk stempel van de maker dragen. Dat het voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, houdt in dat de vorm niet ontleend mag zijn aan het werk van een ander.

Om te voldoen aan de eis dat het werk het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, zal sprake moeten zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus een voortbrengsel is van de menselijke geest (Hoge Raad, 30 mei 2008, LJN BC 2153).

Anderzijds geldt dat het werkbegrip van de Auteurswet zijn begrenzing vindt waar het eigen, oorspronkelijk karakter enkel datgene betreft dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect.

4.6. Avelon meent dat het Painted-jack en de Pop-jeans voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Het gaat bij deze kledingstukken om, door de heer

[A], bedachte en gerealiseerde oorspronkelijke ontwerpen. De heer [A] is werknemer en directeur-aandeelhouder van Avelon, zodat Avelon als rechthebbende van het auteursrecht in de zin van artikel 1 Aw moet worden beschouwd. Dit ontwerp draagt het persoonlijk stempel van de maker, die in de vormgeving creatieve, subjectieve keuzes gemaakt heeft, die niet louter zijn terug te voeren op vereisten van techniek en functionaliteit, aldus Avelon.

Het Painted-jack

4.6.1. Avelon meent dat het Painted-jack een oorspronkelijk werk is, waarbinnen mannelijk stoer en sportief met zeer vrouwelijk en elegant wordt gecombineerd, waardoor een prikkelende spanning ontstaat. Dit komt ondermeer tot uitdrukking in de volgende kenmerken van het Painted-jack:

° de combinatie van suède en leer;

° een contrasterende ritsband en rosé koper beslag;

° een zeer opmerkelijke ‘u-bocht’ in de rits, die niet functioneel is;

° een diagonale extreme coupenaad, die uitsluitend esthetisch is;

° ontbrekende zoomnaden aan de onderzijde, derhalve een ‘raw edge afwerking’;

° bijzondere ‘blinde’ steekzakken;

° 5 (3 + 2) stikselnaden, terwijl voor wat betreft de functionaliteit met

1 stikselnaad kon worden volstaan;

° lederen bovenstukken op de armen en suède onderzijde armstukken;

° een bijzondere omgekeerde V-vorm op de rug, met uitwaaierend leer en

decoratieve polstering en in het oogspringende ‘quarter stichting’, hetgeen vaak

in zware, functionele werkkleding wordt toegepast.

De Pop-jeans

4.6.2. Avelon heeft aangevoerd dat de Pop-jeans, die dezelfde intrinsieke spanning en vormgevingsprincipes kent als het Painted-jack, eveneens een oorspronkelijk werk is dat voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Het contrast tussen rijk en arm, tussen veilig en gevaarlijk en tussen de straat en de salon, springt het meest in het oog door de tegenstelling tussen de ultiem simpele basis van de classic five pocket jeans en de dure handmatig vormgegeven namaak reparatielappen van het veel kostbaarder leer, aldus Avelon. Dit wordt nog eens versterkt door de kunstmatige vernieling van zowel de stof als het leer. Avelon wijst in dit verband op de volgende kenmerken van de Pop-jeans:

° de plaatsing van de patches op de knie en het bovenbeen;

° de plaatsing van een enkele patch op de stichting van de zak rechtsvoor;

° de bijzondere stikselpatronen op de patches; zowel de grafische vormen, als

de bewust intense stiksels aan de zijkant ter integratie van het leer in de stof;

° de triple stitching op de achterzijde;

° de “A” van Avelon op de achterzak.

4.7. LN c.s. heeft niet betwist dat het Painted-jack voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt.

LN Clothing heeft voorts niet betwist dat de Pop-jeans voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. LN c.s. heeft wel betwist dat de Pop-jeans in beginsel een oorspronkelijk werk betreft en daartoe aangevoerd dat Avelon de Pop-jeans heeft ontleend aan eerder op de Zweedse markt gebrachte jeans.

4.8. Op grond van de in het geding gebrachte stukken en de ter zitting getoonde kledingstukken en het aldus geopenbaarde, hiervoor geschetste uiterlijk en de vormgeving van het getoonde Painted-jack en de getoonde Pop-jeans, kan voorshands worden aangenomen dat het hier auteursrechtelijk beschermde werken betreft, te weten intellectuele scheppingen van de maker die de persoonlijkheid van deze laatste weerspiegelen en die tot uiting komen door de vrije creatieve keuzes van die maker bij de totstandkoming ervan. De voorzieningenrechter heeft daarbij de louter technische aspecten buiten beschouwing gelaten en met name het oog op de door Avelon - onder 4.6.1 en 4.6.2 - genoemde elementen.

De betwisting van LN Konfektion dat de Pop-jeans geen oorspronkelijk werk betreft doet hier voorshands niet aan af, nu LN Konfektion niet aannemelijk heeft gemaakt dat de heer [A] de Pop-jeans aan een eerder bestaand werk van LN Konfektion (of anderszins) heeft ontleend. De stelling dat er eerder jeans voor mannen met leren opzet-stukken op de relevante markt zijn gebracht acht de voorzieningenrechter zeer aannemelijk, maar dat volstaat niet. Het gaat om de specifieke vormgeving en niet om stijl of motief in

de mode.

4.9. Naar voorlopig oordeel moet de conclusie zijn dat de Pop-jeans en de Painted-jack als werken in de zin van artikel 10, eerste lid sub 11 Aw moeten worden aangemerkt en aldus voor - een zekere - auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen.

4.10. Vervolgens komt de voorzieningenrechter toe aan de vraag of het Audrey-jack en de Wagner-jeans auteursrechtelijk verboden verveelvoudigingen zijn van het Painted-jack en de Pop-jeans van Avelon waarop voorshands auteursrechtelijke bescherming rust.

4.11. De voorzieningenrechter stelt hierbij voorop dat het enkele feit dat tussen een vermeend inbreukmakend werk punten van overeenstemming bestaan met het werk waarvoor auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen, niet zonder meer het vermoeden wettigt dat die mogelijke inbreuk de vrucht is van bewuste of onbewuste ontlening. Daartoe is in ieder geval een mate van overeenstemming vereist die van een zodanige aard en omvang is dat, indien het bedoelde vermoeden niet wordt ontzenuwd, geoordeeld moet worden dat van een ongeoorloofde verveelvoudiging in auteursrechtelijke zin sprake is.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van overeenstemming in even bedoelde zin komt het erop aan of het beweerdelijk inbreukmakende werk in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont dat de totaalindrukken die de beide werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat het eerstbedoelde werk als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt (HR 29 november 2002, NJ 2003,17).

4.12. De voorzieningenrechter volgt Avelon in haar standpunt dat de auteursrechtelijk beschermde trekken (en dus de oorspronkelijkheid) van het Painted-jack en de Pop-jeans met name bestaan uit de onder 4.6.1 en 4.6.2 genoemde kenmerken. In het licht van het hiervoor onder 4.11 overwogene dient vervolgens te worden beoordeeld of het Audrey-jack en de Wagner-jeans inbreuk maakt op het auteursrecht rustende op het Painted-jack en de Pop-jeans.

4.13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de totaalindrukken van enerzijds het Painted-jack en anderzijds het Audrey-jack zo weinig van elkaar verschillen dat het Audrey-jack niet als zelfstandig werk kan worden aangemerkt. De afwijkingen op detail zoals door LN c.s. aangevoerd (iets wijder vallend model tot op de heupen, andere kleur van de rits en de omzoming daarvan, detailafwijkingen in stiksel) doen daar niet aan af. De voorzieningenrechter heeft uit eigen waarneming kunnen constateren dat het Audrey-jack over de gehele lijn alsook op de voor een normaal oplettende particuliere klant op het eerste gezicht kenmerkende detailpunten (zoals de contrasterende rits en de verwerking daarvan) dermate veel in het oog springende gelijkenissen vertoont met het totaalbeeld van het Painted-jack dat zij, voor zover dat wordt beïnvloed door de auteursrechtelijke beschermde trekken, vrijwel hetzelfde zijn. Dat is een inbreuk op het auteursrecht van Avelon, waaraan een einde moet komen. Anders dan LN c.s. meent doet niet ter zake of/dat Avelon zelf ook wel eens inbreuk op auteursrechten van anderen maakt. Het is ook niet van belang hoe de Chinese fabrikant (die mogelijk aan beide partijen levert) in de zaak staat.

4.14. Met betrekking tot de Wagner-jeans komt de voorzieningenrechter tot een ander oordeel. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een inbreuk op het auteursrecht van Avelon omdat de Pop-jeans een andere totaalindruk wekt dan de Wagner-jeans. Van belang daarbij zijn vooral de ‘reparatielappen’, die van ander materiaal zijn gemaakt en anders op de Wagner-broek zijn aangebracht. Wat Avelon aanmerkt als verminking van haar ontwerp - het bij de Wagner-jeans aangebracht zijn van een aantal rechthoekige, in een soort ladder boven elkaar aangebrachte, (namaak) leren lapjes, die niet beschadigd zijn - geeft juist een zodanig verschillend totaalbeeld met de Pop-jeans - waar gebruik gemaakt is van onregelmatig geplaatse, beschadigde leren lapjes - dat daarmee veel minder gelijkenis en voorshands, binnen hetzelfde modeconcept van jeans met leren patches, voldoende onderscheid bestaat voor de normaal oplettende klant. Daarbij komt de (onweersproken) andere pasvorm. Overigens zijn er wel punten van overeenkomst, maar de onder 4.6.2 vermelde kenmerken van de Pop-jeans zijn per saldo in onvoldoende overheersende mate terug te vinden in de Wagner-jeans.

4.15. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het onder I, II en III gevorderde zal worden toegewezen als na te melden, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, voor zover dit betrekking heeft op het Audrey-jack. Nu Avelon - onder punt 12 van de dagvaarding - heeft aangegeven, naast in Nederland, verkooppunten te hebben in België, Denemarken, Polen en Zweden, waar ook LN Konfektion actief is, zal het onder I en II gevorderde ook ten aanzien van die landen worden toegewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan er geredelijk vanuit worden gegaan dat ook naar het recht van België, Denemarken, Polen en Zweden dergelijke vorderingen kunnen worden toegewezen. Het betreft hier een internationaal aanvaarde norm die, behalve in artikel 11 van Richtlijn 2004/48/EG (de Handhavingsrichtlijn), ook is vastgelegd in artikel 44 lid 1 van het TRIPS-Verdrag, waarbij deze landen zijn aangesloten. Een ordemaatregel jegens LN Konfektion is dan ook op zijn plaats. LN Clothing handelt, naar moet worden aangenomen, slechts in Nederland, zodat dat jegens haar niet aan de orde is.

Voor de Wagner-jeans worden deze vorderingen, bij gebreke van aannemelijke inbreuk, afgewezen.

4.16. Voorzover het onder I, II en III gevorderde ziet op de Neon-jeans zal dit eveneens worden afgewezen.

Het gedeelte van de vordering van Avelon dat ziet op de Neon-jeans is uitsluitend gestoeld op onrechtmatig handelen door LN c.s. jegens haar door het plaatsen van de Neon-jeans op de website www.lecolenational.com, zodat voor toewijzing van het onder I en II gevorderde onvoldoende is gesteld.

4.17. Ter onderbouwing van het onder III gevorderde heeft Avelon aangevoerd dat LN c.s. onrechtmatig jegens haar handelt door opzettelijk te trachten de koper te misleiden door het plaatsen van de aan Avelon toebehorende Neon-jeans op haar website www.lecolenational.com, als ware het een item uit de collectie van LN c.s.

4.18. Ter zitting heeft LN Konfektion uiteindelijk niet langer betwist dat het afgebeelde model op de betreffende foto een Neon-jeans aan heeft, terwijl daarvoor aan Avelon geen toestemming was gevraagd. Dit is ondermeer aan de voorzieningenrechter getoond ter zitting, via een i-phone, met een niet betwiste afbeelding van een model in de Neon-jeans op de site van LN c.s. met daarop een getoonde, zichtbare ‘A’ op het merkje aan de zijkant. LN c.s. heeft dusdoende de indruk gewekt dat die broek bij haar gekocht kon worden en dusdoende voorshands jegens Avelon onrechtmatig gehandeld.

LN c.s. stelt echter dat Avelon geen belang heeft bij het onder III gevorderde, nu de aan

Avelon toebehorende Neon-jeans, die voorheen - al dan niet via enige malen ‘doorklikken’ op hun website www.lecolenational.com voor het publiek was te vinden al een jaar geleden door LN c.s. is verwijderd.

4.19. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

Tussen partijen is niet in geschil dat het onder III gevorderde ter zake van onrechtmatige daad (ongeoorloofde misleidende reclame) wordt beheerst door het Nederlandse recht als zijnde mede lex loci delicti (als bedoel in artikel 6 lid 1 Verordening (EG) nr. 2007/864 (Rome II)).

Voorts is niet betwist dat de Neon-jeans recent nog op de website www.lecolenational.com te vinden was, zij het wellicht met iets meer moeite middels ‘doorklikken’ en dat de site op de hele EU gericht is. Dit brengt met zich mee dat het onder III gevorderde als na te melden zal worden toegewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan er geredelijk vanuit worden gegaan dat naar het recht van alle EU-landen - onder de gegeven omstandigheden - een dergelijke vordering kan worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

Ten aanzien van de site speelt LN Clothing, naar ter zitting is betoogd door LN c.s. en niet weersproken door Avelon, geen andere rol dan dat zij één van de daar gevorderde verkooppunten exploiteert. Dat acht de voorzieningenrechter onvoldoende om LN Clothing aansprakelijk te houden voor de afbeeldingen op de site.

4.20. LN c.s. heeft ter zitting toegezegd om aan Avelon de onder IV a) verzochte gegevens te verstrekken van de (buitenlandse) fabrikant bij wie zij het Audrey-jack in het verleden heeft afgenomen. Hiermee ligt dit gedeelte van het onder IV gevorderde voor toewijzing gereed. Gelet op de door LN c.s. gedane toezegging zal de voorzieningenrechter hieraan geen dwangsom verbinden.

Het overigens onder IV gevorderde en het onder V gevorderde zal worden afgewezen, nu Avelon het belang bij dit gedeelte van de vordering onvoldoende heeft onderbouwd en aannemelijk gemaakt.

4.21. De termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak zal worden bepaald op zes maanden, aangezien LN c.s. daartegen geen verweer heeft gevoerd.

4.22. LN c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld, waarbij dit geldt als een IE-zaak. De kosten die Avelon heeft gesteld blijven onder het indicatietarief en zijn voldoende onderbouwd.

De kosten aan de zijde van Avelon worden begroot op:

- dagvaarding € 76,71

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 5.640,00

Totaal € 6.305,71

In de onderlinge verhouding tussen acht de voorzieningenrechter het passend dat de proceskosten door LN Konfektion gedragen worden, doch dat gaat het bestek van dit vonnis te buiten.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt LN c.s. om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis iedere verveelvoudiging en openbaarmaking van het Painted-jack, in de vorm van het Audrey-jack, in Nederland, België, Denemarken, Polen en Zweden te staken, in het bijzonder te staken en gestaakt te houden het in die landen in voorraad (doen) houden, importeren, verhandelen en in het verkeer brengen van het Audrey-jack, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van

€ 300,00 voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;

5.2. veroordeelt LN Konfektion om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis iedere openbaarmaking van de Neon-jeans via haar website www.lecolenational.com in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 200,00 voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt;

5.3. gebiedt LN Konfektion om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan Avelon de naam, het adres, het telefoonnummer en het telefaxnummer te verschaffen van de producent waarbij zij de Audrey-jacks heeft afgenomen;

5.4. veroordeelt LN c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Avelon tot op heden begroot op € 6.305,71;

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten in tegenwoordigheid van

mr. H.C. Fraaij, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2013.

1862/106