Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA2709

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2013
Datum publicatie
11-06-2013
Zaaknummer
424595 / HA RK 13-410
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De enkele omstandigheid dat de rechter vraagt naar stukken waaruit blijkt dat verzoeker geen huurachterstand heeft, levert geen gegronde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid op. Het behoort immers tot de normale taak van de rechter om onder omstandigheden naar bewijs voor stellingen van een partij te vragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 11 juni 2013

Zaaknummer: 424595

Rekestnummer: HA RK 13-410

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker,

strekkende tot wraking van mr. M.K. Asscheman-Versluis, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team kanton 1 (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 6 mei 2013 is door de rechter in de zaak betreffende de door Stichting [naam stichting] als eiseres tegen verzoeker als gedaagde ingestelde civielrechtelijke vordering een comparitie van partijen gehouden. Die procedure draagt als kenmerk 1392398 \ CV EXPL 12-53121.

Bij gelegenheid van die behandeling heeft verzoeker de rechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.

Verzoeker, de rechter alsmede de gemachtigde van Stichting [naam stichting] zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Ter zitting van 28 mei 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: verzoeker en de gemachtigde van Stichting [naam stichting]. Verzoeker heeft zijn standpunt nader toegelicht.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

2.1.1

Ik heb de rechter gewraakt omdat zij mij vroeg of ik kon bewijzen dat ik geen huurachterstand heb. Ik heb geen huurachterstand. Ik heb heel veel moeite gedaan om rekeningafschriften te verkrijgen, waarop de betalingen staan. Dat is mij niet gelukt. Zij zei ook: recht is recht en krom is krom, u moet de waarheid zeggen. Ik heb gezegd dat ik wil dat mijn zaak wordt behandeld door de rechter die mijn zaak eerder heeft behandeld. De rechter zei mij dat dat niet kon. De rechter liet mij niet uitpraten en zei alleen maar: je moet dit, je moet dat. Ik voelde mij klem gezet door de rechter. Ik wil dat mijn zaak wordt behandeld door een meervoudige kamer.

2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

3. De beoordeling

3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2

Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

3.3

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert -objectief- gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De enkele omstandigheid dat de rechter vraagt naar stukken waaruit blijkt dat verzoeker geen huurachterstand heeft, levert geen gegronde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid op. Het behoort immers tot de normale taak van de rechter om onder omstandigheden naar bewijs voor stellingen van een partij te vragen. Ook overigens zijn geen omstandigheden aangevoerd of naar voren gekomen die een dergelijke vrees rechtvaardigen.

De wraking is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.

4. De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van mr. M.K. Asscheman-Versluis.

Deze beslissing is gegeven op 11 juni 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. O.E.M. Leinarts en mr. L.A.C. van Nifterick, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.