Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA2564

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-04-2013
Datum publicatie
10-06-2013
Zaaknummer
397750 / HA ZA 12-250
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvaring tussen twee zeeschepen op de Nieuwe Waterweg. Toedracht. Deskundigenbericht bevolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2013/112
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 397750 / HA ZA 12-250

Uitspraak: 10 april 2013

VONNIS in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRANSSHELF B.V.,

gevestigd te Breda,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr B.S. Janssen,

- tegen -

[gedaagde in conventie en eiseres in reconventie],

gevestigd te Bergen, Noorwegen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr L.H. van Houten.

Partijen worden hierna aangeduid als Transshelf BV en [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie].

1. De verdere procedure

Na en ingevolge het vonnis van 9 mei 2012 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt; de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte tot vermeerdering van eis van Transshelf BV en de akte overlegging producties van [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] behoren tot de processtukken.

Transshelf BV heeft vervolgens een akte na comparitie van partijen genomen en [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] een akte benoeming deskundige.

Daarna is opnieuw vonnis bepaald.

2. De feitelijke achtergrond in conventie en in reconventie

Tussen partijen staat onder meer vast dat op 6 april 2011 omstreeks 19:11 uur op de Nieuwe Waterweg (t.h.v. kmr. 1010) een aanvaring heeft plaatsgevonden tussen het onder de vlag van Curaçao varende en aan Transshelf BV in eigendom toebehorende zeeschip Transshelf en het onder de vlag van Barbados varende en aan [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] toebehorende zeeschip [schip]. Beide schepen hebben daardoor schade opgelopen.

3. De vordering in conventie

3.1 De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] te veroordelen tot betaling aan Transshelf BV van USD 126.380,25, € 7.368,60 en € 2.842,00 met rente en kosten.

3.2 Transshelf BV heeft aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

-de aanvaring is geheel te wijten aan de schuld van de [schip]; de hoofdmotor van dat schip is uitgevallen; vervolgens draaide dat schip naar bakboord, waardoor het in de koerslijn kwam van de tegemoetkomende Transshelf; het door de [schip] laten vallen van het bakboordanker heeft daarvoor gezorgd of heeft daaraan bijgedragen; daarnaast heeft de [schip] de scheepvaart niet geïnformeerd over deze draai naar bakboord;

-de schade aan de zijde van Transshelf BV bedraagt USD 126.380,25, te vermeerderen met € 7.368,60 voor expertisekosten en met € 2.842,00 voor gemaakte buitengerechtelijke kosten.

4. Het verweer in conventie

4.1 Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Transshelf BV in de kosten van de procedure.

4.2 [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

-de aanvaring is niet het gevolg van het verkeerd varen door de [schip], maar van het nalaten door de Transshelf om tijdig de nodige maatregelen te nemen teneinde een aanvaring te voorkomen; dat de motor van de [schip] is uitgevallen is een voldongen feit; het schip en de motor voldeden aan de daaraan te stellen eisen; de Transshelf is meteen daarna en herhaaldelijk gewaarschuwd dat de tegemoetkomende [schip] onmanoeuvreerbaar was; de Transshelf heeft daar verwijtbaar verkeerd op gereageerd en heeft niet al het mogelijke gedaan om de aanvaring te voorkomen, in het bijzonder door vaart te verminderen en door haar koers naar stuurboord te verleggen; ook had de Transshelf een anker kunnen presenteren; indien zij tijdig de nodige maatregelen zou hebben genomen, zou de [schip] niet in haar koerslijn zijn gekomen; aan boord van de [schip] is geen fout gemaakt; de [schip] heeft wél al het mogelijke gedaan om een aanvaring te voorkomen;

-de gestelde schade van Transshelf BV wordt betwist.

5. De vordering in reconventie

5.1 De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Transshelf BV te veroordelen om aan [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] te betalen € 42.880,00 en NOK 72.660,00 met rente en kosten.

5.2 Aan deze vordering heeft [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

-de aanvaring was ten volle te wijten aan de schuld van de Transshelf, omdat dit schip heeft nagelaten tijdig de nodige maatregelen te nemen om de aanvaring te voorkomen;

-als gevolg van de aanvaring heeft [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] een schade geleden van € 54.880,00 en NOK 72.660,00; Transshelf BV is daarvoor aansprakelijk.

6. Het verweer in reconventie

6.1 Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] in de kosten van het geding.

6.2 Naast hetgeen Transshelf BV in conventie heeft betoogd, heeft zij daartoe - in het kort - het volgende aangevoerd:

-de verwijten die [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] aan het adres van de Transshelf maakt zijn onjuist; de aanvaring is de schuld van de [schip];

-de gestelde schade van [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] wordt gedeeltelijk betwist.

7. De beoordeling in conventie en in reconventie

7.1 Op deze aanvaring tussen twee zeeschepen (onder de vlag van respectievelijk Curaçao en Barbados) is het Brussels Aanvaringsverdrag 1910 van toepassing en aanvullend Nederlands recht. Ter plaatse geldt het Binnenvaartpolitiereglement (versie 2004).

7.2 Door partijen is onder meer het navolgende in het geding gebracht: een registratieset van de politie Rotterdam-Rijnmond; een DVD van de incidentregistratie met radarbeelden en marifoongesprekken op kanaal 63 van verkeerspost Eemhaven, een loodsverklaring van [loods] op de Transshelf, verklaringen van [kapitein 1] en [chief officer] van de Transshelf en een verklaring en e-mail van [kapitein 2] van de [schip].

7.3 Op grond van deze producties, in onderling verband bezien en in samenhang met hetgeen door partijen over en weer naar voren is gebracht kan van het navolgende worden uitgegaan.

7.3.1 Het vrachtschip [schip] (1.171 BRT, lengte 74,26 m, breedte 9,46 m,

600 kW hoofdmotor, 1 schroef) was op de avond van 6 april 2011, beladen met 1.388 ton ferosilycone, komend van zee over de Nieuwe Waterweg op weg naar de Merwehaven.

Op de brug was alleen [kapitein 2].

7.3.2 De heavy load carrier Transshelf (26.547 BRT, lengte 173,60 m, breedte 40,00 m, diepgang 8,82 m, 2x6.740 kW hoofdmotor, 2 verstelbare schroeven) voer in ballast en was vanuit de Waalhaven over de Nieuwe Waterweg op weg naar zee. Op de brug waren [kapitein 1], [chief officer] en [loods].

7.3.3 Omstreeks 19:00 uur was het daglicht en helder weer; er stond een zuidwestelijke wind kracht 3 Bft en een vloedstroom van ca. 1 km/uur.

7.3.4 De [schip] voer eerst halve kracht vooruit, 6-8 knoop over de grond in haar stuurboordhelft van het vaarwater, achter de Clipper Kira. Om 19:09:52 uur meldde [kapitein 2] op kanaal 63 dat de [schip] "not under command" was "and drop anchor". De hoofdmotor van het schip was uitgevallen, dit nadat de motor door [kapitein 2] op achteruit was gezet (omdat hij ervan afzag de Clipper Kira voorbij te lopen).

Post Eemhaven gaf meteen (19:09:58 uur) aan de Transshelf de waarschuwing door dat de tegenligger [schip] onmanoeuvreerbaar was. De Transshelf bevestigde dit daarop (19:10:06 uur) met "ja, Transshelf meegekregen". Op de Transshelf was meteen duidelijk om welk schip het ging en waar de [schip] zich bevond.

7.3.5 De Transshelf voer toen ter hoogte van de 2e Petroleumhaven met een snelheid van circa 9,5 knoop, ongeveer op of net aan haar stuurboordzijde van de as van het vaarwater. Gezien vanuit de Transshelf maakte het vaarwater een flauwe bocht naar bakboord. Aan de stuurboordzijde vóór de Transshelf voer een binnenvaarttanker in dezelfde richting. Op de Transshelf is meteen na de marifoonmeldingen de hoofdmotor op dead slow ahead gezet, en direct daarna op stop en full astern. Volgens de incidentregistratie is de snelheid van de Transshelf vanaf 19:10:40 uur langzaam teruggelopen (van 9,5 knoop tot 8,0 knoop om 19:11:52 uur) en is de koersligging iets naar bakboord gewijzigd (van 281° om 19:09:52 uur naar 271° om 19:11:52 uur). De Transshelf was, afgaande op de radarbeelden, vanaf circa 19:10:06 aan stuurboord vrij van de binnenvaarttanker, die vervolgens verder op de Transshelf uitliep.

7.3.6 [kapitein 2] heeft verklaard dat hij na het uitvallen van de motor eerst 20° stuurboordroer gaf om de [schip] in haar stuurboordzijde van het vaarwater te houden en - toen het schip niet reageerde - hard stuurboordroer. Ook is naar zeggen van [kapitein 2] de boegschroef vol naar stuurboord aangezet. Op de [schip] is, op enig moment na de marifoonmelding van 19:09:52 uur, het bakboordvooranker gepresenteerd. Uit de verklaringen van [kapitein 2] is niet duidelijk wanneer dat precies gebeurde, noch wat op dat moment de afstand was van de [schip] tot de Transshelf.

Volgens de incidentregistratie lag de [schip] om 19:10:06 uur al iets naar bakboord gebekt in haar stuurboordshelft van het vaarwater en is de koersligging daarna naar bakboord gewijzigd (van 70° naar 54° om 19:11:52 uur), doch is dit schip niet in haar geheel over de as van het vaarwater gekomen, terwijl de snelheid afnam (van 8 knoop om 19:09:52 uur tot 4 knoop om 19:11:52 uur).

Op enig moment is volgens [kapitein 2] de motor van de [schip] weer gaan draaien en wel op vol achteruit.

7.3.7 De aanvaring vond plaats om ongeveer 19:11:52 uur, waarbij de (stuurboord) boeg van de [schip] in aanvaring kwam met de kop van de Transshelf.

7.4 Bij de beoordeling neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat de [schip] schuld heeft aan de aanvaring omdat de motor van dit schip uitviel, het bakboordanker werd gepresenteerd en het schip in de vaarweg van de tegemoetkomende Transshelf terechtkwam, waarna de Transshelf en de [schip] met elkaar in aanvaring kwamen. Hieraan staat niet in de weg dat voor de [schip] en de hoofdmotor een geldig klassecertificaat was afgegeven en dat bij tussentijdse inspecties in 2009 en 2010 geen gebreken aan de motor waren vastgesteld.

7.5 Voor de stelling van [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] AS dat de Transshelf schuldig is aan de aanvaring omdat zij onvoldoende maatregelen heeft genomen om een aanvaring te voorkomen, is vereist dat wordt vastgesteld dat de aanvaring niet had plaatsgevonden indien de Transshelf de maatregelen had genomen die redelijkerwijs van haar konden worden gevergd (afstoppen, uitwijken). De juistheid of onjuistheid van deze stelling is nog niet gebleken. De bewijslast rust op [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie].

7.6 De rechtbank acht het voor de beoordeling hiervan noodzakelijk dat een deskundigenonderzoek plaatsvindt, waarvan de kosten voorlopig voor rekening komen van [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie]. Deze deskundige kan voor zijn onderzoek mede gebruik maken van de overgelegde gegevens over de manoeuvreereigenschappen van de Transshelf (producties 7 en 8 van Transshelf BV; die kennelijk niet volledig zijn en moeten worden aangevuld).

7.7 Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het aantal deskundigen, wie als zodanig zou moeten worden benoemd en de voor te leggen vragen.

7.8 Partijen hebben laten weten te kunnen instemmen met de benoeming van een deskundige van MARIN als enige deskundige.

7.9 De te benoemen deskundige heeft zich bereid verklaard als zodanig op te treden, desgevraagd te kennen gegeven geen binding met partijen te hebben en niet betrokken te zijn bij de tussen partijen in geschil zijnde problemen.

7.10 Partijen hebben geen eensluidend voorstel gedaan over de voor te leggen vragen.

Mede in aanmerking genomen hetgeen partijen omtrent de aan de deskundige voor te leggen vragen naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank de in het dictum te vermelden vragen aan de deskundige ter beantwoording voorleggen.

7.11 De deskundige dient een zelfstandig onderzoek in te stellen binnen het kader van de vraagstelling, waarbij hij zelf bepaalt welke elementen en gegevens hij bij zijn onderzoek wil betrekken en van welke methodes hij zich bedient.

7.12 Partijen zijn verplicht aan het onderzoek mee te werken en dienen - desverzocht - de door de deskundige van belang geachte gegevens - zoals manoeuvreergegevens van de Transshelf (Speed and manoeuvring report NB 1293 (volledig, met bijlagen), manoeuvring characteristics), VDR van de relevante periode en andere registraties en informatie van de apparatuur en systemen aan boord van de Transshelf, alsmede registraties aan boord van de [schip] - naar beste kunnen, volledig en naar waarheid aan deze te verstrekken. Indien bepaalde gegevens niet beschikbaar zouden worden gesteld, kan dit door de deskundige worden aangegeven, met de reden daarvoor.

7.13 De deskundige kan het gewenst achten op enig moment te overleggen met partijen (in beginsel: beide partijen) en hun raadslieden, of om vragen te stellen aan bepaalde personen. Ook kan hij eventueel elders informatie inwinnen. Daarnaast dient de deskundige partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Een en ander dient in het rapport te worden vermeld.

7.14 De deskundige heeft het aan het onderzoek verbonden loon en de kostenvergoeding begroot op € 34.897,- (inclusief BTW). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Deze kosten komen voorshands voor rekening van [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie], de partij op wie de bewijslast rust.

7.15 De rechtbank neemt aan dat bij gebreke van de betaling van het voorschot [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] de door de deskundige te onderzoeken stellingname niet langer handhaaft.

8. De beslissing in conventie en in reconventie

De rechtbank,

8.1 beveelt een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:

-was het voor de Transshelf in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mogelijk om de aanvaring met de [schip] te voorkomen, door het treffen van maatregelen na de ontvangst van de marifoonmelding dat de [schip] onmanoeuvreerbaar was;

- welke opmerkingen zijn naar het oordeel van de deskundige verder van belang ten behoeve van de door de rechtbank te nemen beslissing ?

8.2 benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten:

[deskundige], project manager Maritime Research Institute Netherlands (MARIN), [adresgegevens];

8.3 bepaalt dat [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] binnen vier weken na heden het voor de deskundige bestemde voorschot ad € 34.897,- overmaakt naar bankrekeningnummer

56 99 90 688 ten name van MvV&J Arrondissement Rotterdam (545), onder vermelding van het zaak- en rolnummer, alsmede: "Desk 5801/397750 voorschot deskundigenbericht";

8.4 draagt de griffier op aan de deskundige mede te delen dat het voorschot is gestort;

8.5 bepaalt dat bij achterwege blijven van storting van het voorschot de zaak zal worden verwezen naar de rol van 5 juni 2013 voor conclusie na niet-uitgebracht deskundigenbericht;

8.6 bepaalt dat [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] het procesdossier in afschrift aan de deskundige doet toekomen;

8.7 bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat hij daarvan doet blijken in het door hem op te maken deskundigenbericht;

8.8 bepaalt dat het ondertekende deskundigenbericht uiterlijk vier maanden nadat de griffier heeft medegedeeld dat het voorschot is voldaan, zal worden ingeleverd ter griffie van deze rechtbank;

8.9 bepaalt dat de deskundige bij de inlevering van het deskundigenbericht een gespecificeerde opgave doet van het loon en de kostenvergoeding;

8.10 bepaalt dat [gedaagde in coventie en eiseres in reconventie] zes weken nadat het deskundigenbericht bij de griffie van deze rechtbank is ingeleverd in de gelegenheid is ter rolle een conclusie na deskundigenbericht te nemen;

8.11 houdt iedere verdere uitspraak aan.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik en uitgesproken in het openbaar op

10 april 2013.

10/1634