Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA1205

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-05-2013
Datum publicatie
28-05-2013
Zaaknummer
DOR 12/696
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven aangevraagd. Verweerster heeft aan eiseres een bedrag van € 1.775,- voor immateriële schade toegekend. Uitkering van dit bedrag is echter niet mogelijk, omdat de dader inmiddels een bedrag van € 2.500,- aan eiseres heeft betaald wegens immateriële schade.

De rechtbank dient de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven terughoudend te toetsen, aangezien de beslissing over (de hoogte van) een uitkering uit het schadefonds op een discretionaire bevoegdheid van verweerster berust. Verweerster heeft verwezen naar de letsellijst. De rechtbank acht het in de letsellijst neergelegde indicatieve beleid niet kennelijk onredelijk. Verweerster heeft naar voren gebracht dat bij één of meer ontsierende littekens in het gelaat als gevolg van glasverwondingen, zoals bij eiseres, een uitkering in letselcategorie 1 van de letsellijst wordt toegekend. Gelet op de mate van ontsiering heeft verweerster, mede op basis van het advies van haar medisch adviseur, besloten eiseres in aanmerking te laten komen voor een uitkering voor immateriële schade conform een hogere letselcategorie, te weten categorie 2. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat verweerster niet op het advies van haar medisch adviseur heeft mogen afgaan. Verweerster heeft dan ook in redelijkheid kunnen vaststellen dat eiseres in aanmerking komt voor een uitkering wegens immateriële schade van € 1.775,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team bestuursrecht 1

zaaknummer: DOR 12/696

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 februari 2013 in de zaak tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. R.J. Michielsen,

en

de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerster,

gemachtigde: mr. J.C.M. van de Weerd, werkzaam bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Procesverloop

Verweerster heeft bij besluit van 13 februari 2012 (primaire besluit) aan eiseres een bedrag van € 548,- toegekend voor materiële schade en een bedrag van € 1.775,- voor immateriële schade. Uitkering van het laatste bedrag is niet mogelijk, omdat de dader inmiddels een bedrag van € 2.500,- aan eiseres heeft betaald wegens immateriële schade.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 20 maart 2012 bezwaar gemaakt bij verweerster.

Bij besluit van 4 mei 2012 (bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij faxbericht van 14 juni 2012 beroep ingesteld bij de rechtbank Dordrecht.

De zaak is op 12 december 2012 ter zitting van een meervoudige kamer van de rechtbank Dordrecht behandeld.

Eiseres is ter zitting verschenen bij gemachtigde.

Verweerster is verschenen bij gemachtigde.

Met ingang van 1 januari 2013 is het arrondissement Dordrecht opgegaan in het nieuwe arrondissement Rotterdam en is de rechtbank Dordrecht opgegaan in de nieuwe rechtbank Rotterdam. Gelet hierop wordt uitspraak gedaan door de rechtbank Rotterdam.

Overwegingen

1. Artikel IV van de Wijzigingswet Wet schadefonds geweldsmisdrijven (uitbreiding van de categorieën van personen die recht hebben op een uitkering uit het fonds en verruiming van de gevallen waarin men aanspraak kan maken op een dergelijke uitkering, aanpassing aan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en enkele andere aanpassingen), dat per 1 januari 2012 in werking is getreden, bepaalt dat aan de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d en tweede lid, onderdelen c, d, en e, en 4, eerste lid, van de Wsg, zoals deze komen te luiden na 1 januari 2012, slechts toepassing wordt gegeven voor zover het geweldsmisdrijf, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is gepleegd na 1 januari 2012.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: Wsg) kunnen uit het fonds uitkeringen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Wsg, zoals dit luidde in de hier van toepassing zijnde versie vóór 1 januari 2012 en voor zover thans van belang, wordt de uitkering naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Zij beloopt ten hoogste het bedrag van de door het letsel of overlijden veroorzaakte schade.

Het tweede lid van dit artikel, zoals dit luidt sinds 1 januari 2012, bepaalt dat bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd. Deze bedragen kunnen verschillen naar gelang van de aard van de schade.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Wsg, zoals dit luidt sinds 1 januari 2012, houdt het fonds bij het doen van een uitkering rekening met schadevergoeding die het slachtoffer langs burgerrechtelijke weg kan verhalen of heeft verhaald en met overige vergoedingen van schade die als gevolg van het misdrijf aan het slachtoffer zijn of kunnen worden vergoed.

Het derde lid van dit artikel bepaalt, voor zover van belang, dat het fonds bij de toekennin