Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:CA1066

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-05-2013
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
C/11/101066 / HA ZA 12-2305
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag medisch directeur. Recht op fees? Aantasting in eer en goede naam.

Reconventie: was de medisch directeur (opeens) incompetent?

Waarde partijrapport nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

team handel

zaaknummer / rolnummer: C/11/101066 / HA ZA 12-2305

Vonnis van 22 mei 2013

in de zaak van

1. [Eiser 1]

wonende te Nieuwerkerk ad IJssel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] MEDICAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Nieuwerkerk a/d IJssel,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. J.M.J. Arts,

tegen

1. de stichting

STICHTING HZCR,

gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie

gevestigd te Zwijndrecht,

2. [gedaagde 2 in conventie]

Gedaagde in conventie,

wonende te Hendrik-Ido-Ambacht,

3. [gedaagde 3 in conventie]

Gedaagde in conventie,

wonende te Zoetermeer,

advocaat mr. T.R.M. van Helmond.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en HZCR c.s. genoemd worden. Afzonderlijk zullen partijen worden genoemd: [eiser 1], Medical Services, HZCR, [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, tevens houdende een provisionele vordering, met producties,

- de conclusie van antwoord in de bodemprocedure en in het incident tevens eis in reconventie, met producties,

- de akte overlegging productie van HZCR c.s. (waaronder een “audit rapport”),

- de akte overlegging productie van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (een reactie op het “audit rapport”),

- de akte overlegging producties van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 24 april 2013,

- de akte overlegging producties van [eisers in conventie, verweerders in reconventie], tevens akte vermeerdering van eis,

- de akte overlegging producties van HZCR c.s., tevens akte vermeerdering van eis,

- de akte overlegging producties van HZCR c.s. van 24 april 2013.

2. De feiten

2.1. HZCR voert geneeskundige behandelingen uit in een hyperbare zuurstoftank (“hyperbare behandelingen”). Patiënten brengen daarbij enige tijd door in een drukcabine gevuld met 100 % zuurstof. Deze behandeling is geclassificeerd als medische specialisatie en vereist begeleiding van onder meer een duikarts.

2.2. Enig bestuurder van HZCR is Hyperbaar Zuurstof Centrum Rijnmond B.V. (hierna: HZCR B.V.)

2.3. [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] zijn de enige aandeelhouders van HZCR B.V. en zij zijn ook, via hun persoonlijke holdingvennootschappen, de enige bestuurders daarvan.

2.4. [eiser 1] is in juli 2009 aangetreden als medisch directeur van HZCR. Vanaf medio 2010 ontvangt [eiser 1] de met HZCR overeengekomen fee niet meer in privé maar via zijn vennootschap Medical Services.

2.5. Bij brief van 12 oktober 2012 heeft HZCR de overeenkomst met [eiser 1], en met twee andere leden van het medische team, opgezegd. In de brief aan [eiser 1] staat dat de samenwerking niet langer meer tot tevredenheid verloopt en dat HZCR het pertinent oneens is met de activiteiten van [eiser 1] voor een concurrerend centrum in Rijswijk.

2.6. [eiser 1] heeft per e-mail van 14 oktober 2012 de rechtsgeldigheid van de opzegging betwist.

2.7. HZCR heeft bij brief van 15 oktober aan haar relaties laten weten afscheid te hebben genomen van [eiser 1] en zijn twee medisch adviseurs en dat de werkzaamheden op medisch gebied voortaan worden verzorgd door de arts O.W. van Putten.

2.8. [eiser 1] heeft bij e-mail van 16 oktober 2012 de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) benaderd. In de e-mail staat dat de voltallige medische staf haar zorgen uit over het gevaar voor de kwaliteit van de medische behandelingen die is ontstaan na het gedwongen vertrek van de medische specialisten bij HZCR. In een aanvullende e-mail van diezelfde dag voegt [eiser 1] hier aan toe dat de hyperbare behandelingen die dag weer zijn gestart door [betrokkene 1], die basisarts is, zonder dat er een duikerarts of medisch specialist bij betrokken is, voor zover [eiser 1] kan nagaan.

2.9. [eiser 1] heeft bij e-mail van 17 oktober 2012 aan relaties, waaronder medici en/ of medische instanties die patiënten door plegen te verwijzen naar HZCR, gewezen op het ontslag van de medische specialisten door HZCR. [eiser 1] uit hierbij zijn zorgen voor de gevolgen die dit heeft voor de kwaliteit van de medische zorg bij HZCR. Voorts wijst [eiser 1] er op dat er ook hyperbare centra bestaan in Goes, Waalwijk en Rotterdam waarnaar patiënten kunnen worden doorverwezen.

2.10. HZCR heeft bij e-mail van 7 november 2012 aan de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Hyperbare Geneeskunde (NVVHG) medegedeeld het onwenselijk te vinden dat [eiser 1] nog deel uitmaakt van het bestuur van de NVVHG, met name omdat [eiser 1] onderwerp is van onderzoek door de IGZ en bovendien dat [eiser 1] namens HZCR in het bestuur zit terwijl [eiser 1] niet meer voor HZCR werkzaam is en HZCR nu zelf niet vertegenwoordigd is.

2.11. Bij e-mail van 8 november 2012 heeft [betrokkene 2], senior inspecteur bij de IGZ, zich gedistantieerd van de (voormelde) e-mail van HZCR van 7 november 2012 aan de voorzitter van de NVVHG. Onder meer staat er in dat de inhoud niet correct is en niet tot stand is gekomen in overleg met IGZ.

2.12. De IGZ heeft een “Rapportage van de inspectiebezoeken aan het Hyperbaar

Zuurstof Centrum Rijnmond te Zwijndrecht 17, 18 en 31 oktober en 7 november 2012”

opgemaakt. In het rapport staat onder meer:

“3.1. Samenvatting inspectieoordeel

In het vorige hoofdstuk heeft u kunnen lezen hoe het HZCR tijdens de verschillende

inspectiebezoeken gescoord heeft op de voorwaarden voor verantwoorde zorg.

De bevindingen van het onaangekondigde Inspectiebezoek op 17 en 18 oktober

2010 bleken zodanig dat de patiëntveiligheid niet gegarandeerd kon worden.

Dit had vooral te maken met het feit dat het HZCR voor alle momenten dat er

patiënten behandeld over onvoldoende artsen beschikte die voldoende bekwaam.

(de rechtbank neemt aan dat het woord “zijn” aan het eind van deze zin is weggevallen).

Ook ontbrak het in het HCZR aan (de naleving van) schriftelijk vastgelegde

procedures voor gestructureerde risicoselectie van patiënten. De procedures voor

inkeuring, het aannamebeleid en exclusiecriteria voor behandeling waren

onvoldoende beschreven of werden onvoldoende nageleefd. Ook de medische

verslaglegging was in een aantal ingeziene dossiers onvoldoende.

De opslag van en de controle op vervaldata van steriele medische hulpmiddelen en

medicatie was niet adequaat en niet volgens de (wettelijke) richtlijnen. Hiermee was de infectiepreventie niet gegarandeerd.

Door het HZCR werd medicatie aan patiënten ter hand gesteld zonder dat het HZCR daarvoor over een vergunning beschikte.

2.13. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben conservatoir beslag doen leggen ten laste van HZCR voor een vordering, begroot op € 260.943,-.

3. De vordering in conventie

3.1. Medical Services vordert, na eiswijziging:

in het incident

om bij wege van voorlopige voorziening ex art. 223 Rv. HZCR, [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] te veroordelen tot betaling aan Medical Services van:

-€ 43.725,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 oktober 2012, alsmede van

-€ 132.000,-, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

in de hoofdprocedure

I

om HZCR, [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] te veroordelen tot betaling aan Medical Services van:

-€ 43.725,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 oktober 2012, alsmede van

-€ 132.000,-, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding

-€ 25.000,-, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding

II te verklaren voor recht dat [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] jegens [eiser 1] aansprakelijk zijn voor door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van de afspraak vermeld in de dagvaarding onder 49, met verwijzing naar de schadestaatprocedure.

en met veroordeling van Stichting HZCR c.s. in de proceskosten in hoofdzaak en incident, waaronder de beslagkosten. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen daartoe het volgende.

3.2. [eiser 1] was aangetrokken om HZCR te doen renderen en dat is hem goed gelukt. [eiser 1] wilde wel de vruchten van zijn eigen inspanningen plukken en daarom was afgesproken dat (de vennootschap van) [eiser 1] 1/3 deel van de aandelen in HZCR B.V. zou mogen verwerven. Er is een conceptakte tot levering van aandelen opgesteld maar partijen werden het niet eens over de inhoud van de overeenkomst. [eiser 1] wilde ook wel álle aandelen in HZCR kopen maar partijen werden het daarover evenmin eens. Er was daarnaast een investeerder verschenen die in Rijswijk een ander hyperbaar centrum wilde vestigen en daarbij ook HZCR wilde overnemen. [eiser 1] zou alsdan een grote rol in de nieuwe structuur krijgen. Gesprekken tussen [gedaagde 2 in conventie], [gedaagde 3 in conventie], [eiser 1] en die investeerder zijn uiteindelijk afgeketst. HZCR heeft toen meteen de samenwerking met [eiser 1] geëindigd.

3.3. Medical Services heeft nog recht op € 43.725,- aan achterstallige fee over de periode tot aan opzegging. Omdat [eiser 1] thans geen inkomsten geniet wordt dit bedrag ook als provisionele voorziening gevorderd.

3.4. HZCR had een redelijke opzegtermijn in acht moeten nemen. Medical Services gaat daarbij uit van zes maanden. Medical services heeft daarom nog recht op € 132.000,- aan ten onrechte misgelopen fee.

3.5. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] lijden schade omdat de afspraak dat [eiser 1] 1/3, of alle aandelen mocht gaan verwerven, niet is nagekomen. Toen [eiser 1] begon met zijn werk draaide HZCR slecht en [eiser 1] heeft de onderneming weer renderend gemaakt.

3.6. [eiser 1] heeft imagoschade geleden door de mededelingen die HZCR heeft gedaan over [eiser 1]. [eiser 1] wijst daarbij op de inhoud van de brieven van HZCR van 15 oktober 2012, die is wijd verspreid onder alle paramedici die ooit een patiënt naar HZCR hebben verwezen, naar de brief van HZCR van 22 oktober 2012 en het bericht aan de NVVHG van 7 november 2012. Ook latere mededelingen van HZCR c.s. leverden imagoschade op. De onterechte suggestie is gewekt dat [eiser 1] een onbekwaam arts is.

3.7. [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] zijn als bestuurder in persoon aansprakelijk te houden voor de achterstallige fee, de misgelopen fee en de imagoschade.

4. Het verweer in conventie

incident

4.1. HZCR voert verweer tegen de vordering van [eiser 1].

hoofdzaak

4.2. De opzegging van [eiser 1] was terecht. [eiser 1] was een disfunctionerende medisch directeur bij HZCR. Het was HZCR ter ore gekomen dat [eiser 1] veelvuldig afwezig was. Bovendien ontplooide hij concurrerende activiteiten. Toen ook nog de onderhandelingen over Rijswijk waren stukgelopen is besloten de samenwerking te beëindigen. Stichting HZCR c.s. beroepen zich op een auditrapport, ten bewijze dat [eiser 1] slecht heeft gepresteerd als directeur van HZCR. Dit rapport is op 10 december 2012 opgesteld door twee kantoorgenoten van de twee advocaten van Stichting HZCR c.s..

4.3. De samenwerking tussen [eiser 1] en HZCR kwalificeerde als een overeenkomst van opdracht. Een dergelijke overeenkomst is te allen tijde opzegbaar. Daarom gold geen opzegtermijn.

4.4. Als wel een opzegtermijn gold, dan is een termijn van zes maanden daarvoor te lang.

4.5. HZCR beroept zich op een verrekeningsrecht met hetgeen zij in reconventie vordert.

4.6. HZCR beroept zich op eigen schuld (art 6: 101 BW) en op de billijkheidscorrectie.

4.7. HZCR betwist dat het bedrag aan onbetaalde fees van € 54.725,- dat genoemd is in de dagvaarding onder nr. 25 juist is, omdat op 19 oktober 2012 reeds € 11.000 aan [eiser 1] is betaald.

4.8. [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] betwisten dat zij in privé aansprakelijk gehouden kunnen worden.

5. De vordering in reconventie

5.1. Stichting HZCR c.s. vorderen in reconventie, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1 -veroordeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot betaling van € 1.289.942,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2013 tot het moment van algehele voldoening, te voldoen binnen twee weken na datum van het vonnis;

2- te verklaren voor recht dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] jegens HZCR hoofdelijke aansprakelijk zijn voor de door haar geleden en nog te lijden schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2013 tot de dag der algehele voldoening, met het verzoek de schade voor zover die nog niet vervat is in de vordering sub 1 op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te voldoen binnen twee weken na datum van het in deze te wijzen vonnis.

5.2. Stichting HZCR c.s. stellen daartoe dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aansprakelijk zijn uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad. De schade bestaat uit:

A kosten interim manager € 68.656,-;

B kosten Cunera Advies BV 6352,- voor een administratieve audit;

C Reputatie Groep BV € 2456,52. Dit bureau was ingeschakeld om (verdere) reputatie schade te voorkomen die het gevolg was van de beschadigende uitlatingen van [eiser 1];

D Nationale Inspectiezorg BV € 24.000,-. Dit bedrijf heeft Quick scan uitgevoerd omdat medische protocollen ontbraken;

E psycholoog € 5.045,-. Medewerkers hebben psychisch geleden door het optreden van [eiser 1];

F advocatenkosten € 100.000,-;

G gevolgen beslag € 5.633,-. Er moest tegen een hoge rente met spoed elders geld geleend worden omdat beslag was gelegd;

Voorts wordt een verklaring voor recht gevorderd dat bol laat aansprakelijk is voor de navolgende schade, die in de schade staat procedure zal worden gevorderd:

H derving inkomsten door sluiting € 305.200,-;

I derving inkomsten door doorverwijsactiviteiten [eiser 1] naar andere centra € 372.000,-;

J imagoschade € 350.000,-;

K misbruik intellectuele eigendom € 50.000,-;

6. Het verweer in reconventie

6.1. [eiser 1] voert verweer tegen de vorderingen in reconventie. Deze weren zullen in de beoordeling worden betrokken.

7. De beoordeling

in conventie

7.1. Stichting HZCR c.s. betwisten niet dat HCZR nog € 43.725,- verschuldigd is aan Medical Services ter zake van achterstallige fees. Dit bedrag zal daarom worden toegewezen. De wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2012 is eveneens toewijsbaar, nu deze verzuimdatum onweerspoken is gebleven.

7.2. Aan het verrekeningsverweer van Stichting HZCR c.s. wordt voorbijgegaan, omdat Stichting HZCR c.s. geen tegenvordering heeft. De rechtbank verwijst daartoe naar haar beoordeling van de reconventionele vordering.

7.3. De overeenkomst tussen HZCR en Medical Services is een overeenkomst van opdracht. Een zodanige overeenkomst is te allen tijde opzegbaar, zij het dat het wanprestatie kan opleveren als daarbij geen opzegtermijn in acht wordt genomen.

7.4. In de onderhavige omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een opzegtermijn van drie maanden in acht had behoren te worden genomen. Uit de processtukken en het verhandelde ter comparitie van partijen is weliswaar duidelijk geworden dat partijen een steeds stroevere relatie kregen, maar dat was met name omdat de onderhandelingen over de koop van aandelen door [eiser 1] niet vlotten en uiteindelijk stuk zijn gelopen en ook de gesprekken over de samenwerking met het nieuw op te richten centrum in Rijswijk waren afgeketst. Stichting HZCR c.s. betwisten niet (gemotiveerd) dat de zaken slecht liepen toen [eiser 1] aantrad als directeur van HCZR en dat de resultaten goed waren geworden toen (de vennootschap van) [eiser 1] de laan werd uitgestuurd. [eiser 1] had wat meer respijt moeten worden geboden om zijn vertrek een wat ordentelijker verloop te kunnen geven. HZCR zal veroordeeld worden tot betaling aan Medical Services van € 66.000,- aan misgelopen fees over een -niet in acht genomen- opzegtermijn van drie maanden.

7.5. In dit verband tekent de rechtbank alvast aan dat HZCR zich in haar eigen vingers heeft gesneden door [eiser 1] en twee andere medici per direct te ontslaan. De IGZ zag zich immers genoodzaakt om de kliniek van HZCR tijdelijk te sluiten omdat er onvoldoende gekwalificeerde medici waren overgebleven na deze ontslagen. Het blijkt genoegzaam uit het (onder rov. 2.12 aangehaalde) rapport van de IGZ dat dát veruit de belangrijkste reden was om de kliniek tijdelijk te sluiten.

7.6. De rechtbank vindt in de gestelde feiten onvoldoende aanleiding om tot het oordeel te komen dat ook [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie], in persoon, aansprakelijk zijn voor betaling van de voormelde fees. Er valt hen niet een voldoende ernstig persoonlijk verwijt te maken en gesteld noch gebleken is dat HZCR niet in staat is om zelf de schuld te voldoen.

7.7. Omdat de twee vorderingen inzake de fees worden toegewezen in de bodemprocedure hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen belang meer om bij wege van voorlopige voorziening dezelfde vorderingen alvast toegewezen te krijgen. Afgezien hiervan geniet [eiser 1] inmiddels weer inkomsten uit andere bron, zodat de spoedeisend is verdwenen of althans genoegzaam is verminderd. De vordering tot het treffen van voorlopige voorzieningen zal daarom worden afgewezen. De (extra) proceskosten van Stichting HZCR c.s. worden begroot op nihil zodat een kostenveroordeling in het incident achterwege kan blijven.

7.8. De vorderingen ter zake van schade die het gevolg zou zijn van het afketsen van de aandelenkoop door [eiser 1], zullen worden afgewezen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] erkennen zelf al dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gronden hun vordering (daarentegen) op ongerechtvaardigde verrijking en op ten onrechte afgebroken onderhandelingen. Van ongerechtvaardigde verrijking is geen sprake. Het moge zo zijn dat de inspanningen van [eiser 1] er toe hebben geleid dat HZCR goede resultaten ging boeken. Daar staat dan wel tegenover dat [eiser 1] daarvoor ook niet karig werd beloond, met een jaarsalaris van uiteindelijk € 220.000,- tot € 240.000,-. Van ten onrechte afgebroken onderhandelingen is evenmin sprake. Partijen werden het niet eens over de koopprijs van de aandelen en dat levert geen aansprakelijkheid op.

7.9. De vraag of [eiser 1] is aangetast in eer en goede naam dient te worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. De rechtbank acht de uitlatingen die over [eiser 1] zijn gedaan onrechtmatig, op grond van het volgende.

7.10. Toen [eiser 1] werd ontslagen heeft hij aan de IGZ en aan instanties die patiënten plegen door te verwijzen naar HZCR, medegedeeld dat er niet meer voldoende gekwalificeerde medici werkzaam waren bij HZCR. Aan de voornoemde instanties heeft [eiser 1] daar aan toegevoegd dat het (daarom) beter was om patiënten naar andere klinieken door te verwijzen. Dit zal tegen het zere been van HZCR zijn geweest, maar het was wel de waarheid die [eiser 1] hier verkondigde. Niet voor niets sloot de IGZ even later tijdelijk het behandelcentrum van HZCR. In haar reactie op deze handelingen van [eiser 1] is HZCR te ver gegaan. HZCR heeft daarbij de grenzen van het betamelijke ernstig overschreden. HZCR heeft medegedeeld aan de NVVG dat [eiser 1] maar beter uit het bestuur daarvan kon worden gezet omdat hij voorwerp zou zijn van onderzoek door de IGZ. Dit was niet de waarheid. Niet [eiser 1], maar HZCR zelf was voorwerp van onderzoek door de IGZ, en wel omdat haar medische behandelcentrum functioneerde zonder voldoende gekwalificeerde medici, na het ontslag van [eiser 1] en de zijnen. De IGZ heeft zich schriftelijk uitdrukkelijk gedistantieerd van de insinuatie van HZCR.

7.11. Ook onrechtmatig zijn:

-de brief van HZCR van 22 oktober 2012 naar haar relaties. Daarin word de suggestie gewekt dat [eiser 1] geen goed medicus zou zijn. Er staat in: “Wij hebben als centrum

-mede met het oog op het belang van de kwaliteit van zorg voor onze patiënten- goede redenen om de samenwerking met de medisch directeur te beëindigen. Dat mocht HZCR niet verkondigen.

-de verspreiding van een “deskundigenrapport” door een psycholoog genaamd drs. Van Wijngaarden. Diens rapport is opgesteld in opdacht van HZCR en HZCR heeft dit rapport aan haar relaties doen toekomen. Onder meer staat daarin dat [eiser 1] op “slinkse wijze” zou hebben gehandeld. Strekking van het rapport is dat [eiser 1] geen goed medicus zou zijn. Waarom drs. Van Wijngaarden dit mag menen valt nog niet in te zien. Van Wijngaarden kent [eiser 1] niet en hij heeft nooit met [eiser 1] gesproken. [eiser 1] heeft ter comparitie van partijen gesteld dat Van Wijngaarden nooit de moeite heeft genomen om te antwoorden toen [eiser 1] hem om opheldering heeft gevraagd. HZCR kon deze stelling niet weerspreken.

7.12. Aan het oordeel doet niet af dat HZCR veel later, toen het geschil tussen partijen al flink was geëscaleerd, alsnog is gaan zoeken naar bewijsmateriaal om haar stelling te staven dat [eiser 1] slecht gefunctioneerd zou hebben als medisch directeur van HZCR. Twee kantoorgenoten van de advocaten van HZCR c.s. hebben daartoe een lijvig “audit rapport” vervaardigd waaruit het disfunctioneren van [eiser 1] zou moeten blijken.

7.13. Aan dit audit rapport gaat de rechtbank voorbij. Stichting HZCR c.s. hebben hun stelplicht verzaakt. Stichting HZCR c.s. hebben niet goed uitgelegd waarom zij opeens mogen menen dat [eiser 1] een slechte medisch directeur zou zijn geweest. HZCR c.s. wilden eerst aan [eiser 1] een aandelenpakket verkopen. Dat wijst niet op toenmalige onvrede over het functioneren van [eiser 1]. En Stichting HZCR c.s. zullen het ook niet als negatief hebben ervaren dat de resultaten steeds beter werden sinds [eiser 1] aantrad als directeur. In de opzeggingsbrief staat in het geheel niet dat [eiser 1] is weggestuurd wegens disfunctioneren. Er staat in dat de samenwerking niet lánger naar tevredenheid verliep. Ook dat impliceert dat HZCR voorheen wél tevreden was over [eiser 1].

7.14. Ter comparitie van partijen konden Stichting HZCR c.s. evenmin de nodige onderbouwing geven. Aan hen is toen gevraagd waaruit bleek dat [eiser 1] ooit is aangesproken op minder goed functioneren vóórdat hij werd ontslagen en voorts of er dan ook verbetertrajecten met [eiser 1] waren afgesproken. Dat konden Stichting HZCR c.s. niet (goed). Stichting HZCR c.s. bleven steken in het aanwijzen van producties met een inhoud die volgens de rechtbank niet anders kwalificeert dan als niet of nauwelijks significant. Van afgesproken verbetertrajecten blijkt al helemaal niets.

7.15. Het enige punt dat Stichting HZCR c.s. zouden kunnen hebben is hun stelling dat een verzekeraar een schadeclaim gaat indienen bij HZCR van circa € 900.000,- wegens een onjuiste geneeskundige behandeling. Die stelling hebben Stichting HZCR c.s. echter pas voor het eerst ingenomen mondeling ter comparitie van partijen. Het staat thans niet vast of die claim bestaat, of de claim terecht is en of de schade aan [eiser 1] mag worden toegerekend. Wat hiervan verder ook zij, dit is pas zeer recentelijk gaan spelen en dat speelde dus niet toen HZCR aan [eiser 1] nà zijn ontslag incompetentie ging verwijten.

7.16. [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] zijn ook in privé aansprakelijk voor de aantasting in eer en goede naam van [eiser 1]. Zij hebben persoonlijk onrechtmatig gehandeld in deze. Dit wordt niet anders als één der kwalijke handelingen door alleen [gedaagde 2 in conventie], of door alleen [gedaagde 3 in conventie], is verricht. [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] trokken gezamenlijk ten strijde tegen [eiser 1]. Zij vormen ook samen (indirect) het bestuur van HZCR. [gedaagde 2 in conventie] en [gedaagde 3 in conventie] stellen niet dat zij niet geweten hebben van de handelingen van de andere bestuurder, noch dat zij zich distantiëren van enige handeling van de andere bestuurder of gepoogd hebben hem daarvan te weerhouden. Daarom mogen de handelingen van beiden aan elkaar worden toegerekend.

7.17. De rechtbank begroot de schadevergoeding wegens aantasting van [eiser 1] in eer en goede naam in billijkheid op € 15.000,-, hetgeen zal worden toegewezen.

7.18. Over de vraag of het ten laste van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gelegde beslag moet worden opgeheven, wordt als volgt geoordeeld.

7.19. In beginsel vervalt een conservatoir beslag pas als het vonnis waarin de vordering waarvoor beslag is gelegd is afgewezen, in kracht van gewijsde is gegaan. Het beslag eindigt niet door de enkele afwijzing van de vordering waarvoor beslag is gelegd. Of reeds thans het beslag dient te worden opgeheven is een vraag die dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. In de gegeven omstandigheden zoals die blijken uit hetgeen in dit vonnis wordt overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het beslag, gelegd door Stichting HZCR c.s., nu al moet worden opgeheven.

7.20. Stichting HZCR c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]. Deze kosten worden begroot op

€ 12.532,99. Deze kosten bestaan uit:

-explootkosten dagvaarding € 90,17

-griffierecht € 3.621,-

-explootkosten beslagen € 3.137,82

-salaris advocaat € 5.684,- (Liquidatietarieven, 4 punten, waaronder 1 punt voor het beslagverzoek, tarief V: € 1.421,- per punt).

in reconventie

7.21. Uitgangspunt is dat het overleggen van producties niet voldoende is als daar niet een voldoende duidelijk beroep op wordt gedaan. Anders kan de wederpartij niet goed weten waartegen zij zich heeft te verweren. Overlegging van producties mag niet dienen tot vervanging van de stelplicht. Een advocaat zou anders ook overbodig zijn.

7.22. De vordering in reconventie zal worden afgewezen. De stelling als zou [eiser 1] wanprestatie hebben gepleegd of onrechtmatig gehandeld is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank neemt haar desbetreffende overwegingen in conventie hier over.

7.23. Afgezien hiervan zijn de diverse deelvorderingen niet goed onderbouwd of anderszins niet toewijsbaar. Als voorbeeld dient het volgende.

kosten interim manager € 68.656,-:

7.24. Omdat [eiser 1] is ontslagen moest er een andere manager worden ingezet. Dat is geen schade. Dat zijn loonkosten, die eerst gemaakt werden voor [eiser 1] en nu voor iemand anders.

kosten Reputatie Groep BV € 2.456,52.

7.25. Dit bureau is ingeschakeld om de reputatie van HZCR te beschermen. De reputatie van HZCR is echter beschadigd door haar eigen toedoen en niet door [eiser 1]. Toen [eiser 1] en de zijnen werden ontslagen bleven er onvoldoende gekwalificeerde medici over en dát was blijkens het rapport van de IGZ de reden waarom de IGZ het centrum tijdelijk sloot. Wellicht heeft [eiser 1] niet slechts het oog gehad op het algemeen belang van verantwoorde medische zorg en speelden er ook persoonlijke motieven, toen hij na zijn ontslag de IGZ en de doorverwijzende instanties wees op het gebrek aan medici bij HZCR. Dat maakt het oordeel niet anders. Het was kennelijk medisch onverantwoord om het centrum toen open te houden, getuige de tijdelijke sluiting daarvan door de IGZ.

psycholoog € 5.045,-.

7.26. Medewerkers zouden psychisch hebben geleden door het optreden van [eiser 1]. Wie die medewerkers zijn wordt niet gesteld. Evenmin wordt gesteld of het psychisch letsel blijvend van aard is dan wel of het de betrokken medewerkers sinds het vertrek van [eiser 1] inmiddels beter vergaat. Of het hier niet gaat om de nota van de in conventie aangehaalde drs. Van Wijngaarden kan in het midden blijven.

advocatenkosten € 100.000,-.

7.27. De rechtbank ziet geen reden waarom zou moeten worden afgeweken van de Liquidatietarieven. Voor zover deze kosten mede zien op het rapport dat de twee raadslieden van Stichting HZCR c.s. hebben laten opstellen door twee hunner kantoorgenoten, gaat het om overbodige kosten. Aan een zodanig rapport zou pas worden toegekomen als goed zou zijn onderbouwd waarom [eiser 1] na zijn ontslag opeens incompetentie mocht worden verweten, waar voorheen kennelijk tevredenheid over hem bestond. Afgezien hiervan plegen partijdeskundigenrapporten zelden de conclusie te trekken dat het de wederpartij is die gelijk heeft, terwijl een rechter daar toch wel eens anders over oordeelt. Stichting HZCR c.s. mochten dan ook niet zonder meer verwachten dat de rechtbank in haar bewijswaardering, zo zij daar aan zou zijn gekomen, klakkeloos de bevindingen uit dit rapport zouden overnemen. Dit geldt overigens ook voor de “reactie van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op het audit rapport.”

derving inkomsten door sluiting € 305.200,-. + derving inkomsten door doorverwijsactiviteiten [eiser 1] naar andere centra € 372.000,-. + imagoschade

€ 350.000,-.

7.28. De rechtbank herhaalt haar oordeel onder rov. 7.25.

7.29. Stichting HZCR c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]. deze kosten worden begroot op € 9.633,- aan salaris advocaat (conform de Liquidatietarieven, 3 punten, tarief VIII: € 3.211,- per punt).

8. De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1. veroordeelt HCZR tot betaling van € 43.725,- aan Medical Services, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2012;

8.2. veroordeelt HCZR tot betaling van € 66.000,- aan Medical Services, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

8.3. veroordeelt HCZR, [gedaagde 3 in conventie] en [gedaagde 2 in conventie] hoofdelijk tot betaling van een schadevergoeding aan [eiser 1] wegens aantasting in eer en goede naam van € 15.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

8.4. veroordeelt Stichting HZCR c.s. hoofdelijk in de proceskosten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie], tot op heden begroot op € 12.532,99;

8.5. verklaart voor recht dat de ten laste van [eiser 1] en/of Medical Services gelegde beslagen, genoemd in de akte eisvermeerdering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onder nummer 54, ten onrechte zijn gelegd en dat HZCR daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en aansprakelijk zijn voor de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geleden schade;

8.6. heft de onder rov. 8.5 vermelde beslagen op;

8.7. verklaart het vonnis zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

8.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

8.9. wijst de vorderingen af;

8.10. veroordeelt Stichting HZCR c.s. in de proceskosten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie], tot op heden

begroot op € 9.633,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 22 mei 2013.?