Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8995

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
01-05-2013
Zaaknummer
421623 / HA RK 13-227
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk omdat het verzoek niet is gedaan zodra de feiten en omstandigheden, waarop de wraking is gegrond, aan verzoeker bekend zijn geworden. De feiten en omstandigheden zijn verzoeker bekend geworden ter zitting van 04-03-2013, terwijl het wrakingsverzoek pas 11 dagen later, op 15-03-2013 bij de rechtbank is ingediend. Het overleg van verzoeker met zijn gemachtigde en het maken van een afspraak daartoe is geen omstandigheid die de late indiening van het wrakingsverzoek rechtvaardigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 26 april 2013

Zaaknummer: 1378388\CV EXPL 12-44521

Rekestnummer: 421623 / HA RK 13-227

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde mr. R. Zwiers,

strekkende tot wraking van mr. A.J.L.M. van der Wildt, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team kanton (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter comparitiezitting van 4 maart 2013 is door de rechter van deze rechtbank, behandeld de door verzoeker ingestelde civielrechtelijke vordering tegen [naam gedaagde vennootschap] B.V. met zaaknummer: 1378388 CV EXPL 12-44521.

Bij faxbericht d.d. 13 maart 2013, bij de rechtbank binnengekomen op 15 maart 2013, heeft de raadsman van verzoeker de president van de rechtbank verzocht om voortzetting van de zaak met een andere kantonrechter. Bij e-mailbericht van 22 maart 2013 heeft de raadsman desgevraagd te kennen gegeven dat genoemd faxbericht tevens een wrakingsverzoek is.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- procesdossier;

- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;

- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek.

Verzoeker, zijn raadsman mr. R. Zwiers alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren.

De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 2 april 2013.

Ter zitting van 24 april 2013, waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoeker, zijn raadsman en de rechter. De raadsman en verzoeker hebben ter zitting het standpunt nader toegelicht.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker - kort weergegeven - aangevoerd dat bewoordingen die de rechter ter comparitie bezigde, of van de gemachtigde van de wederpartij overnam, de vrees voor gebrek aan onpartijdigheid rechtvaardigen. Ter zitting van de wrakingskamer is daar nog aan toegevoegd dat de rechter bij de gemachtigde van de wederpartij aan het einde van de comparitie nog refereerde aan een andere zaak van de wederpartij die hij had behandeld.

2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

De rechter is van mening dat het verzoek te laat is ingediend. Hij bestrijdt verder deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.

3. De ontvankelijkheid van het verzoek

3.1

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering schrijft voor dat het wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

3.2

Het fundament van het bezwaar van verzoeker tegen de rechter is gelegen in opmerkingen van de rechter ter comparitie van 4 maart 2013.

3.3

Ook indien ervan uit wordt gegaan dat het hiervoor bedoelde faxbericht van de gemachtigde van verzoeker reeds een wrakingsverzoek behelst, kan niet worden gezegd dat het wrakingsverzoek is ingediend zodra de feiten en omstandigheden waarop de wraking is gegrond, aan verzoeker bekend zijn geworden. Immers, de feiten en omstandigheden zijn bekend geworden ter terechtzitting van 4 maart 2013, terwijl het wrakingsverzoek pas 11 dagen later, op 15 maart 2013 bij de rechtbank is ingediend. Door de gemachtigde is aangevoerd dat het overleg met verzoeker en het maken van een afspraak daartoe de nodige tijd vergde, maar dat is naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheid die de late indiening van het wrakingsverzoek rechtvaardigt.

Verzoeker dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek tot wraking.

4. De beslissing

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. A.J.L.M. van der Wildt.

Deze beslissing is gegeven op 26 april 2013 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. P.H. Veling en mr. H. van Lokven-van der Meer, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier.