Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7889

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-04-2013
Datum publicatie
18-04-2013
Zaaknummer
10/710129-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ontucht met aan zorg toevertrouwde minderjarige.

Aantal aspecten zijn vanuit rechtpsychologisch oogpunt bedreigend voor betrouwbaarheid getuigenverklaringen. Rechtbank neemt oordeel deskundige over en is niet overtuigd dat fysieke handelingen van verdachte een seksuele lading hadden en als ontuchtig handelen kan worden aangemerkt.

Voorwaardelijk bezit kinderporno. Door meermalen bezoeken internetsite met een titel die de mogelijkheid van de aanwezigheid van kinderporno in zich draagt en waarop kinderporno ook onmiddellijk zichtbaar is, wordt verklaring verdachte dat hij niet (ook) naar kinderporno op zoek was, geloochenstraft . Door het bezoek van deze site en andere sites waarop naast ander materiaal ook kinderporno voorhanden was, heeft verdachte het risico genomen dat hij (telkens) zou stuiten op kinderporno en in het bezit daarvan zou komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2

Parketnummer: 10/710129-11

Datum uitspraak: 18 april 2013

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[adres],

raadsman mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 april 2013.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Hensels-Van Straaten heeft gerekwireerd tot:

- vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde feit;

- bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling, alsmede de ontzetting uit zijn bevoegdheid tot het uitoefenen van het beroep van leerkracht aan minderjarigen gedurende de proeftijd.

MOTIVERING VRIJSPRAAK

De onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten zijn niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank zal de vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde feit niet nader motiveren, nu de officier van justitie vrijspraak van dit feit heeft gevorderd, terwijl het eveneens is bepleit door de raadsman.

Ten aanzien van de vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde feit en heeft hiertoe - verkort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat zowel de aangiftes, als de verklaringen zoals deze zijn afgelegd door de in de studio gehoorde leerlingen van de verdachte niet geloofwaardig en onbetrouwbaar zijn. De raadsman heeft in dit verband verwezen naar de conclusies in het rapport van de rechtspsycholoog dr. mr. E. Rassin met betrekking tot de omstandigheden waaronder die verklaringen tot stand zijn gekomen, almede op de op essentiële punten wisselende verklaringen.

Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Het onderzoek tegen de verdachte is gestart, nadat aangeefster -de moeder van [minderjarige]- in februari 2011 hoorde dat er een informatieavond was geweest over een ontuchtplegende leraar op de school van haar zoon. Aangeefster heeft hierop haar zoon gevraagd wie de meester was die aan kinderen zat, zo verklaart haar zoon. In dit gesprek heeft hij gezegd dat dit [verdachte] was, en op haar vraag of [verdachte] ook aan hem had gezeten, heeft hij bevestigend geantwoord. Nadat de moeder de volgende dag met haar zoon hierover verder sprak en hij haar vertelde dat [verdachte] in juni 2010 hem in de kleedkamer van het gymlokaal had gekieteld en hij hierbij al kietelend en strelend van zijn ballen naar zijn bilspleet was gegaan, is de moeder naar de politie gestapt.

De zoon en een aantal van zijn klasgenoten die bij dit kietelincident aanwezig waren, zijn daarop gehoord in de studio.

Zoon [minderjarige] heeft daar verklaard dat [verdachte] hem voor de gymles in de kleedkamer heeft gekieteld. Dat hij dit aanvankelijk wel grappig vond en ook lachte, maar niet meer toen de meester door de pijp van zijn boxershort over zijn slurf, ballen en billen kietelde. [minderjarige] verklaart ook dat [verdachte] in zijn bilspleet heeft gezeten. Later in het verhoor zegt hij daarover dat hij er niet echt in gezeten heeft, maar wel bijna; hij was er naar onderweg, want wat wil [verdachte] anders als hij aan zijn billen zit. [minderjarige] verklaart dat de andere kinderen die er om heen stonden, lachten. Deze kinderen hebben hem in het verleden gepest.

De kinderen die bij het incident aanwezig zijn geweest, verklaren alledrie dat [verdachte] [minderjarige] heeft gekieteld. Over het tijdstip (voor of na de gymles), en hoe [verdachte] precies heeft gekieteld wordt wisselend verklaard. Geen van de kinderen verklaart dat hij in de onderbroek van [minderjarige] is geweest. Twee kinderen verklaren dat [minderjarige] eerst lachte, maar het daarna niet leuk meer vond en dat ook duidelijk kenbaar maakte.

De verdachte heeft verklaard dat hij aan het incident geen specifieke herinnering heeft. Hij kietelde kinderen wel vaker als zij aan het treuzelen waren bij het omkleden voor of na de gymles. Het zou dus kunnen dat hij ook [minderjarige] heeft gekieteld, omdat hij moest opschieten met aankleden, maar dat hij daarbij geen seksuele bedoelingen heeft gehad. De verdachte ontkent dat hij de ballen of het kruis van [minderjarige] heeft aangeraakt. Dat hij bij het kietelen onbewust de billen heeft geraakt, is mogelijk.

De rechtspsycholoog mr. dr. E. Rassin heeft op 30 juni 2012 een rapport opgemaakt omtrent de geloofwaardigheid van de afgelegde verklaringen. De deskundige heeft hierbij de methode van de alternatieve scenario’s gehanteerd. Deze methode komt erop neer dat getracht wordt te achterhalen of en welke redenen er kunnen zijn voor de betreffende verklaring, anders dan dat de verklaring eenvoudigweg accuraat is. In het algemeen lijken de studioverhoren volgens de deskundige correct te zijn uitgevoerd. Echter, de verschillende verklaringen overziend, constateert de deskundige een aantal opmerkelijkheden. Allereerst blijkt er soms sprake te zijn van een gemankeerde herinnering in verband met het lange tijdsverloop tussen het incident en de verklaring. In het verlengde van deze lange latentie ligt dat de getuigen veelvuldig met elkaar hebben overlegd over het incident en aldus elkaars herinnering onbedoeld hebben beïnvloed, de zogenaamde “collaborative story telling”. De deskundige waarschuwt voor het gevaar van een informatieavond om betrokkenen te informeren. Een dergelijke bijeenkomst kan leiden tot een hindsight bias. Het is niet zo dat aangiftes na een informatieavond per definitie onbetrouwbaar zijn, maar het is veelal moeilijk om het alternatieve scenario (inhoudend dat mensen allerlei ongerelateerde problemen nu gaan ophangen aan de handtastelijkheden van de verdachte) te ontkrachten.

Verder lijkt het er volgens de deskundige in de verklaringen op dat de fysiek ingestelde verdachte een stereotype is geworden van een onderwijzer die iedereen betast en dat stereotype beeld kan de interpretatie van het incident hebben gekleurd. De deskundige merkt eveneens op dat er enkele opvallende discrepanties zijn tussen de verklaringen van de getuigen omtrent het incident met [minderjarige]. Zo worden er verschillende verklaringen afgelegd omtrent de onderbroek die [minderjarige] droeg en de volgorde waarop de ontuchtige handelingen zouden hebben plaatsgevonden.

De deskundige is van oordeel dat de bovengenoemde aspecten vanuit rechtspsychologisch oogpunt bedreigend zijn voor de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen. De deskundige concludeert dat de waarde van de getuigenverklaringen door hun ontstaansgeschiedenis beperkt is, terwijl ook niet valt uit te sluiten dat die verklaringen het resultaat zijn van een cocktail van onfortuinlijke omstandigheden. Mogelijk heeft [minderjarige] de fysieke aanpak van de toch al fysiek ingestelde verdachte destijds als frustrerend of vernederend ervaren en daarom (onbewust) overgeïnterpreteerd. De getuigen van het incident zouden makkelijk mee kunnen zijn gegaan in die interpretatie, omdat de verdachte toch al bekend stond als een fysiek ingesteld persoon. Door maanden tijdsverloop en gesprekken over het incident heeft de overinterpretatie alleen maar vastere voet gekregen.

Ter zitting is Rassin als deskundige gehoord en heeft hij zijn rapport nader toegelicht. Onder meer heeft hij verklaard over het concept van de pseudoherinnering waarbij de betrokkene gelooft dat wat hij zich herinnert daadwerkelijk is gebeurd en een eigen herinnering betreft, terwijl dit niet het geval is. Het kenmerk van een dergelijke pseudoherinnering is dat deze niet ongedaan is te maken. In een studioverhoor -hoe zorgvuldig ook afgenomen- is een dergelijke herinnering dan ook nagenoeg niet als zodanig te herkennen.

Voor de rechtbank staat op grond van de verklaringen zoals deze zijn afgelegd vast, dat in de kleedkamer van de gymzaal een incident heeft plaatsgehad waarbij de verdachte [minderjarige] in het bijzijn van drie klasgenoten heeft gekieteld. Om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te kunnen komen, is vereist dat de handelwijze van de verdachte een seksuele strekking had.

De rechtbank heeft niet de overtuiging dat het kietelen door de verdachte een seksuele lading had en als ontuchtig handelen kan worden aangemerkt. Volgens de conclusies van de deskundige Rassin valt immers niet uit te sluiten dat het handelen van de verdachte door [minderjarige] is overgeïnterpreteerd. Mogelijk heeft [minderjarige] zich vernederd en uitgelachen gevoeld, toen zijn klasgenoten moesten lachen om het kietelen door de verdachte. Daarbij is tevens van belang dat [minderjarige] in eerste instantie niet uit zichzelf over het incident heeft verteld, maar dat hij dit pas heeft gedaan nadat zijn moeder hem had verteld over de informatiebijeenkomst over een ontuchtplegende leraar van zijn school. Dat [minderjarige], zoals hij bij de politie heeft verklaard, wel direct over het incident aan moeder heeft verteld, maar toen heeft gedaan alsof het over een klasgenoot van hem ging, wordt door moeder niet bevestigd.

Overigens is later gebleken dat de informatiebijeenkomst die reden was voor moeder om haar zoon te bevragen, een door de gemeente georganiseerde informatiebijeenkomst betrof naar aanleiding van een uitzending van SBS 6 waarbij ten onrechte een link was gelegd met de school waar de verdachte werkzaam was. Hoewel de informatiebijeenkomst dus helemaal niet ging over een ontuchtige leraar van de school, heeft dit bericht en de aanname dat de informatiebijeenkomst wel daarover ging, mogelijk tot hindsight bias geleid, zoals beschreven in het rapport van de deskundige. Dit raakt de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen van moeder en zoon [minderjarige].

Andere omstandigheden die de betrouwbaarheid van deze verklaringen, maar ook die van de gehoorde klasgenoten van [minderjarige] raken, zijn het tijdsverloop en het feit dat onderling is gesproken over het incident. Hoewel dit laatste begrijpelijk en invoelbaar is, kan hierbij wel (ongewild) sprake zijn geweest van beïnvloeding. Na het incident is bijna een jaar verstreken voordat van het feit aangifte werd gedaan. Het kan niet anders dan dat dit tijdsverloop gevolgen heeft gehad voor de herinnering. Daar komt bij dat aannemelijk is geworden dat vlak voor de aangifte, maar ook daarna diverse malen is gesproken over het incident en er verhalen de ronde zijn gaan doen over [verdachte]. Niet kan worden uitgesloten dat alle betrokkenen inmiddels in de veronderstelling verkeren de waarheid te spreken, terwijl het er de schijn van heeft dat incidenten een eigen leven zijn gaan leiden en -zonder dat dit bewust en bedoeld is- groter zijn geworden.

Gelet op al de hiervoor genoemde aspecten, overtuigen de afgelegde verklaringen dat sprake is geweest van ontuchtig handelen door de verdachte jegens [minderjarige], de rechtbank dan ook niet. De verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij,

in de periode van 01 januari 2011 tot en met 02 juni 2011 te

Spijkenisse meermalen (telkens) een aantal, afbeeldingen, te weten

25 foto's en 2 films of een gegevensdrager bevattende

afbeeldingen,

in bezit heeft gehad ,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de

mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de

penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de

mond/tong)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij

deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving

en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en)

poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of

de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt,

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling,

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

NADERE BEWIJSMOTIVERING

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit bepleit, omdat de verdachte geen beschikkingsmacht had over de op zijn computer aangetroffen foto’s en films.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Op de thuiscomputer van de verdachte zijn 147 afbeeldingen gevonden die kinderpornografisch van aard zijn.

Voor het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren of verwerven van deze afbeeldingen is in het dossier geen bewijs voorhanden, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De officier van justitie en de raadsman hebben hiertoe ook geconcludeerd.

Dat voornoemde bestanden op de computer van de verdachte aanwezig waren, houdt weinig meer in dan het vermoeden van opzet op het bezit van die bestanden. Uit de bewijsmiddelen moeten vervolgens concrete feiten en omstandigheden blijken die erop duiden dat het opzet van de verdachte - al dan niet in voorwaardelijke zin - daadwerkelijk op dat bezit was gericht.

Die feiten en omstandigheden kunnen onder meer zijn gelegen in de herkomst van de bestanden, de handelingen die daarmee zijn verricht, de beschikbaarheid en de kenbare inhoud daarvan. Van strafbaar bezit - dat opzet veronderstelt - kan pas worden gesproken als de afbeeldingen in de beschikkingsmacht van de verdachte hebben gelegen.

Ten aanzien van 113 (105 foto's en 8 films) van de totaal 147 afbeeldingen vermeld in de tenlastelegging staat vast dat deze voor verdachte niet meer te benaderen waren zonder daarvoor bestemde software. Deze afbeeldingen bevonden zich in de ‘deleted items’. Niet is komen vast te staan dat de verdachte over die software beschikte.

Ook is uit het onderzoek niet duidelijk geworden dat deze 113 afbeeldingen in de ten laste gelegde periode door de verdachte zijn gedownload en weer verwijderd en hoeveel tijd er zat tussen die beide handelingen. Verder blijkt uit niets dat de verdachte ten aanzien van deze afbeeldingen een specifieke handeling heeft verricht die gericht was op het in bezit krijgen van deze bestanden. Gelet hierop komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het bezit van deze 113 afbeeldingen en zal verdachte daarvoor vrijspreken.

Wat betreft de overige 34 afbeeldingen (32 foto's en 2 films) overweegt de rechtbank als volgt. Deze afbeeldingen waren op de computer van de verdachte benaderbaar. Wel bevonden 7 afbeeldingen daarvan zich in de ‘temporary files’. Voor deze bestanden geldt hetzelfde als voor de ‘deleted items’. Ook voor deze 7 afbeeldingen zal daarom vrijspraak volgen.

De overige 27 afbeeldingen waren op de computer van de verdachte toegankelijk en benaderbaar. Feitelijk waren deze afbeeldingen derhalve in het bezit van de verdachte.

De verdachte heeft evenwel het bezit daarvan ontkend en heeft aangegeven dat hij er niet van op de hoogte was dat deze beeltenissen op zijn computer waren opgeslagen. Mogelijk heeft hij de afbeeldingen wel gezien, toen hij op diverse websites aan het surfen was, maar hij heeft ze niet bewaard, willen bewaren of nogmaals willen terug zien.

Om tot een bewezenverklaring van het bezit van deze afbeeldingen te kunnen komen, moet -nu de verdachte onvoorwaardelijk opzet ontkent en daarvoor ook geen bewijs voorhanden is - uit het bewijsmateriaal volgen dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij beschikkingsmacht over deze afbeeldingen verkreeg.

Vast staat dat de verdachte websites heeft bezocht waarop, naast ander materiaal, ook kinderpornografisch materiaal te zien was. Het bezoeken van de websites zoals [website] (een keer in de ten laste gelegde periode), [website] (idem), [website] (idem) en [website] (twee keer), is evenwel onvoldoende voor de stelling dat de verdachte bewust het aanmerkelijke risico op de koop toe heeft genomen in bezit te komen van kinderpornografisch materiaal. Niet kan immers worden gezegd dat de verdachte reeds gelet op de naam van die sites had moeten weten dat het om sites ging waarop naast ander materiaal ook kinderpornografisch materiaal te vinden was. Bovendien is de frequentie waarmee de verdachte de sites bezocht gering, op sommige sites is hij maar één keer geweest in de ten laste gelegde periode, terwijl blijkens het politieonderzoek op enkele van die sites ook niet steeds kinderpornomateriaal heeft gestaan. Dit ligt anders voor het bezoeken van de site [website] waar eveneens kinderporno op te vinden was. De verdachte heeft deze site in een maand tijd (mei 2011) zelfs drie keer kort bezocht. Het politieonderzoek toont aan dat bij het bezoeken van die site meteen zichtbaar is, dat daarop diverse foto’s staan van minderjarige jongens vanaf ongeveer 16 jaar die seksuele handelingen met elkaar verrichten. Door die site niet één keer, maar in korte tijd verschillende malen te bezoeken, wordt de verklaring van de verdachte dat hij niet (ook) naar kinderporno op zoek was, geloochenstraft en heeft de verdachte door het meermalen bezoeken van de diverse sites het risico genomen dat hij (telkens) zou kunnen stuiten op kinderporno en in bezit daarvan zou komen.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van voorwaardelijk opzet op het bezit van 27 afbeeldingen.

Het in bezit hebben van een dergelijke -relatief gezien- geringe hoeveelheid afbeeldingen duidt niet op het maken van een gewoonte van dat misdrijf, zodat ook daarvan vrijspraak dient te volgen.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

een afbeelding of een gegevensdrager van een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft kinderporno in bezit gehad. Dergelijk handelen houdt de handel in kinderporno in stand, hetgeen gelet op de kwetsbare groep die gebruikt wordt om dergelijke porno te vervaardigen zeer kwalijk is.

Op een dergelijk feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van beperkte duur.

In het voordeel van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat hij blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Verder is in aanmerking genomen dat de verdachte - afgezet tegen diverse andere kinderpornozaken - een relatief klein aantal kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad. Ook is gelet op de leeftijd van de kinderen en de aard van de seksuele handelingen op de afbeeldingen.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op de grote gevolgen die deze zaak voor de verdachte en zijn gezin heeft gehad en het tijdsverloop in de zaak.

Gelet op al het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen aan de verdachte en aan die gevangenisstraf - mede gezien het tijdsverloop - een proeftijd te koppelen van één jaar.

Het door de reclassering gegeven advies om bijzondere voorwaarden te koppelen aan de voorwaardelijke straf wordt niet gevolgd. De rechtbank ziet daarvoor - gelet op de vrijspraken voor de ontucht en het geringe aantal afbeeldingen - geen grond. Om dezelfde reden wordt geen aanleiding gezien de verdachte tijdelijk te ontzetten uit zijn bevoegdheid tot het uitoefenen van het beroep van leerkracht voor minderjarigen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen computer, desktop, merk Dell te onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank volgt de officier van justitie hierin. De in beslag genomen computer zal worden onttrokken aan het verkeer. Noch daargelaten dat het ongecontroleerde bezit van het kinderpornografisch materiaal op die computer in strijd is met de wet, is het onder 2 bewezen feit met behulp van de computer begaan.

VORDERING BENADEELDE PARTIJ

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], wonende te [woonplaats benadeelde partij] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 318,10 aan materiële schade en een bedrag van € 750,- aan immateriële schade.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte ten aan zien van dit feit geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden. De verdachte wordt immers van dit feit vrijgesproken.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 1 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer: computer, desktop, merk Dell;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van der Kaaij, voorzitter,

en mrs. De Knoop en Benaissa, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van der Hoeff, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 april 2013.

Bijlage bij vonnis van: 18 april 2013

TEKST TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

werkzaam als onderwijzer,

op of omstreeks 17 juni 2010 te Spijkenisse

met iemand, die zich als leerling aan zijn hulp of zorg had toevertrouwd, te

weten met [minderjarige] (geboren op 25 juli 2000) ontucht heeft gepleegd,

namelijk het:

betasten en/of strelen en/of kietelen van/in/vanaf de bilspleet en/of de

billen (naar) (en/of) de testikels en/of penis van die [minderjarige];

[Artikel 249 Wetboek van Strafrecht]

2.

hij,

in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 02 juni 2011 te

Spijkenisse, in elk geval in Nederland,

één of meermalen (telkens) 147, althans een aantal, afbeelding(en), te weten

137 foto's en/of 10 films en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een)

afbeelding(en),

heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of

verworven en/of in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking v

communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand

en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd

van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de

mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de

penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een

(ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog

niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de

mond/tong)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij

deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving

en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en)

poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of

de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben

bereikt,

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 240b lid 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij,

werkzaam als onderwijzer,

in of omstreeks de periode van 01 september 2007 tot en met 30 juni 2009 te

Spijkenisse, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met iemand, die zich als leerling aan zijn hulp of zorg had

toevertrouwd, te weten met [minderjarige 2] (geboren op 28 september 2000) ontucht

heeft gepleegd,

namelijk het (meermalen):

- op schoot nemen van die [minderjarige 2] en/of (vervolgens) paardje rijden en/of

- knuffelen van die [minderjarige 2] en/of

- betasten van en/of wrijven over de billen van die [minderjarige 2];

[Artikel 249 Wetboek van Strafrecht]