Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:BZ0037

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
30-01-2013
Zaaknummer
10/690271-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 8 maanden voor -onder meer- het plegen van een tweetal inbraken in supermarkten waarbij gaten in de daken van de supermarkten werden gezaagd. Vrijspraak van drie andere soortgelijke inbraken vanwege een (onweerlegbaar) alternatief scenario over aangetroffen DNA.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Parketnummer: 10/690271-12

Datum uitspraak: 30 januari 2013

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] (Joegoslavië),

niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn,

raadsvrouwe mr. J. Berkouwer, advocate te Schiedam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2013.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Goudzwaard heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest.

MOTIVERING VRIJSPRAKEN

Algemeen

Aan de verdachte worden onder de feiten 1 tot en met 5 (pogingen tot) inbraken in supermarkten ten laste gelegd. Bij een aantal van deze feiten is DNA-materiaal veiliggesteld.

Bij de feiten 3 tot en met 5 werden op de plaats delict gereedschappen respectievelijk een pet aangetroffen. Het uit de bemonstering van deze goederen verkregen DNA-profiel blijkt te matchen met het profiel van de verdachte.

Bewijsverweer

Verdachte heeft over de aangetroffen DNA-sporen verklaard dat het weliswaar DNA-sporen kunnen zijn die afkomstig zijn van hem, maar dat hij niet zelf op de plaatsen delict is geweest en niets van doen heeft gehad met de aan hem tenlastegelegde inbraken. Verdachte heeft daarbij aangegeven dat zijn broer bij hem in huis heeft gewoond en toegang had tot zijn gereedschappen en andere goederen en dat hij deze kan hebben gebruikt of door anderen kan hebben laten gebruiken.

Beoordeling bewijsverweer

Gelet op het door de verdachte gevoerde verweer is onder de gegeven omstandigheden het aantreffen op de plaats delict van DNA dat aan de verdachte toebehoort, niet zonder meer voldoende voor de conclusie dat de verdachte hetgeen aan hem onder 3, 4 en 5 ten laste is gelegd heeft begaan. Er blijft immers een met een bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid open die in beginsel zal moeten worden weerlegd om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Een dergelijke weerlegging is slechts dan niet vereist indien het door de door de verdachte alternatieve lezing niet aannemelijk, ongeloofwaardig of onwaarschijnlijk is. Dat kan echter van de alternatieve lezing van de verdachte niet worden gezegd, temeer niet nu de broer van verdachte ook meermalen als medeverdachte in het onderzoek naar voren is gekomen.

Bewijsmiddelen die de alternatieve lezing van de verdachte kunnen weerleggen zijn niet voorhanden. Ook de belangrijke overeenkomsten die tussen de tenlastegelegde strafbare feiten bestaan (zoals modus operandi en de locatie van de plaats delict, namelijk de min of meer landelijke ligging van de supermarkten in kwestie), zoals deze door de officier van justitie naar voren zijn gebracht, kunnen de alternatieve lezing van de verdachte niet uitsluiten.

De rechtbank acht het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde daarom niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

BEWIJS

Bewijsconstructie feit 2

Bij feit 2 wordt een droge sigarettenpeuk met DNA-profiel aangetroffen in een weiland op de door de dader van de inbraak afgelegde looproute. Uit onderzoek is gebleken dat het aangetroffen DNA-profiel op de sigarettenpeuk matcht (matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard) met het DNA-profiel van de verdachte. De verklaring van de verdachte dat hij niet zelf op de plaats delict is geweest, maar dat zijn DNA daar terecht kan zijn gekomen door toedoen van een ander, is gelet op het DNA-spoor op de sigarettenpeuk, volstrekt onaannemelijk. Daarbij heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij rookt. Uit de internethistorie van een computer, die bij de verdachte in de woning is aangetroffen en waar hij gebruikt van maakte, blijkt bovendien dat er op 3 maart 2012 is gezocht met de zoekterm Jumbo en dat een adressenlijst van vestigingen is bekeken, waarop ook de vestiging te Sevenum staat vermeld.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die in de supermarkt te Sevenum heeft ingebroken.

Bewijsconstructie feit 1

Vast staat dat bij feit 1 sprake is van een inbraak die sterke gelijkenissen vertoont met de kort daarvoor gepleegde inbraak van feit 2 waarvan - gelet op het voorgaande - de betrokkenheid van de verdachte vaststaat. Ook in dit geval is immers sprake van een min of meer landelijke ligging van de supermarkt waar is ingebroken, gelegen op grote afstand van de woning van de verdachte, een zeer specifieke modus operandi en van rookwaar als buit.

Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat op 12 juni 2012 te 04:59 uur - de nacht waarin de inbraak in de supermarkt plaatsvond - door de verdachte wordt gebeld. Uit de meegezonden zendmastgegevens blijkt dat de telefoon die die avond in gebruik is bij de verdachte op 12 juni 2012 een mast aanstraalt aan de Carstensdijk/Compagnieweg te Elim, alwaar de getroffen supermarkt is gelegen.

De verdachte heeft verklaard nimmer ’s nachts in Elim of ook maar in de omgeving daarvan te zijn geweest. De rechtbank acht deze verklaring kennelijk leugenachtig en bedoeld om de waarheid te bemantelen nu deze door de inhoud van het dossier wordt weerlegd.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte is geweest die in de supermarkt te Elim heeft ingebroken.

Bewijsmotivering

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op het voorgaande alsmede op de (overige) inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 6 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 11 juni 2012 tot en met 12 juni 2012 te Elim, gemeente Hoogeveen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een winkelpand, gelegen aan de Carstensdijk heeft weggenomen een grote hoeveelheid

rookwaren, toebehorende aan Plus, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming

2.

hij op 02 maart 2012 te Sevenum, gemeente Horst aan de Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een winkelpand, gelegen aan de Horsterweg, heeft weggenomen een grote hoeveelheid (pakjes/sloffen) sigaretten, toebehorende aan Jumbo, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van

braak en inklimming

6.

hij op 14 september 2012 te Rotterdam, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, te weten bij Ministeriële Beschikking (nummer [nummer]), tot ongewenst vreemdeling was verklaard

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

2.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

6.

Als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling is verklaard

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan inbraken in een tweetal supermarkten. Om zich de toegang tot de winkels te verschaffen, zijn er telkens gaten in de daken van deze supermarkten gemaakt. Bij de inbraken zijn voor grote bedragen aan rookwaren (in totaal tienduizenden euro’s) meegenomen. Naast de overlast en het schadebedrag van de buit is er ook grote schade aan de bedrijfspanden en inventaris aangericht. De omstandigheden waaronder de inbraken hebben plaatsgevonden, duiden op een grondige voorbereiding, waarbij de verdachte op professionele en geraffineerde wijze te werk gegaan is. De rechtbank rekent de verdachte aan dat hij zich daarbij enkel heeft laten leiden door zijn persoonlijk financieel gewin, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor anderen.

Daarnaast heeft de verdachte in Nederland verbleven, terwijl hij wist dat hij ongewenst is verklaard. Het opzettelijk handelen in strijd met de bepalingen van de vreemdelingenwetgeving en met de daarop gegronde beslissingen van de autoriteiten is een voor de Nederlandse samenleving bezwarend delict. Gelet op de houding van de verdachte ter terechtzitting moet er bovendien voor gevreesd worden dat hij ook in de toekomst niet van zins is om - ondanks zijn ongewenstverklaring - Nederland te verlaten.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 december 2012 meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder soortgelijke strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden zich wederom schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten.

Alles afwegend wordt de na te noemen straf passend en geboden geacht.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJ

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], terzake van het onder 1 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 11.691,71 aan materiële schade.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven dat inmiddels het volledige schadebedrag door de verzekering is vergoed.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu gebleken is dat de schade reeds aan de benadeelde partij is vergoed, zal zij in de vordering niet ontvankelijk worden verklaard.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], terzake van het onder 2 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 902,05 aan materiële schade.

De behandeling van het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op het nog niet door de verzekering vergoede deel van de materiële schade ad € 902,05, levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Onduidelijk is welke specifieke posten door de verzekering reeds zijn vergoed en welke specifieke schadeposten (deels) resteren. Niet alle door de benadeelde partij onder 1 tot en met 7 vermelde schadeposten komen voor vergoeding in het strafproces in aanmerking.

De benadeelde partij zal derhalve niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, begroot op nihil.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 57, 197, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Janssen, voorzitter,

en mrs. Vroom en Stalenberg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 januari 2013.

Bijlage bij vonnis van 30 januari 2013:

TEKST TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2012 tot en met 12 juni 2012 te Elim, gemeente Hoogeveen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een

winkelpand, gelegen aan de Carstensdijk heeft weggenomen een grote hoeveelheid rookwaren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Plus, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 02 maart 2012 te Sevenum, gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een winkelpand, gelegen aan

de Horsterweg, heeft weggenomen een grote hoeveelheid (pakjes/sloffen) sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Jumbo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 11 februari 2012, in elk geval in of omstreeks de periode van 10 februari 2012 tot en met 11 februari 2012, te Havelte, gemeente Westerveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een winkelpand, gelegen aan de Dorpsstraat, heeft weggenomen een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 februari 2012, in elk geval in of omstreeks de periode van 10 februari 2012 tot en met 11 februari 2012 te Havelte, gemeente Westerveld, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand, gelegen aan de Dorpsstraat, weg te nemen een kluis, geheel of ten dele toebehorende aan C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat winkelpand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen kluis onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen op het dak van dat winkelpand is geklommen en/of (vervolgens) een gat in het dak heeft geknipt en/of gezaagd en/of gemaakt en/of (vervolgens) die kluis op een plafond heeft getild en/of geopend en/of doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van 07 april 2010 tot en met 8 april 2010 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand, gelegen aan het Zuidhof, weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Plus Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat winkelpand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen op het dak van dat winkelpand is geklommen en/of (vervolgens) een gat heeft gezaagd en/of geknipt en/of gemaakt in dat dak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2010 tot en met 22 maart 2010 te Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkelpand, gelegen aan de Rembrandtlaan, weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Super de Boer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat winkelpand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen op het dak van dat winkelpand is geklommen en/of een gat in het dak heeft gezaagd /

geknipt / gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 311 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op of omstreeks 14 september 2012 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, te weten bij Ministeriële Beschikking (nummer [nummer]), tot ongewenst vreemdeling was verklaard;

(art. 197 Wetboek van Strafrecht)