Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:BY9143

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-01-2013
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
97885 / HA ZA 12-2106
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert schadevergoeding wegen foutieve advisering door gedaagde, een assurantietussenpersoon. Zij wordt toegelaten tot het bewijs van haar stelling. Dit betreft ofwel de toezegging door een medewerker van gedaagde dat gedaagde onder dezelfde voorwaarden zou verzekeren als de voormalige verzekering van eiseres ofwel het doorgeven van het exacte bouwjaar van de te verzekeren machine na ontvangst van de polis aan de medewerker van gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

afdeling privaat

team handel

zaaknummer / rolnummer: 97885 / HA ZA 12-2106

Vonnis van 16 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOONBEDRIJF [X] B.V.,

gevestigd te Bornerbroek, gemeente Borne,

eiseres,

advocaat mr. drs. W.A. Koers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] ADVIESGROEP B.V.,

gevestigd te Puttershoek, gemeente Binnenmaas,

gedaagde,

advocaat mr. D.J.M. Volkholz- Plaum.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 juli 2012 met de daarin genoemde stukken;

- de conclusie van antwoord;

- het proces-verbaal van comparitie van 4 december 2012 met de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] exploiteert een loonbedrijf. Bij haar werkzaamheden gebruikt zij een combine met chassisnummer [xxxxxxxx], welke voor de eerste maal in gebruik is genomen op 24 juli 2002 (verder: de combine).

2.2. [gedaagde] is een assurantietussenpersoon die verzekeringen van Aegon aanbiedt, onder andere voor combines.

2.3. [betrokkene 1] is een assurantietussenpersoon die verzekeringen van Achmea aanbiedt, onder andere voor combines.

2.4. Op 19 juli 2007 heeft [eiseres] een verzekeringspolis van de combine ontvangen van Achmea. Deze verzekering is afgesloten via [betrokkene 1]. Hierin is onder de voorwaarden opgenomen dat er een “eigen gebrekdekking 7 jaar vanaf bouwjaar machine” geldt.

2.5. Op 3 september 2008 heeft [eiseres] een verzekeringspolis van de combine ontvangen van Aegon. Deze verzekering is afgesloten via [gedaagde]. Hierin is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“Verzekerd object Object 1 Maishakselaar

Merk Claas Lexion Type 430

Bouwjaar 2005

Chass.nr [xxxxxxxx]

Dekking Rubriek 1 Aansprakelijkheid (excl. schade aan

ondergrondse zaken)

Rubriek 2 Casco (excl. eigen gebrek)

(…)

Eigen risico Rubriek 1 EUR 250,-

Rubriek 2 EUR 500,-”

2.6. Door [eiseres] zijn met de hand de volgende vetgedrukt weergegeven correcties aangebracht op de verzekeringspolis van Aegon:

“ Combine

Verzekerd object Object 1 Maishakselaar

Merk Claas Lexion Type 430

2002

Bouwjaar 2005

Chass.nr [xxxxxxxx]

incl.

Dekking Rubriek 1 Aansprakelijkheid (excl. schade aan

ondergrondse zaken)

incl.

Rubriek 2 Casco (excl. eigen gebrek)”

2.7. In december 2008 heeft [eiseres] bij Aegon gemeld dat er schade aan de combine was ontstaan. Door Aegon is een expertiserapport opgesteld ter vaststelling van de schade aan de combine. In dit rapport wordt de schade begroot op € 35.620,93 exclusief btw.

2.8. Op 21 oktober 2009 schrijft Aegon – voor zover van belang – het volgende aan [gedaagde]:

“Ons besluit

Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden is er gedurende de looptijd van de verzekering bij AEGON geen rapport bekend geweest met een positieve oliemonster analyse voor het betreffende object. Zowel [gedaagde] als [eiseres] waren in de veronderstelling dat dit wel het geval was. De medewerker van [gedaagde] met wie een en ander in eerste instantie is afgestemd en gecommuniceerd, is tijdens de looptijd van de verzekering weggegaan bij [gedaagde]. [gedaagde] kan het ontbreken van een volledig rapport daarom niet direct verweten worden. Het op grond hiervan afwijzen van de eigen gebrek dekking en schade acht AEGON daarom niet gerechtvaardigd.

Desondanks heeft AEGON besloten de eigen gebrek dekking en daarmee de schade af te wijzen. Reden hiervoor is het feit dat het object uit 2002 en niet uit 2005 is. Eigen gebrek dekking onder de werkmaterieel verzekering van AEGON is standaard tot 6 jaar (bij een positief oliemonster) en zou daarom sowieso niet tot en met 2009 kunnen doorlopen. Dit staat dus los van de vraag of er een volledig rapport en positieve beoordeling door AEGON van dit rapport zou zijn.”

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 35.120,90, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [eiseres] stelt het volgende. Op 12 december 2008 is er schade ontstaan aan een combine die op dat moment verzekerd was bij Aegon. Aegon heeft geweigerd om deze schade te vergoeden. De schade die wordt geleden als gevolg van Aegon’s weigering kan worden verhaald op [gedaagde] nu deze wordt veroorzaakt door tekortkomingen van [gedaagde] in haar werkzaamheden als assurantietussenpersoon. Aan haar was op 18 augustus 2008 opgedragen om de combine te verzekeren met eigen gebrek dekking, maar zij heeft nagelaten om deze opdracht correct uit te voeren. Zij heeft de polis niet gecontroleerd op dekking eigen gebrek, zodat door Aegon een polis is afgegeven exclusief eigen gebrek dekking. Tevens is een gebrekkige oliemonsteranalyse, die is vereist om een verzekering met eigen gebrek dekking af te sluiten, naar Aegon gestuurd en heeft [gedaagde] dit gebrek niet kenbaar gemaakt. Zij heeft evenmin meegedeeld dat de eigen gebrek dekking bij Aegon 1 jaar korter was dan bij Achmea, waardoor de combine met bouwjaar 2002 vanaf 24 juli 2008 niet langer verzekerd kon worden voor eigen gebrek bij Aegon. Deze tekortkomingen leiden ertoe dat er een onjuiste polis is afgesloten op basis waarvan Aegon weigert de schade aan de combine ten bedrage van € 35.620,90 verminderd met het eigen risico van € 500,00 te vergoeden. Voor zover de schade niet als wanprestatie kan worden gevorderd, wordt deze tevens als onrechtmatige daad gevorderd.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Zij betwist dat zij is tekortgeschoten. Het rapport van de oliemonsteranalyse is op 24 september 2008 door Aegon ontvangen, zoals ook blijkt uit het door Aegon opgestelde schaderapport. In tegenstelling tot wat Aegon beweert, is dit rapport compleet. Er is niet gecontroleerd of de polis inclusief eigen gebrek dekking was afgegeven door Aegon, maar er was ook geen verplichting om deze polis te controleren aangezien dit de eigen verantwoordelijkheid van [eiseres] was. [eiseres] heeft de polisvoorwaarden van Achmea nooit doorgestuurd zodat er geen vergelijking kon worden gemaakt tussen de eigen gebrek dekking bij Aegon en Achmea. De handgeschreven correctie op de polis is destijds niet doorgegeven, zodat het advies slechts kon worden gebaseerd op het door [eiseres] opgegeven bouwjaar 2005. Op basis van dat bouwjaar is er juist geadviseerd. Voor zover de tekortkomingen vast komen te staan, heeft [eiseres] geen schade geleden als gevolg van de tekortkomingen. De combine was voorafgaand aan het afsluiten van de polis bij Aegon niet verzekerd, zodat [eiseres] geen schade kan leiden doordat Aegon de schade niet uitkeert. Er is ook onvoldoende gesteld dat Achmea de schade wel zou hebben gedekt. Indien de schade komt vast te staan, ontbreekt het causaal verband tussen de tekortkomingen en de schade omdat Aegon de dekking niet op grond van de tekortkomingen heeft geweigerd. Aegon heeft de schade slechts afgewezen omdat het bouwjaar van de combine 2002 was in plaats van 2005. Dit betekent dat [eiseres] de gevorderde schade ook zou hebben geleden als zij het juiste bouwjaar zou hebben doorgegeven, aangezien zij de verzekering niet meer terug kon oversluiten van Aegon naar Achmea toen zij het juiste bouwjaar had gemeld. Bovendien is de schade ruim na de oogsttijd gerapporteerd, namelijk pas op 12 december 2008, zodat aannemelijk is dat de schade vóór de ingangsdatum van de polis bij Aegon is ontstaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is in geschil of [eiseres] schadevergoeding kan vorderen omdat [gedaagde] niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht heeft genomen.

4.2. Voor zover de gestelde tekortkomingen van [gedaagde] zien op het niet controleren van de polis op de eigen gebrek dekking en het verzuimen om een correcte oliemonsteranalyse naar Aegon te sturen, kunnen deze tekortkomingen niet leiden tot toewijzing van de vordering. Uit de brief van Aegon van 21 oktober 2009 blijkt immers dat deze tekortkomingen niet in verband staan met haar weigering om uit te keren. Hiertoe is volgens Aegon slechts van belang dat de machine op grond van haar polisvoorwaarden (6 jaar eigen gebrek) niet meer verzekerd was. Nu het causaal verband ontbreekt tussen de gestelde tekortkomingen en de weigering van Aegon om uit te keren, kan de gestelde schade als gevolg van de weigering niet op grond van deze tekortkomingen worden toegewezen.

4.3. [eiseres] stelt dat [gedaagde] bovendien is tekort geschoten door haar foutief te adviseren over de verzekering van de combine.

4.4. [eiseres] onderbouwt haar stelling hiertoe eerst als volgt. [betrokkene 2], een medewerker van [gedaagde], zou haar hebben toegezegd dat de polis bij Aegon dezelfde eigen gebrek dekking zou hebben als de polis die zij had lopen bij Achmea. Aangezien [gedaagde] gemotiveerd betwist dat zij een dergelijke toezegging heeft gedaan, zal [eiseres] worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling.

4.5. Als [eiseres] slaagt in het leveren van dit bewijs, dan zal haar vordering worden toegewezen. [eiseres] heeft voldoende gesteld dat de combine bij Achmea in december 2008 nog verzekerd zou zijn voor eigen gebrek. [gedaagde] heeft dan niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht, omdat zij heeft geadviseerd dat Aegon de combine onder dezelfde voorwaarden zou verzekeren als Achmea, terwijl dit niet het geval was.

4.6. Indien de stelling niet wordt bewezen, onderbouwt [eiseres] haar vordering verder door te stellen dat zij het correcte bouwjaar (2002) direct na ontvangst van de polis aan [betrokkene 2] heeft doorgegeven. Gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door [gedaagde], zal [eiseres] worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling.

4.7. Slaagt [eiseres] niet, dan zal haar vordering worden afgewezen. [gedaagde] is in dat geval niet tekort geschoten, nu onweersproken is dat zij op basis van het door [eiseres] doorgegeven bouwjaar 2005 mocht adviseren om de polis over te zetten, ondanks de kortere dekking voor eigen gebrek bij Aegon. Dit geldt ook voor de vordering uit onrechtmatige daad, aangezien er dan evenmin sprake is van onrechtmatig handelen door [gedaagde].

4.8. In het geval [eiseres] de door haar gestelde feiten zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.6 kan bewijzen, staat de tekortkoming door [gedaagde] vast. [gedaagde] heeft dan niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht. Na de correctie van het bouwjaar door [eiseres] had [gedaagde] haar moeten informeren dat de combine vanwege de ouderdom bij Aegon niet met eigen gebrek dekking verzekerd kon worden omdat Aegon eigen gebrek slechts 6 jaar dekt in plaats van dezelfde dekking als Achmea die door [betrokkene 2] was toegezegd.

4.9. Uit het expertiserapport van Aegon blijkt dat de schade aan de combine is vastgesteld op € 35.620,90. Vaststaat dat Aegon dit schadebedrag niet vergoedt aan [eiseres]. [gedaagde] heeft onvoldoende betwist dat Achmea de schade aan de combine, in tegenstelling tot Aegon, zou hebben vergoed. [eiseres] heeft immers het verzekeringsplan van Achmea overgelegd waaruit een dekking van 7 jaar voor de combine blijkt en dus tot na 12 december 2008 met inachtneming van 24 juli 2002 als datum van eerste ingebruikname. Bijgevolg staat vast [eiseres] schade heeft geleden ten bedrage van € 35.620,90 verminderd met het eigen risico van € 500,00.

4.10. Er bestaat een direct oorzakelijk verband tussen de schade die [eiseres] vordert en het foutieve advies van [gedaagde]. [eiseres] heeft immers als gevolg van het foutieve advies haar combine niet verzekerd bij Achmea, die het eigen gebrek op 12 december 2008 zou hebben gedekt. [gedaagde] heeft onvoldoende betwist dat [eiseres] de combine na het royement terug bij Achmea zou kunnen verzekeren met een eigen gebrek dekking van 7 jaar. Nu [eiseres] de combine zonder opgaaf van reden kon royeren met terugwerkende kracht, valt niet in te zien waarom zij de combine niet opnieuw zou kunnen verzekeren bij Achmea. [gedaagde] voert nog aan dat de schade aan de combine is opgetreden vóór de ingangsdatum van de polis bij Aegon, nu er in december niet geoogst wordt. Aegon zou bijgevolg terecht de schadevergoeding hebben geweigerd omdat deze niet door haar moest worden gedekt. Deze betwisting faalt. Uit de overgelegde producties met de oogstdata blijkt dat [eiseres] heeft geoogst in december.

4.11. De rechtbank houdt iedere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt [eiseres] op te bewijzen:

a) hetzij dat [betrokkene 2] haar heeft toegezegd dat de verzekering bij Aegon dezelfde eigen gebrek dekking kent als de polis van Achmea,

b) hetzij dat zij [betrokkene 2] direct na ontvangst van de polis van Aegon op 3 september 2009 op de hoogte heeft gesteld van het correcte bouwjaar 2002 van de combine,

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 januari 2013 voor uitlating door [eiseres] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3. bepaalt dat [eiseres] indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat [eiseres], indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden februari tot en met april 2013 direct moet opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het gerechtsgebouw te Dordrecht aan Steegoversloot 36,

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2013.?