Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:BY8450

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-01-2013
Datum publicatie
15-01-2013
Zaaknummer
413202 / KG ZA 12-949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorshands onvoldoende aannemelijk dat de gemeente -die beoordelingsvrijheid heeft bij het accepteren van certificaten als bewijs dat is voldaan aan de in het bestek opgesomde kwaliteits-/geschiktheidseisen en die in de aanbestedingsstukken uitdrukkelijk heeft vermeld dat de inschrijving ongeldig zou worden verklaard, indien de inschrijver niet zou voldoen aan de gestelde eisen- de inschrijving van eiseres in redelijkheid niet ongeldig mocht verklaren, omdat zij uit de overgelegde stukken niet kon opmaken dat eiseres over een gelijkwaardig certificaat beschikt.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 45
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 46
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 47
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 48
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 49
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 50
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 51
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 52
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 53
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 413202 / KG ZA 12-949

Vonnis in kort geding van 7 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Maasland,

eiseres,

advocaat mr. L. Knoups,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. W.M. Ritsema van Eck.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 22 november 2012

- de mondelinge behandeling d.d. 17 december 2012

- de producties en pleitnotities van [eiseres]

- de producties en pleitnotities van de gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de door partijen overgelegde producties, kan in dit kort geding van de volgende feiten worden uitgegaan.

2.1. Op 15 mei 2012 heeft de gemeente een Europese openbare aanbesteding aangekondigd voor een raamovereenkomst voor de levering van bomenzand, bomengrond en eikengrond in de gemeente Rotterdam. Bij nota van inlichtingen d.d. 7 juni 2012 heeft de gemeente deze opdracht opgedeeld in drie percelen. Perceel 1 betreft bomenzand, perceel 2 bomengrond en perceel 3 eikengrond.

2.2. Het bestek luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Algemeen

(…)

1.2 Aanbesteding

De Europese openbare aanbesteding geschiedt overeenkomstig het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten (BAO), op 19 juni 2012 om 10.00 uur.

Uw inschrijving dient uiterlijk op het tijdstip van aanbesteding (…) aanwezig te zijn in de daarvoor bestemde afgesloten bus (…).

1.3 Inlichtingen

Vragen kunnen (…) worden gesteld tot en met 4 juni 2012 (…).

1.4 Inschrijving

(…)

2. De gegevens die door de inschrijver moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk als bedoeld in artikel 45 t/m 53 van het BAO, zijn bij:

Inschrijving:

(…)

- een kopie van een certificaat RAG landscaping of gelijkwaardig van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling, waaruit blijkt dat de te leveren grondsoorten onder keurmerk geleverd worden.

- een kopie van een certificaat van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling conform BRL 9335, waaruit blijkt dat de te leveren grondsoorten voldoen aan de gestelde milieueisen (…) als geformuleerd in paragraaf 3.4 van dit bestek.

(…)

3. Na aanbesteding dient de volgens de Opdrachtgever voor gunning van het werk in aanmerking komende inschrijver (…) in te dienen:

(…)

- een partij grond van elke aangeboden grondsoort. Het VLG lab van gemeentewerken Rotterdam zal ter plaatse monsters komen nemen en vaststellen of de grondsoorten aan de eisen voldoen;

(…)

4. De eisen waaraan een inschrijver als bedoeld in artikel 45 t/m 53 van het BAO moet voldoen zijn:

(…)

g. het beschikken over een certificaat van een onafhankelijke accrediteerde instelling RAG landscaping of gelijkwaardig, waaruit blijkt dat de te leveren grondsoorten onder keurmerk geleverd worden,

(…)

LET OP:

Indien de inschrijver niet voldoet aan de gestelde eisen van het bestek is de inschrijving ongeldig en is inschrijver uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure.

(…)

3. Nadere beschrijving bouwstoffen

(…)

3.3 Keuring van bouwstoffen

Tijdens de aanbesteding zal het VLG laboratorium van Gemeentewerken Rotterdam van elke grondsoort een monster nemen en analyseren ter verificatie.

Tijdens de looptijd van het contract zullen 3x per jaar monsters genomen worden door het VLG laboratorium van Gemeentewerken Rotterdam (…).

3.4 Technische bepalingen

3.4.1 Bomenzand technische bepalingen en onderzoeksmethoden

(…)”.

2.3. De onder 2.1 genoemde nota van inlichtingen d.d. 7 juni 2012 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Betreffende het bestek;

Voor alle duidelijkheid wijzen wij potentiële inschrijvers erop dat wij een RAG kwaliteitscertificaat of gelijkwaardig eisen, maar dat de in het bestek in paragraaf 3.4 vermelde technische bepalingen afwijken van de RAG specificaties. Het VLG lab van Gemeentewerken Rotterdam zal de partij grond als vermeld in paragraaf 1.4.3 controleren aan de in het bestek vermelde eisen. Het niet voldoen aan deze eisen leidt tot afwijzing (…)”.

2.4. Het in het bestek genoemde certificaat RAG Landscaping, een kwaliteitscertificaat voor openbaar groen, wordt uitgegeven door Stichting RHP (Regeling Handelspotgronden). [eiseres] beschikt niet over het certificaat RAG Landscaping. Zij beschikt wel over andere door RHP uitgegeven certificaten, waaronder RHP horticulture. Voorts beschikt zij over een ISO certificaat (ISO 9001:2008) en een BRL-keurmerk.

2.5. [eiseres] heeft tijdig inschreven op de onderhavige aanbesteding.

2.6. Bij brief d.d. 16 juli 2012 heeft de gemeente aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving terzijde is gelegd, omdat de gemeente heeft geconstateerd dat [eiseres] niet beschikt over een certificaat RAG landscaping of een gelijkwaardig certificaat van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling, waaruit blijkt dat de te leveren grondsoorten onder keurmerk geleverd worden.

2.7. Een brief van de gemeente aan [eiseres] d.d. 8 november 2012 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Naar aanleiding van de op 19 juni 2012 gehouden aanbesteding met betrekking tot het voor vier jaar op afroep en naar behoefte leveren van bomenzand, bomengrond en eikengrond aan de gemeente Rotterdam (…) en onze brief (…) van 16 juli 2012, delen wij u hierbij mede dat de opdrachtgever, op grond van het gunningcriterium de economisch meest voordeling inschrijving voornemens is de overeenkomsten te sluiten met:

perceel 1: -Comb. Grondbank IJsselmonde B.V./A.H. Vrij grond en groenrecycling B.V. (…)

-Nationale Bomenbank B.V. (…)

perceel 2: -Comb. Grondbank IJsselmonde B.V./A.H. Vrij grond en groenrecycling B.V. (…)

-Nationale Bomen Bank B.V.

perceel 3: omdat geen van de inschrijvers voor dit perceel beschikte over het in hoofdstuk 1 paragraaf 1.4.4.g van het bestek gevraagde certificaat van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling RAG landscaping of gelijkwaardig, is besloten voor perceel 3 geen overeenkomst te sluiten.

Indien u zich niet kunt verenigen met dit voornemen, dient u binnen 15 kalenderdagen na dagtekening van deze brief een kort geding aanhangig te hebben gemaakt bij de rechtbank te Rotterdam (…)”.

2.8. Een rapport van [X] d.d. 12 december 2012 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Klantvraag:

BvB (…) heeft [X] gevraagd om op basis van het bestek: het leveren van bomenzand, bomengrond en eikengrond in de gemeente Rotterdam (…) datum 02 mei 2012 een advies uit te brengen over de gelijkwaardigheid van het RAG certificaat die in het bestek is gevraagd (…) en de certificaten die BvB (…) in hun organisatie verankerd hebben (…).

Onderzoek:

(…) In het betreffende bestek wordt een RAG certificaat of gelijkwaardig geëist. Op de site van de stichting RHP staat te lezen in module code 000 (…) dat het Rag certificaat is ingedeeld in diverse onderdelen betreffende de gestelde eisen. Samengevat komt het neer op:

-Eisen tbv ondernamen en analyse

-Proceseisen

-Producteisen

Gezien de Gemeente Rotterdam in de 2e nota van inlichtingen specifiek vermeldt dat de in het bestek paragraaf 3.4 vermelde technische bepalingen afwijken van de RAG specificaties, kan geconcludeerd worden dat het eisen van een RAG certificaat betrekking heeft op de proces en kwaliteitseisen en niet op de produkteisen. [eiseres] heeft in de inschrijving het kwaliteitscertificaat ISO 9001 toegevoegd en daarmee een vergelijkend certificaat ten aanzien van kwaliteitscontrole (…).

Voor het vergelijk van beide certificaten kunnen we het volgende melden:

Aan de hand van het ISO certificaat is het handboek van [eiseres] (…) geschreven. In het handboek van [eiseres] (…) is naast het ISO certificaat ook de BRL 9335-4 en het RHP certificaat geïntegreerd. Het ISO certificaat en dus het handboek hebben de invulling gekregen zoals de RHP heeft gesteld. De certificaten van het RHP zijn allen gestoeld op de ISO. Het ISO certificaat is ingevuld op basis van het RHP certificaat en daarmee zijn ook de eisen die in het RPH certificaat gesteld zijn van toepassing (...). Het RAG certificaat wordt ook door stichting RHP uitgegeven en werkt ook met een zelfde modulecode systeem als het RHP certificaat (…).

(…)

Conclusie:

Het ISO certificaat heeft een invulling gekregen aan de hand van de keurmerken zoals die bij [eiseres] (…) gehanteerd worden. Dit zijn RHP-certificaat en BRL 9335-4. De eisen gesteld in het RAG certificaat zijn een samengaan van voornamelijk delen uit het RHP-certificaat en de BRL certificaat. [eiseres] (…) is al jaren in het bezit van deze certificaten die als basis hebben gediend van het RAG certificaat. Men kan dan ook stellen dat [eiseres] zich aan een hoger eisenprogram heeft geconformeerd dan de beschreven eisen in het RAG certificaat. Hiermee heeft [eiseres] (…) aangetoond in de vorm van het ISO certificaat een gelijkwaardig of zelf hoogwaardiger certificaat te bezitten zoals gevraagd in het bestek (…)”.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I) de gemeente te gebieden -voor zover zij de opdracht wil gunnen- de opdracht “Het leveren van bomenzand, bomengrond en eikengrond” (mede) aan [eiseres] te gunnen,

II) te bepalen dat de gemeente een dwangsom verbeurt van € 100.000,-- bij schending van het onder I) genoemde gebod,

subsidiair:

III) de gemeente te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en de gemeente te verbieden de aanbestedingsprocedure voort te zetten alvorens de aanbieding van [eiseres] alsnog in beschouwing is genomen en -nadat is vastgesteld dat [eiseres] aan alle eisen uit het bestek voldoet- de gemeente te gebieden -voor zover zij de opdracht wil gunnen- de onderhavige opdracht (mede) aan [eiseres] te gunnen,

IV) te bepalen dat de gemeente een dwangsom verbeurt van € 100.000,-- bij schending van de onder III) genoemde ver- of geboden,

meer subsidiair:

V) de gemeente te verbieden uitvoering te geven aan het door haar geuite gunningsvoornemen en de gemeente te gebieden de opdracht -voor zover zij deze nog wenst op te dragen- opnieuw aan te besteden,

VI) te bepalen dat de gemeente een dwangsom verbeurt van € 100.000,-- bij schending van de onder V) genoemde ver- of geboden,

primair en subsidiair:

VII) de gemeente te veroordelen in de proceskosten.

3.2. De gemeente voert gemotiveerd verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang vloeit reeds uit de aard van de vorderingen van [eiseres] voort. De gemeente heeft het spoedeisend belang bovendien niet betwist.

4.2. Tussen partijen is in geschil of de gemeente de inschrijving van [eiseres] al dan niet terecht ongeldig heeft verklaard. Blijkens de brief d.d. 16 juli 2012 heeft de gemeente de inschrijving van [eiseres] ongeldig verklaard, omdat [eiseres] niet zou beschikken over een certificaat RAG landscaping of een gelijkwaardig certificaat van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling, waaruit blijkt dat de te leveren grondsoorten onder keurmerk geleverd worden.

4.2.1. Bij dagvaarding heeft [eiseres] gesteld dat de gemeente haar inschrijving daarnaast ongeldig heeft verklaard, omdat [eiseres] niet zou beschikken over een analyserapport van elke grondsoort waaruit blijkt dat de substraten aan de in paragraaf 3.4 van het bestek gestelde eisen voldoen. Ter zitting is duidelijk geworden dat dit probleem betrekking heeft op een eerdere aanbesteding van dezelfde opdracht (welke aanbesteding is gestaakt, omdat geen van de inschrijvers op dat moment aan de door de gemeente gestelde eisen voldeed).

Zoals hiervoor reeds overwogen is de inschrijving van [eiseres] op de onderhavige aanbesteding enkel ongeldig verklaard vanwege van het ontbreken van een certificaat RAG landscaping of een gelijkwaardig certificaat. Bovengenoemde tweede grond voor ongeldigverklaring behoeft derhalve in het onderhavige kort geding geen bespreking.

4.3. Blijkens de aanbestedingsstukken dienden inschrijvers op de onderhavige aanbesteding te beschikken over een certificaat RAG landscaping of een gelijkwaardig certificaat van een onafhankelijke geaccrediteerde instelling, waaruit zou blijken dat de te leveren grondsoorten onder keurmerk geleverd zouden worden.

4.4. Voorop gesteld moet worden dat, gelet op de inhoud van de opdracht en de specifieke problematiek rond het planten en in leven houden van bomen in de stad (Rotterdam), de gemeente als aanbestedende dienst de vrijheid had om nadere eisen te stellen aan zowel het product zelf als aan het proces/de procedure, die door de inschrijvers wordt gevolgd. De wijze waarop de aanbestedende dienst deze vrijheid heeft ingevuld is in beginsel toegelaten. Zij vraagt een certificaat dat voorziet in bewaking en waarborging van product,- en proceseisen in het kader van de kwaliteit (het RAG landscaping certificaat) en dat rechtstreeks verband houdt met voor de opdracht wezenlijke aspecten aangaande de bedrijfsvoering bij de inschrijvers. De gemeente heeft voorts expliciet voorzien in toelating van gelijkwaardige certificaten. Het is daarbij aan de inschrijver om toe te lichten en te onderbouwen dat en waarom die certificaten gelijkwaardig zijn. Anders dan [eiseres] ter zitting heeft betoogd ziet de voorzieningenrechter in de wijze waarop het bestek in de onderhavige aanbesteding geformuleerd is, niet terug dat de gemeente is gezwicht voor de “RAG-lobby”.

4.5. De enkele omstandigheid dat wellicht slechts weinig inschrijvers aan voornoemde eis kunnen voldoen, maakt die kwaliteitseis niet disproportioneel of anderszins ontoelaatbaar.

Dat [eiseres] niet beschikt over een RAG landscaping certificaat berust op haar eigen economische afweging: zij voldoet (naar eigen zeggen) aan de eisen, maar zij acht de kosten te hoog, mede in relatie tot de waarde van de opdracht. Als juist is wat [eiseres] daarover stelt (de gemeente bleek ter zitting niet bekend met de kosten), te weten dat de opdracht een totale waarde van ca. € 200.000,= - 300.000,= vertegenwoordigt en de kosten van het certificaat eenmalig ca € 10.000,= en vervolgens jaarlijks nog € 10.000.=, is die investering inderdaad relatief zo hoog, dat het eisen van het verkrijgen van dit certificaat voor deze opdracht disproportioneel zou zijn, nog daargelaten dat het de gemeente ook anderszins niet is toegestaan, uit mededingingsoverwegingen, om dit certificaat te eisen.

De gemeente eist echter niet een certificaat RAG landscaping, maar accepteert in plaats daarvan gelijkwaardige certificaten. Niet aannemelijk is geworden dat het feitelijk onmogelijk of disproportioneel is om door middel van gelijkwaardige certificaten aan de betreffende kwaliteitseis te voldoen.

4.6. [eiseres] heeft bij haar inschrijving (een kopie van) haar ISO certificaat overgelegd. Dit ISO-certificaat betreft geen algemeen ISO-certificaat, maar is toegespitst op “de inkoop van grondstoffen, de verkoop, de productie, transport en ontwikkeling van substratenten behoeve van de professionele tuinbouw, stedelijk en natuurlijk grond in binnen- en buitenland”. Aan dit ISO certificaat ligt ten grondslag het ISO handboek van [eiseres]. Hierin zijn alle processen en het managementsysteem van [eiseres] uitgebreid beschreven. Ook de in de certificaten RHP horticulture en BRL 9335, waarover [eiseres] beschikt, opgenomen eisen zijn verwerkt in voornoemd ISO handboek. [eiseres] stelt op grond hiervan, dat zij beschikt over een gelijkwaardig certificaat als hiervoor bedoeld.

De voorzieningenrechter is echter van oordeel, dat dit onvoldoende aannemelijk is geworden en dat in elk geval de gemeente, gelet op het ontbreken van nadere toelichting en onderbouwing, terecht heeft geoordeeld dat die gelijkwaardigheid uit de inschrijving niet (voldoende) bleek.

4.7. Anders dan [eiseres] stelt, is voorshands voldoende aannemelijk dat de geschiktheidseis aangaande het certificaat RAG landscaping of gelijkwaardige certificaten betrekking heeft op zowel proceseisen als producteisen; een normaal oplettend inschrijver had dat uit de bestekseis moeten opmaken.

Op zich is tussen partijen niet in geschil dat de producteisen in de aanbestedingsstukken deels afwijken van de RAG-eisen, in die zin dat de gemeente op de betreffende punten strengere eisen stelt. Dat wil echter niet zeggen dat de gemeente daarmee de RAG-eisen heeft verlaten.

Blijkens paragraaf 3.4 van het bestek (Technische bepalingen) zijn er bovendien diverse producteisen die gelijk zijn aan de RAG-eisen. De omstandigheid dat de gemeente in de nota van inlichtingen d.d. 7 juni 2012 met betrekking tot het te leveren proefmonster heeft gemeld dat de in paragraaf 3.4 van het bestek vermelde technische bepalingen afwijken van de RAG specificaties, maakt dat niet anders.

4.8. [eiseres] stelt voorts dat in het door haar overgelegde rapport getiteld “Motivatie gelijkwaardigheid” d.d. 12 december 2012 van [X] inzichtelijk is gemaakt dat in het certificaat RAG landscaping slecht 9 kwaliteits-/proceseisen zijn opgenomen en dat deze eisen allemaal terugkomen in het ISO handboek van [eiseres]. RHP Horticulture stelt zelfs in het algemeen strengere eisen dan RAG landscaping, waardoor voornoemd ISO Handboek ten aanzien van diverse eisen aanmerkelijk verder gaat dan hetgeen RAG landscaping voorschrijft. [eiseres] stelt dat zij aldus genoegzaam heeft aangetoond (minimaal) gelijkwaardige maatregelen te nemen op het gebied van kwaliteitsbewaking.

Ook als dat juist zou zijn, baat dit [eiseres] niet. Zoals reeds overwogen hebben het certificaat RAG landscaping of gelijkwaardige certificaten betrekking op zowel proceseisen als producteisen. Voornoemd rapport van [X], dat er vanuit gaat dat de betreffende certificaten slechts betrekking hebben op proceseisen, vormt derhalve in zoverre onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat [eiseres] over gelijkwaardig aan RAG landscaping zijnde certificaten beschikt.

4.9. Ter zitting heeft [eiseres] erkend dat zij bij haar inschrijving alleen kopieën van voornoemd ISO certificaat en van haar certificaat betreffende het BRL-keurmerk heeft gevoegd en dat zij andere stukken, zoals voornoemd ISO handboek niet (in kopie) bij haar inschrijving heeft overgelegd. Ook het hiervoor bedoelde rapport, gedateerd 12 december 2012, is eerst in het kader van dit kort geding overgelegd.

De gemeente stelt dat zij uit de bij de inschrijving gevoegde stukken niet kon opmaken dat [eiseres] over aan RAG landscaping gelijkwaardige certificaten beschikt.

Nu de gemeente in de aanbestedingsstukken had gemeld dat de inschrijvers het certificaat RAG landscaping (of gelijkwaardig) bij de inschrijving dienden te overleggen, lag het naar voorlopig oordeel op de weg van [eiseres] om reeds bij inschrijving alle relevante stukken over te leggen en zo te onderbouwen waarom zij meent dat zij over een gelijkwaardig certificaat beschikt.

Dat zou wellicht anders zijn indien kon worden volstaan met een verklaring dat de betreffende inschrijver beschikt over een gelijkwaardig certificaat. Zoals hiervoor reeds overwogen, is dat hier niet het geval.

4.10. Anders dan [eiseres] stelt, lag het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op de weg van de gemeente om [eiseres] om verduidelijking te verzoeken.

Voor een aanbestedende dienst bestaat in beginsel geen verplichting om aan een inschrijver nadere informatie te vragen. Artikel 52 Bao bepaalt immers dat een aanbestedende dienst kan verlangen dat een inschrijver als [eiseres] overgelegde bescheiden nader aanvult of toelicht. Dit wijst op een discretionaire bevoegdheid aan de zijde van de gemeente.

Onvoldoende aannemelijk is dat er voor de gemeente aanleiding was daarvan gebruik te maken. Zeker nu kennelijk al bij een eerdere aanbesteding dezelfde eis was gesteld en [eiseres] ook toen niet aan die eis bleek te voldoen, was daartoe geen aanleiding.

Voorts is gesteld noch gebleken dat ten aanzien van de inhoud van die eis voorafgaand aan inschrijving bezwaar is gemaakt of vragen zijn gesteld (met uitzondering van het door een van de inschrijvers gedane verzoek om de opdracht in drie percelen te splitsen, welk verzoek de gemeente heeft gehonoreerd; zie 2.1 en voor de onderhavige problematiek irrelevant is). (Daarbij komt overigens, dat zeer de vraag is of een dergelijke vraag om toelichting tot het door [eiseres] gewenste resultaat had geleid. Kennelijk hanteert [eiseres] een systematiek die wezenlijk anders is dan die van het RAG landscaping certificaat. Voor zover de vraag die [eiseres] beantwoord wil zien in dit kort geding ziet op de ruimte die de gemeente als aanbestedende dienst toekomt, blijkt uit het voorgaande, dat die ruimte zeer aanzienlijk is).

4.11. Tegen de achtergrond van het voorgaande is voorshands onvoldoende aannemelijk dat de gemeente -die beoordelingsvrijheid heeft bij het accepteren van certificaten als bewijs dat is voldaan aan de in het bestek opgesomde kwaliteits-/geschiktheidseisen en die in de aanbestedingsstukken uitdrukkelijk heeft vermeld dat de inschrijving ongeldig zou worden verklaard, indien de inschrijver niet zou voldoen aan de gestelde eisen- de inschrijving van [eiseres] in redelijkheid niet ongeldig mocht verklaren, omdat zij uit de overgelegde stukken niet kon opmaken dat [eiseres] over een gelijkwaardig certificaat beschikt.

4.12. Volgens vaste jurisprudentie moet een inschrijving die ongeldig is -en daarom buiten beschouwing moet worden gelaten- geacht worden niet te zijn gedaan, zodat zij geen deel uitmaakt van de aanbestedingsprocedure. Dit leidt ertoe dat [eiseres] geen belang heeft bij haar primaire vorderingen. Ook de subsidiaire vorderingen -die neerkomen op herbeoordeling- en de meer subsidiaire -die strekken tot heraanbesteding- komen, gelet op het voorgaande, niet voor toewijzing in aanmerking.

4.13. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de wettelijke rente over de proceskosten billijkheidshalve zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op

€ 575,-- aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3. veroordeelt [eiseres] tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2013, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Bosch, griffier.

2083/106