Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:9579

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
06-12-2013
Zaaknummer
ROT 11/740230
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Fraude met OV-chipkaarten. Verdachte wordt veroordeeld voor computervredebreuk, vervalsing van waardekaarten en het voorhanden hebben van apparatuur en software die vervalsing mogelijk maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/740230-11

Datum uitspraak: 6 december 2013

Tegenspraak, raadsvrouw gemachtigd

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte 1],

geboren op [verdachte 1] ,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[verdachte 1]

gemachtigd raadsvrouw mr. M.G.J. Plat, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 november 2013.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. J.M. Bonnes heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, met aftrek van voorarrest, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

BEWIJS

Bij dit vonnis is als bijlage II een overzicht gevoegd van de bewijsmiddelen inhoudende de redengevende feiten en omstandigheden die tot het bewijs hebben bijgedragen.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 juni 2011 tot en met 20

juli 2011 te Rotterdam en/of Maarsen, althans Nederland, telkens opzettelijk

en wederrechtelijk in een deel van een geautomatiseerd werk, althans een deel daarvan, te

weten

(de chip(s) van) een of meerdere OV-chipkaarten, welke OV-chipkaarten in

eigendom toebehoren aan Trans Link Systems, is binnengedrongen, waarbij hij

enige beveiliging van die OV-chipkaarten heeft doorbroken en waarbij hij de

de toegang heeft verworven door een technische ingreep en/of

een valse sleutel,

immers heeft verdachte opzettelijk en wederrechtelijk meermalen

- de OV-chipkaart(en) via een kaartlezer verbonden met een computer, en/of

(vervolgens)

- met behulp van software de (beveiliging van de) OV-chipkaart(en) ontsleuteld

en zich aldus toegang verschaft tot de zich op die OV-chipkaart(en)

bevindende chip(s) en tot de zich in die chip(s) bevindende gegevens;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 juni 2011 tot en met 20

juli 2011 te Rotterdam en/of Maarsen, althans in Nederland, (telkens)

opzettelijk (een) waardekaart(en), bestemd voor het verrichten en/of

verkrijgen van betalingen of/en andere prestaties langs geautomatiseerde weg,

te weten OV-chipkaart(en), die in eigendom toebehoren aan Trans Link Systems,

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst met het oogmerk zichzelf en/of

een ander te bevoordelen, immers heeft hij, verdachte,

- een (of meerdere) OV-chipkaart(en) gehackt, en

- ( vervolgens) het saldo van die OV-chipkaart(en) gewijzigd, waardoor (telkens)

een OV-chipkaart ontstond met een hoger, althans gewijzigd, saldo;

3.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 juni 2011 tot en met 20

juli 2011 te Rotterdam en/of Maarsen, althans ín Nederland, voorwerpen en/of

gegevens, te weten computerapparatuur en/of software, heeft vervaardigd en/of

ontvangen en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat deze dit

voorwerpen en/of die gegevens bestemd waren tot het plegen van enig in artikel

232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, omschreven misdrijf, te weten het vervalsen van OV-chipkaarten.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (maak een keuze)daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde ten laste legging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

TOELICHTING OP DE BEWEZENVERKLARING

De raadsvrouw heeft bepleit dat een korte periode bewezen moet worden verklaard.

De rechtbank passeert dit betoog. Ten laste is gelegd dat in een periode strafbare feiten zijn gepleegd. Anders dan de raadsvrouw kennelijk meent, is daaraan ook voldaan indien de eerste handeling later dan de begindatum heeft plaatsgevonden of de laatste handeling vóór de einddatum heeft plaatsgevonden. In dat geval zijn de handelingen namelijk nog steeds in de periode verricht. Het zou anders worden, indien ten laste was gelegd en bewezen verklaard dat gedurende de periode bepaalde feiten zijn gepleegd, maar dat is hier niet het geval.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

VOORTGEZETTE HANDELING VAN:

1. COMPUTERVREDEBREUK, MEERMALEN GEPLEEGD

en

2. OPZETTELIJK EEN WAARDEKAART, BESTEMD VOOR HET VERRICHTEN VAN BETALINGEN EN/OF ANDERE PRESTATIES LANGS GEAUTOMATISEERDE WEG VERVALSEN, MET HET OOGMERK ZICHZELF EN/OF EEN ANDER TE BEVOORDELEN, MEERMALEN GEPLEEGD.

3. VOORWERPEN EN GEGEVENS VOORHANDEN HEBBEN WAARVAN HIJ WEET DAT ZIJ BESTEMD ZIJN TOT HET PLEGEN VAN ENIG IN ARTIKEL 232,

EERSTE LID, VAN HET WETBOEK VAN STRAFRECHT, OMSCHREVEN

MISDRIJF.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van (maak een keuze)de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft OV-chipkaarten vervalst, hetgeen hem in drie strafbare feiten wordt verweten. Verdachte heeft deze strafbare feiten bewust gepleegd en zijn enige motief daarbij was financieel gewin. Bovendien betreft het een grote hoeveelheid vervalsingen. Hij heeft enkele honderden kaarten vervalst. Hoewel de verdachte niet daarvoor terechtstaat, kan niet onvermeld blijven dat hij tientallen vervalste kaarten heeft verhandeld.

Dit zijn ernstige strafbare feiten. Het is van groot economisch en maatschappelijk belang dat consumenten vertrouwen hebben in waardekaarten. In het bijzonder geldt dit voor waardekaarten als de OV-chipkaart, nu deze gebruikt worden voor de publieke voorziening van het openbaar vervoer waarvan dagelijks op grote schaal gebruik wordt gemaakt. Door zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op dat vertrouwen van de consument in de OV-chipkaart. Het strafbare handelen van verdachte betekent tevens dat de producent van de OV-chipkaart nog meer moet investeren in beveiliging van de kaart. Deze kosten komen vervolgens weer ten laste van de gebruikers van het openbaar vervoer.

De aard en de omvang van de feiten rechtvaardigen op zich in beginsel het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf.

De rechtbank betrekt bij haar uiteindelijk oordeelsvorming omtrent de op te leggen straf en de duur daarvan de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze ter terechtzitting zijn gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 oktober 2013. Daaruit blijkt dat verdachte eerder met politie, justitie en de strafrechter in aanraking is gekomen voor oplichting.

De rechtbank betrekt in haar uiteindelijke beoordeling omtrent de strafmaat dat de officier van justitie in materiële zin driemaal hetzelfde feitcomplex ten laste heeft gelegd. Zij zal daarmee ten gunste van verdachte rekening houden. Ook ten gunste van verdachte zal de rechtbank er rekening mee houden dat het relatief oude feiten betreft.

Alles afwegend acht de rechtbank echter de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd. Daarbij is onder meer van belang dat de uitspraak waar de officier van justitie in het kader van de strafmaat naar heeft verwezen (ENCLI:NL:RBUTR:2010:BO6723) een geval betrof waarbij de verdachte zelf niet van de vervalsing had geprofiteerd en die in schaal vele malen beperkter was.

De rechtbank acht het opleggen van een substantiële taakstraf voor de duur van 180 uren, met aftrek van voorarrest, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden.

Met name met de laatstgenoemde straf beoogt de rechtbank om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst aan soortgelijke of andere strafbare feiten schuldig zal maken.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJ / SCHADEVERGOEDINGSMAATREGEL

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde] ter zake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 458,05 aan materiële schade.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu thans niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met de bewezen verklaarde feiten. De aanwezigheid van apparatuur en software bij de verdachte (feit 3) heeft immers geen schade veroorzaakt, noch het vervalsen zelf (feiten 1 en 2). De schadeveroorzakende gebeurtenis is de verkoop en betaling van de vervalste kaarten, maar voor oplichting is de verdachte niet gedagvaard in deze zaak.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd Trans Link Systems B.V. ter zake van het onder 2 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 399,00 aan materiële schade.

Vast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht, maar de verdediging heeft vraagtekens geplaatst bij de hoogte van de schade.

De hoogte van de schade is door de benadeelde partij concreet en gedetailleerd onderbouwd. Tegen de achtergrond dat verdachte heeft bekend dat hij anonieme OV-kaarten heeft gekocht en vervalst, had het op de weg van de verdediging had gelegen om meer gemotiveerd en gedetailleerd te betwisten dat de gevorderde schade daadwerkelijk is ontstaan door de door verdachte vervalste kaarten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering voldoende is onderbouwd terwijl de verdediging de vordering van de benadeelde partij onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat deze zal worden toegewezen.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 56, 57, 63, 138ab, 232 en 234 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 178 (honderdachtenzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 89 (negenentachtig) dagen;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) maand,

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig

maken;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde], wonende aan de [adres 1], niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

wijst de vordering van de benadeelde partij Trans Link Systems B.V., gevestigd aan [adres 2] (gemachtigde: [gemachtigde]) tot een bedrag van € 399,00 (driehonderdnegenennegentig euro) en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;

veroordeelt de verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij Trans Link Systems B.V., gevestigd aan [adres 2] (gemachtigde: [gemachtigde]), te betalen € 399,00 (driehonderdnegenennegentig euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 399,00, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 (zeven) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mr. F.W. van Lottum en mr. B.E. Dijkers, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 december 2013.

De oudste rechter en de griffier zijn (maak een keuze)(maak een keuze)(maak een keuze)(maak een keuze)buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij het vonnis van [verdachte 2] van 6 december 2013:

TEKST TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 juni 2011 tot en met 20

juli 2011 te Rotterdam en/of Maarsen, althans Nederland, telkens opzettelijk

en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, althans een deel daarvan, te

weten

(de chip(s) van) een of meerdere OV-chipkaarten, welke OV-chipkaarten in

eigendom toebehoren aan Trans Link Systems, is binnengedrongen, waarbij hij

enige beveiliging van die OV-chipkaarten heeft doorbroken en waarbij hij de

de toegang heeft verworven door een technische ingreep en/of

een valse sleutel,

immers heeft verdachte opzettelijk en wederrechtelijk meermalen

- de OV-chipkaart(en) via een kaartlezer verbonden met een computer, en/of

(vervolgens)

- met behulp van software de (beveiliging van de) OV-chipkaart(en) ontsleuteld

en zich aldus toegang verschaft tot de zich op die OV-chipkaart(en)

bevindende chip(s) en tot de zich in die chip(s) bevindende gegevens;

(Artikel 138ab, lid 1 Wetboek van Strafrecht)

art 138ab lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 juni 2011 tot en met 20

juli 2011 te Rotterdam en/of Maarsen, althans in Nederland, (telkens)

opzettelijk (een) waardekaart(en), bestemd voor het verrichten en/of

verkrijgen van betalingen of/en andere prestaties langs geautomatiseerde weg,

te weten OV-chipkaart(en), die in eigendom toebehoren aan Trans Link Systems,

valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst met het oogmerk zichzelf en/of

een ander te bevoordelen, immers heeft hij, verdachte,

- een (of meerdere) OV-chipkaart(en) gehackt, en

- ( vervolgens) het saldo van die OV-chipkaart(en) gewijzigd, waardoor (telkens)

een OV-chipkaart ontstond met een hoger, althans gewijzigd, saldo;

(Artikel 232, lid 1 Wetboek van Strafrecht)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 6 juni 2011 tot en met 20

juli 2011 te Rotterdam en/of Maarsen, althans ín Nederland, voorwerpen en/of

gegevens, te weten computerapparatuur en/of software, heeft vervaardigd en/of

ontvangen en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat deze

voorwerpen en/of gegevens bestemd waren tot het plegen van enig in artikel

232, eerste lid, omschreven misdrijf, te weten het vervalsen van

OV-chipkaarten.

(Artikel 234 Wetboek van Strafrecht)

Art 234 Wetboek van Strafrecht

Bijlage II bij het vonnis van [verdachte 2] d.d. 6 december 2013.

GEBEZIGDE BEWIJSMIDDELEN