Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:9577

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-11-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
C/10/436029 / KG ZA 13-1131 en C/10/436312 / KG ZA 13-1151
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

deurwaardersrenvooi + executiegeschil tav vonnis waarbij bewijsbeslag gedeeltelijk is opgeheven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/436029 / KG ZA 13-1131 en C/10/436312 / KG ZA 13-1151

Vonnis in kort geding van 25 november 2013

in de zaak met rolnummer 13-1131 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROTINUS IT B.V.,

gevestigd te Houten,

eiseres,

advocaat mr. F.M. Slottje en mr. S.M. de Bruijn,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

4ELEMENTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

mr. S.F. Kalff,

2. de maatschap

EQUILIBRISTEN GERECHTSDEURWAARDERS,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

verschenen bij mr. G. Bakker, gerechtsdeurwaarder,

en in de zaak met rolnummer 13-1151 van

MR. G. BAKKER,

gerechtsdeurwaarder te Dordrecht, ten deze optredende als executerend deurwaarder in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROTINUS IT B.V.,

gevestigd te Houten,

advocaat mr. F.M. Slottje en mr. S.M. de Bruijn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

4ELEMENTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

mr. S.F. Kalff.

Partijen zullen hierna Protinus, 4elements en de deurwaarder genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 28 oktober 2013, met producties (de zaak met rolnummer 13-1131),

  • -

    het proces-verbaal van bezwaar ex artikel 438 lid 4 Rv d.d. 28 oktober 2013, met producties, van de deurwaarder (de zaak met rolnummer 13-1151),

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 11 november 2013,

  • -

    de nadere producties en pleitnotities van Protinus,

  • -

    de ‘conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie’ (in de zaak met rolnummer 13-1131), de producties en pleitnotities van 4elements,

  • -

    de nadere producties en de pleitnotities van de deurwaarder.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. Omdat beide zaken nauw met elkaar samenhangen, zijn deze zaken gevoegd en wordt in deze zaken één vonnis gewezen.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de door partijen overgelegde producties, kan in deze zaak van de volgende feiten worden uitgegaan.

2.1.

Op 9 augustus 2013 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op verzoek van 4elements verlof verleend tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag ten laste van Protinus op digitale data van Protinus. De voorzieningenrechter heeft daarbij bepaald dat de op de laatste bladzijde van het beslagrekest onder a en b vermelde bescheiden slechts aan de gerechtelijke bewaarder dan wel een onafhankelijke deskundige te beschikking mogen worden gesteld.

2.2. 4

elements heeft van het onder 2.1 genoemde verlof gebruik gemaakt en heeft op 14 augustus 2013 ten laste van Protinus conservatoir bewijsbeslag doen leggen op digitale data van Protinus, zich bevindende in de in het bedrijfspand aanwezige computersystemen, welke dat zijn gekopieerd op drie USB sticks genummerd 1 tot en met 3, met de serienummers WXA 1C12L5234, WX21C32K2806 en WXC1C12H9180. USB stick 3 is verstrekt aan Protinus. De digitale data zich bevindende op de USB sticks met de serienummers WXA1C12L5234 en WX21C32K2806 zijn in gerechtelijke bewaring afgegeven aan de deurwaarder.

2.3.

Tussen 4elements en Protinus is vervolgens een kort gedingprocedure aanhangig geweest bij de rechtbank Rotterdam. In die procedure vorderde 4elements onder meer Protinus te veroordelen tot inzage, afgifte en/of uittreksel van -kort gezegd- in de beslag genomen adminstratie van Protinus en tot naleving van de overeenkomst tussen partijen. In reconventie vorderde Protinus opheffing van de ten verzoeke van 4elements ten laste van Protinus gelegde beslagen. Het vonnis, gewezen onder zaak- en rolnummer C/10/432444 / KG ZA 13-930, d.d. 3 oktober 2013 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

5. De beoordeling in conventie

(…)

5.7

Niet inzichtelijk is geworden waarom thans onverwijlde spoed bij de vorderingen aanwezig is en niet het resultaat van de bodemprocedure afgewacht zou kunnen worden, waarbij van belang is dat in de aanhangig gemaakte bodemprocedure gelijksoortige vorderingen als in onderhavig kort geding, in conventie en in reconventie, door partijen aan de orde zullen worden gesteld. Reeds hierom zijn de vorderingen van 4elements niet toewijsbaar.

5.8

Daarnaast wordt het volgende overwogen.

Uit de stellingen van partijen en het verhandelde ter zitting is duidelijk geworden dat partijen ten aanzien van de uitleg en de uitvoering van de tussen hen gesloten samenwerkingsovereenkomst en de vraag of deze overeenkomst inmiddels is beëindigd en op welke grondslag dan, lijnrecht tegenover elkaar staan. Dit heeft tot gevolg dat ten aanzien van de juistheid van elke der stellingen nadere bewijslevering noodzakelijk is, waarvoor in kort geding geen plaats is.

(…)

6 De beoordeling in reconventie

(…)

6.2

In conventie heeft de voorzieningenrechter overwogen dat thans in kort geding niet is vast te stellen wat de afspraken over en weer tussen partijen zijn geweest en dat nadere bewijslevering noodzakelijk is bijvoorbeeld over de vraag of de SAM Tools bestaan, en als dat zo is, welke functionaliteiten ze bezitten en of dit de overeengekomen functionaliteiten zijn. Reeds daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat van een summierlijk ondeugdelijke vordering geen sprake is, zodat geen reden bestaat tot het opheffen van het bewijsbeslag te meer nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter vanuit het oogpunt van de gerechtvaardigde belangen niet wenselijk is dat mogelijke bewijsmiddelen verdwijnen als gevolg van opheffing van het beslag.

6.3

Dat Protinus nadeel of hinder ondervindt van het bewijsbeslag is door haar niet in voldoende mate gemotiveerd gesteld noch is dit gebleken. De in beslag genomen bestanden zijn immers kopieën van digitale documenten, terwijl bepaald is dat de toegewezen bescheiden slechts aan de gerechtelijke bewaarder dan wel een onafhankelijke deskundige ter beschikking mogen worden gesteld. Aldus is aannemelijk dat het beslag niet klemt zodat ook dat een reden is om het beslag, mede gelet op al het hiervoor overwogene, niet op te heffen.

6.4

De voorzieningenrechter ziet echter wel aanleiding om de omvang van het beslag te beperken en overweegt daartoe als volgt.

4elements stelt zich op het standpunt dat de feitelijke ingangsdatum van de samenwerking tussen 4elements en Protinus 1 oktober 2012 is, aangezien de samenwerkingsovereenkomst van 26 april 2013 een uitvloeisel is van een op 28 september 2012 gesloten intentieovereenkomst tussen [X] (…) en Protinus. [X] is de “moeder” van Coander, de vennootschap van wie 4elements een licentie heeft gekregen in verband met de exploitatie van de Coander SAM Tools. 4elements en Protinus handelen al per 1 oktober 2012 conform het bepaalde van deze intentieovereenkomst, zodat 4elements per die datum gerechtigd is tot vergoedingen en inzage in de stukken waarop deze vergoeding zijn gebaseerd, aldus 4elements. Protinus betwist dat 4elements partij is bij de intentieovereenkomst en stelt dat de intentieovereenkomst een wezenlijk andere inhoud heeft dan de samenwerkingsovereenkomst.

4elements heeft echter nagelaten te stellen waarom zij rechten zou kunnen ontlenen aan een intentieovereenkomst, gesloten tussen twee andere partijen. Bovendien blijkt uit het beslagrekest (…) dat 4elements achterwege heeft gelaten te vermelden dat de intentieovereenkomst is gesloten tussen [X] en Protinus, zodat 4elements de voorzieningenrechter in het beslagrekest niet voldoende heeft voorgelicht.

6.5

Nu vaststaat dat de samenwerkingsovereenkomst tussen 4elements en Protinus gesloten is op 26 april 2013 ziet de voorzieningenrechter in het voorgaande aanleiding om de periode waarop het bewijsbeslag ziet te beperken. Het ten verzoeke van 4elements ten laste van Protinus gelegde conservatoire bewijsbeslag op de digitale data van Protinus zal derhalve gedeeltelijk worden opgeheven voor zover het de periode 1 oktober 2012 tot 26 april betreft. De stukken (c.q. de digitale bestanden) die betrekking hebben op deze periode dienen aan Protinus te worden teruggegeven, althans te worden verwijderd van de gebezigde (digitale) opslagfaciliteit.

(…)

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

(…)

in reconventie

7.3

heft op het op 14 augustus 2013 ten laste van Protinus gelegde conservatoire bewijsbeslag op de digitale data van Protinus, zich bevindende in de in het bedrijfspand aanwezige computersystemen, welke data zijn gekopieerd op drie USB genummerd 1 tot en met 3, met respectievelijke serienummer WXA 1C12L5234, WX21C32K2806 en WXC1C12H9180 (…) voor zover dit betrekking heeft op de periode 1 oktober 2012 tot 26 april 2013, en gelast teruggave van deze stukken aan Protinus, althans de verwijdering van de betreffende data van de gebezigde (digitale) opslagfaciliteit;

(…)”.

2.4. 4

elements heeft hoger beroep ingesteld tegen het onder 2.3 genoemde vonnis.

2.5.

Tussen Protinus en 4elements is inmiddels ook een bodemprocedure aanhangig bij de rechtbank Rotterdam. Deze zaak is bekend onder zaak- en rolnummer 437930 / HA ZA 13-1165.

3 Het geschil

in de zaak met rolnummer 13-1131

in conventie:

3.1.

Protinus vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1) het beslag op te heffen voor zover dit betrekking heeft op de periode tot 1 oktober 2012,

2) 4elements en de deurwaarder hoofdelijk te veroordelen tot afgifte van alle beslagen digitale data (en alle andere beslagen gegevens van welke aard dan ook) voor zover deze betrekking hebben op de periode tot en met 26 april 2013, althans voor zover deze betrekking hebben op de periode tussen 1 oktober 2012 tot en met 26 april 2013, binnen 24 uur na dit vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- te vermeerderen met € 10.000,-- voor iedere dag dat 4elements en de deurwaarder in gebreke blijven, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom,

3) te bepalen dat het beslag van rechtswege integraal vervalt indien niet binnen één week na dit vonnis, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, aan het onder 2) gevorderde is voldaan en 4elements en de deurwaarder alsdan hoofdelijk gehouden zijn per direct al hetgeen is beslagen aan Protinus af te geven op straffe van een dwangsom van € 100.000,-- te vermeerderen met € 10.000,-- voor iedere dag dat 4elements en de deurwaarder in gebreke blijven, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom,

4) 4elements en de deurwaarder hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, een en ander te voldoen binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, en -voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2. 4

elements en de deurwaarder voeren gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie:

3.4. 4

elements vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1) dat het Protinus wordt geboden de executie van het vonnis van 3 oktober 2013 te staken en gestaakt te houden, totdat bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in de thans lopende bodemprocedure zal zijn vastgesteld dat 4elements gehouden is de in beslag genomen data, geheel dan wel gedeeltelijk, te verwijderen dan wel aan Protinus af te geven, en aan een zodanig gebod een dwangsom te verbinden van € 2.500,-- per dag, dagdeel en/of gebeurtenis dat Protinus in gebreke zal zijn aan dusdanig gebod te voldoen,

subsidiair:

2) te bepalen dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring onder 7.5 van het vonnis van 3 oktober 2013 zodanig dient te worden gelezen, dat deze verklaring slechts toeziet op de onder 7.4 van dat vonnis genoemde veroordeling van 4elements in de proceskosten,

meer subsidiair:

3) te bepalen dat indien de opheffing van het beslag door de voorzieningenrechter in stand wordt gelaten, zoals omschreven onder 7.3 van het vonnis van 3 oktober 2013, alsdan aan de deurwaarder een instructie te geven overeenkomstig het door de deurwaarder aan partijen gedane voorstel, met bepaling dat Protinus zodanige instructie dient na te leven (en derhalve de executie van het bestreen vonnis dient te staken en gestaakt te houden), een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per dag, dagdeel en/of gebeurtenis dat Protinus in gebreke zal zijn hieraan te voldoen,

met veroordeling van Protinus in de proceskosten en de nakosten, een en ander te voldoen binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis, en -indien voldoening van de (na)kosten niet binnen deze termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf datum vonnis,

in de zaak met rolnummer 13-1151

3.5. 4

elements heeft de deurwaarder opdracht gegeven om het vonnis d.d. ten uitvoer te leggen. De uitvoering van dat vonnis zeer complex, tijdrovend en kostbaar. De deurwaarder heeft Protinus en 4elements voorgesteld de dataseparatie op te schorten totdat in de bodemprocedure omtrent de inzage zal zijn beslist, waarbij 4elements zich verplicht af te zien van inzage in de informatie voor zover deze toeziet op de data van voor 26 april 2013. 4elements heeft met dit voorstel ingestemd. Protinus heeft het voorstel verworpen.

3.6.

Protinus kan zich met het voorstel van de deurwaarder niet verenigen, omdat daarmee de data ten aanzien waarvan het beslag is opgeheven, zonder enige rechtsgrond bij de deurwaarder blijven. Bovendien worden door dit alternatief de te maken kosten niet voorkomen, maar verplaatst naar een later moment.

4 De beoordeling

In beide zaken (in conventie en in reconventie)

4.1.

In de onderhavige zaken staat tussen partijen vast dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam bij vonnis d.d. 3 oktober 2013 de onder 2.2 genoemde beslagen heeft opgeheven, voor zover dit betrekking heeft op de periode 1 oktober 2012 tot 26 april 2013 en 4elements heeft gelast tot teruggave van deze data aan Protinus (althans tot verwijdering van die data van de gebezigde (digitale) opslagfaciliteit).

4.2.

Centraal staat de vraag of, zoals gevorderd in reconventie, de executie van het vonnis van 3 oktober 2013 gestaakt moet worden.

4.3.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant  mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.4.

Van een klaarblijkelijke feitelijke of juridische misslag is sprake indien de vergissing omtrent de feiten of het recht zo evident is dat daarover geen redelijke twijfel bestaat. Dat wil zeggen dat reeds op het eerste gezicht, dus zonder relevant nader feitelijk of juridisch onderzoek, zonder meer duidelijk is dat een feitelijk of juridisch oordeel en daarmee de beslissing van de voorzieningenrechter onjuist is.
Van een zodanige misslag is dus niet reeds sprake indien een van de partijen zich niet kan vinden in de (juridische) redenering van de rechter en van mening is dat de rechter is uitgegaan van verkeerde (rechts)opvattingen.

4.5.

De door 4elements gestelde misslag ten aanzien van de conclusie van de voorzieningenrechter in het vonnis van 3 oktober 2013 dat pas vanaf 26 april 2013 sprake is van samenwerking tussen Protinus en 4elements en dat daarom het bewijsbeslag dat ziet op de periode van 1 oktober 2012 tot 26 april 2013 dient te worden opgeheven, kan niet als klaarblijkelijke misslag in de hiervoor bedoelde zin worden aangemerkt. Hetgeen 4elements aanvoert ziet immers in wezen op de rechtsgevolgen die voorzieningenrechter verbindt aan de door Protinus en 4elements in de betreffende procedure naar voren gebrachte -al dan niet betwiste- omstandigheden. Voorshands is niet zonder meer gegeven dat de opvatting van de voorzieningenrechter klaarblijkelijk berust op een evident onjuiste opvatting omtrent het recht. De omstandigheid dat de motivering van de voorzieningenrechter in het vonnis van 3 oktober 2013 in de ogen van 4elements onbegrijpelijk is of ontbreekt, doet aan het voorgaande niet af. Dit dient aan de orde te komen in het tegen het vonnis van 3 oktober 2013 ingestelde hoger beroep. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat de beoordeling van de voorzieningenrechter in het vonnis van 3 oktober 2013 in de ogen van 4elements tegenstrijdigheden bevat.

Het voorgaande geldt ook voor de beslissing van de voorzieningenrechter tot het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis, zonder is gemotiveerd waarom het verweer van 4elements daartegen is verworpen.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat als gevolg van de gedeeltelijke opheffing van het beslag bij vonnis d.d. 3 oktober 2013, splitsing van de in beslag genomen data zal moeten plaatsvinden. De deurwaarder, die is geïnstrueerd om tot uitvoering van voornoemd vonnis over te gaan, stelt dat dit een complex en (daardoor) kostbaar proces is. De deurwaarder stelt dat de kosten van het inhuren van een specialist (Probatius) in eerste instantie zijn begroot op € 4.800,--. Protinus betwist dat en stelt dat deze kosten hoogstens

€ 2.500,-- bedragen.

De deurwaarder stelt voorts dat de kosten van de specialist moeten worden vermeerderd met zijn kosten van ongeveer € 5.500,--. Indien blijkt dat op basis van de inhoud gesepareerd zal moeten worden, zullen de kosten met ongeveer € 30.000,-- toenemen, aldus de deurwaarder.

Het voorgaande in aanmerking genomen acht de voorzieningenrechter niet uitgesloten dat splitsing van de in beslaggenomen data en derhalve uitvoering van het vonnis van 3 oktober 2013 gepaard zal gaan met aanzienlijke, althans relevante kosten.

4.7.

Voorts lijkt het belang van Protinus bij onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 oktober 2013 beperkt te zijn. Vaststaat immers dat de in beslag genomen data kopieën betreffen. De omstandigheid dat deze data vertrouwelijke gegevens bevatten (onder meer klantgegevens van Protinus) wordt door de voorzieningenrechter niet van doorslaggevende betekenis geacht. De data liggen bij de deurwaarder als gerechtelijk bewaarder en in die hoedanigheid dient de deurwaarder met betrekking tot die data de nodige zorgvuldigheid -en dus geheimhouding- te betrachten. Protinus heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat de deurwaarder zijn taak als gerechtelijk bewaarder niet, althans onvoldoende naleeft of zal naleven. De enkele omstandigheid dat het gedeelte van de data ten aanzien waarvan het beslag is opgeheven, zich thans zonder rechtsgrond bij de deurwaarder bevindt, maakt het voorgaande niet anders. Zijn verplichtingen als bewaarder blijven immers onverminderd van kracht.

4.8.

Gelet op de relatief hoge -en door de voorzieningenrechter in het vonnis van 3 oktober 2013 kennelijk niet voorziene- kosten die gepaard zullen gaan met de tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 oktober 2013 en het beperkte belang van Protinus bij onverwijlde tenuitvoerlegging van dat vonnis, maakt Protinus naar voorlopig oordeel misbruik van haar bevoegdheid de tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 oktober 2013 thans voort te zetten.

4.9.

Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen in conventie onder 2) en 3) dienen te worden afgewezen en de primaire vordering in reconventie tot het staken en gestaakt houden van de executie van het vonnis van 3 oktober 2013 zal worden toegewezen, totdat in de inmiddels aanhangige bodemprocedure bij vonnis of in het hoger beroep anders is beslist. De in reconventie gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.10.

De vordering tot opheffing van het onder 2.2 genoemde beslag voor zover dit betrekking heeft op de periode tot 1 oktober 2012, zal worden afgewezen. Uit het voorgaande volgt dat deze vordering in de onder 2.4 genoemde appelprocedure, dan wel in de onder 2.5 genoemde bodemprocedure aan de orde dient te komen.

4.11.

Protinus zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten in de zaak met rolnummer 13-1151 en in de zaak met rolnummer 3-1131 in conventie en in reconventie. Vanwege de nauwe samenhang tussen beide zaken, zal in de zaak met rolnummer 13-1151 het advocatensalaris worden begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

in de zaak met rolnummer 13-1131:

in conventie:

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Protinus in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van 4elements begroot op € 589,-- aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, en aan de zijde van de deurwaarder begroot op € 589,-- aan verschotten,

5.3.

veroordeelt Protinus, indien Protinus niet binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de proceskostenveroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie:

5.5.

gebiedt Protinus de executie van het vonnis van 3 oktober 2013 te staken en gestaakt te houden, totdat bij vonnis in de bodemprocedure of bij arrest in de appelprocedure anders is beslist, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 2.500,-- per dag, met een maximum van € 50.000,--,

5.6.

veroordeelt Protinus in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van 4elements begroot op € 408,-- aan salaris voor de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.7.

veroordeelt Protinus, indien Protinus niet binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de (proceskosten)veroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst af het meer of anders gevorderde,

in de zaak met rolnummer 13-1151:

5.10.

verklaart het bezwaar van de deurwaarder gegrond en bepaalt dat de deurwaarder dient te handelen overeenkomstig bovengenoemd dictum in zaak C/10/436029 / KG ZA 13-1131,

5.11.

veroordeelt Protinus in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van 4elements begroot op € 589,-- aan verschotten en op nihil voor wat betreft het advocatensalaris, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.12.

veroordeelt Protinus, indien Protinus niet binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de proceskostenveroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.13.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2013, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Bosch, griffier. 2083/676