Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:9395

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-09-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
AWB-12_02322
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beperking van de kennisneming van het Bibob-advies niet gerechtvaardigd gelet op het per 1 juli 2013 gewijzigde artikel 28 van de Wet Bibob.

Wetsverwijzingen
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 28
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 12/2322

beslissing van de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 16 september 2013 in de zaak tussen

[eiser] , te Rotterdam, eiser,

en

de burgemeester van Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. S. de Wit.

Aanleiding

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 3 mei 2012.

Bij brief van 26 juni 2012 heeft verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank doen toekomen.

Verweerder heeft onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 28 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) ten aanzien van de stukken, die op de inventarislijst zijn aangeduid met de nummers 18, 19 en 20 (het Bibob-advies), de rechtbank meegedeeld dat aan verzoeker slechts de hoofdstukken 5 en 6 van het Bibob-advies zijn toegezonden en dat op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van het gehele Bibob-advies. Verweerder heeft daarbij de rechtbank verzocht met toepassing van artikel 8:29, derde lid, van de Awb te beslissen dat de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.

Bij brief van 21 augustus 2013 heeft de rechtbank verweerder gewezen op de per 1 juli 2013 in werking getreden gewijzigde Wet Bibob en verweerder verzocht kenbaar te maken of hij het beroep op artikel 8:29 van de Awb handhaaft.

Bij brief van 6 september 2013 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat hij, gelet op de belangen van andere (rechts-) personen die in het Bibob-advies worden genoemd, zich genoodzaakt voelt het beroep op artikel 8:29 van de Awb te handhaven.

In verband hiermee heeft de rechtbank het gewenst geacht om aan een rechter-commissaris op te dragen een beslissing te nemen als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Awb.

Beoordeling

1.

Het is een fundamenteel beginsel van behoorlijke rechtspleging dat de rechter zich bij zijn oordeel alleen mag baseren op die gegevens van feitelijke aard waarvan alle partijen de juistheid en volledigheid hebben kunnen nagaan en ter discussie hebben kunnen stellen. Indien de rechter-commissaris ten aanzien van het Bibob-advies de door verweerder bepleite beperking van de kennisneming op grond van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb gerechtvaardigd acht, kan de rechtbank op grond van het vijfde lid van dit artikel daarom slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van het Bibob-advies uitspraak doen.

2.

Op grond van het eerste lid van artikel 28 van de Wet Bibob, zoals deze bepaling luidt vanaf 1 juli 2013, is een ieder die krachtens die wet de beschikking krijgt over gegevens met betrekking tot een derde, verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voorzover een bij die wet gegeven voorschrift mededelingen toelaat. Op grond van het tweede lid geeft het bestuursorgaan dat of de rechtspersoon met een overheidstaak die een advies ontvangt, de daarin opgenomen gegevens niet door, behoudens aan (onder meer):

a. de betrokkene, uitsluitend voorzover dit noodzakelijk is ter motivering van de naar aanleiding van het advies te nemen beslissing;

j. de rechter.

Op grond van het derde lid verstrekt bij de toepassing van artikel 33 het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak de betrokkene een afschrift van het advies en wijst hem daarbij schriftelijk op zijn geheimhoudingsplicht op grond van het eerste lid.

3.

Met de wijziging van artikel 28, derde lid, van de Wet Bibob per 1 juli 2013 is beoogd de rechtsbescherming van de betrokkene te verbeteren door hem een afschrift van het Bibob-advies te verstrekken in de gevallen genoemd in artikel 33 van de Wet Bibob. De betrokkene is daarbij gehouden aan de geheimhoudingsplicht die volgt uit het eerste lid van artikel 28 en wordt daar ook op gewezen. Voor zover in het advies sprake is van gegevens met betrekking tot andere (rechts-) personen biedt de geheimhoudingsplicht voldoende waarborgen dat deze(n) niet in hun belangen worden geschaad. Schending van de geheimhoudingsplicht kan leiden tot strafrechtelijke vervolging en indien de schending leidt tot benadeling van een (rechts-) persoon kan de benadeelde partij in een civielrechtelijke procedure schadevergoeding vorderen.

4.

Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen, en gelet op het verzoek, dat ziet op beperking van de kennisneming van het Bibob-advies door betrokkene, en er geen derde-belanghebbenden aan de procedure deelnemen, is de rechter-commissaris van oordeel dat geen aanleiding bestaat voor een beperking van de kennisneming.

5.

Hieruit volgt dat de beperking van de kennisneming niet gerechtvaardigd is.

Beslissing

De rechter-commissaris beslist dat beperking van de kennisneming van het Bibob-advies niet gerechtvaardigd is.

Deze beslissing is gedaan door mr. M. Schoneveld, rechter-commissaris.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing kan slechts tegelijkertijd met het eventuele hoger beroep tegen de einduitspraak van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld.