Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:9372

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2013
Datum publicatie
28-11-2013
Zaaknummer
C/10/434309 / KG ZA 13-1030
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vordering opheffing beslag toegewezen. Ten opzichte van eisers is sprake van een regelmatige doorhaling van het door gedaagde sub 1 gelegde beslag. De van de deurwaarder verkregen verklaring van gedaagde sub 1 is door de notaris gebruikt om het beslag door te halen en in het kadaster in te schrijven. Er is derhalve ten opzichte van eisers sprake van een regelmatige doorhaling. Eisers wisten niet dat gedaagde sub 1 niet instemde met het verzoek tot doorhaling van de deurwaarder. Als derden te goeder trouw worden eisers beschermd. Gedaagde sub 1 zal zich hebben te verstaan met de deurwaarder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/434309 / KG ZA 13-1030

Vonnis in kort geding van 7 oktober 2013 (bij vervroeging)

in de zaak van

1 [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te Mijnsheerenland,

eisers,

advocaat mr. X.H.C. Woodhouse,

tegen

1 [Gedaagde 1]

wonende te Oosterhout,

gedaagde,

advocaat mr. R.S. Namjesky,

2. de maatschap

[X]NOTARISSEN,

gevestigd te Molenaarsgraaf,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. NOTARISPRAKTIJK [XX],

gevestigd te Ottoland,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOTARISPRAKTIJK [XXX]B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOTARISPRAKTIJK [XXXX] B.V.,

gevestigd te Molenaarsgraaf,

gedaagden,

advocaat mr. V.J.N. van Oijen.

Partijen zullen hierna [eisers], [Gedaagde 1] en de notaris genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 25 september 2013 met producties

  • -

    de brief d.d. 1 oktober 2013 zijdens [Gedaagde 1] met producties

  • -

    de brief d.d. 1 oktober 2013 zijdens de notaris met producties

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 3 oktober 2013

  • -

    de pleitnota van mr. Woodhouse

  • -

    de pleitnota van mr. Namjesky

  • -

    de pleitnota van mr. Van Oijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 22 oktober 2008 heeft [Gedaagde 1] tot verhaal van een vordering conservatoir beslag gelegd op de toenmalige woning van[betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) en [betrokkene 2] aan de[adres 1] te Mijnsheerenland (hierna: de woning).

2.2.

Bij vonnis van 27 april 2011 van de rechtbank Breda is [betrokkene 1] veroordeeld om aan [Gedaagde 1] een bedrag van € 56.000,00 te betalen, vermeerderd met rente en kosten. Op dit moment resteert een bedrag te voldoen van € 40.500,00.

2.3.

Op 14 december 2012 heeft [eisers] een koopovereenkomst gesloten met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] inhoudende de levering van het woonhuis aan de[adres 1] te Mijnsheerenland (hierna: de woning), tegen betaling van € 360.000,00.

In artikel 5.1. van de koopovereenkomst staat voor zover relevant dat de woning aan koper in eigendom zal worden overgedragen vrij van beslagen en inschrijvingen daarvan.

2.4.

Op 20 december 2012 heeft de deurwaarder het vonnis aan [betrokkene 1] betekend.

2.5.

Bij e-mail van 8 januari 2013 heeft de notaris deurwaarderskantoor Rosmalen Gerechtsdeurwaarders (hierna: de deurwaarder) verzocht over te gaan tot doorhaling van het op 22 oktober 2008 op verzoek van [Gedaagde 1] gelegde beslag op de woning, omdat de eerste hypotheekhouder, de bank, in verband met een restschuld van € 489.843,23, de gehele verkoopopbrengst van € 360.000,00 had gevorderd.

2.6.

Bij brief van 15 januari 2013 heeft (mevrouw [betrokkene 3] werkzaam bij) de deurwaarder aan de notaris een “akte van waardeloosheid beslag” gestuurd. In deze akte van waardeloosheid staat vermeld dat ondergetekende [Gedaagde 1] verklaart dat het beslag van 22 oktober 2008 waardeloos is en dat [Gedaagde 1] de notaris machtigt om de verklaring van waardeloosheid op te maken en ter inschrijving aan te bieden. De “akte van waardeloosheid beslag” is niet ondertekend door [Gedaagde 1], maar door [betrokkene 3] en voorzien van een stempel van de deurwaarder.

2.7.

Op 18 januari 2013 is de woning aan [eisers] geleverd.

In artikel 2 van de ten overstaan van en door de notaris opgemaakte notariële akte van levering staat voor zover relevant dat verkoper verplicht is aan koper eigendom te leveren die niet bezwaard is met beslagen of met inschrijvingen daarvan.

In de betreffende ten overstaan van en door de notaris opgemaakte notariële hypotheekakte staat onder het kopje “Verkrijging en voorbelasting onderpand” dat de woning niet met beslag bezwaard is.

2.8.

Bij e-mail van 5 februari 2013 heeft de deurwaarder aan de notaris het volgende geschreven:

“Onder referte van ons prettig telefonisch onderhoud van hedenochtend bevestig ik u hierbij, dat u mij in opgemelde zaak medegedeeld heeft dat, de volmacht “akte van waardeloosheid beslag” uit uw dossier is gehaald en dat de doorhaling van het desbetreffende beslag in de daarvoor bestemde registers niet heeft plaatsgevonden, daar u dan wel de notaris ingezien heeft dat de volmacht niet klopte. Het pand[adres 1] te Mijnsheerenland is weliswaar overgedragen aan de koper (onderhands verkocht) echter wel met behoud van het beslag, welk beslag dd. 22 oktober 2008 op verzoek van (…) [Gedaagde 1] (…) en ten laste van (…) [betrokkene 1] (…) is gelegd.”

2.9.

Bij deurwaardersexploot van 21 juni 2013 is op verzoek van [Gedaagde 1] het proces-verbaal van beslaglegging van 22 oktober 2008 aan [eisers] betekend en aangezegd dat het beslag executoir is verklaard bij vonnis van de rechtbank Breda van 27 april 2011.

2.10.

Bij deurwaardersexploot van 18 juli 2013 is op verzoek van [Gedaagde 1] [eisers] de executoriale verkoop van de woning aangezegd.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert  samengevat - primair staking van de executie en opheffing van het beslag door [Gedaagde 1] en subsidiair een voorschot tot schadevergoeding van de notaris ter afwending van de executie.

3.2.

Gedaagden voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De stelling van [Gedaagde 1] dat de vordering jegens [Gedaagde 1] niet toewijsbaar is, nu het feitelijk gaat om verzet tegen executie en [eisers] op grond van het bepaalde in artikel 438 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ook [betrokkene 1] in de procedure had dienen te betrekken, gaat niet op. [eisers] is eigenaar van de te executeren zaak en uit dien hoofde geen derde, maar zelf geëxecuteerde.

4.2.

Anders dan [Gedaagde 1] is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze zaak zich leent voor behandeling in kort geding, nu de feiten voldoende helder zijn en de gevolgen van de beslissing te overzien.

4.3.

Artikel 513a Rv. bepaalt:

De inschrijving van het beslag kan worden doorgehaald met toepassing van de artikelen 28 en 29 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de bewaarder mede tot doorhaling wordt gemachtigd door:

1°. een ingeschreven schriftelijke verklaring van de deurwaarder dat hij in opdracht van de executant het beslag opheft of dat het beslag is vervallen;

2°. een overeenkomstig artikel 17, eerste lid, onder e, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek ingeschreven rechterlijke uitspraak die tot opheffing van het beslag strekt.”

4.4.

Vast staat dat de deurwaarder om doorhaling heeft verzocht. Weliswaar in de vorm van een verklaring uit naam van [Gedaagde 1] zonder haar handtekening, maar voorzien van het deurwaardersstempel en een ondertekening van een medewerker van het deurwaarderskantoor. Deze verklaring is door de notaris ook daadwerkelijk gebruikt om het beslag door te halen en in het kadaster ingeschreven. Er is derhalve ten opzichte van derden sprake van een regelmatige doorhaling. [eisers] mocht daar op afgaan. [eisers] wist noch behoorde te weten dat [Gedaagde 1] niet instemde met het verzoek tot doorhaling van de deurwaarder. [eisers] mag zich verlaten op de registers. Dat doorhaling ten onrechte is verzocht, ligt in de risicosfeer van [Gedaagde 1], niet van [eisers]. [Gedaagde 1] is degene die de deurwaarder heeft ingeschakeld, niet [eisers]. Als derde te goeder trouw wordt [eisers] beschermd. Het gaat niet aan dat [Gedaagde 1] een vordering op [betrokkene 1] wil verhalen op [eisers], die een woning heeft gekocht waarop volgens de registers met garantie van de notaris geen beslag rustte. [Gedaagde 1] zal zich hebben te verstaan met de deurwaarder en niet met [eisers], dit overigens daargelaten de vraag of [Gedaagde 1] schade heeft geleden, gelet op de voorrang die de bank genoot bij verdeling van de verkoopopbrengst van de woning. Voor zover de notaris al tot wederinschrijving had mogen overgaan van een beslag dat op regelmatige wijze is doorgehaald, kan dat in ieder geval niet meer aan [eisers] worden tegengeworpen, die immers voorafgaande aan de wederinschrijving eigenaar was geworden van een woning waarop ten tijde van levering geen beslag meer rustte.

4.5.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering jegens [Gedaagde 1] zal worden toegewezen, waarbij de dwangsom zal worden gemaximeerd.

4.6.

[Gedaagde 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eisers].

4.7.

Aan de tegen de notaris subsidiair ingestelde vorderingen zal dus niet worden toegekomen. Nu dit kort geding mede door het opnieuw inschrijven van het beslag door de notaris is veroorzaakt, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te noemen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

jegens [Gedaagde 1]

heft op het ten laste van [betrokkene 1] gelegde executoriale beslag op de woning van [eisers] gelegen aan de[adres 1] te Mijnsheerenland ([postcode]),

gebiedt [Gedaagde 1] de executie van de woning te staken en gestaakt te houden en alle executiehandelingen ten nadele van [eisers] na te laten, op straffe van een dwangsom van
€ 50.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat [Gedaagde 1] in gebreke blijft aan dit gebod te voldoen, tot een maximum van € 500.000,00,

veroordeelt [Gedaagde 1] in de proceskosten aan de zijde van [eisers] begroot op € 274,00 aan griffierecht en € 816,00 aan salaris advocaat,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde,

jegens de notaris

wijst af de vordering jegens de notaris,

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2013.

615/2477