Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:9049

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
18-11-2013
Zaaknummer
C/10/417653 / HA ZA 13-151
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering afgifte bescheiden ex art. 843a Rv. Vordering afgewezen, nu niet is voldaan aan de vereisten die dat artikel aan afgifte van bescheiden stelt. Tegen die achtergrond kan eiser er in dit geval, waarin van verschillende partijen overlegging van een veelheid aan gegevens wordt gevorderd, geen aanspraak op maken dat haar vordering ten aanzien van iedere individuele wederpartij en ieder bepaalbaar bescheid separaat wordt beoordeeld. Door een dergelijk veel te ruime vordering in te stellen, worden die wederpartijen - die alle gedwongen worden om daartegen specifiek verweer te voeren en in dat verband kosten te maken - onredelijk benadeeld. Dat is in strijd met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/417653 / HA ZA 13-151

Vonnis van 13 november 2013

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats 1],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 2],

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats 3],

4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats 4],

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats 5],

6. [eiser 6],

wonende te [woonplaats 6],

7. [eiser 7],

wonende te [woonplaats 7],

eisers,

advocaat mr. A.W.J.D. Ray-Engels te Roermond,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ASR NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht,

2. de naamloze vennootschap

ASR DEELNEMINGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZASI HOLDING B.V., voorheen handelende onder de naam OPTIMA HOLDING B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.M. Boomaars te Breda,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERZEKERINGS UNIE B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

gedaagde,

advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FUTURUM HOLDING B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

gedaagde,

advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht,

6. de naamloze vennootschap

ASAM N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht,

7. [gedaagde 7],

wonende te [woonplaats 8],

gedaagde,

advocaat mr. P.J.M. Boomaars te Breda.

Eisers zullen hierna gezamenlijk [eisers] worden genoemd. Gedaagden sub 1, 2, 4, 5 en 6 zullen hierna gezamenlijk ASR Nederland c.s. worden genoemd. Gedaagden sub 3 en 7 zullen hierna gezamenlijk [gedaagden sub 3 en 7] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen d.d. 28 januari 2013 (3x) en de door [eisers] overgelegde producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties, zijdens ASR Nederland c.s.;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties, zijdens [gedaagden sub 3 en 7];

  • -

    het tussenvonnis van 12 juni 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de akte d.d. 17 september 2013, met productie, zijdens [eisers];

  • -

    de akte d.d. 1 oktober 2013 zijdens ASR Nederland c.s.;

  • -

    de akte d.d. 1 oktober zijdens [gedaagden sub 3 en 7];

  • -

    de akte wijziging c.q. vermeerdering van eis zijdens [eisers];

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 1 oktober 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Verzekerings Unie was tot 1 januari 2009 een zelfstandige afdeling (en handelsnaam) van ASR Nederland N.V. (hierna: ASR Nederland). Binnen Verzekerings Unie waren in 2008 circa 130 adviseurs actief die zich bezig hielden met de bemiddeling bij het afsluiten van verzekeringen, hypotheken en financiële producten.

2.2.

Per 1 januari 2009 is Verzekerings Unie van het ASR Nederland afgesplitst en overgedragen aan Verzekerings Unie B.V. (hierna VU).

2.3.

VU is opgericht door Futurum Holding B.V. (hierna: Futurum). Futurum is opgericht door BEOP B.V. Ten tijde van de oprichting van Futurum waren Beijer Groep B.V. en Optima Holding B.V. (hierna: Optima) aandeelhouders van BEOP B.V.

2.4.

ASR Nederland is middellijk via ASAM N.V. als minderheidsaandeelhouder toegetreden tot Futurum.

2.5.

Futurum is bestuurder van VU. Futurum houdt de aandelen van VU en PoliService B.V.

2.6.

Optima is bestuurder van Futurum. Optima werd bestuurd door [gedaagde 7].

2.7.

[eisers] zijn allen in dienst geweest van (rechtsvoorgangers van) ASR Nederland in de functie van Adviseur. Na afsplitsing van de activiteiten van VU zijn hun dienstverbanden overgenomen door VU.

2.8.

Als gevolg van liquiditeitsproblemen bij VU heeft een reorganisatie plaatsgevonden. Dit hield onder meer in dat in de periode 2009-2011 de binnendienstactiviteiten van VU zijn overgedragen aan PoliService B.V. In mei 2010 is VU met vakbond De Unie een Sociaal Plan overeengekomen. In november 2011 heeft ASR Deelnemingen N.V. alle aandelen Futurum overgenomen van Optima.

2.9.

ASR Deelnemingen N.V. heeft na de overname van de aandelen gekozen voor een distributiemodel waarbij verkoop en advisering via internet en telefoon geschiedt door PoliService B.V. Als gevolg hiervan is de buitendienst van VU komen te vervallen.

2.10.

In de periode 2011-2012 zijn de dienstverbanden tussen [eisers] en VU beëindigd.

2.11.

Uit verslagen van de Ondernemingsraad van VU blijkt dat VU portefeuilles heeft overgedragen aan de een vennootschap genaamd Groot Ammers, waarin [gedaagde 7] een belang had.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert, na eisvermeerdering, – zakelijk weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) ASR Nederland c.s. en [gedaagden sub 3 en 7] hoofdelijk te veroordelen tot het verstrekken van inzage, uittreksel of afschrift van:

1. de volledige jaarcijfers van VU, Optima en Futurum over de jaren 2009 tot en met 2012,

2. de grootboekrekeningen van VU met betrekking tot vorderingen jegens groepsmaatschappijen en/of [gedaagde 7],

3. de notulen van de aandeelhoudersvergaderingen over de jaren 2009 tot en met 2011,

4. de afspraken die tussen ASR en Optima werden gemaakt in het kader van de overdracht van de aandelen in Futurum per 1 november 2011,

5. de afspraken die tussen VU en [gedaagde 7] dan wel Optima werden gemaakt bij de deelneming in Groot Ammers,

een en ander op verbeurte van een dwangsom voor zover ASR Nederland c.s./[gedaagden sub 3 en 7] hiermee in gebreke blijft;

b. ASR Nederland c.s. en [gedaagden sub 3 en 7] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

Het verweer van ASR Nederland c.s. strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van [eisers] in de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente, en in de nakosten.

3.3.

Het verweer van [gedaagden sub 3 en 7] strekt tot afwijzing van de vordering, met hoofdelijke veroordeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van [eisers] in de kosten van de procedure en in de nakosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eisers] heeft zijn eis vermeerderd in die zin dat op straffe van een dwangsom afgifte van de onder 3.1. genoemde stukken wordt gevorderd en dat de veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt uitgesproken. ASR Nederland c.s. noch [gedaagden sub 3 en 7] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Nu de rechtbank de eisvermeerdering ook niet in strijd acht met de beginselen van een goede procesorde zal zij recht doen op de aldus vermeerderde eis.

4.2.

[eisers] grondt haar vordering tot afgifte van de onder 3.1 genoemde stukken op artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

4.3.

Artikel 843a, lid 1 Rv bindt de toewijsbaarheid van de daar bedoelde vordering aan drie cumulatieve voorwaarden:

(i) degene die de vordering doet, dient een rechtmatig belang te hebben en

(ii) het moet gaan om bepaalde bescheiden

(iii) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is.

Het vierde lid bepaalt dat degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

4.4.

Ter comparitie heeft ASR Nederland c.s. verklaard dat de notulen van de aandeelhouders vergadering van VU met betrekking tot de jaarstukken over 2010 aan [eisers] zullen worden verstrekt. De heer Dekker heeft ter comparitie aangeboden een kopie van de notariële akte waarbij aandelen Groot Ammers aan VU zijn verkocht en de e-mail betreffende die transactie, als die kan worden achterhaald, af te geven. De rechtbank zal dit in het dictum van het vonnis vermelden.

4.5.

Voor het overige komt de vordering niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank grondt dit op het volgende.
[eisers] vordert van een groot aantal partijen "hoofdelijk" een veelheid aan gegevens teneinde op detailniveau inzage te krijgen in het financiële reilen en zeilen van VU, Optima en Futurum over de jaren 2009 tot en met 2012. Dit volgens zijn stellingen teneinde te kunnen onderzoeken of wellicht sprake is geweest van een sterfhuisconstructie, of door ASR ten onrechte vertrouwen is gewekt bij medewerkers van VU en of wellicht sprake is geweest van wanbeleid.

Artikel 843a Rv biedt niet de vrijwel onbeperkte mogelijkheid om afschrift van documenten te vragen teneinde te bezien of daarin wellicht aanknopingspunten te vinden zijn voor het bestaande vermoeden dat een of meer derden mogelijk tekort zijn gekomen in de nakoming van verbintenissen en/of onrechtmatig hebben gehandeld jegens de partij die afschrift van of inzage in die stukken vordert. Van de partij die een rechtmatig belang bij inzage of afschrift pretendeert, mag worden verlangd dat zij in haar verhouding tot de concrete derde van wie zij vordert dat deze de inzage en/of afschrift van stukken verschaft concrete feiten en omstandigheden stelt welke voldoende aannemelijk maken dat zij daarbij een rechtmatig belang heeft. Aan dit vereiste is in dit geval niet voldaan. Daarmee ontbeert de vordering van [eisers] een rechtmatig belang in de zin van artikel 843a Rv.

4.6.

De gevorderde stukken zijn bovendien zo ruim omschreven dat niet gezegd kan worden dat de stukken voldoende bepaald zijn. De gevorderde stukken zijn immers niet zodanig concreet omschreven dat steeds voldoende duidelijk is waarop wordt gedoeld en dat getoetst kan worden of het gaat om bescheiden die relevant zijn voor de eventueel nog in te stellen vorderingen.

4.7.

Voorts kan redelijkerwijs aangenomen worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. In dit verband kan gewezen worden op de mogelijkheid voor een partij om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken (artikel 186 e.v. Rv). Dat biedt een partij de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen over feiten teneinde haar in staat te stellen haar juridische positie beter te beoordelen, zulks met het oog op een mogelijk aanhangig te maken procedure.

4.8.

Een partij die een beroep doet op artikel 843a Rv teneinde in een procedure van een groot aantal partijen "hoofdelijk" een veelheid aan gegevens te vorderen, kan er in de visie van de rechtbank ook geen aanspraak op maken dat haar vordering ten aanzien van iedere individuele wederpartij en ieder bepaalbaar bescheid separaat wordt beoordeeld. Door een dergelijk veel te ruime vordering in te stellen, worden die wederpartijen - die alle gedwongen worden om daartegen specifiek verweer te voeren en in dat verband kosten te maken - onredelijk benadeeld. Dat is in strijd met de goede procesorde. In een dergelijk geval kan de rechtbank volstaan met de conclusie dat ter zake van de vordering zoals die tegen die wederpartijen aanhangig is gemaakt sprake is van een zogenoemde "fishing expedition", dat wil zeggen een vordering die de grenzen van artikel 843a Rv te buiten gaat. Dat brengt mee dat die vordering behoort te worden afgewezen, met veroordeling van de in het ongelijk gestelde partij in de kosten.

4.9.

[eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eisers] en ASR Nederland c.s. worden veroordeeld.

4.10.

De kosten aan de zijde van ASR Nederland c.s. en [gedaagden sub 3 en 7] worden voor ieder begroot op:

- griffierecht € 589,00

- salaris advocaat 1.130 (2,5 punten x tarief € 452)

Totaal €  1.719,00

4.11.

De nakosten zullen (voorwaardelijk) worden toegewezen als hierna vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

verstaat dat ASR Nederland c.s. de notulen van de aandeelhoudersvergadering van VU met betrekking tot de jaarstukken over 2010 aan [eisers] verstrekt;

5.2.

verstaat dat [gedaagde 7] een kopie van de notariële akte waarbij aandelen Groot Ammers aan VU zijn verkocht en de e-mail betreffende die transactie, als die kan worden achterhaald, afgeeft aan [eisers];

5.3.

wijst de vorderingen af;

5.4.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van ASR Nederland c.s. tot op heden begroot op € 1.130,00;

5.5.

bepaalt dat [eisers] de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de onder 5.4 bedoelde proceskosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der voldoening;

5.6.

veroordeelt [eisers] in de na dit vonnis aan de zijde van ASR Nederland c.s. ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.7.

veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden sub 3 en 7] tot op heden begroot op € 1.130,00;

5.8.

veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de na dit vonnis aan de zijde van [gedaagden sub 3 en 7] ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisers] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.9.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2013.

2111/1729