Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:8862

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-11-2013
Datum publicatie
11-11-2013
Zaaknummer
Onderzoek Schere
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissingen regiezitting examenfraudezaak (meerderjarige verdachten)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Datum uitspraak: 7 november 2013

Beslissingen in onderzoek Schere

De rechtbank heeft ervan kennisgenomen dat de officier van justitie:

  • -

    zal zorgdragen voor reclasseringsrapporten in alle zaken;

  • -

    zal zorgdragen voor een zogenoemd ‘artikel 27 Wetboek van Strafvordering’ proces-verbaal betreffende alle verdachten;

  • -

    de aangifte en het zaaksproces-verbaal van het dossier [onderzoek], alsmede alle toekomstige stukken in dat dossier, zal voegen in de dossiers van de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2];

  • -

    zal zorgdragen voor de toevoeging van de verklaringen van acht docenten zoals verzocht door de raadsman van de verdachte [verdachte 2] in het dossier van de verdachte [verdachte 2];

  • -

    in de zaak tegen de verdachte [verdachte 3] zal navragen hoe het dactyloscopisch spoor op bladzijde 1150 van het dossier is gegenereerd uit HAVANK. Indien er nog bladen zijn met punten van overeenkomst die overgelegd kunnen worden, zullen deze worden toegevoegd aan het dossier van de verdachte [verdachte 3];

  • -

    de verbatim uitwerking van het verhoor van [verdachte 2] van 14 juni 2013 op 5 november 2013 heeft gevoegd in het dossier van de verdachte [verdachte 2];

  • -

    de Bob-stukken in alle zaken heeft verspreid.

Getuigenverzoeken: medeverdachten – alle zaken

In iedere zaak zullen alle (10) medeverdachten worden gehoord. Een en ander op verzoek van de raadslieden, dan wel als ambtshalve beslissing van de rechtbank.

Getuigenverzoeken: overige – alle zaken

De volgende personen zullen in alle zaken als getuigen worden gehoord. Een en ander op verzoek van de raadslieden, dan wel als ambtshalve beslissing van de rechtbank.

  • -

    [getuige 1], geboren op [geboortedatum], wonende te [adres];

  • -

    [getuige 2], geboren op [geboortedatum], wonende te [adres];

  • -

    [getuige 3], geboren op [geboortedatum], wonende te [adres];

  • -

    [getuige 4], geboren op [geboortedatum] wonende te [adres];

  • -

    [getuige 5], geboren op [geboortedatum], wonende te [adres];

  • -

    [getuige 6], geboren op [geboortedatum], wonende te [adres];

  • -

    [getuige 7], geboren op [geboortedatum].

De overige verzoeken tot het horen van getuigen in de diverse zaken worden afgewezen omdat - mede gelet op de aan deze verzoeken ten grondslag gelegde motivering - niet is gebleken van een verdedigingsbelang. Daarbij kan in de zaak van de verdachte [verdachte 4] ten aanzien van de categorie ‘Getuigen: medewerkers Ibn Ghaldoun’ in aanvulling op het voorgaande het volgende worden opgemerkt. Hoewel de rechtbank bij deze categorie wel enig verdedigingsbelang aanwezig acht, is de rechtbank van oordeel dat hieraan voldoende wordt tegemoetgekomen door het horen van de uit deze categorie wel toegewezen getuigen en door de voeging van het rapport van de Onderwijsinspectie betreffende het onderzoek naar het bestuurlijk handelen van ISG Ibn Ghaldoun (zie hierna).

Ontbrekende‘Barendrecht’ verklaringen – alle zaken

Met betrekking tot de nog niet aan het dossier toegevoegde verklaringen wordt van de raadslieden verwacht dat, indien zij voeging van een of meer verklaringen aan het dossier van hun cliënt(e) wensen, zij uiterlijk 18 november 2013 te 9.00 uur gemotiveerd aangeven welke verklaringen zij aan het dossier toegevoegd willen zien. De officier van justitie zal vervolgens vóór 25 november 2013 te 9.00 uur op deze verzoeken beslissen. Indien en voor zover de officier van justitie niet tot voeging beslist, zal de rechter-commissaris bepalen of voeging van de verklaring redelijkerwijs van belang kan zijn voor de ter terechtzitting door de rechtbank te nemen beslissingen. Indien naar aanleiding van (de voeging van) deze stukken getuigenverzoeken worden gedaan, zal de rechter-commissaris ook op deze verzoeken beslissen.

Toevoeging USB-stick – zaak [verdachte 5]

De raadsman van de verdachte [verdachte 5] wordt verzocht de usb-stick met daarop een (heimelijk) opgenomen gesprek alsook de verbatim uitwerking daarvan vóór 18 november 2013 te 9.00 uur aan de officier van justitie te overleggen. De officier van justitie zal vervolgens vóór 25 november 2013 te 9:00 uur bepalen of zij dit/deze stuk(ken) in het dossier zal voegen. Indien en voor zover de officier van justitie niet tot voeging beslist, zal de rechter-commissaris bepalen of voeging van de usb-stick en/of de uitwerking van het gesprek voor de ter terechtzitting door de rechtbank te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kan zijn.

Deskundigenonderzoek – zaak [verdachte 2]

Het verzoek tot het (doen) benoemen van een deskundige teneinde onderzoek te doen naar de persoonlijkheid en het ontwikkelingsniveau van de verdachte [verdachte 2] in verband met het eventueel toepassen van artikel 77c Sr wordt afgewezen, nu er voor een dergelijk onderzoek onvoldoende aanknopingspunten zijn gesteld of gebleken. De stellingen van de advocaat dat de tenlastegelegde feiten als typische jongerenfeiten moeten worden gezien en dat zijn cliënt de gevolgen van zijn handelen mogelijk niet heeft overzien, zijn in dat kader te weinig specifiek.

Rapport Onderwijsinspectie – zaak [verdachte 4]

Het verzoek van mrs. Manders en Stoop in de zaak van de verdachte [verdachte 4] tot voeging van het rapport van de Onderwijsinspectie betreffende het onderzoek naar het bestuurlijk handelen van ISG Ibn Ghaldoun wordt toegewezen. De officier van justitie wordt verzocht dit rapport te voegen in alle zaken.

Terugverwijzing naar politierechter – zaak [verdachte 3]

Anders dan de raadsman heeft betoogd, kan de zaak van de verdachte [verdachte 3] niet los gezien worden van de zaken van de medeverdachten, gelet op het samenstel van gebeurtenissen en de rol van de verdachte en de medeverdachten daarin. De zaak is bovendien niet van eenvoudige aard, in aanmerking nemende de voorliggende bewijsvragen en de aard en hoogte van de eventueel op te leggen straf. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.

Voor toewijzing van het subsidiaire verzoek tot het sluiten van de deuren voor een (deel) van de zitting wordt thans geen aanleiding gezien, zodat ook dit verzoek wordt afgewezen.

Lijst met examentraining leerlingen – zaak [verdachte 3]

Het verzoek tot verstrekken van een lijst van de leerlingen die aanwezig waren op de examentraining Nederlands op 1 mei 2013 wordt toegewezen. De officier van justitie wordt verzocht deze lijst in het dossier van de verdachte [verdachte 3] te voegen, voor zover deze lijst voorhanden is.

Voorlopige hechtenis – zaak [verdachte 1]

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte [verdachte 1], nu de hieraan ten grondslag gelegde onderzoeksgrond de voorlopige hechtenis niet langer kan dragen.