Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:8587

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-10-2013
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
10/750139-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Partiële nietigheid dagvaarding. In vereniging faciliteren prostitutie drie minderjarige meisjes. Overschrijding redelijke termijn gecompenseerd door vermindering op te leggen straf. Gevangenisstraf gelijk aan voorarrest, gecombineerd met maximale taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750139-11 [Promis]

Datum uitspraak: 24 oktober 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:

[woonplaats], [adres],

hierna: verdachte.

Raadsvrouw mr. M. de Kock-Molendijk, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzittingen van 23 en 25 september 2013 en 10 oktober 2013, waarbij de officier van justitie mr. R.J.P. Lambrichts, verdachte en zijn raadsvrouw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. R.J.P. Lambrichts heeft gerekwireerd tot:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van voorarrest.

GELDIGHEID DAGVAARDING

Namens de verdachte is aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten partieel nietig is, omdat het deel van de tenlastelegging dat verdachte verwijt dat hij een ander ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling, niet nader met uitvoeringshandelingen wordt omschreven.

De verdediging heeft betoogd dat de genoemde wetstermen (en dan met name het “ertoe brengen”) op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis hebben en bovendien tot de kern van de delictsomschrijving behoren. Deze termen behoeven in de visie van de verdediging derhalve een nadere concretisering in de tenlasteleging. Dit maakt dat de tenlastelegging voor wat betreft deze onderdelen onvoldoende feitelijk is en niet voldoet aan het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging voldoet aan de eisen, omdat de genoemde wetsterm “ertoe brengen” voldoende feitelijke betekenis heeft en bovendien in de tenlastelegging wordt uitgelegd.

De officier van justitie heeft ten laste gelegd dat de verdachte “een ander ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling” dan wel dat de verdachte “ten aanzien van die ander enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen”.

De rechtbank begrijpt de woorden “dan wel” aldus, dat de officier van justitie heeft bedoeld een keuze voor te leggen uit de twee in artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 5°, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) omschreven strafbare feiten.

Voorts leest de rechtbank de tenlastelegging zo, dat de gedachtestreepjes alleen een feitelijke uitwerking betreffen van de “ten aanzien van die ander ondernomen handelingen”, zoals opgenomen in het formele deel van de tenlastelegging. De gedachtestreepjes betreffen dus niet de feitelijke uitwerking van “een ander ertoe brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling”.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de dagvaarding, waar het betreft het “een ander ertoe brengen zich beschikbaar te stellen”, beantwoordt aan de eisen van artikel 261 Sv.

Naar het oordeel van de rechtbank komt aan het begrip ‘ertoe brengen’ onvoldoende zelfstandige feitelijke betekenis toe en dient dit begrip in de tenlastelegging nader te worden geconcretiseerd, omdat anders niet duidelijk is op welke wijze het slachtoffer ertoe zou zijn gebracht zich beschikbaar te stellen voor prostitutiewerkzaamheden en verdachte aldus niet weet waartegen hij zich heeft te verdedigen. Nu de feitelijkheden waaruit dat ‘ertoe brengen’ zou hebben bestaan niet nader in de tenlastelegging zijn omschreven, is de dagvaarding ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 in zoverre partieel nietig.

BEVOEGDHEID RECHTBANK

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

SCHORSING VAN DE VERVOLGING

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij

in of omstreeks de periode van 07 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) ander(en), genaamd [slachtoffer N] (geboren [geboortedatum]),

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of

meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling,

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer N], (een) ander(en), genaamd [slachtoffer N]

(geboren [geboortedatum]),

enige handeling(en), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het

- begeleiden en/of vervoeren van die [slachtoffer N] van naar en/of naar van klanten en/of

naar plaatsen voor het verrichten van die seksuele handeling(en) en/of

- die [slachtoffer N] (laten) onderbrengen (huisvesten) en/of laten verblijven in

één of meer woning(en) en/of

- (daarbij) (daartoe) die [slachtoffer N] voorzien van instructies betreffende de

werkwijze en/of te rekenen tarieven en/of

- maken van afspraken en/of (telefonisch) onderhouden van contacten met

mededader(s) en/of (potentiële) (prostitutie) klanten voor die [slachtoffer N]

en/of

- die [slachtoffer N] controleren ten aanzien van de hoogte van haar verdiensten

en/of ten aanzien van de, door die [slachtoffer N] (te )verrichte(n)

prostitutiewerkzaamheden en/of (daarbij) (voortdurend) onder

toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer N] en/of

- aannemen en/of behouden van (een deel van) de betalingen en/of verdiensten

van die [slachtoffer N],

(in elk geval) zijnde (telkens) handelingen waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist/wisten of redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat die [slachtoffer N]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksueledie handeling(en) met of voor een derde tegen betaling,

- terwijl die [slachtoffer N] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 07 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en)

van [slachtoffer N] (geboren [geboortedatum]), met of voor een derde tegen

betaling, terwijl die [slachtoffer N] de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt, immers heeft hij, verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

(telkens) (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer N] uit

prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend;

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 08 januari 2011

te Rotterdam en/of Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) ander(en), genaamd [slachtoffer I] (geboren [geboortedatum]),

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of

meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling,

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer I], (een) ander(en), genaamd [slachtoffer I] (geboren [geboortedatum]),

enige handeling(en), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het

- begeleiden en/of vervoeren van die [slachtoffer I] van naar en/of naar van klanten

en/of naar plaatsen voor het verrichten van die seksuele handelingen en/of

- het (laten) plaatsen van één of meer afbeelding(en) van (een) perso(o)n(en)

(als ware het afbeelding(en) van die [slachtoffer I]) en/of profielen op het

internet en/of als ware die [slachtoffer I] meerderjarig en/of beschikbaar

voor prostitutiewerkzaamheden (teneinde klanten te werven voor de

prostitutie) en/of

- die [slachtoffer I] (laten) onderbrengen (huisvesten) en/of laten verblijven

in één of meer woning(en) en/of

- (daarbij) (daartoe) die [slachtoffer I] voorzien van instructies betreffende

werkwijze en/of te rekenen tarieven en/of

- maken van afspraken en/of (telefonisch) onderhouden van contacten met

mededader(s) en/of (potentiële) (prostitutie) klanten voor die [slachtoffer I]

en/of

- die [slachtoffer I] controleren ten aanzien van de hoogte van haar

verdiensten en/of ten aanzien van de, door die [slachtoffer I] (te )

verrichte(n) prostitutiewerkzaamheden en/of (daarbij) (voortdurend) onder

toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer I] en/of

- aannemen en/of behouden van (een deel van) de betalingen en/of verdiensten

van die [slachtoffer I],

(in elk geval) zijnde (telkens) handelingen waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist/wisten of redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat die [slachtoffer I]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksueledie handeling(en) met of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [slachtoffer I] de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt;

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 08 januari 2011

te Rotterdam en/of Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en)

van [slachtoffer I] (geboren [geboortedatum]) met of voor een

derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer I] de leeftijd van achttien

jaren nog niet had bereikt, immers heeft hij, verdachte en of één of meer van

zijn mededader(s) (telkens) (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer I]

uit prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend;

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) ander(en), genaamd [slachtoffer H] (geboren [geboortedatum]),

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of

meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling,

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer H], (een) ander(en), genaamd [slachtoffer H]

(geboren [geboortedatum]),

enige handeling(en), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het

- begeleiden en/of vervoeren van die [slachtoffer H] van naar en/of naar van klanten en/of

naar plaatsen voor het verrichten van die seksuele handeling(en) en/of

- het (laten) plaatsen van één of meer afbeelding(en) van (een) perso(o)n(en)

(als ware het afbeelding(en) van die [slachtoffer H]) en/of profielen op het

internet en/of als ware die [slachtoffer H] meerderjarig en/of beschikbaar voor

prostitutiewerkzaamheden (teneinde klanten te werven voor de prostitutie)

en/of

- die [slachtoffer H] (laten) onderbrengen (huisvesten) en/of laten verblijven

in één of meer woning(en) en/of

- (daarbij) (daartoe) die [slachtoffer H] voorzien van instructies betreffende de

werkwijze en/of te rekenen tarieven en/of

- maken van afspraken en/of (telefonisch) onderhouden van contacten met

mededader(s) en/of (potentiële) (prostitutie) klanten voor die [slachtoffer H]

en/of

- die [slachtoffer H] controleren ten aanzien van de hoogte van haar verdiensten

en/of ten aanzien van de, door die [slachtoffer H] (te )verrichte(n)

prostitutiewerkzaamheden en/of (daarbij) (voortdurend) onder

toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer H] en/of

- aannemen en/of behouden van (een deel van) de betalingen en/of verdiensten

van die [slachtoffer H],

(in elk geval) zijnde (telkens) handelingen waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist/wisten of redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat die [slachtoffer H]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksueledie handeling(en) met of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [slachtoffer H] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en)

van [slachtoffer H] (geboren [geboortedatum]), met of voor een derde tegen

betaling, terwijl die [slachtoffer H] de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt, immers heeft hij, verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

(telkens) (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer H] uit

prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend;.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het overzicht van de bewijsmiddelen en de voor het bewijs redengevende inhoud daarvan is als bijlage II aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

NADERE BEWIJSOVERWEGINGEN

Handelingen waardoor het slachtoffer zich beschikbaar heeft gesteld voor prostitutie

De raadsvrouw heeft betoogd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde slachtoffers handelingen heeft ondernomen waardoor die slachtoffers zich beschikbaar zouden stellen voor de prostitutie. Zij waren immers al vrijwillig in de prostitutie werkzaam en namen hiertoe ook zelf initiatieven.

De rechtbank verwerpt dit betoog.

Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 250ter Sr, de voorloper van artikel 273f Sr, heeft die bepaling, voor zover van toepassing op minderjarigen, onder meer tot doel het beschermen van minderjarigen tegen prostitutie. Onder prostitutie dient in dit verband te worden verstaan het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele handelingen met derden (vgl. Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1988/1989, 21 027, nr. 3, blz. 8).

Met genoemd doel is onverenigbaar de stelling dat ten aanzien van een minderjarige die al in de prostitutie werkzaam is of is geweest geen handelingen zouden kunnen worden ondernomen waardoor deze in de prostitutie belandt. Voor een dergelijke opvatting biedt de wet geen aanknopingspunt, terwijl zij ook in het licht van de bescherming die de wetgever de minderjarige – zelfs zijns of haars ondanks – heeft willen geven, niet kan worden aangenomen De rechtbank werkt dit hieronder nader uit.

Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ten aanzien van meerderjarigen instemming met het zich laten prostitueren niet in de weg hoeft te staan aan de bewezenverklaring van mensenhandel, indien één van de dwangmiddelen, thans genoemd in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, Sr is toegepast. De omstandigheid dat het slachtoffer voorafgaand aan de toepassing van zo’n dwangmiddel reeds werkzaam was als prostitué(e), vormt op zich geen aanwijzing inzake vrijwilligheid en is dan ook geen beletsel voor een bewezenverklaring. Tot het ontbreken van vrijwilligheid behoort ook het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. Een beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is aldus voldoende om het gedwongen karakter van de prostitutie aan te nemen.

De wetgever gaat blijkens de wetsgeschiedenis ten aanzien van minderjarige slachtoffers uit van de gedachte dat er per definitie sprake is van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, hetgeen één van de dwangmiddelen is die bij een bewezenverklaring van mensenhandel ten aanzien van meerderjarige personen een rol kan spelen.

Ten aanzien van minderjarige slachtoffers vormen de in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, Sr genoemde middelen dan ook geen bestanddeel van de delictsomschrijving. De toenmalige Minister van Justitie heeft in de Nota naar aanleiding van het Eindverslag (vgl. Kamerstukken II 1990/1991, 21 027, nr. 8, blz. 2) het volgende opgetekend: “De leeftijdsgrens berust op de overtuiging van de wetgever dat in het algemeen aan de exploitatie van minderjarigen misbruik van uit feitelijke verhoudingen voorvloeiend overwicht inherent is.” Uitgangspunt is dat bij zeer jeugdige personen een zekere rijpheid die de betrokkene in staat stelt de gevolgen van zijn handelingen te overzien en zelfstandig beslissingen te nemen veelal nog niet aanwezig is (vgl. Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1988/1989, 21 027, nr. 3, blz. 8). De aanduiding ‘zeer jeugdige personen’ is later door de Minister ingevuld als: minderjarigen (vgl. Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 1990/91, 21 027, nr. 5, blz. 4). Op vragen van de CDA-fractie antwoordt de Minister in deze zelfde nota dat ten aanzien van personen beneden de leeftijd van achttien jaren geen sprake is van een vrijwillige keuze voor de prostitutie (vgl. Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 1990/91, 21 027, nr. 5, blz. 4).

Het een ander tot prostitutie brengen en het ondernemen van enige handeling waarvan de dader weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de ander daardoor in de prostitutie belandt, wordt zonder meer gekwalificeerd als mensenhandel, indien die ander minderjarig is. De wil van de betrokkene is niet relevant (Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 1990/91, 21 027, nr. 5, blz. 11). Ten aanzien van de leeftijdsgrens heeft de Minister van Justitie voorts als zijn visie vermeld dat een persoon die zich tot prostitutie laat brengen, een beslissing neemt die verstrekkende gevolgen heeft. Een minderjarige heeft in het algemeen te weinig inzicht en ervaring om deze gevolgen te kunnen overzien (en) om bewust de levensloop van een prostitué(e) te kiezen. De Minister van Justitie heeft daarbij onderkend dat leeftijdsgrenzen altijd enigszins arbitrair zijn en dat er misschien enkele jeugdigen van zestien of zeventien jaar zijn die de stap in de prostitutie weldoordacht zouden maken, maar dat de hier aan de orde zijnde wetgeving dient te zijn afgestemd op hetgeen in het algemeen van een minderjarige kan worden verwacht. De Minister zet vervolgens nogmaals uiteen dat de leeftijdsgrens op de overtuiging van de wetgever berust dat in het algemeen aan de exploitatie van prostitutie van minderjarigen misbruik van uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht inherent is. Het betreft dus niet een veronderstelling van de wetgever die kan worden weerlegd, aldus de Minister. (vgl. Nota naar aanleiding van het Eindverslag, Kamerstukken II 1990/91, 21 027, nr. 8, blz. 2.)

Gelet op de wetsgeschiedenis als hiervoor weergegeven is er naar het oordeel van de rechtbank in het geval van minderjarige slachtoffers derhalve altijd sprake van een beperking van de keuzevrijheid, zodat in het geval van minderjarige slachtoffers de eventuele omstandigheid dat het slachtoffer heeft ‘ingestemd’ met de prostitutiewerkzaamheden dan wel de omstandigheid dat het slachtoffer reeds eerder in de prostitutie heeft gewerkt, nimmer in de weg kan staan aan een bewezenverklaring.

Overigens en hier ten overvloede kan nog worden opgemerkt dat naar het oordeel van de rechtbank uit de wetsgeschiedenis niet volgt dat slechts sprake zou kunnen zijn van “een ander ertoe brengen” dan wel “enige handeling ondernemen … waardoor het slachtoffer zich – kort gezegd – beschikbaar stelt voor prostitutiewerkzaamheden” indien sprake is van een beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer.

Anders gezegd: een beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is naar het oordeel van de rechtbank niet noodzakelijk om in voorkomende gevallen te kunnen komen tot een bewezenverklaring van “een ander ertoe brengen” dan wel “enige handeling ondernemen” als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, sub 5°, Sr.

Medeplegen

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte vrijgesproken zou moeten worden van het medeplegen van mensenhandel, omdat het dossier slechts aanknopingspunten biedt dat hij betrokken is geweest bij een ondergeschikt aantal uitvoeringshandelingen. Van de door de verdachte verrichte uitvoeringshandelingen kan niet vast komen te staan dat de slachtoffers zich door deze handelingen beschikbaar hebben gesteld voor het werken in de prostitutie. In de visie van de verdediging kan dit ook niet via medeplegen bewezen worden geacht.

Ten aanzien van de overige door anderen verrichte uitvoeringshandelingen is geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, aldus de verdediging.

Op 8 januari 2011 heeft een politieambtenaar zich voorgedaan als klant en een afspraak gemaakt met een prostituee. Zij gaf als bezoekadres op: [adres]. Op het afgesproken tijdstip verscheen een donkergekleurde Volkswagen Golf, met als bestuurder, naar later bleek, [verdachte]. De passagiers waren de prostituee, zijnde het in feit 2 genoemde slachtoffer [slachtoffer I], en de [medeverdachte A]. [medeverdachte A] zei tegen de politieambtenaar: “een uurtje, he”. De deur van de woning werd geopend door de [medeverdachte R]. [slachtoffer I] heeft later verklaard dat zij voor de [medeverdachte A] en [medeverdachte H] in de prostitutie heeft gewerkt en dat de verdachte haar meermalen naar klanten heeft vervoerd. Verdachte ontving daar een vergoeding voor.

Het in feit 1 genoemde slachtoffer (hierna: [slachtoffer N]) heeft verklaard dat zij en de in feiten 2 en 3 genoemde slachtoffers (hierna: [slachtoffer I] respectievelijk [slachtoffer H]) voor de [medeverdachte A] in de prostitutie hebben gewerkt en dat zij door een chauffeur naar en van klanten werden vervoerd. Uit de inhoud van het dossier leidt de rechtbank af dat de verdachte meermalen als chauffeur voor de [medeverdachte A] is opgetreden en ook eenmaal voor de medeverdachte [medeverdachte H]. Dit wordt bevestigd door de verklaringen van [slachtoffer H].

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een duidelijke taakverdeling, waarbij verdachte zorgde voor het vervoer naar en van klanten, en dat tussen de verdachte en de medeverdachten sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en van een gezamenlijke uitvoering. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande wel sprake van medeplegen.

Voordeel trekken

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte geen voordeel heeft genoten, nu hij in feite slechts een vergoeding ontving voor de door hem gemaakte benzinekosten.

De rechtbank verwerpt ook dit betoog.

De rechtbank leidt uit de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van artikel 273f Sr af dat ook de enkele afdracht van met prostitutiewerkzaamheden verdiende gelden als voordeel moet worden aangemerkt in de zin van artikel 273f Sr (Nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 1997/1998, 25 437, nr. 5, p. 23).

Of er daadwerkelijk voordeel is genoten in die zin dat er winst is behaald, is dus niet relevant. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk voordeel heeft genoten uit de prostitutiewerkzaamheden van de slachtoffers.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1. + 2. + 3.

telkens:

MENSENHANDEL, GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich binnen een periode van ruim twee maanden meermalen schuldig gemaakt aan het in vereniging faciliteren van prostitutie door drie minderjarige meisjes. Deze meisjes werden geholpen met huisvesting, er zijn foto's gemaakt van de meisjes, welke foto’s ten behoeve van klantenwerving op internet zijn geplaatst. Ook zijn de meisjes geïnstrueerd over de werkwijze en de te hanteren tarieven voor seksuele handelingen. Er werden afspraken gemaakt met klanten voor de meisjes, de meisjes werden begeleid en vervoerd naar afspraken en er zijn woningen ter beschikking gesteld waar de meisjes konden werken. Voorts heeft de verdachte geprofiteerd van de opbrengsten die de meisjes hadden uit de seksuele handelingen die zij tegen betaling verrichtten.

Dit zijn zeer ernstige feiten en mede door het handelen van de verdachte is op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van deze jonge meisjes.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op het op naam van de verdachte gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 augustus 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is gekomen. Omdat dit andersoortige delicten betreft, zal de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin laten meewegen bij het bepalen van de strafmaat.

De verdediging heeft verzocht om in het voordeel van de verdachte onder meer rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij met meerderjarigen te maken had. De rechtbank gaat hier niet in mee. Gelet op de eerder genoemde wetsgeschiedenis is de minderjarigheid van de slachtoffers een geobjectiveerd bestanddeel van de delictsomschrijving. Op de verdachte rustte de plicht zich afdoende te vergewissen van de leeftijd van de slachtoffers. Het enkele vragen naar de leeftijd is daartoe onvoldoende.

De verdediging heeft betoogd dat de door de verdachte gepleegde feiten inmiddels gedateerd zijn, wat tot uitdrukking dient te komen in de strafmaat. De rechtbank heeft ambtshalve gekeken of er in de onderhavige zaak sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. Wat betreft de berechting van de onderhavige zaak heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

De verdachte is op 6 september 2011 in verzekering gesteld, vanaf welke datum de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. Op 24 oktober 2013 wordt het eindvonnis gewezen, waardoor een periode van ruim twee jaar is verstreken na aanvang van de termijn, terwijl niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die de overschrijding van de termijn zouden kunnen rechtvaardigen. De rechtbank neemt in dit verband in aanmerking dat de verhoren door de rechter-commissaris in juni 2012 waren afgerond en dat na de regiezitting van 6 juli 2012 niet is gebleken van enige activiteit in deze zaak. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de op te leggen straf (HR 17 juni 2008, LJN BD2578). Deze regel zal ook in de onderhavige zaak worden toegepast.

Gelet op de beperkte duur dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel zal de rechtbank fors afwijken van de door de officier van justitie geëiste straf.

Alles afwegend, wordt een vrijheidsstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, gecombineerd met een taakstraf, passend en geboden geacht.

De verdachte zal dan ook worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 dagen, en daarnaast tot een taakstraf voor de maximale duur van 240 uren.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft de in de feiten 1, 2 en 3 opgenomen zinsnede “(een) ander(en), genaamd … ertoe heeft gebracht” tot en met “met of voor een derde tegen betaling”;

verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 (eenendertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;



veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Joele, voorzitter,

en mrs. G.J. Schiffers-Hanssen en C.M.A.T. van der Geest, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 oktober 2013.

Door afwezigheid is mr. Schiffers-Hanssen buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis van 24 oktober 2013:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

in of omstreeks de periode van 07 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) ander(en), genaamd [slachtoffer N] (geboren [geboortedatum]),

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of

meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling,

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer N],

enige handeling(en), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het

- begeleiden en/of vervoeren van die [slachtoffer N] van en/of naar klanten en/of

naar plaatsen voor het verrichten van die seksuele handeling(en) en/of

- die [slachtoffer N] (laten) onderbrengen (huisvesten) en/of laten verblijven in

één of meer woning(en) en/of

- ( daarbij) (daartoe) die [slachtoffer N] voorzien van instructies betreffende de

werkwijze en/of te rekenen tarieven en/of

- maken van afspraken en/of (telefonisch) onderhouden van contacten met

mededader(s) en/of (potentiële) (prostitutie) klanten voor die [slachtoffer N]

en/of

- die [slachtoffer N] controleren ten aanzien van de hoogte van haar verdiensten

en/of ten aanzien van de, door die [slachtoffer N] (te )verrichte(n)

prostitutiewerkzaamheden en/of (daarbij) (voortdurend) onder

toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer N] en/of

- aannemen en/of behouden van (een deel van) de betalingen en/of verdiensten

van die [slachtoffer N];

(in elk geval) (telkens) handelingen waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist/wisten of redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat die [slachtoffer N]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en),

- terwijl die [slachtoffer N] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 07 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en)

van [slachtoffer N] (geboren [geboortedatum]), met of voor een derde tegen

betaling, terwijl die [slachtoffer N] de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt, immers heeft hij, verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

(telkens) (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer N] uit

prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend;

(artikel 273F lid 1 onder 5 en/of 8 jo lid 2 jo artikel 47 van het Wetboek van

Strafrecht)

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 08 januari 2011

te Rotterdam en/of Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) ander(en), genaamd [slachtoffer I] (geboren [geboortedatum]),

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of

meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling,

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer I],

enige handeling(en), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het

- begeleiden en/of vervoeren van die [slachtoffer I] van en/of naar klanten

en/of naar plaatsen voor het verrichten van die seksuele handeling(en) en/of

- het (laten) plaatsen van één of meer afbeelding(en) van (een) perso(o)n(en)

(als ware het afbeelding(en) van die [slachtoffer I]) en/of profielen op het

internet en/of als ware die [slachtoffer I] meerderjarig en/of beschikbaar

voor prostitutiewerkzaamheden (teneinde klanten te werven voor de

prostitutie) en/of

- die [slachtoffer I] (laten) onderbrengen (huisvesten) en/of laten verblijven

in één of meer woning(en) en/of

- ( daarbij) (daartoe) die [slachtoffer I] voorzien van instructies betreffende

werkwijze en/of te rekenen tarieven en/of

- maken van afspraken en/of (telefonisch) onderhouden van contacten met

mededader(s) en/of (potentiële) (prostitutie) klanten voor die [slachtoffer I]

en/of

- die [slachtoffer I] controleren ten aanzien van de hoogte van haar

verdiensten en/of ten aanzien van de, door die [slachtoffer I] (te )

verrichte(n) prostitutiewerkzaamheden en/of (daarbij) (voortdurend) onder

toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer I] en/of

- aannemen en/of behouden van (een deel van) de betalingen en/of verdiensten

van die [slachtoffer I];

(in elk geval) (telkens) handelingen waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist/wisten of redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat die [slachtoffer I]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en),

terwijl die [slachtoffer I] de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt;

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 08 januari 2011

te Rotterdam en/of Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en)

van [slachtoffer I] (geboren [geboortedatum]) met of voor een

derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer I] de leeftijd van achttien

jaren nog niet had bereikt, immers heeft hij, verdachte en of één of meer van

zijn mededader(s) (telkens) (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer I]

uit prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend;

(artikel 273F lid 1 onder 5 en/of 8 jo lid 2 jo artikel 47 van het Wetboek van

Strafrecht)

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) ander(en), genaamd [slachtoffer H] (geboren [geboortedatum]),

ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of

meer seksuele handeling(en), met of voor een derde tegen betaling,

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer H],

enige handeling(en), heeft ondernomen, welke handelingen bestonden uit het

- begeleiden en/of vervoeren van die [slachtoffer H] van en/of naar klanten en/of

naar plaatsen voor het verrichten van die seksuele handeling(en) en/of

- het (laten) plaatsen van één of meer afbeelding(en) van (een) perso(o)n(en)

(als ware het afbeelding(en) van die [slachtoffer H]) en/of profielen op het

internet en/of als ware die [slachtoffer H] meerderjarig en/of beschikbaar voor

prostitutiewerkzaamheden (teneinde klanten te werven voor de prostitutie)

en/of

- die [slachtoffer H] (laten) onderbrengen (huisvesten) en/of laten verblijven

in één of meer woning(en) en/of

- ( daarbij) (daartoe) die [slachtoffer H] voorzien van instructies betreffende de

werkwijze en/of te rekenen tarieven en/of

- maken van afspraken en/of (telefonisch) onderhouden van contacten met

mededader(s) en/of (potentiële) (prostitutie) klanten voor die [slachtoffer H]

en/of

- die [slachtoffer H] controleren ten aanzien van de hoogte van haar verdiensten

en/of ten aanzien van de, door die [slachtoffer H] (te )verrichte(n)

prostitutiewerkzaamheden en/of (daarbij) (voortdurend) onder

toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer H] en/of

- aannemen en/of behouden van (een deel van) de betalingen en/of verdiensten

van die [slachtoffer H];

(in elk geval) (telkens) handelingen waarvan hij en/of zijn mededader(s)

wist/wisten of redelijkerwijs moest/moesten vermoeden dat die [slachtoffer H]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en),

terwijl die [slachtoffer H] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt;

en/of

hij

in of omstreeks de periode van 27 december 2010 tot en met 10 februari 2011

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, (telkens),

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en)

van [slachtoffer H] (geboren [geboortedatum]), met of voor een derde tegen

betaling, terwijl die [slachtoffer H] de leeftijd van achttien jaren nog niet had

bereikt, immers heeft hij, verdachte en of één of meer van zijn mededader(s)

(telkens) (een deel van) de verdiensten van die [slachtoffer H] uit

prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend;

(artikel 273F lid 1 onder 5 en/of 8 jo lid 2 jo artikel 47 van het Wetboek van

Strafrecht)