Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:8513

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
433754 / HA RK 13-856
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Aan verzoeker is per modelbrief van 24 juli 2013 in strijd met het landelijk rolreglement meegedeeld dat de termijn om te reageren in beginsel niet wordt verlengd. Dat levert echter geen grond op voor wraking. Bij brief van vrijdag 30 augustus 2013 heeft verzoeker gevraagd de naam van de kantonrechter bekend te maken. Bij brief van maandag 2 september 2013 is aan verzoeker de naam van de kantonrechter bekend gemaakt. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de naam van de kantonrechter niet tijdig aan verzoeker is kenbaar gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 24 september 2013

Zaaknummer: 433754

Rekestnummer: HA RK 13-856

Zaaknummer bodemprocedure: 2198275 CV EXPL 13-32926

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

strekkende tot wraking van mr. P. Vlaswinkel, kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht (hierna: de rechter).

1 Het procesverloop en de processtukken

1.1.

Bij dagvaarding van 5 juli 2013 is verzoeker gedagvaard om op woensdag 24 juli 2013 te 10:00 uur te verschijnen ter openbare terechtzitting van deze rechtbank, bij de kantonrechter. Bij brief van 23 juli 2013 heeft verzoeker om het maximale uitstel verzocht voor het nemen van conclusie van antwoord. Op 24 juli 2013 heeft de rolrechter de zaak op verzoek van verzoeker aangehouden tot 2 september 2013. Dit is schriftelijk aan verzoeker meegedeeld bij brief van 26 juli 2013. In deze brief is tevens vermeld dat de termijn om te reageren in beginsel niet wordt verlengd. Bij brief van 30 augustus 2013 heeft verzoeker de griffie van kantonzaken de bekendmaking verzocht van de identiteit van de kantonrechter die op 24 juli 2013 verantwoordelijk was voor de rolbeslissing. Op 2 september 2013 is schriftelijk aan verzoeker meegedeeld dat mr. P. Vlaswinkel de behandelend kantonrechter was op 24 juli 2013.

1.2

Bij brief van 2 september 2013 heeft verzoeker de anonieme kantonrechter/rolrechter op de rol van 24 juli 2013 te 10.00 uur gewraakt.

1.3

De wrakingskamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek;

  • -

    het dossier met zaaksnummer 2198275 CV EXPL 13-32926.

Verzoeker alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 10 september 2013, alwaar de gedane wraking is behandeld, is de rechter, zoals door hem reeds te kennen gegeven in zijn schriftelijke reactie, niet verschenen. Verzoeker is zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.

2 Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

De redenen van wraking van deze anonieme kantonrechter/rolrechter zijn:

  • -

    Opzettelijk handelen in strijd met het landelijk rolreglement.

  • -

    Opgewekte schijn van partijdigheid en/of vooringenomenheid.

  • -

    Voeren, uitlokken of gedogen van een oneerlijke procedure tegen gedaagde in strijd met art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR.

Op 24 juli 2013 heeft de gewraakte anonieme kantonrechter/rolrechter bepaald dat gedaagde uiterlijk op 3 september 201314:30 uur moest antwoorden en dat een schriftelijke reactie uiterlijk op 2 september 2013 om 12:00 uur ter griffie ontvangen moest zijn. Deze rolbeslissing is in strijd met artikel 2.9 RRK omdat in de rolbeslissing van 24 juli 2013 is aangekondigd dat de antwoordtermijn in beginsel niet wordt verlengd, tenzij sprake is van een gezamenlijk verzoek van beide partijen of een schriftelijk gemotiveerd partijverzoek op basis van klemmende redenen. De gewraakte anonieme kantonrechter/rolrechter heeft gedaagde ten onrechte bij voorbaat beroofd van de tweede 4 weken rolreglementair uitstel. Door anoniem te blijven en niet althans niet tijdig voor de fatale rolzitting van 3 september 2013 te reageren op het schriftelijk verzoek van 30 augustus 2013 tot bekendmaking van zijn/haar identiteit, heeft de gewraakte kantonrechter/rolrechter de schijn van partijdigheid en/of vooringenomenheid op zich geladen onder mogelijk misbruik van de zomervakantieperiode te willen overvallen en tijdens afwezigheid van gedaagde te confronteren met een verstekvonnis van de inhoudelijk behandelend kantonrechter en de procedure op die manier in het voordeel van de eiser te laten uitvallen. De schijn van partijdigheid/vooringenomenheid is verder versterkt door in de op 01 augustus 2013 verzonden rolbeslissing van 24-07-2013 bij voorbaat eenzijdig uitstel voor gedaagde uit te sluiten, in strijd met art 2.9 RRK.

2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat niet sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren. De rechter heeft erkend dat de aan verzoeker gestuurde brief waarin staat vermeld dat in beginsel geen uitstel meer zal worden verleend inderdaad niet correct is, nu verzoeker in beginsel recht heeft op een tweede uitstel. Deze fout is door de rechtbank onderkend en heeft inmiddels geleid tot aanpassing van de desbetreffende modelbrief. De onjuist geformuleerde modelbrief biedt echter geen grond voor wraking. Voorts is een beslissing om aanhouding een processuele beslissing die in principe geen grond biedt voor wraking. Bij brief van 30 augustus 2013 heeft verzoeker verzocht om de identiteit van de behandelend rechter ter zitting van 24 juli 2013 kenbaar te maken. Hierop is bij brief van 2 september 2013 geantwoord. Van anoniem blijven van de behandelend rechter is dan ook geen sprake.

3 De beoordeling

3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2

Vooropgesteld moet worden dat een voor een partij onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking oplevert. Dat geldt ook indien er geen hogere voorziening mocht openstaan tegen die beslissing.

3.3

Dat kan anders zijn indien een omstreden beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat voor die beslissing geen andere verklaring kan worden gegeven dan dat de beslissing voorvloeit uit vooringenomenheid van de rechter, in die zin dat de beslissing objectief gezien bij de verzoeker tot wraking de gerechtvaardige vrees heeft kunnen wekken dat de beslissing is ingegeven door vooringenomenheid jegens verzoeker.

3.4

Ter beoordeling is de vraag of aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden een aanwijzing valt te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was.

Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

3.5

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar deze is niet doorslaggevend.

3.6

Vast staat dat aan verzoeker per modelbrief van 24 juli 2013 in strijd met het landelijke rolreglement is meegedeeld, dat de termijn om te reageren in beginsel niet wordt verlengd.

Dat levert echter geen grond op voor wraking. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken, waardoor gesteld kan worden dat de kantonrechter jegens verzoeker vooringenomenheid heeft gekoesterd.

Bij brief van vrijdag 30 augustus 2013 heeft verzoeker gevraagd de naam van de kantonrechter kenbaar te maken. Bij brief van maandag 2 september 2013 is aan verzoeker de naam van de kantonrechter bekend gemaakt. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de naam van de kantonrechter niet tijdig aan verzoeker is kenbaar gemaakt.

3.7

Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek ongegrond is en daarom zal worden afgewezen.

4 De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van mr. P. Vlaswinkel.

Deze beslissing is gegeven op 24 september 2013 door mr. O.E.M. Leinarts, voorzitter,

mr. M. Fiege en mr. H. van Lokven-van der Meer, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. J.S. Beukema, griffier.

Verzonden op:

aan:

-

-

-

-