Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:8286

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
13/6020
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Buitenbehandelingstelling aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid omtrent waarde van woning in Armenië. Verzoekster heeft een taxatierapport ingebracht van een erkend taxateur. Voorts heeft zij nog nadere informatie opgevraagd naar aanleiding van vragen van verweerder. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de waarde of juistheid van de taxatie. Indien verweerder aan de juistheid twijfelt dient hij zelf een eigen tegenonderzoek te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 13/6020

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 oktober 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[Verzoekster], te Spijkenisse, verzoekster,

gemachtigde: mr. V.S. Waterval,

en

het college van burgemeester en wethouders, verweerder,

gemachtigde: M.J. de Jonge.

Procesverloop

Bij besluit van 5 augustus 2013, verzonden op 20 augustus 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om algemene bijstand buiten behandeling gesteld.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.

Voorts heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat haar hangende bezwaar voorschotten worden verstrekt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2013.

Overwegingen

1.1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover de daartoe uit te voeren toetsing meebrengt dat de rechtmatigheid van het bestreden besluit wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat oordeel niet bindend voor de beslissing op bezwaar of eventueel in de hoofdzaak.

1.2. Artikel 4:5 van de Awb luidt:

“1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:

(…)

c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking,

mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.

2.

Indien de aanvraag of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een vertaling aan te vullen.

(…)”

1.3.

Artikel 53a van de Wet werk en bijstand (WWB) luidt:

“1. Onverminderd 30c, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, bepaalt het college welke gegevens ten behoeve van de verlening van bijstand dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt. (…).

(…)”

2.

Verzoekster ontving in het verleden algemene bijstand uit hoofde van de WWB. Verweerder heeft die uitkering bij besluit van 4 februari 2011 ingetrokken met ingang van 11 september 2009 omdat tengevolge van het niet nakomen van de inlichtingenplicht teveel of ten onrechte bijstand is verstrekt. Een van de door verzoekster verzwegen kwesties zag op het bezit van een woning in Yerevan (Armenië). De rechtbank heeft bij uitspraak van 11 oktober 2012 (AWB 11/5381) het beroep tegen de handhaving van het intrekkingsbesluit ongegrond verklaard. Verzoekster heeft naar aanleiding van de intrekking van de bijstand herhaaldelijk nieuwe aanvragen om bijstand ingediend die verweerder buiten behandeling heeft gesteld omdat verzoekster heeft nagelaten binnen de geboden hersteltermijn de volgens verweerder benodigde gegevens te verstrekken omtrent onder meer de waarde van vorenbedoelde woning in Yerevan. De hiertegen door verzoekster aangewende rechtsmiddelen hebben niet tot het door haar beoogde resultaat geleid.

3.

Naar aanleiding van de thans voorliggende aanvraag van 30 mei 2013 heeft verweerder verzoekster bij brief van 12 juni 2013 een hersteltermijn geboden tot 9 juli 2013 voor het verstrekken van aanvullende gegevens inzake de vorenbedoelde woning in Yerevan. Deze termijn is bij brief van 4 juli 2013 verlengd tot en met 25 juli 2013. In de brief van 12 juni 2013 is het volgende vermeld ter zake van de ontbrekende gegevens die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen:

“Wij missen nog een aantal gegevens van u. Het gaat om:

- Originele Engelse vertaling van het taxatieverslag m.b.t. [adres] Yeravan Armenië

- Een toevoeging op het huidige taxatierapport waarin de volgende punten worden

opgenomen:

Hoe luidde de opdracht voor het taxatierapport?

Op basis van welke stukken/documenten is de taxatie tot stand gekomen?

Wie heeft welke stukken/documenten voor de taxatie aangeleverd?

Is de woning voor de totstandkoming van het taxatierapport betreden? Zo ja, door wie is de

woning betreden en op welke datum?

- Een vertaling van deze toevoeging, in het Nederlands, door een beëdigde tolk/vertaler.

- U dient een verzoek in te dienen bij het Centraal Testamenten Register om te bezien of er

wellicht sprake is van een testament in verband met het overlijden van uw vader. U kunt via

notaris.nl een aanvraagformulier hiervoor downloaden. Het indienen van het verzoek is

gratis. Wij verzoeken u tijdens het gesprek een bewijsstuk te overleggen dat u dit verzoek

heeft ingediend en mocht er ten tijde van het gesprek al een reactie zijn van het Centraal

Testamenten register, dient u deze ook te overleggen.”

4.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het volgende overwogen:

“U heeft niet binnen deze termijn alle gevraagde gegevens verstrekt. De gevraagde gegevens zijn nodig om de deugdelijkheid van de taxatie te kunnen beoordelen.

Wat bij het verstrijken van de termijn nog ontbreekt:

• Een aanvulling op het huidige taxatierapport waarin de volgende punten worden opgenomen:

- Hoe luidde de opdracht voor het taxatierapport?

- Op basis van welke stukken/documenten is de taxatierapport tot stand gekomen?

- Wie heeft welke stukken/documenten voor de taxatie aangeleverd?

- Is de woning voor de totstandkoming van het taxatierapport betreden? Zo ja, door wie is de

woning betreden en op welke datum?

• De vertaling van deze aanvulling

• Een vertaling van de Engelse tekst van het reeds verstrekte taxatierapport naar het

Nederlands.

Eveneens gevraagde inlichtingen verband houdende met het recente overlijden van uw vader zijn tijdig door u verstrekt.

Het niet verstrekken van een vertaling van het reeds verstrekte taxatierapport van het Engels

naar het Nederlands, werpen wij u niet tegen, aangezien u zich niet langer op het standpunt

stelt, dat de tekst de antwoorden bevat op de bovengenoemde vragen ter zake het rapport. U

heeft daarmee erkend dat dit niet het geval is en er bestaat naar ons oordeel (op dit punt)

tussen ons geen verschil van opvatting (meer) over de betekenis van de Engels tekst.”

5.

De voorzieningenrechter zal bij haar beoordeling tot uitgangspunt nemen dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de door haar verzochte voorlopige voorziening daar zij, naar zij stelt, de afgelopen maanden successievelijk moest rondkomen van een werkloosheidsuitkering van € 120,- per week en een (daar aan gerelateerde) ziekte-uitkering en zij thans niet meer in staat is haar vaste lasten te voldoen. De voorzieningenrechter zal dan ook tot een voorlopig rechtmatigheidstoetsing overgaan ter zake van het bestreden besluit.

6.

Verzoekster stelt zich op het standpunt dat zij alle gegevens heeft verstrekt die verweerder nodig heeft om de aanvraag te kunnen beoordelen. Zij betwist voorts dat tussen partijen niet langer in geschil is dat het taxatierapport een antwoord bevat op de door verweerder gestelde vragen ter zake van het rapport. Verzoekster heeft verder aangevoerd dat van haar geen verdere inspanningen kunnen worden gevergd om nog meer gegevens ter zake van de taxatie van de woning in Yerevan te achterhalen. Zij wijst er in dit verband op dat zij via diverse e-mailberichten om nadere informatie heeft gevraagd bij het taxatiebureau in Armenië en dat haar is bericht dat de taxateur die de taxatie destijds heeft verricht daar niet weer werkzaam is.

7.

Onder aanvulling van rechtsgronden overweegt de voorzieningenrechter allereerst dat de in de brief van 12 juni 2013 geboden hersteltermijn niet mede betrekking heeft op een vertaling van de Engelse tekst van het reeds verstrekte taxatierapport naar het Nederlands, maar slechts op een vertaling in het Nederlands van nog te verstrekken aanvullingen op het taxatierapport. Bij het bestreden besluit heeft verweerder dan ook ten onrechte overwogen dat verzoekster op dit punt in gebreke is en dat verweerder dit niet herstelde gebrek slechts niet tegenwerpt omdat niet langer in geschil zou zijn dat het taxatierapport geen antwoorden geeft op de door verweerder gestelde vragen, nog daargelaten dat verzoekster dit betwist.

8.

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de Engelse vertaling van het in het Armeens opgestelde taxatierapport. Vaststaat dat het rapport is opgesteld door een aldaar erkende taxateur. Voorts is de vraagstelling die aan het rapport ten grondslag ligt duidelijk; namelijk de vraag wat de marktwaarde van het appartement is. Anders dan verweerder vermag de voorzieningenrechter niet in te zien dat die vraagstelling ontoereikend is om de waarde van het appartement te bepalen. Uit het rapport blijkt dat de taxateur de waarde heeft bepaald aan de hand van de waarde van vergelijkbare woningen. Op blz. 14 van de Engelse vertaling van het rapport is voorts te lezen:

“Analyzing the place for estimated subject and the photography was implemented on 11.04.2013 The data of making assessment report is 13 04 2013”.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan in elk geval aan dit tekstdeel het vermoeden worden ontleend dat de taxateur de woning op 11 april 2013 heeft betreden en aldaar foto’s heeft gemaakt. De in het taxatierapport onder punt 6.2 opgenomen disclaimer geeft de voorzieningenrechter geen aanleiding om te twijfelen aan de waarde of juistheid van de taxatie. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat in een door verzoekster in het Engels vertaalde nadere verklaring van het taxatiebureau is vermeld dat het appartement in kwestie onbewoonbaar is, gerenoveerd dient te worden en niet geschikt is voor verhuur. Voorts bevindt zich tussen de stukken een verklaring van de Armeense ambassade van 29 augustus 2013 waarin is vermeld dat op grond van informatie van de politie geen geregistreerde personen wonen in het appartement in kwestie.

9.

Voor zover verweerder toch van oordeel blijft dat er onvoldoende zekerheid bestaat omtrent de door de taxateur getaxeerde waarde van 23.500.000,- AMD (bijna € 43.000,-), is de voorzieningenrechter, gelet op de door verzoekster overgelegde e-mailberichten tussen haar en het taxatiebureau, van oordeel dat van verzoekster niet in redelijkheid kan worden gevergd dat zij nadere stukken en verklaringen opvraagt ter zake van de woning in Yerevan en dat het op de weg van verweerder ligt om een eigen tegenonderzoek te laten verrichten. In het kader van deze voorzieningenprocedure ziet de voorzieningenrechter vooralsnog onvoldoende redenen om niet uit te gaan van de waarde die in voornoemd rapport is vastgesteld.

10.

Verzoekster heeft in een e-mailbericht van 15 april 2013 en ter zitting gesteld dat haar schulden de waarde van de woning in Yerevan overtreffen. Van de zijde van verweerder is dit ter zitting ongemotiveerd weersproken. Nu verweerder deze weerspreking niet heeft gemotiveerd en het debat tussen partijen in het kader van de onderhavige aanvraag zich heeft beperkt tot (de vaststelling van) de waarde van de woning in Yerevan, gaat de voorzieningenrechter er in het kader van deze voorziening vanuit dat verzoekster bijstandbehoeftig is.

11.

Gelet op het vorenstaande zal het bestreden besluit in bezwaar naar verwachting niet in stand blijven, zodat de voorzieningenrechter aanleiding ziet om het verzoek toe te wijzen door het bestreden besluit te schorsen tot zes weken nadat het besluit op bezwaar is bekendgemaakt en te bepalen dat verweerder – in aanvulling op eventuele andere inkomsten of uitkering – voorschotten tot bijstandsniveau verstrekt tot die datum.

12.

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

13.

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 944,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst tot zes weken nadat het besluit op bezwaar is bekendgemaakt en bepaalt dat verweerder – in aanvulling op eventuele andere inkomsten of uitkering – voorschotten tot bijstandsniveau dient te verstrekken tot die datum.

- bepaalt dat verweerder aan verzoekster het betaalde griffierecht van € 44,- vergoedt,

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 944,-, te betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Bergen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. dr. R. Stijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2013.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.