Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:7996

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-09-2013
Datum publicatie
11-10-2013
Zaaknummer
C/10/404493 / HA ZA 12-571 en C/10/416635 / HA ZA 13-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Verkoop van sportartikelen tussen professionele partijen. Incasso van facturen. Tussen partijen gesloten 'Branddeal' en daarin opgenomen verrekeningsbeding. Uitleg van de overeenkomst. Vraag welke van de contracterende vennootschappen voor de betaling van de factuurbedragen aansprakelijk kan worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Haven & Handel

Vonnis van 11 september 2013

in de gevoegde zaken:

zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/404493 / HA ZA 12-571 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROLIGHT FUN B.V.,

gevestigd te Schiedam,

eiseres,

advocaat mr. F.M. Schmitz te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PERRY SPORT B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Leedekerken te Amsterdam,

en zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/416635 / HA ZA 13-97 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PERRY SPORT B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B. van Zelst te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROLIGHT FUN B.V.,

gevestigd te Schiedam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROLIGHT B.V.,

gevestigd te Schiedam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROLIGHT REUSCH B.V.,

gevestigd te Schiedam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROLIGHT HEAD B.V.,

gevestigd te Schiedam,

5. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. F.M. Schmitz te Arnhem.

Perry Sport B.V. wordt hierna aangeduid als Perry Sport. Gedaagden in de zaak 13-97 worden hierna aangeduid als respectievelijk Eurolight Fun (tevens eiseres in zaak 12-571), Eurolight B.V., Eurolight Reusch, Eurolight Head en [gedaagde], terwijl gedaagden sub 1 tot en met 4 gezamenlijk worden aangeduid als de Eurolightvennootschappen en gedaagden sub 1 tot en met 5 gezamenlijk worden aangeduid als Eurolight c.s.

1. De procedures

1.1. Het verloop van de procedure in zaak 12-571 blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 juni 2012 en de door Eurolight Fun overgelegde producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 20 februari 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast (tevens in zaak 13-97);

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 27 mei 2013 (tevens in zaak 13-97).

1.2. Het verloop in de zaak 13-97 blijkt uit:

- de dagvaarding van 18 oktober 2012;

- de akte overlegging producties, zijdens Perry Sport;

- het vonnis in het incident en in de hoofdzaak van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2012, houdende verwijzing naar deze rechtbank;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van voorwaardelijke eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 20 februari 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast (tevens in zaak 12-571);

  • -

    het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 27 mei 2013 (tevens in zaak 12-571);

  • -

    de conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald in zaak 12-571 en zaak 13-97.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1. Eurolight B.V. is 100% aandeelhouder en enig bestuurder van Eurolight Fun, Eurolight Reusch en Eurolight Head. Veritatis Splendor B.V. is 100% aandeelhouder en enig bestuurder van Eurolight B.V. De stichting Administratiekantoor Best Value is 100% aandeelhouder van Veritatis Splendor B.V. [gedaagde] is enig bestuurder van stichting Administratiekantoor Best Value en Veritatis Splendor B.V.

2.2. De Eurolightvennootschappen houden zich bezig met de verkoop van sportartikelen. Eurolight Head levert sportartikelen van de merken Head winter sport en Head racketsport. Eurolight Fun levert sportartikelen van het merk Dakine. Eurolight Reusch levert sportartikelen van het merk Reusch.

2.3. Perry Sport houdt zich bezig met de verkoop van sportartikelen aan consumenten.

2.4. Tussen de Eurolightvennootschappen en Perry Sport bestaat al lange tijd een handelsrelatie, waarbij de Eurolightvennootschappen sportartikelen verkopen aan Perry Sport, die Perry Sport op haar beurt weer verkoopt aan consumenten.

2.5. Eurolight Fun heeft in de periode van 19 oktober 2009 tot 6 januari 2012 facturen ten bedrage van in totaal € 83.259,23 aan Perry Sport gezonden terzake aan Perry Sport verkochte en geleverde sportartikelen. De betalingstermijn van deze facturen is verstreken.

2.6. De facturen zijn onbetaald gebleven.

2.7. De Eurolightvennootschappen hanteren in het handelsverkeer de “Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van Eurolight” (hierna: de algemene voorwaarden). In de algemene voorwaarden is onder meer het volgende opgenomen:

“Definities en omschrijvingen:
Eurolight: De vennootschap binnen de Eurolight-groep (Eurolight B.V., Eurolight Head B.V., Eurolight Reusch B.V. of Eurolight Fun B.V.) die naar de toepasselijkheid van deze voorwaarden verwijst …
(…)
Betalingscondities
Elke overeenkomst geschiedt onder de algemene conditie:

(…) Beroep op schuldvergelijking is nimmer toegestaan. Afnemer wordt geacht hiervan uitdrukkelijk afstand te hebben gedaan. Afwijkende betalingsafspraken gelden uitsluitend indien schriftelijk overeengekomen. (…)

2.8. In mei 2010 is een overeenkomst (hierna: de Branddeal) tot stand gekomen. De Branddeal is ondertekend door enerzijds Perry Sport, vertegenwoordigd door de heer Pieter Völker en anderzijds ‘Eurolight’, vertegenwoordigd door [gedaagde]. In de Branddeal is, onder meer, het volgende opgenomen:

(…)2. Brand representation

2.1 Perry Sport B.V. shall grant in store representation of Eurolight brands and products throughout the year during the entire agreement period.

2.2 Perry Sport B.V. shall solely be responsible for in store ‘visual merchandising’.

3 Guaranteed Margin

3.1

Eurolight guarantees Perry Sport B.V. a gross margin on Eurolight products to be sold in Perry Sport B.V. outlets. For the first contract year Eurolight guarantees Perry Sport B.V. a gross margin of a minimum (see point 3.1.1. till 3.1.4) of the net retail sales price (ex VAT) as paid by consumers.

3.1.1

Head winter sport 40%, for the 1ˢͭ year 35%

3.1.2

Head racket sport 48%, for the 1ˢͭ year 45%

3.1.3

Dakine 48%

3.1.4

Reusch 48%

3.2

Eurolight and Perry Sport B.V. shall meet each and every month to discuss sell thru performance versus sell thru targets and if needed to take actions as described in 3.3 to ensure sales forecast will be realized and the minimum margin will be met. Sell thru targets shall be determined and agreed at the time Perry Sport B.V. will place orders for Eurolight products.

3.3

In case of poor sell thru and/or if parties expect or it appears that the minimum margin will not be met, cancelations and/or mark downs may be necessary and/or slow moving products may be returned and/or replaced with fast moving Eurolight products.

3.4

Shortfalls in gross margin shall be calculated and reported to Eurolight by Perry Sport B.V. within 30 days of each end of each quarter. Perry Sport B.V. shall invoice Eurolight based on such report. Perry Sport B.V. shall be entitled to deduct this invoice from any invoices from Eurolight due or to be due.

3.5

For the avoidance of any doubt, the shortfall in margin will be calculated on a consolidated basis for all products sold.

3.6

Eurolight and Perry Sport B.V. shall annually discuss and review the sell out performance of Eurolight products for each previous/current year and mutually agree on a business plan for the following year.

(…)

4 Marketing

4.1

Eurolight en Perry Sport B.V. shall jointly establish and manage a collective marketing plan. Both parties shall financially contribute to this marketing plan.

5 Payment Terms – settlement discount

5.1

A 30 days five 5% settlement discount will be applied to any and all invoices Perry Sport B.V. must pay to Eurolight.

6 Term

6.1

The initial term of this agreement will be a period of 4 seasons. (…)

2.9.

Perry Sport heeft op 14 april 2011, 17 oktober 2011, 6 april 2012, 16 april 2012 en 12 september 2012 facturen gezonden ten bedrage van in totaal een bedrag van € 174.600,37 (inclusief BTW) terzake de in artikel 3.4 van de Branddeal opgenomen margeverplichting.

2.10.

Tussen [gedaagde] aan [persoon 1] (namens Perry Sport) heeft in februari 2012 een e-mailcorrespondentie plaatsgevonden in het kader van (mogelijke) overname van (delen van) de Eurolightvennootschappen door SumWin B.V. Deze e-mailcorrespondentie luidt, voor zover van belang, als volgt:

“[persoon 1] aan [gedaagde], 7 februari 2012:

Zoals gevraagd ontvang je bijgaand de margebedragen over 201104 en 2012P1, Voor de volledigheid heb ik naast DAKINE ook nog de bedragen van HEAD en REUSCH opgenomen, terwijl die zoals door jou aangegeven voor rekening van SumWin komen.

[gedaagde] aan [persoon 1], 9 februari 2012:

Is de volgende vraag of er onderscheid te maken is vwb Reusch en Head wat door Eurolight en/of door SumWin geleverd is?

[persoon 1] aan [gedaagde], 9 februari 2012:

Onderscheid obv levering is niet te maken.

[gedaagde] aan [persoon 1], 9 februari 2012:

Het is wellicht wel mogelijk om een lijst per product te maken zodat Eurolight en SumWin onderling eea verrekenen [wie wat geleverd heeft]?

[persoon 1] aan [gedaagde], 11 februari 2012:

Ik kan jouw opstelling en verdeling van de posten per merk volgen, echter ik weet niet nog of SumWin/[persoon 2] het hiermee eens is. Jij geeft aan dat je contact met hem daarover hebt gehad, maar ik wil graag een bevestiging van hem dat hij het eens is met onderstaande toerekening door jou van posten aan SumWin. Van [persoon 2] heb ik hierover nog niets ontvangen.

[persoon 1] aan [gedaagde], 17 februari 2012:

Tav het branddeal contract vind ik het een goed signaal dat jij schriftelijke bevestiging wenst.

Dat heb ik ook aan SumWin/[persoon 2] verzocht door hem een branddeal contract te sturen dat exact gelijk is aan de versie tussen Perry en Eurolight. Dat is geheel in lijn niet wat jij hebt aangegeven en wat hij mailde, namelijk overname van de rechten en verplichting uit hoofde van het contract tussen Perry en Eurolight (tav HEAD en REUSCH).

Echter, tot op heden heb ik geen getekend contract van SumWin ontvangen.

Wel wil SumWin plots een wijziging in het contract hebben, wat dus niet volgens de eerdere bevestigingen is. Het bestaande contract zou overgenomen worden.

Verder heb ik nog geen geld van SumWin ontvangen.

(…)

Het leek de goede kant op te gaan met de uitvoering van de branddeal na de bespreking die jij en ik hebben gehad, en de eerste correspondentie van SumWin. De latere correspondentie geeft mij echter het gevoel dat ik speelbal dreig te worden tussen Eurolight en SumWin. De ene partij mag ik alvast gaan betalen, terwijl ik van de andere niet voldoende zekerheid krijg dat ik mijn geld ga ontvangen.

[persoon 1] aan [gedaagde], 22 februari 2012:

We hebben besloten om deze kwestie als volgt af te ronden:

De goederen die wij ontvangen hebben van SumWin zullen wij betalen aan SumWin.

Andere bedragen/facturen dan voor door ons ontvangen goederen zullen wij niet betalen.

Er zullen geen nieuwe orders bij SumWin geplaatst worden.

Wij zullen geen facturen voor margebijdragen aan SumWin sturen.

Alle margebijdragen die voortvloeien uit de branddeal overeenkomst met Eurolight zullen aan Eurolight gefactureerd warden. Dit geldt voor alle merken waarop de lopende branddeal overeenkomst betrekking heeft, dus voor HEAD, REUSCH, en DAKINE, ongeacht of de verkopen door 'Perry na overname door SumWin van HEAD en REUSCH hebben plaats gevonden.

Andere bedragen/facturen dan voor door ons ontvangen goederen zullen wij niet betalen.

Waar mogelijk zullen de facturen van Perry aan Eurolight verrekend worden met door Perry aan Eurolight te betalen facturen voor ontvangen goederen. Is verrekening niet mogelijk, dan zullen deze facturen door Eurolight aan Perry betaald worden binnen 30 dagen na factuurdatum.

Er zullen geen nieuwe orders bij Eurolight geplaatst worden.

Nog openstaande oude orders bij Eurolight zullen gecancelled worden.

Jullie bevestiging van bovenstaande ontvang ik graag uiterlijk vrijdag 24 februari 2012.

[gedaagde] aan [persoon 1], 25 februari 2012:

Met grote teleurstelling nam ik kennis van je reactie. Mijn mening was dat zowel Eurolight als Sumwin aan alles hebben toegegeven zodat er een snelle oplossing kon worden bereikt. Blijkbaar is er iets wat ik niet weet of begrijp.

Dat houdt in dat Eurolight niet akkoord kan gaan met onderstaand voorstel.

3. De geschillen

in de zaak 12-571

3.1.

De vordering luidt – verkort weergegeven – om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Perry Sport te veroordelen tot betaling aan Eurolight Fun van een bedrag van

€ 95.302,88, te vermeerderen met 1% rente per maand vanaf 25 april 2012, zulks over

€ 83.259,23, met veroordeling van Perry Sport in de kosten van de procedure.

3.2.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Eurolight Fun de volgende stellingen aan haar vordering ten grondslag gelegd:

3.2.1.

Eurolight Fun heeft diverse sportartikelen verkocht en geleverd aan Perry Sport.

3.2.2.

Eurolight Fun heeft in de periode van 19 oktober 2009 tot 6 januari 2012 facturen ten bedrage van in totaal € 83.259,23 aan Perry Sport gezonden. De betalingstermijn van deze facturen is verstreken.

3.2.3.

De facturen zijn onbetaald gebleven.

3.2.4.

Op grond van artikel 13 van de door Eurolight Fun gebruikte algemene voorwaarden is Perry Sport over het onbetaald gelaten factuurbedrag per 25 april 2012 rente verschuldigd ten bedrage van € 7.657,87.

3.2.5.

Op grond van artikel 13 van de door Eurolight Fun gebruikte algemene voorwaarden is Perry Sport terzake buitengerechtelijke kosten een bedrag verschuldigd van € 4.385,87.

3.3.

Het verweer van Perry Sport strekt tot afwijzing van de vordering, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, met veroordeling van Eurolight Fun in de kosten van het geding. Perry Sport heeft daartoe – verkort weergegeven – het volgende aangevoerd:

3.3.1.

Perry Sport heeft uit hoofde van de in artikel 3.4 van de Branddeal opgenomen margeverplichting een bedrag van € 174.600,37 aan de Eurolightvennootschappen gefactureerd. Dit bedrag is onbetaald gebleven. Ingevolge artikel 3.4 van de Branddeal is Perry Sport gerechtigd vorderingen die zij in het kader van de Branddeal op de Eurolightvennootschappen heeft te verrekenen met alle vorderingen die een Eurolightvennootschap op Perry Sport mocht hebben. De facturen ten bedrage van

€ 83.259,23 van Eurolight Fun zijn op grond daarvan verrekend met de facturen van Perry Sport ten bedrage van € 174.600,37.

3.3.2.

Voor zover geen sprake is van een hoofdelijke verplichting van alle Eurolightvennootschappen, kan Perry Sport zich in elk geval beroepen op verrekening voor zover de facturen zien op door Eurolight Fun geleverde artikelen. Dit betreft een bedrag van € 20.960,=.

3.3.3.

Nu de door Eurolight Fun gevorderde hoofdsom door verrekening tijdig is voldaan, kan Perry Sport aanspraak maken op betalingskorting van 5% die de Eurolightvennootschappen aan Perry Sport verlenen in geval van tijdige betaling. Dit betreft een bedrag van € 4.789,98.

3.3.4.

Met betrekking tot factuur FF8022 ten bedrage van € 184,93 is overeengekomen dat Perry Sport daarvan (naar rato) 21%, derhalve € 39,10, zal betalen.

3.3.5.

Er is geen wettelijke rente over de hoofdsom verschuldigd, nu Perry Sport de factuurbedragen door verrekening tijdig heeft voldaan.

3.3.6.

Eurolight Fun heeft onvoldoende toegelicht welke buitengerechtelijke werkzaamheden zij heeft verricht.

in de zaak 13-97

in conventie

3.4.

De vordering in conventie luidt – verkort weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. Primair de Eurolightvennootschappen hoofdelijk veroordeelt om aan Perry Sport te betalen het bedrag van € 186.500,37,

2. Subsidiair de Eurolightvennootschappen ieder voor een gelijk deel veroordeelt tot betaling van € 186.500,37,

3. Meer subsidiair Eurolight Head veroordeelt tot betaling van € 163.464,35, althans

€ 11.900 en/of Eurolight Fun veroordeelt tot betaling van het bedrag van € 24.999,52,

4. Meest subsidiair [gedaagde] persoonlijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van

€ 174.600,37,

alle onder 1 tot en met 4 genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente,

5. Eurolight c.s. (hoofdelijk) veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten, vast te stellen op twee punten van het toepasselijke liquidatietarief overeenkomstig rapport Voorwerk II,

6. Eurolight c.s. (hoofdelijk) veroordeelt in de kosten van het geding, het incident daaronder begrepen.

3.5.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Perry Sport de volgende stellingen aan haar vordering ten grondslag gelegd:

3.5.1.

Uit hoofde van de in artikel 3.1 van de Branddeal ten laste van de Eurolightvennootschappen opgenomen margeverplichting heeft Perry Sport een bedrag van € 174.600,37 aan de Eurolightvennootschappen gefactureerd.

3.5.2.

Perry Sport heeft ten behoeve van Eurolight Head een advertentie laten plaatsen. Perry Sport, waarbij is overeengekomen dat Eurolight Head daarvoor aan Perry Sport een bedrag van € 10.000,= (€ 11.9000 inclusief BTW) zou betalen.

3.5.3.

De facturen uit hoofd van margeverplichting en met betrekking tot de advertentie zijn onbetaald gelaten.

3.5.4.

Voor zover de Eurolightvennootschappen niet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de facturen uit hoofde van de margeverplichting en met betrekking tot de advertentiefactuur, zijn de Eurolightvennootschappen ieder voor een gelijk deel voor de factuurbedragen aansprakelijk.

3.5.5.

Voor zover de Eurolightvennootschappen niet voor gelijke delen voor de facturen uit hoofde van de margeverplichtingen en met betrekking tot de advertentie aansprakelijk zijn, is ieder van de Eurolightvennootschappen afzonderlijk voor betaling van deze facturen aansprakelijk voor zover deze betrekking hebben op het door de betreffende vennootschap gevoerde merk.

3.5.6.

Voor zover geen van de Eurolightvennootschappen gehouden is tot betaling van de facturen uit hoofde van de margeverplichting, vordert Perry Sport betaling van deze facturen door [gedaagde], nu hij in dat geval zelf partij is bij de Branddeal, althans in dient te staan voor de volmacht.

3.6.

Het verweer van de Eurolight c.s. in conventie strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Perry Sport in de kosten van het geding. Eurolight c.s. heeft daartoe – verkort weergegeven – het volgende aangevoerd:

3.6.1.

Eurolight c.s. is niet gebonden aan de Branddeal, omdat deze niet is gesloten met inachtneming van de wettelijke regels ten aanzien van vertegenwoordiging van rechtspersonen omdat Eurolight Fun daarbij niet is vertegenwoordigd door haar bestuurder Veritatis Splendor BV en de branddeal namens Perry Sport is ondertekend door de daartoe niet bevoegde [persoon 3].

3.6.2.

Verrekening door Perry Sport van haar facturen met vorderingen van Eurolight c.s. is uitgesloten op grond van artikel 13 van de door Eurolight c.s. gebruikte algemene voorwaarden.

3.6.3.

Perry Sport is jegens de Eurolightvennootschappen tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.1, 3.2, 3.3., 3.4, 3.6 en 4.1 van de Branddeal.

3.6.4.

De facturen uit hoofde van de margeverplichting zijn op naam gesteld van Eurolight Head en niet van Eurolight Fun.

3.6.5.

De Branddeal geldt ten aanzien van de Head wintersportartikelen en de Head racketsportartikelen slechts voor een periode van één jaar.

3.6.6.

In het kader van de overname van de activa en passiva van Eurolight B.V. door SumWin B.V. per 1 juni 2011 is de Branddeal door SumWin B.V. overgenomen. Perry Sport heeft per 7 februari 2012 medewerking verleend aan deze overname van de Branddeal. Op die grond is Eurolight c.s. niet gehouden tot betaling van de facturen van Perry Sport van 12 april 2012 en 16 april 2012.

in reconventie

3.7.

De vordering in reconventie luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis de Branddeal tussen enerzijds Perry Sport en anderzijds Eurolight B.V. en/of de overige Eurolightvennootschappen, althans één van de Eurolightvennootschappen te ontbinden, met veroordeling van Perry Sport in de kosten van de procedure.

3.8.

Aan deze vordering heeft Eurolight c.s. naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd ten grondslag gelegd dat Perry Sport jegens de Eurolightvennootschappen tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.1, 3.2, 3.3., 3.4, 3.6 en 4.1 van de Branddeal.

3.9.

Het verweer van Perry Sport in reconventie strekt tot afwijzing van de vordering, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, met veroordeling van Eurolight c.s. in de kosten van het geding. Naast hetgeen Perry Sport in conventie heeft betoogd, heeft Perry Sport daartoe het volgende aangevoerd:

3.9.1.

Perry Sport is niet jegens de Eurolightvennootschappen tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.1, 3.2, 3.3., 3.4, 3.6 en 4.1 van de Branddeal.

3.9.2.

De (voorwaardelijke) reconventionele vordering is te onbepaald om te worden toegewezen, nu niet duidelijk is welke voorwaarde dient in te treden voordat de rechtbank aan de behandeling van de reconventionele vordering toekomt.

4. De beoordeling

in de zaak 12-571

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat Eurolight Fun op Perry Sport een vordering terzake van verkochte en geleverde sportartikelen heeft ter hoogte van een bedrag

€ 83.259,23. Perry Sport heeft een beroep gedaan op verrekening van deze vordering met een vordering van haar zijde van € 174.600,37 uit hoofde van de in artikel 3.4 van de Branddeal opgenomen zogenaamde ‘margeverplichting’. Derhalve ligt als eerste ter beoordeling voor of dit beroep op verrekening gegrond is.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de vordering van Perry Sport uit hoofde van de margeverplichting opgenomen in artikel 3.4 van de Branddeal in hoofdsom een bedrag van € 174.600,37 bedraagt.

4.3.

Als meest verstrekkende verweer heeft Eurolight Fun aangevoerd dat Perry Sport haar vordering uit hoofde van de Branddeal niet kan verrekenen met de vordering van Eurolight Fun, omdat Eurolight Fun geen partij is bij de Branddeal.

4.4.

Voor de beantwoording van de vraag wie bij een overeenkomst als partij is te beschouwen, komt het aan op hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Ook omstandigheden die zich na het sluiten van de overeenkomst voordoen – zoals gedragingen van partijen bij de uitvoering van de overeenkomst – kunnen van belang zijn bij de vraag wie als partij heeft te gelden bij een overeenkomst.

4.5.

Als contractspartij bij de Branddeal is vermeld ‘Eurolight’ en de Branddeal is namens ‘Eurolight’ door [gedaagde] ondertekend.
In de “Algemene Verkoop en- Leveringsvoorwaarden van Eurolight” (zie onder 2.7) staat “Eurolight” gedefinieerd als potentieel betrekking hebbend op alle Eurolight vennootschappen.
is, zoals hierboven reeds overwogen, binnen de structuur van de Eurolight vennootschappen, voor elk van deze vennootschappen de eerst aangewezen natuurlijke persoon om deze vennootschappen te vertegenwoordigen.
Ter comparitie heeft [gedaagde] verklaard: “Bij het tekenen van de Branddeal heb ik mij niet gerealiseerd dat ik voor alle Eurolight vennootschappen heb getekend. Ik heb daar toen niet goed over nagedacht.” [gedaagde] heeft daarbij voorts aangevoerd dat hij zich er bij nader inzien van bewust is geraakt dat hij ten tijde van de ondertekening van de Branddeal de bedoeling had om enkel Eurolight B.V. aan de Branddeal te binden, omdat dit in lijn was met het beleid van de Eurolight vennootschappen om Eurolight B.V. partij te laten zijn bij alle duurovereenkomsten.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] de Branddeal heeft ondertekend (mede) namens alle Eurolightvennootschappen, dus ook namens Eurolight Fun.
Hieraan kan niet afdoen dat hij zich later realiseerde dat hij alleen Eurolight B.V. wilde verbinden. Deze enkele, overigens ook niet voor Perry Sport kenbare, later opgekomen intentie is voor de uitleg van de overeenkomst irrelevant.
Dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst slechts één van de Eurolight vennootschappen wilde verbinden ligt ook niet voor de hand nu, zoals Perry Sport heeft gesteld en Eurolight c.s. niet heeft betwist, de Branddeal rechten en plichten bevat met betrekking tot verschillende, door afzonderlijke Eurolight vennootschappen te leveren merkproducten: Head door Eurolight Head, Reusch door Eurolight Reusch en Dakine door Eurolight Fun. Immers kan in beginsel alleen de leverancier van een bepaald merk product de verplichtingen nakomen die met betrekking tot dat merk in de Branddeal zijn opgenomen.
Dat [gedaagde] niet deze vennootschappen, doch alleen Eurolight B.V. wilde binden ligt dan ook noch voor de hand, noch was dit kenbaar voor de wederpartij.
Op grond van het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat - ook- Eurolight Fun partij is bij de Branddeal.

4.6.

Eurolight Fun heeft voorts een beroep gedaan op onbevoegdheid tot het sluiten van de overeenkomst.
Eurolight Fun stelt dat de overeenkomst niet zou zijn gesloten met in achtneming van de wettelijke regels ten aanzien van vertegenwoordiging omdat zij (Eurolight Fun) niet werd vertegenwoordigd door haar bestuurder Veritas Splendor. Dit verweer snijdt geen hout nu vaststaat dat [gedaagde] de eerste (en enige) natuurlijke persoon is, die deze vennootschap, middellijk - via Veritas Splendor - kon vertegenwoordigen.

Ter andere zijde geldt - aldus Eurolight Fun - dat de Branddeal namens Perry Sport is ondertekend door [persoon 3] die niet bevoegd was Perry Sport te vertegenwoordigen.

Wat daar verder ook van zij, doordat de ondertekening van [persoon 3] door Perry Sport is bekrachtigd, is het rechtsgevolg daarvan, het totstandkomen van de Branddeal, alsnog ingetreden. Deze onbevoegdheid kan Perry Sport dus niet meer tegengeworpen worden.

4.7.

Eurolight Fun heeft voorts nog de navolgende verweren gevoerd.

4.8.

De facturen waarmee Perry Sport de vordering van Eurolight Fun wenst te verrekenen zijn op naam gesteld en verzonden aan Eurolight Head. Omdat de Eurolight vennootschappen niet hoofdelijk zijn verbonden voor de voldoening van de facturen uit hoofde van de margeverplichting, betreft het hier dus geen tegenover elkaar staande vordering, hetgeen ingevolge artikel 6:127 BW een vereiste is voor verrekening, zodat geen verrekening mogelijk is, aldus Perry Sport.

De rechtbank verwerpt het verweer. De regeling van de verrekening (artikel 6:127 – 6:141 BW) is van regelend recht. De bevoegdheid van Perry Sport tot verrekening vloeit voort uit artikel 3.4 van de Branddeal. Partijen zijn dus (rechtsgeldig) een van de wet afwijkende regeling met betrekking tot de verrekening overeengekomen. In artikel 3.4 is met betrekking tot de facturen uit hoofde van de margeverplichtingen opgenomen dat ‘Perry Sport B.V. shall be entitled to deduct this invoice from any invoices from Eurolight due or to be due’. Deze bepaling kan redelijkerwijs niet anders begrepen worden dan dat daarin is bepaald dat Perry Sport gerechtigd is iedere factuur van een Eurolight vennootschap die partij is bij de Branddeal te verrekenen, in dit geval Eurolight Fun, met haar vorderingen uit hoofde van de margeverplichting. Zoals hiervoor is overwogen is Eurolight Fun partij bij de Branddeal.
Een beroep door Eurolight op haar algemene voorwaarden, waarin verrekening wordt uitgesloten faalt evenzeer gelet op de aanvullende betekenis die daaraan in het algemeen moet worden toegekend ten opzichte van hetgeen door partijen wordt overeengekomen en in dit geval door hen in artikel 3.4 van de Branddeal is neergelegd. Artikel 13 van deze voorwaarden verwijst zelfs expliciet naar de mogelijkheid van een schriftelijk overeengekomen afwijkende betalingsvoorwaarde.

4.9.

Nu verrekening mogelijk is op grond van artikel 3.4 van de Branddeal doet het er in zoverre niet toe of de Eurolight vennootschappen hoofdelijk zijn gebonden aan de Branddeal.
De vraag of de Eurolight vennootschappen hoofdelijk zijn verbonden aan de Branddeal kan een rol spelen bij de beoordeling van de vordering van Perry Sport tot verhaal van het niet verrekenbare deel van haar vordering uit hoofde van de margeverplichting op de Eurolight vennootschappen.

4.10.

Ten slotte is door Eurolight Fun aangevoerd dat Perry Sport jegens de Eurolight vennootschappen tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de Branddeal om de gevoerde merken een prominente plaats te geven in de winkels en tot het voeren van overleg met Eurolight. Perry Sport heeft hiertegen aangevoerd dat de Eurolight vennootschappen wekelijks werden geïnformeerd over de prijzen van de verkochte artikelen die de Eurolightvennootschappen aan Perry Sport leverden. Voorts voert Perry Sport aan dat Eurolight Fun niet eerder heeft geklaagd over een gebrek aan overleg of onvoldoende prominente plaatsing van de merken als argument om de facturen uit hoofde van de Branddeal niet te betalen.

De rechtbank oordeelt als volgt. Eurolight Fun heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot de conclusie dat Perry Sport tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting uit hoofde van de Branddeal. Eurolight Fun heeft ten aanzien van het voeren van overleg niet betwist dat de Eurolight vennootschappen wekelijks werden geïnformeerd over de prijzen van de verkochte artikelen die de Eurolight vennootschappen aan Perry Sport leverden. Ter comparitie heeft Eurolight Fun gesteld dat de door Perry Sport verstrekte informatie niet overzichtelijk was vormgegeven. Het ligt in dat geval echter op de weg van Eurolight Fun om van Perry Sport te verlangen dat de verstrekte informatie overzichtelijker wordt gepresenteerd. Eurolight Fun heeft verder niet aangegeven tot wat voor ander overleg of informatieverstrekking Perry Sport verder gehouden was en geeft evenmin aan dat zij gedurende de looptijd heeft aangegeven dat de mate van overleg niet voldeed. Ook ten aanzien van de stelling dat Perry Sport niet voldeed aan de verplichting de gevoerde merken een prominente plaats te geven, ontbreekt een nadere toelichting omtrent de eisen die aan die presentatie gesteld zouden zijn en de wijze waarop hierin door Perry Sport tekort geschoten zou zijn. De stellingen van Eurolight zijn aldus te vaag, zodat de rechtbank daaraan en aan het bewijsaanbod voorzover daarop betrekking hebbend, voorbij zal gaan.

4.11.

De conclusie uit het voorgaande is dat het beroep op verrekening door Perry Sport slaagt. De verbintenis van Perry Sport tot betaling van het facturen van Eurolight Fun ten bedrage van € 83.259,23 is daarmee teniet gegaan.

4.12.

Nu Perry Sport door verrekening tijdig de facturen van Eurolight Fun heeft voldaan, is zij daarover geen wettelijke rente en ook geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.

4.13.

De vordering van Eurolight Fun ligt dus voor afwijzing gereed.

4.14.

Perry Sport heeft onbetwist gesteld dat als de door Eurolight Fun gevorderde hoofdsom door verrekening tijdig is voldaan Perry Sport aanspraak kan maken op betalingskorting van 5% die de Eurolightvennootschappen aan Perry Sport verlenen in geval van tijdige betaling en dat dit een bedrag van € 4.789,98 betreft. Voorts heeft Perry Sport onbetwist gesteld dat met betrekking tot factuur FF8022 ten bedrage van € 184,93 is overeengekomen dat Perry Sport daarvan (naar rato) 21%, derhalve € 39,10, zal betalen. Voor verrekening komt derhalve in aanmerking een bedrag van (€ 83.259,23 – (€ 184,93 –

€ 39,10 =) € 145,83 – € 4.789,98 =) € 78.323,42.

in de zaak 13-97

in conventie

4.15.

Perry Sport vordert uit hoofde van de margeverplichting opgenomen in artikel 3.4 van de Branddeal in hoofdsom een bedrag van € 174.600,37.

4.16.

Het verweer van Eurolight c.s. in reconventie in zaak 13-97 is deels gelijk aan hetgeen Eurolight c.s. in zaak 12-571 heeft aangevoerd in reactie op het verweer van Perry Sport in die zaak. Dit geldt in de eerste plaats voor het verweer dat de Eurolight vennootschappen niet zijn gebonden aan de Branddeal omdat [gedaagde] niet bedoeld heeft de Eurolight vennootschappen aan de Branddeal te binden, dan wel omdat noch [gedaagde] noch Völker bevoegd zouden zijn om de Branddeal aan te gaan. De rechtbank heeft deze beide stellingen bij de beoordeling van zaak 12-571 verworpen. Er is geen aanleiding hierover in zaak 13-97 anders te oordelen. Dit brengt mee dat alle Eurolight vennootschappen aan de Branddeal gebonden zijn. Het ook in de onderhavige zaak 13-97 gevoerde verweer van Eurolight c.s. tegen verrekening met de vordering van Eurolight Fun kan hier onbesproken blijven nu hieromtrent reeds inzake 12-571 is beslist. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de vordering als hieronder wordt overwogen onder 4.24.

4.17.

Ook ten aanzien van de door Eurolight c.s. gestelde tekortkomingen van de zijde van Perry Sport geldt dat er geen aanleiding is hierover anders te oordelen dan inzake 12-571. Ook Eurolight c.s. heeft in de onderhavige zaak 13-97 onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat Perry Sport tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting uit hoofde van de Branddeal tot het voeren van overleg of het geven van een prominente plaats van de bedoelde merken in de winkels.

De rechtbank gaat aan dit verweer van Eurolight c.s. als te vaag en algemeen geformuleerd voorbij.

4.18.

Eurolight c.s. heeft verder aangevoerd dat de Branddeal ten aanzien van de Head Wintersportartikelen en de Head racketsportartikelen slechts voor een periode van één jaar geldt. Perry Sport heeft dit betwist.

De rechtbank begrijpt dit verweer zo dat Eurolight c.s. bedoelt dat zij de door Perry Sport gefactureerde bedragen voor producten van Head die zien op de margeverplichting in het tweede jaar op grond van deze nadere afspraak niet verschuldigd is. De rechtbank verwerpt het verweer. In artikel 6.1 van de Branddeal is bepaald dat de overeenkomst is gesloten voor vier seizoenen. Partijen zijn het erover eens dat een seizoen in de sportartikelenbranche een jaar bedraagt (lente/zomer en herfst/winter). Daarmee bedraagt de duur van de Branddeal twee jaar. Eurolight c.s. heeft mede gelet op de betwisting daarvan door Perry Sport geen, althans onvoldoende, feiten en omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat partijen in afwijking van de Branddeal zijn overeengekomen dat de Branddeal ten aanzien van de Head Wintersportartikelen en de Head racketsportartikelen slechts voor een periode van één jaar geldt.

4.19.

Eurolight c.s. heeft voorts aangevoerd dat nu de activa en passiva van Eurolight B.V. per 1 juni 2011 zijn overgenomen door SumWin B.V. en Perry Sport daaraan per 7 februari 2012 medewerking heeft verleend, Eurolight c.s. niet is gehouden tot betaling van de facturen van Perry Sport van 12 april 2012 en 16 april 2012. Perry Sport betwist dat de Branddeal door SumWin B.V. is overgenomen. Ten eerste omdat de akte als bedoeld in artikel 6:159 BW ontbreekt en ten tweede omdat Perry Sport uiteindelijk geen medewerking heeft verleend aan de overname van de Branddeal door SumWin B.V.

De rechtbank verwerpt het verweer van Eurolight c.s. Ingevolge artikel 6:159 BW is vereiste voor een geldige contractsoverneming dat een daartoe strekkende akte tussen de overdragende en de overnemende partij wordt opgemaakt met medewerking van de wederpartij. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke akte is opgemaakt. De rechtbank volgt Eurolight c.s. overigens ook niet in haar standpunt dat uit de e-mailwisseling tussen partijen (aangehaald onder 2.10) volgt dat Perry Sport haar medewerking heeft verleend aan de overname van de Branddeal. Uit de e-mails komt weliswaar naar voren dat over de overname van de Branddeal is onderhandeld, of in ieder geval over de verdeling van de margeverplichting tussen de Eurolight vennootschappen en SumWin B.V., maar niet dat daarover met Perry Sport overeenstemming is bereikt.

4.20.

Uit het voorgaande volgt dat Perry Sport in beginsel aanspraak kan maken op betaling van een bedrag van € 174.600,37 (waarvan na verrekening het hierna onder 4.24 berekende bedrag resteert). Beoordeeld dient vervolgens te worden in hoeverre de verschillende Eurolight vennootschappen voor dit bedrag aansprakelijk zijn.

4.21.

Perry Sport stelt primair dat de Eurolight vennootschappen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor dit bedrag. De Eurolight vennootschappen betwisten hoofdelijk verbonden te zijn voor de factuurbedragen uit hoofde van de margeverplichting.

Ingevolge artikel 6:2 lid 2 BW zijn schuldenaren hoofdelijk verbonden indien de prestatie ondeelbaar is of uit de wet, gewoonte of rechtshandeling voortvloeit dat de schuldenaren ten aanzien van een zelfde schuld ieder voor het geheel aansprakelijk zijn. Nu dit is gesteld noch gebleken, zijn de Eurolight vennootschappen niet hoofdelijk aansprakelijk voor de factuurbedragen uit hoofde van de margeverplichting.

4.22.

Perry Sport stelt subsidiair dat ieder van de Eurolight vennootschappen voor een gelijk deel aansprakelijk is voor het bedrag. De Eurolight vennootschappen betwisten ieder voor een gelijk deel verbonden te zijn voor de factuurbedragen uit hoofde van de margeverplichting.

Ingevolge artikel 6:6 lid 1 BW zijn schuldenaren in beginsel ieder voor een gelijk deel verbonden indien een prestatie door twee of meer schuldenaren verschuldigd is, waarbij het moet gaan om dezelfde prestatie. Gesteld nog gebleken is dat twee of meer Eurolight vennootschappen uit hoofde van de margeverplichting dezelfde prestatie verschuldigd zijn, zodat de Eurolight vennootschappen niet voor gelijke delen verbonden zijn voor de factuurbedragen uit hoofde van de margeverplichting.

4.23.

Perry Sport stelt meer subsidiair dat ieder van de Eurolightvennootschappen afzonderlijk voor betaling van de factuurbedragen uit hoofde van de margeverplichting aansprakelijk is voor zover deze facturen betrekking hebben op het door de betreffende vennootschap gevoerde merk. De Eurolight vennootschappen hebben hiertegen aangevoerd dat Perry Sport alle facturen heeft gezonden aan Eurolight Head en dat dus Eurolight Fun, Eurolight B.V. en Eurolight Reusch niet verplicht zijn de facturen te voldoen die niet aan hen gericht zijn.

Hiervoor is reeds geoordeeld dat alle Eurolight vennootschappen aan de Branddeal zijn gebonden. De onderscheiden sportartikelen waar de Branddeal op ziet worden door verschillende Eurolight vennootschappen afzonderlijk aan Perry Sport geleverd. Het ligt gelet daarop voor de hand dat de verschillende Eurolight vennootschappen ieder voor zich gebonden zijn voor de factuurbedragen die betrekking hebben op het door de desbetreffende vennootschap verhandelde merk. Dit is anders indien partijen andersluidende afspraken hebben gemaakt. Dergelijke andersluidende afspraken zijn gesteld noch gebleken. De enkele omstandigheid dat alle facturen van Perry Sport zijn geadresseerd aan Eurolight Head is onvoldoende om het bestaan van een dergelijke afspraak te veronderstellen, ook Eurolight c.s. heeft zich niet op het standpunt gesteld dat Eurolight Head gehouden is om alle factuurbedragen te voldoen. Derhalve zijn de verschillende Eurolight vennootschappen ieder voor zich gebonden voor de factuurbedragen die betrekking hebben op het door de desbetreffende vennootschap verhandelde merk.

4.24.

Hiervoor is onder 4.14 geoordeeld dat Perry Sport de vordering van Eurolight Fun tot een bedrag van € 78.323,42 terecht verrekend heeft met haar vordering ten bedrage van € 174.600,37 op de onderscheiden Eurolight vennootschappen. Dit betekent dat thans nog resteert een vordering van (€ 174.600,37 - € 78.323,42 =) € 96.276,95 van Perry Sport op de onderscheiden Eurolight vennootschappen.

4.25.

Perry Sport heeft onbetwist gesteld dat zij zich bij de ontvangst van iedere factuur van de Eurolight vennootschappen op het standpunt heeft gesteld dat zij gerechtigd was tot verrekening. Hieruit volgt dat de verrekening dient plaats te vinden met de factuurbedragen vanaf de oudste aan Perry Sport gezonden factuur. Nu in de aan de Eurolight vennootschappen verzonden facturen geen onderscheid is gemaakt tussen de door de verschillende Eurolight vennootschappen te betalen bedragen, is thans niet vast te stellen op welke wijze het te verrekenen bedrag ten laste van de verschillende Eurolight vennootschappen dient te worden gebracht en derhalve welke Eurolight vennootschap/ Eurolight vennootschappen aansprakelijk is/zijn voor het nog resterende saldo van
€ 96.276,95. De rechtbank zal partijen, eerst Perry Sport, de gelegenheid geven zich hierover bij akte uit te laten.

4.26.

De Branddeal betreft een prijscorrectie op de aan Perry Sport geleverde goederen en is aldus aan te merken als een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW, zodat de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 30 dagen na aanvang van de dag waarop de factuur is gedateerd, zoals primair door Perry Sport is gevorderd. De rechtbank hecht – ook in dit verband – geen betekenis aan de omstandigheid dat een deel van de facturen kennelijk ten onrechte aan Eurolight Head in plaats van aan Eurolight Fun zijn geadresseerd. De adresgegevens stemmen overeen en Eurolight c.s. - die ook zelf niet steeds helder onderscheid maakt tussen de diverse vennootschappen - heeft niet betwist de facturen te hebben ontvangen.

4.27.

Eurolight Head heeft niet betwist dat Perry Sport ten behoeve van Eurolight Head een advertentie heeft laten plaatsen, waarbij is overeengekomen dat Eurolight Head daarvoor aan Perry Sport een bedrag van € 10.000,= (€ 11.900,= inclusief BTW) zou betalen. Dit deel van de vordering ligt derhalve voor toewijzing gereed. De overeenkomst is aan te merken als een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a BW, zodat over dit bedrag de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 30 dagen na ontvangst van de factuur.

in reconventie

4.28.

Eurolight c.s. vordert in voorwaardelijke reconventie dat de rechtbank de Branddeal ontbindt.

Niet duidelijk is onder welke voorwaarde de eis in reconventie is ingesteld. De rechtbank zal de eis in reconventie derhalve aanmerken als onvoorwaardelijk ingesteld.

Voor de rechtsgeldige ontbinding van een overeenkomst is vereist dat sprake is van een tekortkoming. Zoals hiervoor overwogen is Perry Sport niet tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de Branddeal. Hiermee komt de grondslag aan de vordering tot ontbinding te ontvallen. De rechtbank zal deze vordering derhalve afwijzen.

In zaak 12-571 en zaak 13-97

4.29.

In afwachting van de onder 4.25 bedoelde aktewisseling zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden.

5. De beslissing

De rechtbank

In zaak 12-571

5.1.

houdt iedere verdere beslissing aan;

In zaak 13-97

in conventie

5.2.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 9 oktober 2013 voor de akte als bedoeld in 4.25 aan de zijde van Eurolight, waarna de Perry Sport een antwoordakte kan nemen;

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. Russell-van der Hoeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2013.

[2111/39]