Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:7784

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-09-2013
Datum publicatie
04-10-2013
Zaaknummer
1416518
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor verschuldigdheid van de vooraf overeengekomen succesfee is niet vereist dat de koper uit het netwerk van de bemiddelaar komt. Wel van belang is dat de bemiddelaar daadwerkelijk werkzaamheden met betrekking tot de verkoop heeft verricht. Geen tekortkomen bemiddelaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 1416518 \ CV EXPL 13-330

uitspraak: 6 september 2013

vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Rotterdam

in de zaak van

[eiseres]

,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. O. Planten, advocaat Bussum,

tegen

[gedaagde]

,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

gemachtigde: DAS N.V. te Amsterdam Zuidoost.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “[eiseres]” en “[gedaagde]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 28 januari 2013 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 26 maart 2013 waarin door de kantonrechter een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de stukken die zijdens [eiseres] ten behoeve van de comparitie van partijen in het geding zijn gebracht, en

  • -

    de pleitaantekeningen zijdens [eiseres].

1.2

De comparitie van partijen heeft plaatsgehad op 21 mei 2013. Aan de zijde van [eiseres] is de heer[A] verschenen, bijgestaan door mr. Planten. Zijdens [gedaagde] zijn de heer en mevrouw [gedaagde] verschenen, bijgestaan door mr. B.I. Wesseling van DAS N.V. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

De datum voor de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter nader bepaald op heden.

1.4

In verband met de verplaatsing van de zittingslocatie Brielle naar Rotterdam is dit vonnis gewezen door de kantonrechter zitting houdende te Rotterdam.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

Vanaf mei 2010 bestaat er contact tussen partijen.

2.2

Op 3 maart 2011 is tussen partijen een overeenkomst van opdracht gesloten tot bemiddeling en begeleiding van de verkoop van de tandartspraktijk van [gedaagde] aan de [adres].

2.3

Op pagina 2 van voornoemde overeenkomst staan de condities voor het proces van praktijkovername, onder vermelding van de daarbij behorende tarieven, nader toegelicht:

Betreft Tarieven Facturatie

Startfee € 500,00 bij verlenen opdracht

Waardebepaling goodwill € 1.000,00 bij rapportage

goodwillbepaling

Opstellen verkoopmemorandum € 1.000,00 bij ontvangst

memorandum

Opstellen verkoopovereenkomst € 500,00  optioneel (…)

Succesfee bij praktijkverkoop 1 % van de omzet Bij tekenen overeenkomst

Minus techniek, praktijkovername

gemiddeld over de

laatste drie jaren met

een minimum van € 3.500,00

2.4

[eiseres] heeft in maart 2011 een geanonimiseerde bedrijfsomschrijving van de tandartspraktijk op haar website geplaatst en een waardebepaling gemaakt.

2.5

Op 12 april 2011 heeft er een oriënterend gesprek plaats gevonden tussen [eiseres] en de [B], bestuurder van [Dental X BV] (hierna: “[B]”) over de mogelijkheden van overname van de tandartspraktijk. [eiseres] heeft daarop aan [B] een mail gestuurd met praktijkinformatie.

2.6

Op 20 juli 2011 heeft er een vervolggesprek plaatsgevonden tussen [B] en [eiseres], waarin de jaarstukken van de tandartspraktijk zijn besproken. Naar aanleiding daarvan heeft [eiseres] aan [B] aanvullende financiële- en overige informatie verstrekt. [B] heeft [eiseres] per email bericht dat het een prettig gesprek was.

2.7

Meerdere overnamekandidaten hebben zich gemeld bij [eiseres]. [gedaagde] gaf aan [eiseres] te kennen ‘zoveel mogelijk kansen te willen bekijken.’

2.8

[gedaagde] en [B] hebben in oktober 2011 overeenstemming bereikt over de overname van de tandartspraktijk.

2.9

Op 29 december 2011 heeft [eiseres] aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 4.165,00 als succesfee.

3 De vordering

3.1

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar binnen twee weken na heden te betalen € 4.165,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, alsmede € 541,50 aan buitengerechtelijke kosten binnen twee weken na de datum van dit vonnis te voldoen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, binnen twee weken na heden te voldoen.

3.2

Aan haar vordering legt [eiseres] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [gedaagde] ondanks diverse aanmaningen in gebreke is gebleven met volledige (tijdige) voldoening van de - ingevolge op grond van tussen partijen bestaande overeenkomst van opdracht - aan haar verschuldigde succesfee. [eiseres] stelt dat zij ook daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht ter facilitering van de verkoop aan [B].

4 Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe het volgende - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd. [B] komt uit haar eigen netwerk en [gedaagde] is derhalve geen succesfee verschuldigd. Bovendien is [eiseres] tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst van opdracht (verkoopproces vertraagd, onderhandelingspositie [gedaagde] verzwakt, niet aanpassen advertentietekst).

5 De beoordeling

5.1

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] niet tijdig heeft geklaagd over de aan de onderhavige vordering ten grondslag liggende factuur, nu zij eerst op 11 juni 2012 bezwaar heeft gemaakt tegen de factuur. [gedaagde] voert ter verweer aan dat de factuur aan een onjuist adres is verstuurd en dat zij direct na ontvangst van de betalingsherinnering bij [eiseres] heeft geklaagd over de nota. Hierop heeft [eiseres] niet gereageerd, zodat de kantonrechter van de juistheid van deze gang van zaken uitgaat, hetgeen betekent dat [gedaagde] wél tijdig heeft geklaagd.

5.2

Vast staat dat [eiseres] diverse werkzaamheden heeft verricht ter bemiddeling van de verkoop van de tandartspraktijk, in het bijzonder werkzaamheden die betrekking hebben op het contact met [B]. [gedaagde] voert aan dat met [eiseres] is afgesproken dat een succesfee verschuldigd is ‘indien een door [eiseres] voorgedragen kandidaat in een succesvolle overname resulteert.’ Volgens [gedaagde] komt [B] niet uit het netwerk van [eiseres], maar uit haar eigen netwerk. De kantonrechter overweegt dat hoe het ook zij van de totstandkoming van het contact met [B], [eiseres] ter bemiddeling van de verkoop van de tandartspraktijk (op verzoek van- en namens [gedaagde]) verschillende contactmomenten met [B] heeft gehad, waarbij door [eiseres] aan [B] nadere informatie met betrekking tot de tandartspraktijk is verstrekt en vragen van [B] zijn beantwoord.

Het is aannemelijk dat die werkzaamheden hebben bijgedragen aan de verkoop van de tandartspraktijk. In ieder geval staat vast dát de tandartspraktijk is verkocht. Daarmee is voldaan aan het vereiste voor het ontstaan van de verschuldigdheid van de succesfee, zoals in de overeenkomst van opdracht opgenomen. Daar wordt immers niet de voorwaarde gesteld dat de koper uit het netwerk van [eiseres] dient te komen. [gedaagde] is derhalve in beginsel het in het kader van de succesfee gevorderde bedrag aan [eiseres] verschuldigd.

5.3

[gedaagde] voert echter aan dat [eiseres] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. Ter onderbouwing daarvan wijst [gedaagde] er allereerst op dat [eiseres] geen koopovereenkomst heeft opgesteld. De kantonrechter overweegt dat uit de overeenkomst van opdracht blijkt dat het laten opstellen van de koopovereenkomst door [eiseres] optioneel is. [eiseres] heeft in dat kader niets aan [gedaagde] gefactureerd. Het gevorderde bedrag ziet op de factuur ten aanzien van de succesfee. Uit de stukken blijkt dat [eiseres] heeft aangeboden een overeenkomst op te stellen en dat [gedaagde] dit aanbod heeft afgeslagen. Van een tekortkoming zijdens [eiseres] op deze grond is dan ook geen sprake.

5.4

[gedaagde] geeft voorts te kennen dat [eiseres] tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar verplichtingen ten aanzien van het opstellen van een waardebepaling en het plaatsen van een advertentie op haar website. De kantonrechter overweegt ten aanzien van deze ‘klachten’ dat [gedaagde] geen eis in reconventie heeft ingesteld ten aanzien van onverschuldigde betaling van de posten ‘startfee’ en ‘waardebepaling goodwill’, zodat in deze procedure aan een beoordeling van deze klachten geen juridisch gevolg kan worden verbonden. Om die reden ten overvloede, overweegt de kantonrechter als volgt. [gedaagde] verklaart zich op 11 juli 2011 per mail akkoord met vraagprijs en onderbouwing daarvan door [eiseres]. Dat [gedaagde] een en ander vervolgens zelf nog heeft aangepast -

‘Ik heb zelf de getallen wat reëler gemaakt omdat wij natuurlijk zoveel mogelijk op de BV willen declareren. Dit houdt in privé telefoon en internet, porti, verzekeringen, boodschappen en hardware aanschaffen.’ - is niet als tekortkoming zijdens [eiseres] te kwalificeren. Immers, [eiseres] is afhankelijk van de (juistheid van) de door [gedaagde] aan haar aangeleverde cijfers. [gedaagde] heeft [eiseres] nimmer bericht dat de door haar aangeleverde cijfers nog enige aanpassing behoeven, althans anders geïnterpreteerd dienen te worden.

Hoe het ook zij, de verschuldigdheid van de door [gedaagde] betaalde € 1.000,00 ter zake van de waardebepaling goodwill is in deze procedure door [gedaagde] niet (expliciet, althans in juridische zin) betwist, zodat de kantonrechter hier niet nader op zal ingaan.

Datzelfde geldt voor de klacht met betrekking tot de website. In de e-mail van [eiseres] aan [gedaagde] van 23 maart 2011 heeft zij bevestigd dat het aantal patiënten zal worden aangepast naar 1500, zoals door [gedaagde] verzocht. Niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] na die datum over de advertentie heeft geklaagd, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat [gedaagde] na aanpassing tevreden was met de advertentie, althans niet tijdig heeft geklaagd over fouten.

5.5

[gedaagde] verwijt [eiseres] eveneens dat zij zich afwijzend heeft opgesteld jegens [B], waardoor de bemiddeling van de verkoop van de tandartspraktijk aan [B] is gefrustreerd. [gedaagde] voert aan dat zij haar ontevredenheid over de werkwijze van [eiseres] aan [eiseres] heeft geuit, maar dat [eiseres] haar werkwijze daarop niet heeft aangepast. Hierdoor is [eiseres] volgens [gedaagde] tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht waardoor zij in verzuim is geraakt. [gedaagde] ’ontbindt derhalve’ de overeenkomst tussen partijen ten aanzien van de succesfee.

[eiseres] erkent dat zij telefonisch aan [gedaagde] heeft bericht dat [B] wat haar betreft niet de ideale kandidaat-koper was, omdat [B] zelf geen tandarts is en de ruimte dus zal moeten huren. De kantonrechter overweegt dat het tot de taak van [eiseres] behoort om [gedaagde] op de voor- en nadelen van potentiële kopers te wijzen. Door voornoemde mededeling heeft [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter juist voldaan aan de op haar rustende verplichting. Dat [eiseres] niet wilde bemiddelen met [B] blijkt nergens uit en is door [gedaagde] onvoldoende onderbouwd. [eiseres] hééft bemiddeld ten aanzien van [B], ook nádat [eiseres] had aangegeven dat [B] niet de ideale kandidaat was. Uit de stukken blijkt dat [eiseres] aan [gedaagde] heeft gevraagd of hij - na de nadere kennismaking met [B] (na voornoemde mededeling) - nog geïnteresseerd was in andere potentiële kopers. [gedaagde] heeft die vraag bevestigend beantwoord, waarop door [eiseres] de (gegevens van) meerdere andere potentiële kopers aan [gedaagde] zijn doorgestuurd. Dat [gedaagde] er toen niet meteen voor heeft gekozen om met [B] te onderhandelen, maar om ‘zoveel mogelijk kansen te willen bekijken’ kan niet aan [eiseres] worden tegengeworpen. De kantonrechter oordeelt dan ook dat geen sprake is van een tekortkoming zijdens [eiseres]. Derhalve kan de schriftelijke verklaring van [gedaagde] in zijn conclusie van antwoord, althans het verweer inhoudende een beroep op ontbinding, niet slagen. Aan een beoordeling van het terzake al dan niet in verzuim verkeren van [eiseres] wordt als gevolg daarvan niet toegekomen.

5.6

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen wordt de door [eiseres] gevorderde veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de factuur van 29 december 2011 ad € 4.165,00 toegewezen.

5.7

[gedaagde] is naast de toegewezen hoofdsom daarover eveneens de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW verschuldigd geworden. De rente wordt toegewezen zoals hierna bepaald.

5.8

De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, welke door [eiseres] is begroot op € 541,50, zal worden afgewezen omdat in het licht van de betwisting niet is gebleken dat de werkzaamheden méér hebben omvat dan enige sommaties en de gebruikelijke voorbereiding van de procedure, waarvoor de proceskostenveroordeling mede een vergoeding pleegt te vormen.

5.9

[gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure, zoals door [eiseres] gevorderd te voldoen binnen twee weken na heden.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] binnen twee weken na heden tegen kwijting te betalen € 4.165,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex. artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, te voldoen binnen twee weken na heden, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] vastgesteld op € 76,71 aan dagvaardingskosten, € 448,00 aan griffierecht en € 400,0030 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

566