Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:7229

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-06-2013
Datum publicatie
18-09-2013
Zaaknummer
C-11-101451 - FA RK 12-9410
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Verzoek vervangende toestemming tot verhuizing. Afweging van het belang van de kinderen om in een rustige en stabiele opvoedingssituatie op te groeien en contact te houden met beide ouders, het belang van de vrouw om een nieuw bestaan op te bouwen en het belang van de man om, ondanks de echtscheiding, toch deel uit te blijven maken van het leven van de kinderen. De vrouw mag met de minderjarige kinderen van partijen naar Spanje verhuizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie 2

zaaknummer: C/11/101451 / FA RK 12-9410

beschikking van de meervoudige kamer van 7 juni 2013

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [adres vrouw],

verzoekster,

advocaat mr. J.H. Silfhout te Dordrecht,

tegen

[de man],

wonende te [adres man],

verweerder,

advocaat mr. A.J. de Jong te Dordrecht.

Partijen worden hieronder aangeduid als de vrouw respectievelijk de man.

1 Het procesverloop

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 19 december 2012;

- het verslag van het verhoor van na te noemen kinderen;

- het verweerschrift van de man, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 april 2013.

1.2.

De mondelinge behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden op de terechtzitting met gesloten deuren van 2 mei 2013. De zaak is gezamenlijk behandeld met het verzoek tot echtscheiding en nevenvoorzieningen met zaaknummer C/11/100981 / FA RK 12-9195.

1.3.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

  • -

    de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de man, bijgestaan door zijn advocaat.

De vrouw heeft zich tevens laten bijstaan door een beëdigd tolk, mevrouw M.J. Denners.

1.4.

De advocaat van de vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling een pleitnota overgelegd.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1.

Partijen zijn op [huw.datum + plaats] met elkaar gehuwd.

2.2.

Vóór het huwelijk zijn uit de vrouw geboren de thans nog minderjarige kinderen:

- [kind 1], op [geboortedatum kind 1];

- [kind 2],op [geboortedatum kind 2].

De kinderen zijn door de man erkend. Partijen oefenen het gezag gezamenlijk uit.

2.3.

De vrouw heeft de Spaanse nationaliteit. De man heeft de Nederlandse nationaliteit.

De gewone verblijfplaats van beide partijen bevindt zich in Nederland.

2.4.

Tussen partijen is een echtscheidingsprocedure aanhangig. In het kader van de voorlopige voorzieningen is er een beschikking gewezen waarbij de kinderen zijn toevertrouwd aan de vrouw. Daarnaast is er een zorg- en contactregeling bepaald waarbij de kinderen de ene week van woensdagavond 19:30 uur tot vrijdagavond 19:30 uur en de andere week van woensdagavond 19:30 tot zondagavond 19:30 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen bij de man verblijven.

3 Het verzoek en het verweer

Het verzoek

3.1.

De vrouw verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen om met ingang van

1 augustus 2013 met de kinderen van partijen naar Spanje te verhuizen.

Het verweer

3.2.

De man heeft verzocht het verzoek van de vrouw af te wijzen.

3.3.

Hierna wordt, voor zover van belang, ingegaan op de stellingen van partijen.

4 De beoordeling

4.1.

Deze zaak draagt een internationaal karakter.

In de eerste plaats dient dan ook onderzocht te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Op grond van artikel 8 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 2201/2203 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 zijn bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Nu beide kinderen in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.

4.2.

Krachtens artikel 17 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen van 19 oktober 1996, Trb. 1997/ 299, zal Nederlands recht worden toegepast op het verzoek tot voorziening in het gezag over de kinderen, als het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de kinderen.

4.3.

Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt voorts een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Een geschil over de gewone verblijfplaats van een kind valt onder de reikwijdte van dit artikel. De vrouw heeft het voornemen om met de kinderen naar Spanje te verhuizen. De man kan zich daarmee niet verenigen. Omdat partijen gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen, heeft de vrouw toestemming van de man nodig als zij met de kinderen wil verhuizen. Aangezien de man zijn toestemming weigert en de vrouw desalniettemin wil verhuizen naar Spanje, kan aan de rechtbank vervangende toestemming verzocht worden.

4.4.

Gebleken is dat een vergelijk tussen partijen op grond van 1:253a lid 5 BW niet mogelijk is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met partijen verschillende mogelijkheden besproken om tot elkaar te komen. Hoewel partijen bereid zijn in mediation te gaan om de communicatie tussen hen te verbeteren, hebben zij beiden ter terechtzitting ondubbelzinnig verklaard ten aanzien van de door de vrouw voorgenomen verhuizing met de kinderen naar Spanje lijnrecht tegenover elkaar te staan. Om die reden is door beide partijen een beslissing van de rechtbank verzocht.

4.5.

Uit jurisprudentie volgt dat het belang van het kind een overweging van eerste orde dient te zijn bij de te maken afweging van belangen, maar dat ook andere belangen relevant kunnen zijn voor de te nemen beslissing. Alle omstandigheden van het geval dienen derhalve in acht te worden genomen.

4.6.

In deze zaak gaat het om het tegen elkaar afwegen van het belang van de kinderen om in een rustige en stabiele opvoedingssituatie op te groeien en contact te houden met beide ouders, het belang van de vrouw om een nieuw bestaan op te bouwen en het belang van de man om, ondanks de echtscheiding, toch deel te blijven uit maken van het leven van de kinderen.

4.7.

De vrouw heeft zich in 1999 in Nederland gevestigd. De minderjarige kinderen van partijen zijn in Nederland geboren en opgegroeid. De vrouw heeft in augustus 2012 de echtelijke woning verlaten en heeft, samen met de kinderen, een eigen woning betrokken.

4.8.

Tussen partijen is niet in geschil dat de man tijdens de relatie van partijen, en later tijdens het huwelijk van partijen, de kostwinner was. Hij werkte fulltime. Daarnaast heeft hij opleidingen gevolgd en is hij voor zijn werk enige maanden uitgezonden naar het buitenland. De vrouw heeft in Nederland Spaanse les gegeven. Ook heeft zij gedurende een aantal maanden een cursus tot financieel medewerkster gevolgd. Zij heeft echter nooit fulltime gewerkt. Omdat de vrouw overdag beschikbaar was, nam voornamelijk zij de zorg voor de kinderen op zich. Niet betwist is dat de man, naast zijn werkzaamheden, ook zorg droeg voor de kinderen en veel met hen ondernam. Beide partijen hebben daarmee ieder een aandeel gehad in de verzorging en opvoeding van de kinderen, doch de vrouw was ten tijde van het huwelijk de primair verzorgende ouder.

4.9.

De vrouw is geboren en opgegroeid in Spanje. Haar familie en vrienden wonen daar. Door de man is niet betwist dat zij in Nederland ongelukkig is vanwege haar heimwee naar Spanje. Dit heeft zijn weerslag op haar gesteldheid. De wens van de vrouw om (weer) in Spanje te gaan wonen is daarom niet onbegrijpelijk. Zij heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat deze voorgenomen verhuizing goed is doordacht en dat daarbij -bijvoorbeeld door te letten op de mogelijkheden voor de school van de kinderen, het vinden van een baan, en huisvesting- niet voorbij is gegaan aan de belangen van de kinderen.

4.10.

Zo is ter zitting gebleken dat de kinderen na een eventuele verhuizing naar Spanje niet in een vreemde omgeving terecht komen. De vrouw en de kinderen bezochten het land regelmatig en met name de omgeving van [plaats in Spanje], de omgeving waar de vrouw zich wil vestigen. Gedurende een aantal jaren verbleven zij tijdens de schoolvakanties daar. De kinderen kennen in de omgeving, volgens de onweersproken stelling van de vrouw, meerdere leeftijdsgenootjes en zij spreken Spaans. Dat een verhuizing naar Spanje betekent dat de kinderen de sociale omgeving waarin zij nu opgroeien achter zich zullen moeten laten is waar, maar de kinderen zijn nog (relatief) jong. Jonge kinderen zijn flexibel, waarbij verwacht wordt dat de vrouw hen (verder) voorbereidt op de verhuizing en dat de kinderen zich vervolgens snel thuis zullen voelen in hun nieuwe woonomgeving. De vrouw heeft voorts geregeld dat de kinderen, na een eventuele verhuizing, direct op een school terecht kunnen. Zij zullen daar extra begeleid worden bij de Catalaanse taal. De man heeft weliswaar gesteld dat hij van mening is dat de toekomstmogelijkheden voor de kinderen in Nederland beter zijn, maar niet gemotiveerd weersproken dat de opleidingsmogelijkheden in Spanje (net zo) goed zijn. De vrouw heeft voorts toegezegd de kinderen in Spanje op Nederlandse les te plaatsen zodat zij de (moeder)taal machtig blijven.

4.11.

Verder heeft de vrouw aangevoerd dat zij in Spanje meer kansen heeft op de arbeidsmarkt dan in Nederland. In Nederland heeft de vrouw maar zeer beperkt aan het werkzame leven deelgenomen. In Spanje heeft zij haar scholen afgerond en verschillende opleidingen gevolgd. Bovendien is zij de Spaanse taal beter machtig dan de Nederlandse taal. Inmiddels heeft zij in Spanje werk gevonden als administratievoerder/vertegenwoordiger bij een schoonmaakbedrijf, gevestigd in [XXX te Spanje]. De man heeft zijn twijfels of de capaciteiten van de vrouw voldoende zijn om de functie, zoals neergelegd in haar contract met het Spaanse bedrijf [bedrijfsnaam], uit te oefenen. Uit het door de vrouw overgelegde contract en haar onderbouwing ter zitting is evenwel gebleken dat de vrouw verzekerd is van een baan zodra zij in Spanje woont. Dat zij haar werkzaamheden grotendeels tijdens de schooltijden van de kinderen kan uitoefenen, is door de man niet weersproken. Daarbij heeft de vrouw onweersproken gesteld dat, indien nodig, de ouders van de vrouw opvang bieden aan de kinderen. Bovendien heeft de vrouw een groot sociaal netwerk in Spanje waar zij een beroep op kan doen. Ook indien de baan de vrouw niet zal brengen wat zij daarvan verwacht, is tussen partijen in confesso dat dit geen financiële belemmeringen voor de vrouw en de kinderen met zich mee zal brengen, mede gelet op de welstand van de ouders van de vrouw.

4.12.

Tenslotte is het voor de vrouw mogelijk om samen met de kinderen een appartement te betrekken dat eigendom is van de ouders van de vrouw. De ouders van de vrouw zullen een ander appartement betrekken. Ook dit is door de man niet betwist. Niet is gebleken daarbij dat deze woonsituatie niet goed zou zijn.

4.13.

Indien er geen vervangende toestemming wordt verleend aan de vrouw voor de verhuizing met de kinderen naar Spanje, dan zullen de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de man krijgen. De vrouw heeft immers te kennen gegeven zelf in elk geval naar Spanje te zullen verhuizen. De man heeft een brief van zijn huidige werkgever overgelegd waaruit blijkt dat hij, indien de kinderen bij hem de hoofdverblijfplaats zullen hebben, hij toestemming heeft gedurende 30 uur per week te gaan werken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man voorts verklaard dat hij in dat geval gedurende twee van de vier werkdagen gebruik kan maken van buitenschoolse opvang. De andere twee dagen dat de man werkt, zijn de kinderen aangewezen op de ouders en de broers van de man. Naar aanleiding van het gemotiveerde verweer van de vrouw hiertegen is gebleken dat één van de broers aangewezen is op een begeleid wonen traject en dat de moeder van de man slecht ter been is. Daarbij komt dat de man niet heeft betwist dat zijn moeder psychische problemen heeft.

De rechtbank verwacht dat de kinderen in deze situatie, zeker wanneer de kinderen op de middelbare school zitten, meer op zichzelf zullen zijn aangewezen dan wanneer de kinderen hun hoofdverblijf bij de vrouw zullen hebben.

4.14.

Een verhuizing naar Spanje zal ingrijpende wijzigingen met zich brengen ten aanzien van het contact van de kinderen met de man. De vrouw heeft echter een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) voorgesteld waarbij de man en de kinderen elkaar in ieder geval één weekend per veertien dagen zien, in die zin dat de kinderen gedurende één maal per vier weken een weekend naar Nederland komen en dat de man de kinderen één maal per vier weken bezoekt in Spanje. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling beiden te kennen gegeven dat zij met deze regeling kunnen instemmen voor het geval vervangende toestemming voor de verhuizing naar Spanje wordt verleend. De rechtbank gaat er verder van uit dat de vrouw zich zal houden aan haar toezegging om zich voor wat betreft de verdeling van de vakanties soepel op te stellen en dat zij bereid is de kinderen langer naar de man in Nederland te laten gaan, dan een verdeling bij helfte. Na de mondelinge behandeling is een door de vrouw opgesteld ouderschapsplan overgelegd in de procedure met kenmerk C/11/100981 / FA RK 12-9195. Uit het door de vrouw opgestelde ouderschapsplan en het begeleidend schrijven van haar advocaat is gebleken dat partijen overeenstemming over de zorgregeling hebben bereikt voor het geval de vrouw met de kinderen naar Spanje mag verhuizen. De kosten van de kinderen, die gemoeid zijn met het heen en weer reizen naar Nederland, zal de vrouw op zich nemen. Voorts heeft zij onderbouwd dat het voldoen van deze kosten voor haar geen probleem zal zijn. Haar ouders zullen deze kosten, indien zij niet uit de kinderalimentatie of haar toekomstige salaris kunnen worden betaald, voldoen. De man heeft beaamd dat de ouders van de vrouw vermogend zijn en dat de financiën geen beletsel zullen vormen voor het uitvoeren van de zorgregeling. Tevens gaat de rechtbank er van uit dat de vrouw de man, indien nodig en mogelijk, zal helpen bij bijvoorbeeld het vinden van een verblijfplaats voor zijn omgangsweekenden in Spanje. Door de moderne communicatiemiddelen wordt verder nog de mogelijkheid geboden veelvuldig contact tussen de kinderen en de man tot stand te brengen.

4.15.

Uit het minderjarigenverhoor is tenslotte gebleken dat de kinderen met de vrouw naar Spanje willen verhuizen. Zelf zeggen zij dat zij daar vrienden en familie hebben en dat zij de Spaanse taal machtig zijn. Ook blijkt dat zij de man geen verdriet willen doen en dat zij hem zeker zullen missen.

4.16.

Alles overziend is het het meest in het belang van de kinderen de vrouw toestemming te verlenen met hen naar Spanje te verhuizen. Voorts zal de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken worden vastgesteld -in de beschikking van heden met zaaknummer C/11/10981 / FA RK 12-9195- zoals door partijen overeengekomen en neergelegd in het overgelegde ouderschapsplan.

4.17.

Ten slotte wordt het navolgende overwogen. De communicatie tussen partijen laat, zoals gebleken ter zitting, te wensen over. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen zich evenwel bereid verklaard hieraan te willen werken. Vast staat dat de onzekerheid over de verhuizing van de kinderen naar Spanje mede een belemmering vormde c.q. vormt om de communicatie te verbeteren. Nu aan deze onzekerheid een einde komt, is het aan partijen te trachten om -niet als partners, maar als ouders- de communicatie (al dan niet onder begeleiding van een derde) weer op een behoorlijk niveau te krijgen. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de stelling van de man ter zitting dat, bij een beslissing inhoudende vervangende toestemming voor verhuizing, voor hem eerst ruimte moet zijn voor verwerking alvorens aan de communicatie gewerkt kan worden, wordt uitdrukkelijk overwogen dat beide ouders aan de kinderen nu al te kennen dienen geven, en zullen moeten laten blijken, dat zij beiden hun ouders blijven en dat de verhuizing hieraan niet af doet.

De proceskosten

4.18.

De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen (echtelieden) compenseren.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent vervangende toestemming aan de vrouw om met de kinderen naar Spanje te verhuizen;

5.2.

compenseert de proceskosten zodat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

5.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, mr. A. Buizer en

mr. F.F.A.J.M. Haerkens-Wouters, allen rechter tevens kinderrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 7 juni 2013.