Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:6911

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-09-2013
Datum publicatie
11-09-2013
Zaaknummer
1409239
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot vergoeding van door gastouder gemaakte beschikbare uren. Gedaagde stelt dat overeenkomst is gesloten op basis van gemaakte uren. Eiseres heeft haar vordering onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 1409239 \ CV EXPL 13-8

1409239 \ CV EXPL 13-819 december 2012uitspraak: 6 september 2013

vonnis van de kantonrechter, zittinghoudende te Rotterdam

in de zaak van

[eiseres],

woonplaats: [woonplaats],

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders te Breda,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. I. Van der Weerd - Gijtenbeek van ARAG te Leusden.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “[eiseres]” en “[gedaagde]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 19 december 2012;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 12 maart 2013, waarin door de kantonrechter een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie met producties, en

  • -

    de akte houdende aanvullende stukken zijdens [eiseres].

1.2

De comparitie van partijen heeft plaatsgehad op 30 mei 2013. Namens [eiseres] is mevrouw[betrokkene A] in persoon verschenen, vergezeld van de heer [betrokkene B], bemiddelaar en bijgestaan door mr. Hellenburg-Hubar van LAVG. [gedaagde] is in persoon verschenen, vergezeld van de heer [partner gedaagde] en bijgestaan door mr. Van der Weerd - Gijtenbeek. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

De datum voor de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

1.4

In verband met de verplaatsing van de zittingslocatie Brielle naar Rotterdam is dit vonnis gewezen door de kantonrechter zitting houdende te Rotterdam.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

Op 1 juli 2011 zijn twee overeenkomsten door [gedaagde] gesloten. Een Ouder-Gastouderbureau overeenkomst (hierna: ‘Gastouderbureauovereenkomst’) met [eiseres] en een Ouder-gastouder overeenkomst (hierna: ‘gastouderovereenkomst’) met mevrouw[betrokkene C].

2.2

In de gastouderovereenkomst is in artikel 3 onder lid 1 het volgende bepaald:

‘De gastoudervergoeding voor de te verrichten diensten als vermeld in artikel 1 wordt vastgesteld in de gastouder-gastouderbureau overeenkomst.’

2.3

Artikel 4 lid 5 van de Gastouderbureauovereenkomst luidt als volgt:

‘De Ouder en Gastouderbureau [eiseres] krijgen maandelijks na afloop van de maand een overzicht met de gewerkte uren van de gastouder. Gastouderbureau [eiseres] maakt de factuur van de gastouder op basis van de ingediende urenlijst. (…)’

Artikel 4 lid 6 luidt als volgt:

‘Indien de Ouder op basis van een voorschotfactuur betaalt, krijgt de Ouder periodiek, doch minimaal eenmaal aan het eind van het jaar, een navordering en/of verrekening op basis van de goedgekeurde urenlijsten en de overeengekomen tarieven.’

Artikel 6 lid 2 luidt als volgt:

‘De hoogte van de vergoeding voor de gastouder is gebaseerd op de daadwerkelijk afgenomen uren van de kinderopvang en deze wordt na de desbetreffende maand vastgesteld na ontvangst van de online tijdregistratie.’

3 De vordering en het verweer in conventie

de vordering

3.1

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 3.920,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.384,90 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, een en ander een bedrag van  € 25.000,00 niet te boven gaand, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar vordering legt [eiseres] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [gedaagde] ondanks diverse aanmaningen in gebreke is gebleven met volledige (tijdige) voldoening van de - ingevolge de opvang van drie kinderen op verzoek van [gedaagde] bij een onder de paraplu van [eiseres] vallende gastouder - aan haar verschuldigde bedragen.

het verweer

3.3

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe het volgende - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - aangevoerd. De door [eiseres] bij haar in rekening gebrachte uren corresponderen niet met de daadwerkelijk door de gastouder ten behoeve van de kinderen van [gedaagde] gewerkte uren. Er bestaat geen afspraak dat er op basis van beschikbaarheid zal worden gefactureerd.

4 De vordering en het verweer in reconventie

de vordering

4.1

[gedaagde] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen tot terugbetaling van het door haar onverschuldigd betaalde bedrag van € 3.196,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

4.2

Aan haar vordering legt [gedaagde] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [eiseres] in strijd met de tussen partijen geldende overeenkomst in de periode van juli 2011 tot december 2011 op basis van beschikbaarheid heeft gefactureerd in plaats van (zoals overeengekomen) op basis van daadwerkelijk door de gastouder gewerkte uren. Als gevolg daarvan is door [eiseres] aan [gedaagde] een bedrag van € 3.196,47 te veel in rekening gebracht, welk bedrag door [gedaagde] onverschuldigd aan [eiseres] is voldaan.

het verweer

4.3

[eiseres] persisteert bij haar stellingen in conventie en voegt daar het volgende aan toe. Al haar klanten kunnen kiezen uit twee mogelijkheden qua tarief: op basis van het werkelijk opgenomen aantal uren of op basis van beschikbaarheid. Met [gedaagde] is de optie op basis van beschikbaarheid afgesproken, hetgeen de reden is voor het lage uurtarief. Een bijkomend voordeel voor [gedaagde] was dat er voor alle beschikbare uren toeslag kon worden aangevraagd, hetgeen [gedaagde] ook heeft gedaan.

5 De beoordeling van de vordering in conventie en in reconventie

5.1

De vorderingen in conventie en in reconventie zullen gelet op hun samenhang gezamenlijk beoordeeld worden.

5.2

Uit de overeenkomsten zoals onder 2 weergegeven blijkt dat er door [eiseres] op basis van daadwerkelijk door de gastouder gewerkte uren aan [gedaagde] dient te worden gefactureerd. [eiseres] stelt dat er een van het contract afwijkende afspraak tussen partijen is gemaakt, luidende dat er op basis van beschikbaarheid zou worden gefactureerd. Het bestaan van die afspraak wordt door [gedaagde] uitdrukkelijk betwist.

5.3

[eiseres] voert aan dat [gedaagde] op basis van de beschikbare uren toeslagen heeft aangevraagd bij de belastingdienst, waaruit zou blijken van de afwijkende afspraak. De kantonrechter overweegt echter dat de rechtsverhouding tussen [gedaagde] en de belastingdienst geen invloed heeft op afspraken tussen [eiseres] en [gedaagde]. Bovendien heeft [gedaagde] ter comparitie onbetwist aangevoerd dat zij inmiddels een aanslag van de belastingdienst heeft gekregen wegens te veel ontvangen toeslagen. Dat maakt juist het standpunt van [gedaagde] aannemelijk en niet dat van [eiseres].

5.4

[eiseres] heeft ter comparitie bewijs aangeboden van haar onder 5.2 vermelde stelling. Zij heeft echter nagelaten toe te lichten op welke wijze zij dit bewijs zou kunnen leveren. Het bewijsaanbod wordt als gevolg daarvan door de kantonrechter als onvoldoende specifiek afgewezen. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat [eiseres] nimmer heeft betwist dat uit de schriftelijke stukken blijkt van de standaard afspraak van facturering op basis van daadwerkelijk gewerkte uren. Daaruit leidt de kantonrechter af dat er geen schriftelijke stukken bestaan waaruit de afwijkende afspraak zou kunnen blijken, zodat [eiseres] die afspraak zal willen aantonen door bijvoorbeeld het horen van getuigen. De kantonrechter zal na een mogelijk te houden getuigenverhoor de verklaringen van de getuigen moeten waarderen en die verklaringen moeten afwegen tegen voorhanden zijnde schriftelijke bescheiden. Daarbij heeft te gelden dat schriftelijke stukken, zeker indien ondertekend door beide partijen en er geen geschil bestaat over de ondertekening en inhoud daarvan, in beginsel bindend zijn.

5.5

Gelet op het voorgaande worden de vordering van [eiseres] in conventie afgewezen en zal [eiseres] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie.

5.6

In reconventie heeft [eiseres] gepersisteerd bij haar stellingen in conventie, slechts aangevuld door de opmerking dat uit het lage uurtarief blijkt dat er op basis van beschikbaarheid zou worden gefactureerd. [eiseres] heeft echter wederom nagelaten om dit standpunt op enigerlei wijze te onderbouwen, bijvoorbeeld door het in het geding brengen van een overzicht waaruit de gebruikelijke uurtarieven van de beide opties van factureren (daadwerkelijke uren / beschikbaarheid) blijken. Dit verweer wordt daarom als onvoldoende onderbouwd verworpen.

5.7

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de kantonrechter dat [eiseres] zonder deugdelijke grond op basis van beschikbaarheid heeft gefactureerd. Al hetgeen [gedaagde] meer aan [eiseres] heeft voldaan dan de daadwerkelijk door de gastouder ten behoeve van haar drie kinderen gewerkte uren, heeft [gedaagde] derhalve onverschuldigd aan [eiseres] betaald. [eiseres] heeft de hoogte van het door [gedaagde] gevorderde bedrag niet betwist, zodat dit wordt toegewezen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde rente vanaf heden. [eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij eveneens veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vorderingen af;

[jw.sys.1.eiser_verz_versch_vastr_1]76,170veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 30400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in reconventie

veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] tegen kwijting te betalen € 3.196,47 vermeerderd met de wettelijke rente ex. artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf heden tot de dag der algehele voldoening1;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op 30€ 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

566