Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:5090

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-06-2013
Datum publicatie
09-07-2013
Zaaknummer
376750 / HA ZA 11-938
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dwaling. Binnenschipper stelt general manager aan. De manager bemiddelde eerder bij het tot stand komen van de bevrachtingsovereenkomst tussen de schipper en de bevrachter. Nadat de bevrachter failleert, ontdekt de schipper dat de general manager van de bevrachter een maandelijkse vergoeding had bedongen als bemiddelingsloon, te betalen zolang de bevrachting zou voortduren. Dit levert een belangenconflict op waarover de general manager, gelet op de te betrachten goede trouw in de precontractuele fase, jegens de schipper openheid had moeten bieden. Verwijzing naar artt. 7:416, 417, 418, 424 en 425 BW. Door schending mededelingsplicht bleef schipper onwetend over juiste stand van zaken. Vernietiging. Proceskosten ter zake van de voorwaardelijke reconventie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2014/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: 376750 / HA ZA 11-938

Vonnis van 19 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRANSAFE B.V.,

gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. drs. J.D.M. Oude Grote Bevelsborg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHAMISA-D TANKVAART B.V.,

gevestigd te Rozenburg,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.C. van Zuethem.

Partijen zullen hierna Transafe en Chamisa-D B.V. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 6 juli 2011 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken

  • -

    de akte uitlating conform vonnis d.d. 6 juli 2011, overlegging producties en voorwaardelijke wijziging van eis in conventie alsmede conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, met producties, van Transafe

  • -

    de akte overlegging producties tevens akte houdende vermeerdering van eis in reconventie, met producties, van Chamisa-D B.V.

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 14 november 2011, met de daaraan gehechte brieven van mr. Van Zuethem van 29 november 2011 en mr. Oude Grote Bevelsborg van 5 december 2011

  • -

    de conclusie van repliek in conventie, met producties

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie, met producties

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Chamisa-D B.V. is een scheepvaartbedrijf en heeft het m.t.s. ‘Chamisa-D’ in eigendom (hierna ook: het schip).

2.2.

Transafe houdt zich bezig met bedrijfsveiligheid, risico inventarisatie, arbo-aspecten, administratieve ondersteuning, en het plannen en doen uitvoeren van regulier onderhoud van (binnen)schepen.

2.3.

Transafe heeft in 2005 voor de heer [A], handelend onder de naam Chamisa-D Tankvaart, werkzaamheden verricht en heeft hem in 2008 geadviseerd over de verkoop van zijn oude schip.

2.4.

Op 17 juli 2008 is tussen [A], handelend onder de naam Chamisa-D Tankvaart, en Ruudtrans B.V. een bevrachtingsovereenkomst gesloten uit hoofde waarvan Ruudtrans zijn nieuwe schip, de latere ‘Chamisa-D’, na ingebruikname gedurende vijf jaar zou bevrachten (hierna: de bevrachtingsovereenkomst). Transafe had [A] en Ruudtrans met elkaar in contact gebracht.

Op 22 mei 2009 is de bevrachtingsovereenkomst opnieuw ondertekend door de inmiddels opgerichte vennootschap Chamisa-D B.V. in plaats van [A].

2.5.

In 2009 is Transafe op initiatief van ABN Amro Bank, die voor Chamisa-D B.V. de cascoaankoop en de afbouw (mede) financierde, benaderd om Chamisa-D B.V. bij te staan tijdens de bouw van de ‘Chamisa-D’, en daarna bij de exploitatie.

2.6.

Tussen Transafe en Chamisa-D B.V. is op 11 maart 2009 een “overeenkomst van opdracht alsmede van last en volmacht” (hierna: de managementovereenkomst) gesloten.

De managementovereenkomst hield in, verkort weergegeven:

  • -

    Transafe treedt vanaf 9 maart 2009 bij de afbouw en exploitatie van het schip als adviseur c.q. projectbegeleider op en Chamisa-D B.V. zal de terzake verschuldigde vergoeding pas betalen wanneer het schip daadwerkelijk wordt geëxploiteerd;

  • -

    Transafe zal als general manager exclusief het algehele (dagelijkse) beheer van het schip monitoren;

  • -

    Transafe mag ter uitvoering van haar werkzaamheden ook contracteren met derden;

  • -

    Chamisa-D B.V. verleent, voor zover nodig, last en volmacht aan Transafe om in naam van Chamisa-D B.V. al die rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor het monitoren van het (dagelijks) beheer, waaronder het contracteren met derden, welke last en volmacht Transafe aanvaardt;

  • -

    Chamisa-D B.V. betaalt aan Transafe voor haar reguliere werkzaamheden een standaard beheersvergoeding van € 100,-- per exploitatiedag, en voor niet-reguliere werkzaamheden rekent Transafe een uurtarief van € 105,-- per uur, een en ander te vermeerderen met BTW en verschotten en per kwartaal te factureren en binnen veertien dagen te betalen, ook ingeval van fouten of schade, terwijl verrekening of inhouding door Chamisa-D B.V. niet is toegestaan;

  • -

    Bij opzegging of ontbinding van de overeenkomst worden alle vorderingen -ook toekomstige- van Transafe op Chamisa-D B.V. terstond in hun geheel opeisbaar;

  • -

    Indien bij niet-tijdige betaling tot incasso langs (buiten)gerechtelijke of andere weg wordt overgegaan, wordt het bedrag der vordering verhoogd met 15% incassokosten, terwijl de (buiten)gerechtelijke kosten ten laste van Chamisa-D B.V. komen tot het door Transafe betaalde of verschuldigde bedrag;

  • -

    Transafe heeft jegens een ieder, die daarvan afgifte verlangt, een pandrecht en een retentierecht op alle zaken, documenten en gelden die Transafe uit welke hoofde en met welke bestemming dan ook onder zich heeft of zal verkrijgen, voor alle vorderingen die zij ten laste van Chamisa-D B.V. heeft of mocht krijgen;

  • -

    de overeenkomst zal voor de duur van vijf jaar ingaan bij oplevering schip, te verwachten in mei 2009.

2.7.

Het schip is omstreeks mei 2009 in de vaart gekomen.

2.8.

Vanaf het najaar van 2009 is Ruudtrans achter gaan lopen met de betalingen onder de bevrachtingsovereenkomst. Vanaf september 2010 heeft Ruudtrans geen betalingen meer verricht.

2.9.

Op 17 september 2010 heeft Transafe aan Chamisa-D B.V. een factuur met nummer 20100737 gestuurd voor een bedrag van € 29,61. Onder “Omschrijving” is op de factuur vermeld: “17-09-2010: rembours zending SAB. (contant betaald door Marcel aan TNT Post).”.

2.10.

Op 13 oktober 2010 heeft Transafe aan Chamisa-D B.V. een factuur met nummer 20100867 gestuurd voor een bedrag van € 10.948,--. Onder “Omschrijving” is op de factuur vermeld: “Management fee 4e kwartaal 2010. 92 kalenderdagen € 100,-- per dag.”.

2.11.

Op 6 januari 2011 heeft Transafe aan Chamisa-D B.V. een factuur met nummer 20110015 gestuurd voor een bedrag van € 10.710,--. Onder “Omschrijving” is op de factuur vermeld: “Management fee: 1 januari 2011 t/m 31 maart 2011. 90 kalenderdagen.”.

2.12.

Ondanks sommatie zijn deze drie facturen niet voldaan.

2.13.

Op 18 oktober 2010 is het faillissement van Ruudtrans B.V. uitgesproken, mede naar aanleiding van vorderingen van Chamisa-D B.V.

2.14.

In het najaar van 2010 is Chamisa-D B.V. een nieuwe bevrachtingsovereenkomst op spotbasis aangegaan met Unibarge B.V.

2.15.

Op 3 maart 2011 heeft Transafe ten laste van Chamisa-D B.V. conservatoir beslag doen leggen onder Unibarge B.V. Dit beslag heeft geen doel getroffen.

2.16.

Bij aangetekende brief van 19 mei 2011 heeft de raadsman van Chamisa-D B.V. aan Transafe onder meer geschreven:

“Cliënte is op 11 maart 2009 met Transafe een overeenkomst van opdracht alsmede van last en volmacht aangegaan.

Door de overeenkomst werd Transafe B.V. aangesteld als general manager voor het scheepvaartbedrijf van mijn cliënte en dus de exploitatie van het motortankschip “Chamisa-D”. (...) Cliënte mocht er uiteraard vanuit gaan dat Transafe over de voor de uitvoering van de taken als manager nodige onafhankelijkheid beschikt.

(...)

Begin 2011 is cliënte dan bij lezing van het faillissementsverslag met betrekking tot haar oude bevrachter Ruudtrans B.V. te weten gekomen, waarom Transafe niet op zoek was gegaan naar een nieuwe bevrachter. Transafe had namelijk met deze bevrachter een agentuurovereenkomst gesloten die inhield dat Ruudtrans aan Transafe een vast dagbedrag verschuldigd was ad € 100,00 per dag tot de datum dat het mts “Chamisa-D” en het mts “North Carolina” bij Ruudtrans in bevrachting waren. Hierdoor realiseerde cliënte zich dat Transafe met het oog op deze constellatie van begin af aan ongeschikt was om voor haar als manager op te treden. Transafe had er namelijk groot belang bij dat de “Chamisa-D” hoe dan ook voor Transafe bleef varen met of zonder betaling van de vracht.

Met het oog op het bovenstaande wordt hierbij namens cliënte de managementovereenkomst d.d. 11 maart 2009 vernietigd. Cliënte had de overeenkomst met Transafe uiteraard niet gesloten als zij had geweten dat Transafe ook optrad als agent van Ruudtrans en zich liet betalen voor het ter beschikking stellen van het mts “Chamisa-D” aan Ruudtrans. (...)”.

Ook heeft Chamisa-D B.V. in deze brief subsidiair de managementovereenkomst en de daarin besloten lastgeving opgezegd en de gegeven volmacht herroepen, en voorts Transafe gesommeerd om alle documentatie van Chamisa-D B.V. die zij nog onder zich had uiterlijk op 27 mei 2011 terug te geven.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Transafe vordert na eiswijziging  samengevat - veroordeling van Chamisa-D B.V., bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, primair tot betaling van:

  1. . € 21.687,61 aan standaard beheersvergoeding,

  2. . € 3.253,14 als overeengekomen vergoeding voor incassokosten,

  3. . de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de hoofdsom vanaf de vervaldata van de betreffende facturen en over de incassokosten vanaf de dagvaarding,

  4. . de vanaf het tweede kwartaal van 2011 verschuldigde beheersvergoeding van € 100,-- per exploitatiedag vermenigvuldigd met het aantal kwartaaldagen, per kwartaal te factureren in of na afloop van het betreffende kwartaal, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de betreffende facturen, welke betaling moet worden verricht binnen veertien dagen na ontvangst van de betreffende factuur, en

  5. . de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen;

en subsidiair, voorwaardelijk voor het geval de rechtbank de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd acht per 19 mei 2011, tot betaling van:

  1. . € 21.687,61 plus € 5.712,-- voor de tot en met 18 mei 2011 verschuldigde standaard beheersvergoeding,

  2. . € 129.829,-- voor de vanaf 19 mei 2011 tot en met 14 mei 2014 verschuldigde standaard beheersvergoeding,

  3. . € 23.584,29 als overeengekomen vergoeding voor incassokosten,

  4. . de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de hoofdsom onder (a) vanaf de vervaldata van de betreffende facturen, over de hoofdsom onder (b) vanaf 14 november 2011 en over de incassokosten vanaf de dagvaarding,

  5. . de proceskosten, de beslagkosten daaronder begrepen.

3.2.

Chamisa-D B.V. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Transafe, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Chamisa-D B.V. vordert na wijziging van eis - samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

- Transafe veroordeelt tot afgifte van alle documentatie van Chamisa-D B.V. die zij nog in haar bezit heeft waaronder de in de akte van 14 november 2011 genoemde documentatie op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat zij daarmee in gebreke blijft,

en voorwaardelijk, voor het geval dat in conventie het beroep op dwaling wordt verworpen,

  • -

    primair de overeenkomst ontbindt per 18 oktober 2010,

  • -

    subsidiair de overeenkomst in goede justitie wijzigt per 18 oktober 2010,

  • -

    meer subsidiair voor recht verklaart dat de overeenkomst per 19 mei 2010 door opzegging is beëindigd,

en voorts Transafe veroordeelt in de proceskosten.

4.2.

Transafe voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Chamisa-D B.V., bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

in conventie

5.1.

Transafe heeft bij akte uitlating conform vonnis d.d. 6 juli 2011, overlegging producties en voorwaardelijke wijziging van eis in conventie alsmede conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie haar vordering gewijzigd. Ter comparitie heeft zij toegelicht dat deze wijziging van eis niet voorwaardelijk is bedoeld. Een dergelijke eiswijziging staat Transafe in beginsel vrij op grond van artikel 130 Rv. Nu Chamisa-D B.V. zich tegen deze eiswijziging niet heeft verzet, zal de rechtbank bij de beoordeling uitgaan van de gewijzigde eis.

5.2.

Transafe grondt haar vorderingen tot betaling op de tussen partijen gesloten overeenkomst. Chamisa-D B.V. betwist op zichzelf niet dat Transafe op grond van de overeenkomst werkzaamheden voor haar heeft verricht en ter zake de facturen heeft verstuurd waarvan in deze procedure betaling wordt gevorderd. Ook de omvang van de gevorderde hoofdsom betwist Chamisa-D B.V. niet. Zij stelt echter -onder meer- dat Transafe aan de overeenkomst geen recht op betaling kan ontlenen omdat de overeenkomst is vernietigd op grond van dwaling.

5.3.

Partijen zijn het erover eens dat tussen Transafe en Ruudtrans omstreeks april 2008 is afgesproken dat Ruudtrans aan Transafe een bepaalde vergoeding zou betalen voor het succesvol bemiddelen bij het tot stand brengen van bevrachtingsovereenkomsten tussen Ruudtrans en scheepseigenaren. Vast staat dat Transafe Chamisa-D B.V. in mei 2008 in contact heeft gebracht met Ruudtrans en dat daaruit een -op 17 juli 2008 door [A], handelend onder de naam Chamisa-D Tankvaart, ondertekende en op 22 mei 2009 nogmaals, nu op naam van de inmiddels opgerichte besloten vennootschap ondertekende- bevrachtingsovereenkomst tussen Chamisa-D B.V. en Ruudtrans is voortgevloeid. Transafe heeft dus met Ruudtrans een bemiddelingsovereenkomst gesloten als bedoeld in artikel 7:425 BW, en heeft bemiddeld bij het tot stand komen van de bevrachtingsovereenkomst.

Voorts is niet in geschil dat Transafe jegens Ruudtrans wegens deze bemiddeling recht had op een vergoeding van € 100,-- per dag dat de ‘Chamisa-D’ voor Ruudtrans voer. Terecht betoogt Chamisa-D B.V. dat Transafe onder deze omstandigheden een eigen financieel belang had bij het (voort)bestaan van de bevrachtingsovereenkomst tussen Ruudtrans en Chamisa-D B.V.

5.4.

Vervolgens heeft Transafe met Chamisa-D B.V. de managementovereenkomst gesloten uit hoofde waarvan zij als general manager is gaan optreden en in voorkomend geval als lasthebber zou mogen optreden.

5.5.

De vraag die partijen verdeeld houdt is of Transafe voor of ten tijde van de totstandkoming van de managementovereenkomst aan Chamisa-D B.V. had behoren mede te delen dat zij een eigen financieel belang had bij het (voort)bestaan van de bevrachtingsovereenkomst tussen Ruudtrans en Chamisa-D B.V., als bedoeld in r.o. 5.3.

De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

5.6.

Transafe zou door Chamisa-D B.V. worden aangesteld als “exclusieve general manager” en zou “exclusief het algehele (dagelijkse) beheer van het schip monitoren”. Daartoe zou Transafe in ieder geval -naar zij ter comparitie heeft verklaard en door Chamisa-D B.V. niet is bestreden- de administratieve werkzaamheden voor haar rekening nemen, een accountant inschakelen, bepaalde kennis inbrengen, zich met veiligheidskwesties bezighouden en overzicht houden over de financiële positie van de onderneming en de te verwachten onderhoudswerkzaamheden.

Hoewel partijen het er niet over eens zijn of Transafe zich in voorkomend geval ook zou moeten bezighouden met het vinden van (nieuwe) bevrachtingsmogelijkheden, staat als onbetwist gesteld vast dat de overeenkomst met de bevrachter voor een scheepvaartonderneming als Chamisa-D B.V. van cruciaal belang is, omdat dit de inkomstenbron van de onderneming is. Hoewel ten tijde van het sluiten van de overeenkomst reeds een bevrachtingsovereenkomst voor vijf jaar was gesloten, en dus niet werd voorzien dat Transafe zich gedurende de eerste jaren zou moeten bezighouden met het vinden van een nieuwe bevrachter, lag naar het oordeel van de rechtbank in de normale lijn der verwachting dat Transafe zich als general manager zou moeten bezig houden met ontwikkelingen in de relatie tussen Chamisa-D B.V. en haar bevrachter. Hiermee strookt dat Transafe bij akte uitlating (etc.) heeft gesteld dat zij eventuele problemen die tussen Ruudtrans en Chamisa-D B.V. zouden rijzen in de uitvoering van de bevrachtingsovereenkomst zou monitoren en zo nodig derden zou inschakelen. Ook strookt hiermee dat de heer [B] van Transafe ter comparitie heeft verklaard dat hij bezig was met de tussen Chamisa-D B.V. en Ruudtrans gerezen problemen, maar dat hem op enig moment te kennen werd gegeven dat mevrouw [A] van Chamisa-D B.V. dit rechtstreeks had opgehelderd met de directeur van Ruudtrans, en dat hij dit wonderlijk vond.

Gelet op het feit dat Transafe zich dus ook zou moeten bemoeien met de relatie tussen Ruudtrans en Chamisa-D B.V., was het voor Chamisa-D B.V. van belang te weten dat haar beoogd general manager Transafe ook zelf aanspraak zou kunnen maken op betaling door Ruudtrans gedurende de looptijd van de bevrachtingsovereenkomst. Dat de bevrachtingsovereenkomst niet alleen voor Chamisa-D B.V. maar ook voor Transafe een bron van inkomsten was, bracht immers mee dat Transafe een eigen financieel belang had bij een goede verstandhouding met Ruudtrans, welk eigen belang in voorkomend geval zou kunnen botsen met de belangen van Chamisa-D B.V. Zeker nu de omvang van het financieel belang van Transafe bij het behouden van haar goede relatie met Ruudtrans € 100,-- per dag beliep, een gelijk bedrag als zij van Chamisa-D B.V. aan standaard beheersvergoeding zou ontvangen, was niet bij voorbaat evident dat Transafe in alle gevallen haar eigen belang bij het behoud van haar goede relatie met Ruudtrans terzijde zou stellen bij het behartigen van de belangen van Chamisa-D B.V. Aldus was sprake van een belangenconflict dat aan een optimale behartiging van het belang van Chamisa-D B.V. door Transafe zou kunnen afdoen. Daarover had Transafe, gelet op de door haar te betrachten goede trouw in de precontractuele fase, jegens Chamisa-D B.V. openheid moeten bieden.

5.7.

Dat openheid over (mogelijke) belangenverstrengeling tussen lasthebber (hier Transafe) en lastgever (hier Chamisa-D B.V.) geboden is, volgt ook uit de wettelijke regeling van lastgeving. Deze regeling omvat immers bepalingen die de contracteervrijheid van de lasthebber (hier Transafe) beperken in gevallen waarin strijd tussen zijn eigen belangen en die van zijn lastgever (hier Chamisa-D B.V.) niet is uitgesloten, meer in het bijzonder in het geval dat de lastgever zelf optreedt als wederpartij van zijn opdrachtgever (artikel 7:416 BW) en in het geval dat de lastgever twee heren dient (artikel 7:417 BW). Voorts bevat deze regeling een verplichting van de lasthebber om, indien hij direct of indirect belang heeft bij de totstandkoming van de rechtshandeling ter zake waarvan hij als lasthebber van zijn opdrachtgever optreedt, zijn opdrachtgever hierover te informeren, tenzij de inhoud van die rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen hun beider belangen is uitgesloten (artikel 7:418 BW).

Ingevolge artikel 7:424 BW zijn de artikelen 7:416 tot en met 418 BW van overeenkomstige toepassing op andere overeenkomsten dan lastgeving krachtens welke de ene partij verplicht of bevoegd is om voor rekening van de andere partij rechtshandelingen te verrichten.

Voorts zijn de artikelen 7:417 en 418 BW van overeenkomstige toepassing op bemiddelingsovereenkomsten (artikel 7:425 BW). Transafe heeft -kennelijk in opdracht van Ruudtrans- tussen Chamisa-D B.V. en Ruudtrans bemiddeld.

Dat partijen een van deze wetsbepalingen afwijkende regeling zijn overeengekomen, zoals door de wet wordt toegelaten, is gesteld noch gebleken.

5.8.

Uit het voorgaande volgt dat Transafe aan Chamisa-D B.V. voor of ten tijde van het aangaan van de managementovereenkomst had moeten mededelen dat zij een tegenstrijdig belang had, omdat zij van Ruudtrans een vergoeding had bedongen voor iedere dag dat de bevrachtingsovereenkomst voortduurde.

Chamisa-D B.V. stelt dat aan haar niet is medegedeeld, en zij niet wist, dat Transafe van Ruudtrans een dergelijke periodieke vergoeding had bedongen. Hoewel Transafe dit betwist, heeft zij niet concreet en voldoende gemotiveerd gesteld dat zij aan Chamisa-D B.V. mededelingen van deze strekking heeft gedaan. De rechtbank zal er daarom van uit gaan dat dergelijke mededelingen zijn uitgebleven, en op deze grond als vaststaand aannemen dat Transafe haar mededelingsplicht heeft geschonden.

5.9.

Transafe voert echter aan dat Chamisa-D B.V. wist of -gelet op de wijze waarop de bevrachtingsovereenkomst tot stand kwam- had moeten begrijpen dat tussen Transafe en Ruudtrans een zakelijke relatie bestond, dat Transafe als commerciële partij doorgaans diensten verleent tegen een vergoeding, dat het in het handelsverkeer gebruikelijk is dat schepen worden aangebracht tegen betaling van een commissie, dat zodanige commissie in dit geval ofwel door Chamisa-D B.V. ofwel door Ruudtrans zou moeten worden betaald, en dat Chamisa-D B.V. wist dat zij niet zelf de commissie betaalde. Chamisa-D B.V. was dus met de commissievergoeding door Ruudtrans bekend, althans Transafe mocht er redelijkerwijs op vertrouwen dat Chamisa-D B.V. deze kende, althans mocht de commissievergoeding bekend worden verondersteld, aldus Transafe.

Dit verweer kan Transafe niet baten, reeds omdat zij niet het standpunt inneemt en ook niet anderszins aannemelijk is geworden dat Chamisa-D B.V. redelijkerwijs had moeten begrijpen of verwachten dat een eventueel over de bemiddeling verschuldigde commissie niet ineens, na afronding van de bemiddeling, maar met iedere dag dat de bemiddelde bevrachtingsovereenkomst voortduurde door Transafe zou worden verdiend en door Ruudtrans zou (moeten) worden betaald. Juist dit nog voortdurende recht op een tijdsafhankelijke beloning voor de verrichte bemiddeling schiep immers het risico van belangenverstrengeling, zoals bedoeld in 5.6. Dat de bemiddelingswerkzaamheden reeds waren afgerond is in zoverre niet relevant.

Voor het bestaan en de schending van een mededelingsplicht is evenmin van belang dat Ruudtrans niet daadwerkelijk conform de gemaakte afspraak aan Transafe heeft betaald.

5.10.

Voor zover het standpunt van Transafe aldus moet worden begrepen dat Chamisa-D B.V. een eigen onderzoeksplicht heeft geschonden of alerter had moeten navragen of Transafe een vergoeding ontving van Ruudtrans vanwege haar bemiddelende rol, en zo ja welke, faalt het nu de eigen mededelingsplicht van Transafe prevaleert boven een eventuele onderzoeksplicht van Chamisa-D B.V..

5.11.

Uit het voorgaande volgt dat Chamisa-D B.V. bij het aangaan van de managementovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken heeft gehad, in die zin dat zij onwetend was van een belangenconflict aan de zijde van Transafe dat aan een optimale behartiging van het belang van Chamisa-D B.V. door Transafe zou kunnen afdoen.

De rechtbank volgt Chamisa-D B.V. in haar betoog dat de managementovereenkomst onder invloed van deze onjuiste voorstelling van zaken is tot stand gekomen, omdat in de in r.o. 5.6 weergeven context zeer aannemelijk is dat Chamisa-D B.V. de overeenkomst niet, of niet op dezelfde voorwaarden, had willen aangaan indien zij een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad. Aanknopingspunten voor een ander oordeel op dit punt ontbreken.

5.12.

Aldus doet zich het geval voor bedoeld in artikel 6:228 lid 1 en onder b BW, op welke bepaling Chamisa-D B.V. zich beroept: een overeenkomst is vernietigbaar indien deze is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet of niet op gelijke voorwaarden zou zijn gesloten, terwijl de wederpartij (hier Transafe) van de dwalende (hier Chamisa-D B.V.) in verband met hetgeen zij van de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten.

Transafe had Chamisa-D B.V. moeten informeren over haar eigen financieel belang bij de bevrachtingsovereenkomst tussen Chamisa-D B.V. en Ruudtrans, en heeft dit niet gedaan. Door deze mededeling achterwege te laten wist Transafe, of moest zij begrijpen, dat Chamisa-D B.V. in onwetendheid verkeerde over het belangenconflict aan de zijde van Transafe en aldus een onjuiste voorstelling van zaken had. Transafe had dit onjuiste beeld van de situatie bij Chamisa-D B.V. moeten rechtzetten.

5.13.

Conclusie van het voorgaande is dat het beroep van Chamisa-D B.V. op vernietiging van de managementovereenkomst wegens dwaling slaagt. De overeenkomst is door Chamisa-D B.V. buitengerechtelijk vernietigd bij aangetekende brief van haar raadsman van 19 mei 2011 (zie onder 2.16).

Als gevolg van de vernietiging kan de managementovereenkomst geen grondslag meer bieden voor de door Transafe gevorderde vergoedingen. Deze vorderingen moeten dan ook, met inbegrip van de nevenvorderingen die delen in het lot van de hoofdvorderingen, worden afgewezen. Gronden die kunnen leiden tot toewijzing van het gevorderde, in weerwil van de vernietiging wegens dwaling, zijn niet gesteld.

5.14.

Transafe zal als in de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Chamisa-D B.V. Deze worden begroot op € 2.918,--. Dit bedrag is opgebouwd uit € 1.181,-- voor vast recht en € 1.737,-- (3 punten x € 579,-- per punt) voor salaris van de advocaat.

in reconventie

5.15.

Chamisa-D B.V. heeft bij de akte overlegging producties tevens akte houdende vermeerdering van eis in reconventie haar vordering gewijzigd, zoals in beginsel toegestaan door artikel 130 Rv. Nu Transafe zich tegen deze eiswijziging niet heeft verzet, zal de rechtbank bij de beoordeling uitgaan van de gewijzigde eis.

5.16.

Ter comparitie heeft Chamisa-D B.V. toegelicht dat de vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat in conventie het beroep op dwaling wordt verworpen en de overeenkomst dus niet is vernietigd, maar dat de eisvermeerdering -de vordering tot afgifte van stukken- onvoorwaardelijk was bedoeld. Een en ander is verwerkt in de weergave van de eis in r.o. 4.1 hierboven.

5.17.

Gelet op het in conventie gegeven oordeel komt de rechtbank niet toe aan de voorwaardelijk ingestelde vorderingen. De voorwaarde waaronder zij zijn ingesteld is immers niet in vervulling gegaan.

5.18.

Ter beoordeling ligt slechts voor de vordering tot veroordeling van Transafe tot afgifte van alle documentatie van Chamisa-D B.V. die zij nog in haar bezit heeft, op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Chamisa-D B.V. voert daartoe aan dat Transafe ondanks herhaalde sommatie weigert documentatie te overhandigen die Chamisa-D B.V. nodig heeft voor haar bedrijfsvoering. Chamisa-D B.V. noemt in haar akte van 14 november 2011 in het bijzonder de oprichtingsstukken met betrekking tot Chamisa-D Tankvaart B.V. en [X], de notariële aktes met betrekking tot de inschrijving van de ‘Chamisa-D’ en de hypotheekinschrijvingen op het schip, de originele kredietovereenkomsten tussen Chamisa-D B.V. en ABN Amro en de onderliggende overeenkomsten van levensverzekering, de post over 2010 en 2011 (waaronder alle originele facturen, originele bankafschriften en correspondentie met onder meer Van der Wiel Advocaten, Scheepswerf Breko en Ruudtrans), EBIS-inspectierapporten en Lloyd’s veiligheidscertificaten met betrekking tot de ‘Chamisa-D’.

5.19.

Transafe betwist niet dat zij genoemde stukken onder zich heeft en deze weigert af te geven. Zij heeft ter comparitie verklaard dat zij belang heeft bij terughouding van de stukken waarom Chamisa-D B.V. verzoekt omdat zij een geldvordering heeft op Chamisa-D B.V. Zij heeft zich in dit verband beroepen op een retentierecht op grond van artikel 20 van de managementovereenkomst, althans artikel 6:52 BW en artikel 3:290 BW, en heeft verklaard dat afgifte zal volgen zodra haar vordering is betaald.

5.20.

Dit verweer faalt, nu uit de beoordeling in conventie volgt dat aan Transafe niet de vordering tot betaling toekomt op grond waarvan zij een retentierecht inroept.

5.21.

De vordering is voor het overige niet bestreden, ook niet voor wat betreft de gevorderde dwangsom. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen tot een bedrag van € 250,00 per dag. De rechtbank ziet tevens aanleiding de dwangsom te maximeren tot een bedrag van € 25.000,00, welk bedrag zij in de gegeven omstandigheden een voldoende prikkel tot nakoming acht.

5.22.

Transafe zal als in de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Chamisa-D B.V. Hoewel de onvoorwaardelijk ingestelde vordering pas bij akte eisvermeerdering naar voren is gebracht en niet reeds in de conclusie van eis in reconventie, en het debat in reconventie hoofdzakelijk betrekking heeft gehad op de voorwaardelijk ingestelde vorderingen -waaraan de rechtbank niet toekomt als overwogen in r.o. 5.17- ziet de rechtbank geen aanleiding om bij het begroten van de toe te wijzen proceskosten slechts het debat over de onvoorwaardelijke vordering in beschouwing te nemen. Gelet op de samenhang van de gedingen in conventie en reconventie, zijn de vorderingen in voorwaardelijke reconventie immers een redelijke vorm van verdediging, zodat de kosten daarvan om die reden ten laste van Transafe als de in conventie in het ongelijk gestelde partij komen (Vgl. HR 21 januari 1977, LJN: AC5876). De proceskosten aan de zijde van Chamisa-D B.V. worden begroot op € 2.026,50. Dit bedrag is opgebouwd uit 3,5 punten x € 579,-- per punt voor salaris van de advocaat.

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

veroordeelt Transafe in de proceskosten, aan de zijde van Chamisa-D B.V. tot op heden begroot op € 2.918,--,

6.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

6.4.

veroordeelt Transafe tot afgifte van alle documentatie van Chamisa-D B.V. die zij nog in haar bezit heeft, waaronder de in r.o. 5.18 genoemde documentatie, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

6.5.

veroordeelt Transafe in de proceskosten, aan de zijde van Chamisa-D B.V. tot op heden begroot op € 2.026,50,

6.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

6.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013.

1885/32