Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:11220

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
C/10/412899 / HA ZA 12-1011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zaak betreft de financiële afwikkeling van een project van partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/412899 / HA ZA 12-1011

Vonnis van 11 december 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BUITENLANDSCHE ZAKEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. M.J. Aantjes,

tegen

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. REVOLT HOLDING B.V.,

2. REVOLT PROJECTEN B.V.,

beiden gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

advocaat mr. M. Bonarius.

Partijen zullen hierna ‘Buitenlandsche Zaken’ en tezamen in enkelvoud ‘Revolt’ (of afzonderlijk ‘Revolt Holding’ en ‘Revolt Projecten’) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 augustus 2013 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    de akte uitlating tussenvonnis d.d. 21 augustus 2013 tevens akte vermeerdering/wijziging van eis van 18 september 2013 van Buitenlandsche Zaken;

  • -

    de akte ter rolle van 16 oktober 2013 van Revolt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij tussenvonnis van 21 augustus 2013 is geoordeeld dat Buitenlandsche Zaken en Revolt Projecten in 2011 een overeenkomst hebben gesloten ten behoeve van een reis naar de WMC (hierna: het project), op grond waarvan Revolt Projecten gehouden is de helft van de gemaakte kosten aan Buitenlandsche Zaken te voldoen, voor zover deze niet zijn voldaan uit de inkomsten van het project. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld een akte te nemen uitsluitend ter zake hetgeen is overwogen in r.o. 4.13 van het tussenvonnis, te weten de onderbouwing van het bedrag aan hotelkosten (ad € 130.307,17) dat door Buitenlandsche Zaken is opgevoerd alsmede de berekening van het door Revolt Projecten aan Buitenlandsche Zaken verschuldigde bedrag.

2.2.

Buitenlandsche Zaken heeft bij akte stukken in het geding gebracht, waaruit volgens haar zou volgen dat zij in totaal € 130.309,53 heeft voldaan ten behoeve van het project. Onder die opsomming valt echter ook het bedrag van € 12.911,00 dat Buitenlandsche Zaken op 5 april 2012 heeft voldaan aan kosten voor “DJ’s en Stage”.
Zoals reeds in het tussenvonnis van 21 augustus 2013 is overwogen, wordt de vordering van Buitenlandsche Zaken, voor zover deze betrekking heeft op de kosten voor “DJ’s en Stage”, afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om op deze beslissing terug te komen, zodat het bedrag ad € 12.911,00 buiten beschouwing zal worden gelaten bij de berekening van de totale kosten.

2.3.

De creditcardbetalingen die zijn verricht op 5 april 2012 (ad € 1.569,86 en
€ 784,92) zullen bij de berekening van de totale kosten eveneens buiten beschouwing worden gelaten, nu niet is komen vaststaan dat dit betalingen betreffen door Buitenlandsche Zaken ten behoeve van het project. Blijkens het overgelegde rekeningafschrift zijn deze betalingen gedaan met een creditcard op naam van [Persoon 1] (in privé) en niet, zoals bijvoorbeeld de betaling van 6 februari 2012, met een creditcard op naam van Buitenlandsche Zaken. Voorts ontbreekt een onderliggende factuur. Zonder nadere toelichting van Buitenlandsche Zaken valt niet in te zien dat dit kosten betreffen waaraan Revolt Projecten op grond van de overeenkomst tussen partijen dient mee te betalen.

2.4.

Gelet op het voorgaande, resteren de betalingen die Buitenlandsche Zaken aan het hotel heeft verricht op 20 januari 2012 (ad € 7.803,36), 6 februari 2012 (ad € 51.076,57) en 14 maart 2012 (ad € 69.074,82). Dit resulteert in een totaalbedrag van € 127.954,75. Bij de berekening van het verlies op het project zal worden uitgegaan van dit bedrag aan kosten en niet - zoals Buitenlandsche Zaken in haar akte heeft bepleit - van het bedrag dat bij Buitenlandsche Zaken in rekening is gebracht, ongeacht of en hoe dit bedrag is voldaan. Zonder nadere toelichting van Buitenlandsche Zaken valt niet in te zien waarom dit laatste als uitgangspunt moet worden gehanteerd.

2.5.

Door Revolt Projecten is reeds een bedrag van € 16.463,00 aan Buitenlandsche Zaken voldaan. Dit is geen zelfstandige kostenpost die door Revolt Projecten is gemaakt ten behoeve van het project maar betreft een aanbetaling van Revolt Projecten aan Buitenlandsche Zaken, zo blijkt ook uit de e-mails van 27 en 28 oktober 2011 die [Persoon 2] en [Persoon 3] aan elkaar hebben verzonden. Met deze betaling heeft Revolt Projecten (deels) bijgedragen in de kosten, zulks conform de afspraak tussen partijen. Anders dan Buitenlandsche Zaken in haar berekening heeft gedaan, dient dit bedrag daarom niet bij de totale kosten te worden opgeteld, maar dient dit te worden afgetrokken van de helft van het verlies. Uitgaande van de kosten van het project ad € 127.954,75 en het bedrag aan inkomsten ad € 57.122,00, bedraagt het totale verlies op het project € 70.853,75. De helft van dit bedrag (€ 35.416,38) komt voor rekening van Revolt Projecten, waarvan na aftrek van het reeds door Revolt Project betaalde bedrag (ad € 16.463,00) een bedrag resteert van
€ 18.953,38.

2.6.

Het betoog van Revolt Projecten dat Buitenlandsche Zaken de totale inkomsten ad € 57.122,00 niet inzichtelijk heeft gemaakt, wordt buiten beschouwing gelaten. Nog daargelaten dat het Revolt Projecten op grond van het tussenvonnis van 21 augustus 2013 niet vrij stond zich hierover bij akte uit te laten, is het hiermee samenhangende verweer tardief en (daarmee) in strijd met de goede procesorde. Revolt Projecten heeft het bedrag ad € 57.122,00 niet eerder in de procedure betwist. Integendeel; zij heeft dit bedrag zelfs overgenomen in haar berekeningen in de conclusie van antwoord.

2.7.

Revolt Projecten zal worden veroordeeld tot betaling van € 18.953,38. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarding, omdat Buitenlandsche Zaken niet heeft gesteld waarom de rente met ingang van de gevorderde ingangsdatum (28 maart 2012) verschuldigd is.

2.8.

Revolt Projecten zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Buitenlandsche Zaken worden tot op heden begroot op:

- dagvaarding € 76,17

- griffierecht € 1.789,00

- salaris advocaat € 1.130,00 (2,5 punten × tarief II € 452,00)

Totaal € 2.995,17

2.9.

Zoals reeds in het tussenvonnis van 21 augustus 2013 is overwogen, zal de vordering van Buitenlandsche Zaken op Revolt Holding worden afgewezen, met veroordeling van Buitenlandsche Zaken in de proceskosten, geschat op nihil.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt Revolt Projecten om aan Buitenlandsche Zaken te betalen een bedrag van € 18.953,38, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van de datum van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt Revolt Projecten in de proceskosten van Buitenlandsche Zaken, aan de zijde van Buitenlandsche Zaken tot op heden begroot op € 2.995,17,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

veroordeelt Buitenlandsche Zaken in de proceskosten van Revolt Holding, aan de zijde van Revolt Holding tot op heden begroot op nihil,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2013.1

1 type: 2544coll: 2517 / 2294