Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:10882

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-06-2013
Datum publicatie
12-03-2014
Zaaknummer
C-10-419123 - HA ZA 13-218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Burengeschil. Er is een erfdienstbaarheid gevestigd in 1926 op grond waarvan eisers over het erf van gedaagde de uitweg hebben naar de openbare weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/419123 / HA ZA 13-218

Vonnis van 5 maart 2014

in de zaak van

1 [Eiser 1]

wonende te Pernis,

2. [Eiseres 2],

wonende te Pernis,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. D.D. Senders,

tegen

[Gedaagde] ,

wonende te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.J. Michielsen.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidenteel vonnis van 17 april 2013

  • -

    het vonnis van 26 juni 2013

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    het proces-verbaal van descente en comparitie van partijen en de naar aanleiding daarvan door partijen gezonden brieven.

2 De feiten

2.1.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn eigenaar van de woning staande en gelegen aan de [adres 1] te Pernis, kadastraal bekend gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx].

Het woonhuis aan de [adres 2] (kadastraal bekend gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx]) is in eigendom van en wordt bewoond door [betrokkene 1] (dochter van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie].

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]woont aan de [adres 5] (kadastraal bekend gemeente Pernis sectie[x nr. xxxx]).

2.2.

Indien [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vanaf hun achtertuin de openbare weg wil bereiken, dan dienen zij gebruik te maken van de tuin van de [adres 2] en vervolgens van het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]of zij dienen gebruik te maken van het slob tussen de [adres 1] en de [adres 6].

2.3.

De kadastrale filiatie van de percelen is als volgt:

5819 ← 4538 ← 3390 ← 2710 ← 1711;

5236 ← 3389 ← 2711 ← 1712;

5235 ←

2.4.

In de akte waarbij de eigendom van het woonhuis aan de [adres 1], destijds uitmakende een gedeelte van het kadastrale perceel sectie [x nr. xxxx], aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] werd geleverd, komt voor zover thans van belang het volgende voor:

“(…) OMSCHRIJVING ERFDIENSTBAARHEDEN (…)

Met betrekking tot bekende erfdienstbaarheden, kwalitatieve bedingen en/of bijzondere verplichtingen wordt verwezen naar:

A. een akte van levering op vierentwintig juli negentienhonderdzesentwintig verleden voor [betrokkene 2], is (…) ingeschreven (…) op zeven augustus negentienhonderdzesentwintig (…) in welke akte ondermeer staat vermeld, woordelijk luidende:

“7. Ten gebruike en ten nutte van het hierbij verkochte en ten laste van het aan de verkooper verblijvende gedeelte van het kadastrale perceel der gemeente Pernis voorkomende in sectie [x nr. xxxx], wordt gevestigd het altijddurend recht van erfdienstbaarheid van uitweg van en naar de openbare straat genaamd [adres 3] over een strook grond ter breedte van een meter gelegen ten noorden van het verkochte en strekkende vanaf de westelijke grenslijn van gemeld perceel nummer 1711, tot een meter voorbij de oostelijke grenslijn van gemeld perceel 1712.”

B. een akte van levering op vijftien juli negentienhonderdvierennegentig (…) in welke akte ondermeer staat vermeld, woordelijk luidende:

VESTIGING ERFDIENSTBAARHEDEN

A. (…)

B. Het perceel plaatselijk bekend [adres 1] te Pernis uitmakende een gedeelte van het gemelde kadastrale perceel gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx] is nog in eigendom bij verkoper. Ten aanzien van de in de aangehaalde bepaling gevestigde erfdienstbaarheid verklaren partijen dat voor wat betreft gemelde uitweg voor zover gelegen over het bij deze akte verkochte perceelsgedeelte eenzelfde erfdienstbaarheid bij deze gevestigd dient te worden. Mitsdien verklaren partijen bij deze op grond van het vorenstaande bij deze te vestigen ten laste van het bij deze akte verkochte, deel uitmakende van het perceel kadastraal bekend gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx] en ten nutte van het bij verkoper in eigendom resterende gedeelte van gemeld perceel gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx] waarop aanwezig de opstallen plaatselijk bekend [adres 1] te Pernis, de erfdienstbaarheid van weg om te komen van en te gaan naar de openbare weg, op de thans bestaande en op de voor het lijdende erf minst bezwarende wijze. (…)”

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vorderen, kort gezegd,

  • -

    een verklaring voor recht dat zij gerechtigd zijn om zich via de strook grond ter breedte van een meter gelegen ten noorden van perceel 3389 en strekkende vanaf de westelijke grenslijn van perceel 1711 (thans 3390) tot en met een meter voorbij de oostelijke grenslijn van perceel 1712, althans via de strook grond van een meter breed vanaf de poort van perceel 5235, (hierna verder aangeduid als: de strook grond) te begeven naar de openbare weg ([adres 4]) en vice versa:
    - om [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]te verplichten om [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vrije en ongehinderde doorgang te verschaffen teneinde het [eisers in conventie, verweerders in reconventie] weer mogelijk te maken om zich de strook grond te begeven naar de openbare weg ([adres 4]) en vice versa, zulks op straffe van een dwangsom;

  • -

    veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]tot betaling van een bedrag van € 75 voor iedere dag of dagdeel dat het [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onmogelijk is om zich over het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]naar de openbare weg te kunnen begeven en vice versa,

met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]in de kosten van dit geding.

3.2.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen, samengevat, dat zij gerechtigd zijn om zich te begeven over het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]naar de openbare weg

primair omdat er sprake is van een, al dan niet door verjaring ontstane, erfdienstbaarheid;

subsidiair op grond van een noodweg;

meer subsidiair op grond van een buurweg,

meest subsidiair daar [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]misbruik maakt van haar bevoegdheden door het plaatsen van poort en het daarmee afgesloten houden van de uitweg die [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben tot de openbare weg.

3.3.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]heeft hiertegen aangevoerd dat het een misvatting is van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de akte van 7 augustus 1926 met “gemeld perceel” wordt gedoeld op de kadastrale perceel. Slechts bedoeld kan zijn de woonoppervlakte van perceel 1712.

Verder is met de splitsing van de woning in 1934 in de huisnummers 34 en 36 de voordeur verplaatst van de noordelijke kant van het huis naar de straatzijde (westzijde). De erfdienstbaarheid was dan ook slechts gevestigd voor huisnummer 34.

Voorts kan er geen erfdienstbaarheid worden gevestigd een meter voorbij de oostelijke grenslijn van de kadastrale grens van perceel 1712 nu deze strook grond niet toebehoort aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]

Van verkrijgende verjaring kan geen sprake zijn nu er geen sprake is van goeder trouw van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

In reconventie

3.4.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]vordert

primair opheffing van de op 7 augustus 1926 gevestigde erfdienstbaarheid, voor zover deze mocht bestaan;

subsidiair een verklaring voor recht dat deze erfdienstbaarheid in oostelijke richting zich beperkt tot 6,52 meter vanaf de westelijke perceelsgrens B5819;

primair en subsidiair te verbieden dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]betreden op straffe van een dwangsom.

met veroordeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de kosten van het geding.

4 De beoordeling

4.1.

De vorderingen in conventie en die in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

4.2.

Wat betreft de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] genoemde kadastrale nummers in het petitum, gaat de rechtbank ervan uit dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met ‘perceel 3389’ bedoelen perceel 5235 en met ‘perceel 1711 (thans 3390)’ bedoelen perceel 5819 en met ‘perceel 1712’ bedoelen perceel 5235, nu dit de huidige kadastrale nummering van de betreffende percelen is (zie r.o. 2.2 alsmede productie 1 dagvaarding).

4.2.1.

De nummers van de kadastrale percelen zijn een aantal keer gewijzigd. Dit is het gevolg van bijwerking van de kadastrale registratie (art. 53 e.v. Kadasterwet). Meestal is de aanleiding daarvoor een uitmeting door de landmeter van het Kadaster na levering van een gedeeltelijk kadastraal perceel. In dat licht heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]terecht opgemerkt dat het huidige kadastrale perceel sectie[x nr. xxxx] niet gelijk is aan het perceel 1711 en het huidige kadastrale perceel sectie [x nr. xxxx] niet gelijk is aan het perceel met nummer 1712.

4.3.

Voor de beoordeling van het geschil is van belang op welke wijze de gevestigde erfdienstbaarheid dient te worden uitgelegd. De inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze van uitoefening worden ingevolge artikel 5:73 BW bepaald door de akte van vestiging. Bij de uitleg van die akte komt het aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in deze akte gebruikte bewoordingen. Deze moet worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, nu [eisers in conventie, verweerders in reconventie] noch [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]partij waren bij de vestiging van de erfdienstbaarheid van 1926. Reeds gelet op objectieve maatstaven wordt aan de beoordeling van de stelling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]dat in de akte van 7 augustus 1926 met “tot een met voorbij de oostelijke grenslijn van gemeld perceel 1712” bedoeld wordt de woonoppervlakte van 1712, wat daar verder ook van zij, niet toegekomen.

4.4.

Blijkens de akte van vestiging is die erfdienstbaarheid gevestigd om uit te wegen ten gunste van de eigenaren van het kadastrale perceel 1712 ten laste van aan de toenmalige verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van het toenmalige perceel 1711 van en naar de openbare straat, destijds genaamd [adres 3] thans genaamd de [adres 4].

4.4.1.

Uit de tekst van de akte wordt afgeleid dat de toenmalige verkoper bij die akte zowel het kadastrale perceel 1712 (geheel) als een gedeelte van het kadastrale perceel 1711 aan de toenmalige koper leverde. De erfdienstbaarheid werd immers gevestigd ten laste van het “aan de verkoper in eigendom verblijvende gedeelte van het kadastrale perceel der gemeente Pernis voorkomende in sectie [x nr. xxxx].”

4.4.2.

De [adres 2] (eigendom van [betrokkene 1]) en de [adres 1] (eigendom van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]) thans kadastraal bekend gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx] respectievelijk nummer 5236 zijn terug te voeren op 1712 (zie de filiatie onder de feiten). De [adres 1 en 2] waren voorheen één woning en zijn op enig moment – volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]in dertiger jaren van de twintigste eeuw (zie haar prod. 8) - gesplitst in twee woningen. Toen zijn de voordeuren van die twee woningen aan de zijde van de openbare weg geplaatst. Tot die tijd zat de (enige) voordeur in de (huidige) zijgevel van de [adres 2]. In 1994 hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] één van die twee woningen gekocht en geleverd gekregen en is het gedeeltelijke kadastrale perceel 3389, na uitmeting gewijzigd in 5235 en 5236.

4.4.3.

Blijkens de akte van vestiging is deze erfdienstbaarheid gevestigd om te komen van en te gaan naar de openbare straat over een strook grond ter breedte van een meter. Er is in de akte van vestiging geen voorbehoud gemaakt dat dit niet meer zou gelden na splitsing van het pand in twee woningen of na verplaatsing van de voordeur. Geoordeeld wordt dan ook dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] via een strook grond van een meter breedte grenzend aan het perceel aan sectie [x nr. xxxx] de openbare weg moeten kunnen bereiken.

4.4.4.

Het voorgaande sluit aan bij de in de akte van 15 juli 1994 (r.o. 2.4 onder B) gevestigde erfdienstbaarheid. [adres 1 en 2] waren tot die datum in één hand. De verkoop en levering van de [adres 2] was aanleiding om onder meer een erfdienstbaarheid te vestigen om te komen van en te gaan naar de openbare weg. In de praktijk betekent dit dat de bewoners van de [adres 1] ([eisers in conventie, verweerders in reconventie]) met gebruikmaking van deze erfdienstbaarheid via de tuin van de [adres 2] (van [betrokkene 1]) tot de poort in de schutting van de tuin van de [adres 2] geraken. Immers, verder strekt de erfdienstbaarheid van 1994 niet. Om de openbare weg te bereiken dienen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] derhalve van zowel de erfdienstbaarheid van 1926 als die van 1994 gebruik te maken.

4.4.5.

Vervolgens is tussen partijen in geschil waar de in de erfdienstbaarheid van 1926 omschreven strook grond ligt. De beantwoording van die vraag kan echter in het midden blijven nu evident is dat de strook grond een meter breed is, gesitueerd is op het kadastrale perceel 5819, langs de erfgrens met perceel 5235 loopt en er toe dient dat de eigenaren/bewoners van de [adres 1] via de tuin van de [adres 2] de openbare weg kunnen bereiken.

4.5.

In de erfdienstbaarheid van 1926 wordt gesproken over een strook grond tot een meter voorbij de oostelijke grenslijn van perceel 1712. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]heeft ter zake betoogd dat die erfdienstbaarheid niet kan worden gevestigd omdat deze grond niet aan haar toebehoort. Zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]zelf al heeft opgemerkt (r.o. 4.2.1) zijn de in de erfdienstbaarheid van 1926 genoemde percelen inmiddels vernummerd. Of die erfdienstbaarheid verder strekt dan het perceel van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]doet in de onderlinge verhouding tussen deze partijen niet ter zake.

4.6.

Ten overvloede wordt nog overwogen dat de aanwezigheid van het slob niet maakt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen belang zouden hebben bij de ten behoeve van hun perceel gevestigde zakelijke recht/erfdienstbaarheid. De rechtbank heeft ter gelegenheid van de descente geconstateerd dat het slob ca. 60 cm breed is en dat deze ruimte onvoldoende is voor het dagelijks gebruik inhoudende het meenemen van fietsen en containers e.d. van de schuur in de tuin van de [adres 1] naar de openbare weg.

4.7.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben geen (separaat) belang bij hun vordering om [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]te verplichten hen vrije en ongehinderde doorgang te verschaffen nu dit reeds volgt uit de erfdienstbaarheid van 1926.

4.8.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld en vorderen immateriële schadevergoeding, die zij ex aequo et bono hebben vastgesteld op € 75 per dag. Dit onderdeel van de vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zal worden afgewezen. Er is geen sprake van schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]berust (het afsluiten van de poort en onmogelijk maken van de uitoefening van de erfdienstbaarheid), dat zij haar gezien de aard van de aansprakelijkheid van de gestelde schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend (6:98 BW).

4.9.

De vordering in reconventie van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]zal, gelet op het vorenstaande, worden afgewezen.

4.10.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij, zowel in conventie als in reconventie, in de proceskosten worden veroordeeld. Aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] worden die kosten tot op heden begroot op

in conventie

exploitkosten € 98,73

griffierecht 274,00

advocaatkosten 904,00 (2 punten (dv + cvp/descente) x tarief II ad € 452)

€ 1.276,73

en in reconventie advocaatkosten ad € 452 (2 punten (cva in reconventie + cvp/descente) x tarief II ad € 452 x ½).

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op basis van de op 7 augustus 1926 gevestigde erfdienstbaarheid gerechtigd zijn om via de strook grond ter breedte van een meter gelegen op het perceel gemeente Pernis sectie[x nr. xxxx] langs de noordgrens van het perceel gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx], vanaf de poort in de schutting van het perceel gemeente Pernis sectie [x nr. xxxx] te komen van en te gaan naar de openbare weg ([adres 4]) op de voor het lijdend erf minst bezwarende wijze;

5.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] begroot op € 1.276,73;

5.3.

verklaart de onder 5.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.5.

wijst de vordering af;

5.6.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] begroot op € 452;

5.7.

verklaart de onder 5.6. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op

5 maart 2014.1

1 type: 2294 coll: