Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:10289

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
C-10-427176 - HA ZA 13-654
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Mislukte samenwerking. Hoe moeten partijen afrekenen?

Haviltex: ieder de helft van de kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/427176 / HA ZA 13-654

Vonnis in verzet van 18 december 2013 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Spijkenisse,

oorspronkelijk eiseres,

advocaat mr. A.W.M. Roozeboom,

tegen

[gedaagde],

wonende te Zoetermeer,

oorspronkelijk gedaagde,

advocaat mr. G.A.M. Jansen.

Partijen zullen hierna “[eiseres]” en “[gedaagde]” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 juli 2013;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 11 september 2013 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In 2008 zijn voorbereidingen getroffen voor het openen van een eetcafé in [adres] (hierna ook: het café). In dit kader zijn diverse overeenkomsten gesloten, waaronder de hierna genoemde.

2.2.

[gedaagde] heeft op 1 december 2008 een koopovereenkomst goodwill/inventaris gesloten met Manacon B.V. (productie 3 bij de dagvaarding), die - voor zover van belang – luidt als volgt:

(…)

Partijen komende het volgende overeen:

- koper koopt van verkoper de goodwill/inventaris m.b.t. de horecagelegenheid gelegen aan [adres], hetgeen partijen genoegzaam bekend. Voor een bedrag van € 27.500,=, zegge zevenentwintigduizendenvijfhonderd euro.

(…)

2.3.

[eiseres] heeft op 10 december 2008 een overeenkomst van geldlening gesloten met MultiProject Financieringen (Hierna ook: MultiProject), die - voor zover van belang – luidt als volgt;

(…)

KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:

  1. MultiProject Financieringen verstrekt hierdoor aan de horeca-exploitant ter leen een bedrag groot € 15.000,-- (zegge VIJFTIENDUIZEND EURO). MultiProject Financieringen verklaart dit bedrag aan de horeca-exploitant betaalbaar te hebben gesteld en de horeca-exploitant verklaart door ondertekening van deze overeenkomst genoemd bedrag van MultiProject Financieringen te hebben ontvangen op girorekening nummer: 8110062 t.n.v. [gedaagde].

  2. Vanaf de ondertekening van deze overeenkomst is de horeca-exploitant verplicht over de hoofdsom of het onafgeloste gedeelte daarvan, aan MultiProject Financieringen te voldoen een rente van 8% (zegge: acht procent), per jaar.

(…)

2.4.

[gedaagde] heeft de door [eiseres] geleende € 15.000,= op zijn rekening ontvangen en heeft op 11 december 2008 € 10.000,= van dit bedrag aangewend als aanbetaling op de inventaris van het eetcafé.

2.5.

Op 10 december 2008 heeft [eiseres] een exploitatieovereenkomst gesloten met Hobea Speelautomaten B.V.

2.6.

Op 12 december 2008 heeft [eiseres] een huurovereenkomst ter zake de bedrijfsruimte/horecaruimte gesloten met Manacon B.V.

2.7.

Begin 2009 heeft [gedaagde] een periode in hechtenis gezeten en werd duidelijk dat het niet zou komen tot daadwerkelijke exploitatie van het eetcafé in [adres]. De diverse overeenkomsten zijn toen door [eiseres] opgezegd.



2.8. Op 4 augustus 2010 is [eiseres] bij verstekvonnis op grond van de in 2.3 genoemde geldleenovereenkomst veroordeeld tot betaling aan MultiProject van € 15.000, vermeerderd met rente en kosten.
Het aan MultiProject verschuldigde bedrag bedroeg op 29 augustus 2012 € 39.893,62.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zou veroordelen tot betaling van € 39.893,62, te vermeerderen met rente en kosten.

3.2.

[eiseres] heeft onrechtmatig handelen aan haar vordering ten grondslag gelegd. Zij heeft hiertoe het volgende gesteld.

[eiseres] en [gedaagde] zouden samen een eetcafé te [adres] beginnen. Toen bleek dat de exploitatie van het café toch niet haalbaar was zijn de reeds gesloten overeenkomsten opgezegd. Na opzegging van de huurovereenkomst zou door Manacon B.V. € 10.000 aan [gedaagde] worden terugbetaald. Dit bedrag had [gedaagde] moeten terugbetalen aan MultiProject. Over het restant van de geldlening, € 5.000,00, zou dan een regeling kunnen worden getroffen. [gedaagde] heeft het bedrag niet terugbetaald en door toedoen van [gedaagde] is de schuld van [eiseres] opgelopen tot € 39.893,62.

3.3.

Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van [eiseres] toegewezen, behoudens de gevorderde wettelijke rente, en is [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op € 744,64.

3.4.

De conclusie van [gedaagde] in het verzet luidt dat de vorderingen van
[eiseres] alsnog dienen te worden afgewezen. [gedaagde] betwist de stellingen van [eiseres] en stelt dat hij uitsluitend als tussenpersoon heeft gefungeerd voor de betaling van de goodwill en inventaris.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat [gedaagde] inventaris heeft gekocht voor het café in [adres] en dat [eiseres] de huurovereenkomst voor het pand in [adres] heeft getekend. Voorts staat vast dat [eiseres] € 15.000,= heeft geleend om de inventaris te betalen en dat [gedaagde] € 10.000,= van dat bedrag heeft gebruikt als aanbetaling op de inventaris.

Beide partijen trachten een beeld te scheppen dat de ander het café in [adres] alleen zou gaan exploiteren. [eiseres] voert in dit verband aan dat zij de overeenkomst van geldlening alleen heeft getekend, omdat [gedaagde] een BKR registratie had. Zij verklaart echter niet waarom zij de huurovereenkomst op haar naam heeft gesloten. [gedaagde] voert aan dat hij slechts tussenpersoon was voor Van de Graaf, maar hij geeft geen verklaring waarom hij op eigen naam de inventaris heeft gekocht.

Uit deze gang van zaken volgt echter dat partijen hebben samengewerkt en dat zij van plan waren samen een onderneming op te zetten. Dat de beoogde onderneming niet van de grond is gekomen doet hier niet aan af.

4.2.

De vraag is welke verplichtingen voor partijen voortvloeien uit deze beoogde samenwerking, die -naar vast staat- niet van de grond is gekomen. De vraag wat partijen zijn overeengekomen kan niet worden beantwoord enkel op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst. Steeds komt het aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien van elkaar mochten verwachten (Haviltexnorm).

4.3.

Behalve dat [eiseres] en [gedaagde] overeenkomsten met derden hebben gesloten blijkt niet van een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst tussen hen. Uitleg van tekst is dus niet aan de orde. [eiseres] en [gedaagde] hebben niet gesproken over de wijze waarop zij zouden afrekenen als de onderneming niet van de grond zou komen. Gelet op de beoogde samenwerking mochten partijen in de gegeven situatie van elkaar verwachten dat zij samen hun zaken zouden afwikkelen. Het maken van een afspraak over het terugbetalen van de lening valt hieronder. [gedaagde] is echter vertrokken en nergens blijkt uit dat hij enig voorstel heeft gedaan over de afwikkeling van een en ander, met name niet ten aanzien van de terug te betalen geldlening. [gedaagde] heeft niet betwist dat [eiseres] daardoor in de financiële problemen is geraakt. De eisen van de redelijkheid en billijkheid brengen mee dat bij een mislukte samenwerking de partijen in beginsel de helft van de eventuele kosten dragen, tenzij anders is overeengekomen. Het gaat niet aan dat alleen [eiseres] met deze kosten blijft zitten. Nu [gedaagde] de hoofdsom op zichzelf niet heeft betwist en nu het mede aan zijn lakse houding is toe te rekenen dat de rente is opgelopen, zal ook de rente mede door hem betaald moeten worden.

4.4.

Op grond van het bovenstaande zal de helft van de hoofdsom (de helft van € 39.893,62) worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2013. Dit betekent dat het verstekvonnis niet in stand kan blijven.

4.5.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding €  90,64

- griffierecht 75,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal €  1.323,64

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

vernietigt het tussen partijen gewezen verstekvonnis;

en opnieuw rechtdoende:

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 19.946,81 (zegge: negentienduizend negenhonderdzesenveertig euro en eenentachtig cent) vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 mei 2013 tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.323,64,

5.1.

verklaart de veroordelingen onder 5.2 en 5.3 in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.2.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2013.

1634/2396