Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2013:10119

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
10/661166-12 en 10/261780-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid (verkeersongeval bromfietser/fietser met lichamelijk letsel). Veroordeling van de meerderjarige verdachte met toepassing van jeugdstrafrecht (art. 77c Sr).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Straf team 3

parketnummers: 10/661166-12 en 10/261780-11 (tul) [Promis]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 november 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

hierna: verdachte.

Raadsman mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 oktober 2013 waarbij de officier van justitie mr. C.D. Kardol, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

Primair: op 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel als bromfietser zich zodanig heeft gedragen dat door zijn schuld een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander letsel heeft opgelopen.

Subsidiair: op 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel als bromfietser zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar/hinder op de weg is veroorzaakt.

Feit 2

Op 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel als bromfietser (tweemaal) de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan anderen letsel en/of schade was toegebracht.

Feit 3

Op 13 mei 2012 te Capelle aan den IJssel een kentekenplaat heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van diefstal afkomstig was.

Feit 4

Primair: op 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel met anderen heeft gepoogd een snorfiets te stelen.

Subsidiair: op 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel medeplichtig is geweest aan een poging tot diefstal van een snorfiets.

Feit 5

Op 10 september 2012 te Capelle aan den IJssel een (dames)fiets heeft witgewassen.

3 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht.

Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte roekeloos heeft gereden en daardoor een ongeval heeft veroorzaakt waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Er heeft een dollemansrit plaatsgevonden over een langere afstand met vele overtredingen en gevaarlijk gedrag. Uiteindelijk heeft verdachte ervoor gekozen om op een smal fietspad tegen het verkeer in te gaan rijden en vervolgens ook nog eens niet zoveel mogelijk rechts gehouden. Daarbij was verdachte ook niet in het bezit van een rijbewijs en dus ook niet geschikt bevonden om een scooter te besturen, terwijl hij daar al meerdere bekeuringen voor heeft gekregen. Zelfs het ongeval met de auto van de heer [slachtoffer 2] heeft verdachte niet tot andere keuzes gebracht en het is dat iemand hem heeft kunnen stoppen in zijn vlucht, anders was hij ook nog weggerend na het ongeval met mevrouw [slachtoffer 1].

De combinatie van deze handelingen vormt rijgedrag met een groot risico op ernstige gevolgen. Verdachte moet zich ook bewust zijn geweest van dit risico. Het vele malen over het voetpad rakelings langs voetgangers rijden, het inhalen van een auto en vervolgens rijden op de verkeerde weghelft zijn immers geen handelingen die per ongeluk kunnen gebeuren. Door gedurende langere tijd op deze manier te blijven rijden, is verdachte er op zeer lichtzinnige wijze van uitgegaan dat de risico’s zich niet zouden realiseren. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet wilde worden gepakt, dat hij gevaarlijk reed en dat hij niet in de sloot wilde rijden omdat hij zijn telefoon bij zich had. Verdachte heeft zich de risico’s gerealiseerd en heeft deze aanvaard, aldus de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat verdachte tweemaal de plaats van het ongeval heeft verlaten en een kentekenplaat heeft verworven, terwijl de kentekenplaat door diefstal was verkregen en verdachte dit wist.

Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat op basis van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de rol van verdachte groter moet zijn geweest dan dat hij zelf heeft verklaard.

Ten aanzien van feit 5 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er in ieder geval sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Verdachte heeft immers verklaard dat hij niet heeft stilgestaan bij de rare plek om af te spreken, maar heeft gedacht ‘die fiets is mooi’ en is ermee vandoor gegaan. Hij heeft daarmee de aanmerkelijke kans dat de fiets afkomstig was uit enig misdrijf op de koop toe genomen. Dat de fiets afkomstig is uit enig misdrijf blijkt uit het feit dat het framenummer is verwijderd, welk kenmerk past bij een gestolen fiets.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat er geen sprake is geweest van roekeloosheid. Hij heeft daarbij gesteld dat roekeloosheid goed moet worden onderbouwd en afhangt van de omstandigheden van het geval.

De raadsman heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 8 februari 2012 (LJN BV 3741) waarin er sprake zou zijn geweest van feitelijke gedragingen zoals verdachte heeft verricht en alwaar een vrijspraak is gevolgd.

Tevens heeft de raadsman verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:962) waarin duidelijk wordt gemaakt dat van roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn. Roekeloosheid in de zin van de wet heeft een specifieke betekenis die niet noodzakelijkerwijs samenvalt met wat in het normale spraakgebruik onder "roekeloos" - in de betekenis van "onberaden" - wordt verstaan. Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid als bedoeld in art. 175, tweede lid van de WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Daarvan is naar het oordeel van de raadsman geen sprake geweest.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat er geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, maar van zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, nu het slachtoffer tijdelijk geen harp meer kan spelen en geen vrijwilligerswerk kan doen.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman bepleit dat er geen sprake is geweest van opzetheling. Verdachte had slechts een vermoeden dat de kentekenplaats was overgezet.

Ten aanzien van feit 4, ook primair, en feit 5 heeft de raadsman geen opmerkingen gemaakt, omdat daar zijns inziens geen bewijsproblemen zijn.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Motivering bewezenverklaarde

De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal van politie wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

- Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL17F0 2012349967 -6 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de bevindingen van verbalisant [motorpolitieman]:

Op 21 mei 2012 (..) te Capelle aan den IJssel.

Ik zag dat uit die richting een man op een bromfiets kwam rijden, die opeens rechtsaf sloeg de [straatnaam 1] in. Ik ben eveneens deze zijstraat ingereden en zag dat deze man vervolgens een stukje voetpad nam om een bruggetje richting [straatnaam 2] over te rijden. Aldaar verhoogde hij zijn snelheid naar (naar schatting) 50-60 km/u.

Op dat moment besloot ik dat ik de man wilde controleren op de naleving van de bepalingen gesteld bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 en stelde ik de aan de voorzijde van de politiemotor aangebrachte stoptransparant in werking. Ik reed toen circa 150 meter achter de verdachte.

Ik heb deze stoptransparant niet meer uit gedaan.

Ik zag dat de man omkeek en op dat moment moet hij dit brandende stoptransparant hebben waargenomen.

Hierop ontwikkelde de als controle aangevangen situatie zich tot een achtervolging.

(..)

Aanrijding 1 / Verlaten plaats ongeval 1

Aldaar zag ik dat de verdachte richting de kruising van de [straatnaam 3] met de [straatnaam 4] te Capelle aan den IJssel reed. Dit is een ongelijke kruising, waarbij verkeer op de [straatnaam 3] voorrang dient te geven aan verkeer op de [straatnaam 4] te Capelle aan den IJssel.

Ik zag dat voor deze kruising een drietal auto's stilstond, kennelijk teneinde ander verkeer aldaar voorrang te geven. Ik zag dat een witte bestelbus vanaf de [straatnaam 4] de [straatnaam 3] opdraaide en dat hierdoor vrijwel geen ruimte was om hiertussen te passeren.

Ik zag dat de man enigszins snelheid minderde, maar desalniettemin tussen deze voertuigen door reed.

Ik zag dat de spiegel van een zwarte SUV-personenauto omklapte. Ik zag dat de man geen voorrang gaf aan het op de [straatnaam 4] rijdende verkeer en een chaos van remmende auto's achterliet.

Op dat moment was de man niet alleen meer verdachte van het negeren van een stopteken en gevaar/hinder op de weg veroorzaken, maar ook van het misdrijf verlaten plaats ongeval, gezien de kennelijke aanrijding met de zwarte SUV.

Teneinde deze kruising veilig te kunnen passeren en te wijzen op mijn dringende taak, heb ik de optische en geluidssignalen wederom in werking gesteld. Ik ben de verdachte gevolgd de [straatnaam 3] op, gaande in de richting van de [straatnaam 5]. De man reed op dat moment met een snelheid tussen 50 en 60 km/u en ging slingerend rijden, kennelijk teneinde te voorkomen dat ik langszij zou komen. Op dat moment kon ik mij kort focussen op het kentekenplaatje en zag dat dit eindigde op [23C].

Na passeren van de kruising met de [straatnaam 6] zag ik dat er drie voertuigen voor de verdachte reden, een vrachtauto en enkele personenauto's. Deze voertuigen reden met een gebruikelijke snelheid, en reden naar mijn schatting circa 50 km/u. Aangezien de verdachte, gevolgd door mij, hierop inliep, moet hij op dat moment een hogere snelheid dan 50 km/u hebben gereden.

Ik dacht aldaar de verdachte klem te kunnen rijden door links naast hem te gaan rijden, doch zag dat de man eerst sterk naar links stuurde en dit zodoende voorkwam.

Ik zag dat mij en hem, en de voor ons rijdende voertuigen, een bestelauto tegemoet kwam, waardoor er geen ruimte was om deze voertuigen links voorbij te rijden.

Nadat de man eenmaal richting het rechts naast de rijdende voertuigen liggende fietspad had gestuurd, reed hij toch links de rijdende voertuigen voorbij.

Aangezien ik dit eerder niet veilig had bevonden, ben ik deze voertuigen rechts over het fietspad gepasseerd.

Aanrijding 2 / Verlaten plaats ongeval 2

Nadat ik deze voertuigen rechts gepasseerd was, zag ik dat de verdachte links in de slootberm reed en aldaar ten val kwam.

De wegsituatie van links naar rechts ziet er als volgt uit:

Sloot - slootberm - voetpad - fietspad - 2 rijstroken - fietspad - voetpad - bebossing.

Ik ben gekeerd en in zijn richting gereden en zag dat de verdachte inmiddels opgestaan was en wegrende van de tweede plaats van een ongeval.

(...)

Onderzoek tweede plaats delict

Ik ben teruggekeerd naar de plaats waar de verdachte met bromfiets ten val gekomen was, aan de [straatnaam 3] aan de overzijde van nummer [huisnummer 1] te Capelle aan den IJssel. Ik zag dat circa 40 meter van de plaats van de scooter, eerder bereden door de verdachte, een vrouw in de slootberm lag. Ik zag eveneens een Gazelle Cayo damesfiets staan.

Ter plaatse is een plaats delict geformeerd. De fietsster werd door personeel van de GG&GD naar het IJssellandziekenhuis gebracht.

(..)

Benadeelde eerste aanrijding / VPO

-Een man kwam zich melden als bestuurder van de, op de [straatnaam 3]/ [straatnaam 4] aangereden SUV personenauto;

-Ik zag dat dit een zwarte Nissan Qashqai, kenteken [45-DEF-6], betrof;

-Ik zag dat de linkerspiegel hiervan, inmiddels recht geplaatst, krasschade had en het linkervoorspatscherm over de hele lengte diep ingekrast was;

-De bestuurder bleek mij te zijn genaamd: [slachtoffer 2], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats];

-[slachtoffer 2] zou dezelfde dag nog onder proces-verbaalnummer 2012349977 aangifte doen van VPO;

Vals kenteken bromfiets /vermoedelijk gestolen bromfiets

-Ik zag dat het contactslot van de bromfiets was voorzien van een werkende contactsleutel;

-Ik zag dat een kentekenplaat [AB123C] (kopiecode 2) was aangebracht op de

achterzijde;

-Ik zag dat de bromfiets was voorzien van de merknaam Vespa, type LX50;

-Ik zag dat de bromfiets geheel was voorzien van bordeauxrode beplating en rode wielen;

-Ambtshalve is mij bekend dat een Vespa in de gegevens van de RDW meestal de

fabrieksnaam Piaggio draagt;

-De inslagplaats van een Vespa LX50 behoort te zijn: de plaat tegen de achterzijde onder de helmkoffer onder de buddyseat;

-Ik zag dat de buddyseat met behulp van ontsluiting met de contactsleutel geopend kon worden;

-Ik zag in de onderliggende helmbak een mapje lag met de Nederlandse identiteitskaart van verdachte [verdachte];

-Ik zag dat op deze gebruikelijke inslagplaats van het VIN dit kennelijk op machinale wijze onleesbaar was gemaakt, waarna hierover zwarte verf of een andere substantie was gesmeerd.

-De kentekenplaat [AB123C] hoort bij een Puch, Typhoon bromfiets;

Deze kentekenplaat werd tussen 24/11/2011 en 25/11/2011 weggenomen van de [straatnaam 7] te Capelle aan den IJssel, tezamen met de bijbehorende bromfiets, proces-verbaalnummer 2011361171.

-Derhalve hoort de aangetroffen kentekenplaat niet bij de aangetroffen bromfiets en werd een gestolen en valse kentekenplaat gevoerd;

- Het proces-verbaal van de verkeersongevallenanalyse, nummer 2012 349967-4 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:

Het ongeval vond plaats op het noordelijke fietspad van de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straatnaam 3], (..) ter plaatse gelegen binnen de bebouwde kom te Capelle aan den IJssel en middels bord G11 van de bijlage 1 van het RVV 1990 aangeduid als verplicht fietspad en bestemd en geschikt voor (fiets-)verkeer in uitsluitend één richting. (..) De wettelijk toegestane maximumsnelheid voor bromfietsen op de rijbaan is ter plaats 45 km/uur. (..)

3 Betrokken voertuigen

(..)

3.2

Voertuig 2 (fiets)

(..)

Merk en type: Gazelle Cayo

Uitvoering: damesfiets

(..)

Schade: Wij zagen en troffen onder meer de navolgende schade aan: stuur ontzet; binnenkabel van de achterrem gebroken.

(..)

5 Technisch onderzoek voertuigen

5.1

Onderzoek voertuig 1 (Piaggio)

(..)

5.1.5

Reminrichting

(..)

Wij zagen en constateerden dat de (linker) remhandel van de achterwielrem een zodanige slag maakte, dat de handel tot een aanslag kon worden ingedrukt. Wij zagen, dat bij een volledig ingedrukte/ingeknepen remhandel deze tegen de stuurgreep aan kwam. Wij constateerden dat er in deze situatie wel sprake was van enige vertraging op het beremde wiel. De voorwielrem werkte goed. In verband met vorenstaande was dit motorrijtuig niet voorzien van een deugdelijke en goed werkende reminrichting.

5.1.6

Constructiesnelheid

(..) Wij lazen een waarde af van 58 km/uur. Rekening houdende met de in de Regeling permanente eisen genoemde correctiewaarde van 10%, bleek dat de constructiesnelheid van dit motorrijtuig 52 km/uur bedroeg.

- Het proces-verbaal van aangifte, nummer PL17F0 2012349977-1 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - verklaring van aangever [slachtoffer 2]:

Op 21 mei 2012 bereed ik als bestuurder van een personenauto van het merk Nissan (..) de rijbaan van de [straatnaam 3] te Capelle aan den IJssel.

Ik stond op de kruising [straatnaam 3]/[straatnaam 4] links voorgesorteerd. Ik had mijn linkerknipperlicht aan en wilde aldaar linksaf slaan. Terwijl ik stilstond om het tegemoetkomende verkeer voorrang te verlenen, zag ik plotseling dat een rode scooter mij links inhaalde. Ik hoorde een klap en zag dat de bestuurder van de scooter tegen de linkervoorzijde van mijn auto aanreed. Ik zag dat de scooter wat slingerde en verder zijn weg vervolgde. Ik zag dat de bestuurder van de scooter zijn weg vervolgde over de [straatnaam 3] in de richting van de [straatnaam 8].

De bestuurder van de scooter is niet gestopt om zijn identiteit aan mij bekend te maken.

Door de aanrijding heb ik schade aan de auto gekregen. (..) Degene die betrokken is geweest bij het genoemde verkeersongeval of door wiens gedraging dit verkeersongeval is veroorzaakt, waardoor er schade is toegebracht, heeft de plaats van het verkeersongeval verlaten, zonder dat deze persoon de identiteit van zichzelf en de identiteit van dat motorvoertuig kenbaar heeft gemaakt.

- Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL17P0 2012349967-14 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - de verklaring van benadeelde [slachtoffer 1]:

Ik ben op 21 mei 2012 betrokken geweest bij een aanrijding. Deze aanrijding vond plaats op het fietspad van de [straatnaam 3] te Capelle aan den IJssel. Door de aanrijding ben ik gewond geraakt.

Ik reed op mijn fiets, een Gazelle, op het fietspad van de [straatnaam 3]. Ik kwam uit de richting van de [straatnaam 9] en reed in de richting van de [straatnaam 6]. Ongeveer ter hoogte van de school hoorde ik een sirene. Ik zag een motorrijder met gele kleding. Deze motorrijder kwam uit de richting van de [straatnaam 6]. We reden dus naar elkaar toe.

Ik begreep dat de sirene van deze motorrijder afkwam en dat het een politieagent was.

Ik zag dat de motorrijder achter een aantal auto's reed en eigenlijk van links naar rechts ging. Mogelijk om te zien of hij de auto's in kon halen. Dit waren minimaal 3 auto's.

Ik zag vervolgens dat de motorrijder de auto's rechts inhaalde. Mijn oog was dus gericht op de motorrijder.

Plotseling zag ik voor mij een brommer opdoemen die heel hard reed en schuin naar mij toe kwam. Ik zag dat de bestuurder vanaf de rijbaan schuin richting het fietspad reed. Ik denk dat de brommer veel harder reed dan 50 km per uur, maar ik kan geen exacte snelheid geven.

Toen ik de brommer op mij af zag komen, bedacht ik mij dit niet goed kon gaan. Ik wist niet meer hoe ik de brommer moest ontwijken. Ik ben volgens mij wel een stukje naar rechts gegaan, maar toen was hij er al.

(..)

Ik voelde vervolgens een hele harde klap tegen mijn linkerbovenarm. Het volgende dat ik weet, is dat ik met veel pijn in mijn arm en rug op de grond lag. Ik lag toen in het gras.

(..)

De bestuurder heeft zijn identiteit of die van zijn motorvoertuig niet aan mij bekend gemaakt en heeft de plaats van het ongeval verlaten.

Na het ongeval ben ik naar het IJssellandziekenhuis vervoerd. Daar is vastgesteld dat mijn linkerbovenarm gebroken is en dat mijn onderrug gekneusd is. Ik ben niet opgenomen in het ziekenhuis. Ik moet volgende week dinsdag terug voor controle. Mijn arm rust in een mitella. Ik weet niet wanneer ik oefeningen mag gaan doen waarmee ik mijn arm mag belasten. Door de aanrijding is tevens mijn jas kapot gegaan.

Ik pas normaal gesproken één middag in de week op. Ik doe vrijwilligerswerk een halve dag per week. Tevens speel ik elke dag harp. Door dit ongeval kan ik dit niet meer doen. Ik ben linkshandig dus het geeft nog eens een extra beperking.

Een geschrift, te weten medische informatie / letselbeschrijving betreffende [slachtoffer 1] d.d. 22 juni 2012 opgemaakt door forensisch arts [arts] -zakelijk weergegeven- inhoudende:

Bij onderzoek is er een abnormale stand van de linkerbovenarm, op röntgenonderzoek is een breuk van de bovenarm te zien, dicht bij de schouder. Er werd gips gegeven.

Genezingsduur: +/- 6 weken.

- Het proces-verbaal van getuigenverhoor op 16 augustus 2012, RC-nummer 12/1818, inhoudende als – zakelijk weergegeven – de verklaring van [slachtoffer 1] tegenover de rechter-commissaris:

De genezing van mijn arm gaat nog een poos duren. Mijn arm is bij de schouder gebroken. Ik krijg nu fysiotherapie. (..)

Ik reed op mijn fiets op het fietspad naast de [straatnaam 3], richting de [straatnaam 10]. Er is daar een apart fietspad naast de weg. (..) Op hetzelfde moment zag ik ineens van achter de auto’s een scooter of brommer schuin naar mij toe komen rijden. (..) De scooter kwam in razende vaart naar mij toe. (..) Die man kwam precies mijn kant uit. Ik had maar een fractie van een seconde de tijd en toen was hij al bij me. Ik dacht: ‘welke kant moet ik nu op om hem te ontwijken?’. Ik wilde links van hem gaan rijden, maar ik zag dat hij ook een beetje die kant op ging. (..) Ik had niet meer tijd. Ik heb mijn stuur een beetje naar rechts gedraaid, richting de berm. Dat kon nog net. Toen was hij er en hij is met een ontzettende vaart tegen mijn schouder en bovenarm opgereden. (..) Ik werd een beetje aan de achterkant van mijn arm en schouder geraakt. (..) Ik weet absoluut zeker dat hij tegen mijn schouder aanreed en dat ik daarna gevallen ben.

- Het proces-verbaal van getuigenverhoor op 16 augustus 2012, RC-nummer 12/1818, inhoudende als – zakelijk weergegeven – de verklaring van [getuige 1] tegenover de rechter-commissaris:

Ik reed met mijn vrachtwagen in Capelle. Achter mij hoorde ik een sirene. Ik zag dat er een motoragent achter me zat. Ik zag dat hij achter een scooter aanreed. Die scooter wilde mij inhalen aan de linkerkant, over de andere weghelft. Hij zag dat hij dat niet ging halen, want er kwam tegemoetkomend verkeer aan. Hij vloog het fietspad op en daar reed hij een vrouwtje aan. (..) Hij raakte haar en toen vielen ze allebei. (..) Hij reed nog een klein stukje slingerend door. (..) Toen heeft hij zijn helm weggegooid en rende weg. (..) De afstand tussen mij en de aanrijding was ongeveer tien meter. Ik had vrij zicht op wat er gebeurde.

- Het proces-verbaal van aangifte nummer PL17F0 2011315965-1 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de aangifte van [slachtoffer 3].

Plaats delict: [straatnaam 11] ter hoogte van nummer [huisnummer 2], Capelle aan den IJssel. (..)

Ik ben eigenaar van genoemde snorfiets. Ik doe aangifte van poging tot diefstal van mijn snorfiets. Ik had mijn snorfiets geplaatst op de openbare weg (..) te Capelle aan den IJssel. Mijn snorfiets stond afgesloten middels een stuurslot en een kettingslot. Dit kettingslot zat bevestigd aan de fundering (..)

Op 24 oktober 2011 stond de politie ineens voor de deur bij mijn ouders. (..) Er was namelijk een melding binnen gekomen van een poging diefstal scooter. Dit betrof mijn snorfiets. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit."

Betrokken goed

Voertuig: Snorfiets

Merk/type: Piaggio (..)

- Het proces-verbaal van bevindingen, nummer PL17F0 2012315828-2 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als – zakelijk weergegeven – de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4]

Wij, verbalisanten, kwamen op 24 oktober 2011 om 02:31 uur ter plaatse op de [straatnaam 12] ter hoogte van huisnummer [huisnummer 3] te Capelle aan den IJssel. Ter plaatse werden wij aangesproken door de melder, die opgaf te zijn genaamd: [getuige 2], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]. [getuige 2] verklaarde aan ons in het kort het volgende:

“Ik was zojuist een rondje aan het lopen op de [straatnaam 11] te Capelle aan den IJssel. (..) Ik hoorde geluiden van personen. Ik zag dat er op de oprit van mensen uit de wijk, die ik ken, drie personen stonden. Dit adres is [straatnaam 11] [huisnummer 2] te Capelle aan den IJssel. Ik zag dat er een jongen bij de voordeur stond. Ik zag dat er twee andere jongens bij de scooter bezig waren, die daar op de oprit stond. Toen de jongens mij zagen, renden zij weg (..).” (..)

Ik, verbalisant [verbalisant 3], ben vervolgens naar de [straatnaam 11] [huisnummer 2] te Capelle aan den IJssel gelopen. Hier zouden de daders aan een scooter hebben gezeten. Ter plaatse zag ik dat er op de oprit van een woning een scooter stond. (..) Ik zag dat de scooter van het merk Piaggio type C38 was en het volgende kenteken had: [G789HI]. Ik zag dat er naast de scooter aan de achterzijde een band op de grond lag. Aan de band zat een dik kettingslot dat aan de woning was bevestigd. Ik zag dat er onder de scooter aan de achterzijde een andere band zat. Ik heb vervolgens bij de woning aangebeld. Er werd open gedaan door de hoofdbewoonster, die opgaf te zijn genaamd: [getuige 3], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]. Na [getuige 3] het verhaal te hebben uitgelegd, verklaarde zij in het kort het volgende:

“De scooter die voor de deur staat, is van mijn dochter. Het achterwiel, met het slot eromheen, dat nu naast de scooter ligt, zat onder de scooter. Ik weet niet van wie het wiel is dat nu onder de scooter zit.”

- Het proces-verbaal van verhoor nummer PL17F0 2011315828-9 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de verklaring van [medeverdachte 2]

Ik hoor u zeggen dat het in de nacht van zondag op maandag 24 oktober 2013 gebeurd was. Dat zou goed kunnen. (..) Later die nacht zijn we naar een adres gegaan. (..) Het was in ieder geval een adres bij de dijk in Capelle aan den IJssel. (..) We kwamen toen met z’n drieën aan bij een huis. Daar stond een scooter in een voortuin. (..) En toen gingen we afspreken wie wat ging doen.

Wat was de taakverdeling?

Ik zou het achterwiel van de scooter losdraaien. Die scooter zat namelijk met een ketting vast. (..) [verdachte] stond op de uitkijk.

- Het proces-verbaal van verhoor nummer PL17F0 2011315828-16 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal 2011.315.828 / 315.965, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven – de verklaring van [medeverdachte 1]

Wat is er gebeurd in de nacht van zondag 23 op maandag 24 oktober 2011 in de tuin van een woning aan de [straatnaam 11], vlakbij de [straatnaam 12] en de dijk in Capelle aan den IJssel?

Ik was die avond met [verdachte] en [medeverdachte 2] heet die andere jongen volgens mij. Iemand kwam met het idee om een scooter te stelen. We zijn toen rondjes gaan rijden door Capelle aan den IJssel. Ik op mijn eigen scooter en [verdachte] en [medeverdachte 2] ook op één scooter. Toen hadden we een scooter zien staan in een voortuin van een woning die ergens in de buurt van de [straatnaam 10] staat. We zijn toen nog een paar rondjes gaan rijden en uiteindelijk zijn we naar de scooter toegegaan. [medeverdachte 2] had een band bij zich en die hebben we toen verwisseld met de band waar het slot aan zat. (..)

Wie heeft er op de uitkijk gestaan?

[verdachte] en ik en [medeverdachte 2] (…) heeft het meeste gedaan. [medeverdachte 2] was alles aan het losmaken. Ik heb hem geholpen en de uitlaat vastgehouden en [verdachte] heeft de scooter omhoog gehouden.

- Het proces-verbaal van bevindingen, nummer opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - relaas van verbalisanten of van één van hen:

Op 10 september 2012 zag ik een persoon het [straatnaam 13] te Capelle aan den IJssel opfietsen.

De fietser bleek later volledig te zijn genaamd: [verdachte] geboren op 7 maart 1993 te Capelle aan den IJssel. Het [straatnaam 13] is een voetgangersgebied.

Ik ben hierop achter [verdachte] aangereden. Ik zag dat hij fietste op een nieuwe Gazelle Eclipse Limited edition uit 2012. (..)

Het viel mij op dat er geen kras op de fiets was te zien. Het viel mij op dat het framenummer van de fiets was verwijderd. Het is mij bekend dat het framenummer van een Gazelle te lezen is op een sticker, die op het fietsframe is geplakt, waarna de fiets wordt gelakt. De sticker zit dus onder de laklaag en is daarom niet eenvoudig van het frame af te halen. Het is mij bekend dat de sticker met hierop het framenummer van de fiets vaak van het fietsframe wordt verwijderd om zodoende het vaststellen van de herkomst van de fiets te bemoeilijken, zo niet onmogelijk te maken.

- Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL17P0 2012349967-16 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met BVH nummer 2012349967-A, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - de verklaring van de verdachte:

Ik heb de scooter zondag 13 mei 2012 gekocht van een mij verder onbekende persoon. Daar heb ik al een verklaring over afgelegd. (..) Ik wist dat de scooter van diefstal afkomstig was. De afspraak in het Schollebos (De rechtbank stelt als feit van algemene bekendheid vast: in Capelle aan den IJssel.) en het bedrag van honderd euro maakten dat wel duidelijk. Ik kreeg geen enkel document bij de aankoop. (..) De scooter was niet van degene van wie ik hem kocht. Dat begreep ik wel. De hele aankoop duurde misschien twee minuten. (..) Bij aankoop zat de kentekenplaat aan de scooter bevestigd. Ik vermoed dat de kentekenplaat afkomstig is van een andere scooter en vervolgens overgezet op deze scooter. (..)

Op maandag 21 mei 2012 reed ik in Capelle aan den IJssel. Ik zag toen een motoragent aan komen rijden. (..) Ik nam toen de beslissing om te proberen de agent te ontlopen door weg te rijden. (..) Dat ging heel gevaarlijk eerlijk gezegd. Ik reed daarbij stoepen op en af en reed aan de verkeerde kant van de weg. (..) Ik wilde de Nissan links voorbijrijden. (..) Ik kwam toen in aanrijding met de Nissan en raakte hem bij de spiegel en linksvoor. (..) Ik weet dat ik had moeten stoppen, ik weet dat doorrijden strafbaar is, maar omdat er een agent achter mij aanzat, besloot ik door te rijden. (…) Ik reed door en keek niet meer achterom naar de schade die ontstaan was. Ik reed achter een vrachtwagen, (…) ik wilde de vrachtwagen aan de linkerzijde passeren. Tijdens het passeren zag ik dat er auto’s kwamen uit de tegengestelde rijrichting. (..) Ik besloot toen verder uit te wijken naar links waar een fietspad gelegen was. Op dat moment kwam echter een vrouw uit de tegengestelde rijrichting op haar fiets aanrijden. (..)

- Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL17P0 2012468814-4 opgenomen als bijlage in het proces-verbaal met registratienummer PL17P0 2012468814, van politie regio Rotterdam Rijnmond, inhoudende als - zakelijk weergegeven - de verklaring van de verdachte:

Ik heb de betrokken fiets gekocht van iemand via Marktplaats. Ik weet niet hoe hij heet, volgens mij gebruikte hij ook een andere naam bij z’n Marktplaats. (..) Ik heb de fiets gekocht tussen Kralingseveer en Rotterdam in. (..) Ik dacht: ‘die fiets is mooi’ en ik ben er gewoon vandoor gegaan. (..) Als je het bekijkt hoe de fiets eruit zag, leek het wel weinig, wat ik heb betaald.

- De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 oktober 2013, inhoudende:

Het klopt dat ik door had dat de scooter waarop ik reed niet zuiver was. Ik had de scooter voor 100 euro gekocht van een man in het Schollebos.

Ik ben er inderdaad vandoor gegaan toen ik de agent zag. De route die de agent beschrijft kan kloppen. Ik heb twee keer de stoep gepakt. Ja, het was best gevaarlijk. Ik gaf op dat moment vol gas. Het zou kunnen dat ik iets meer dan 50 kilometer per uur reed.

Ik ben tegen de Nissan aangereden. Ik ben niet gestopt.

U vraagt mij waarom ik doorreed. Ik reed door omdat ik niet gepakt wilde worden.

U zegt mij dat ik daarna de nog grotere [straatnaam 3] opdook en vraagt mij waarom ik weer doorreed. Ik wilde niet gepakt worden. U vraagt mij of deze situatie gevaarlijk was. Ja, ook dit was gevaarlijk.

U zegt mij dat de vrachtwagenchauffeur heeft verklaard dat er geen ruimte was om in te halen. Er was inderdaad niet echt ruimte om de vrachtauto in te halen. Ik ging over het fietspad. Dat was niet voor mijn richting. Toen zag ik de vrouw op de fiets.

U vraagt mij om te beschrijven hoe de situatie was toen ik achter de vrachtwagen reed.

Ik reed op de middelste strook in het midden. Ik heb een kleiner model brandweerauto links gepasseerd en toen ben ik op het fietspad terechtgekomen. Toen reed alleen de vrachtauto voor me. Op dat fietspad had ik redelijk zicht, maar niet op het fietspad aan mijn kant. Ik zag de mevrouw wel, maar ik moest wel in een ruime bocht het fietspad op sturen, omdat ik te hard ging. Ik kon niet remmen, omdat mijn achterrem nauwelijks werkte. U vraagt mij of het een optie was om een andere kant op te sturen, niet in de directe richting van de vrouw op de fiets. Dat was voor mij geen optie omdat ik dan de sloot in zou gaan. Ik wilde dat niet omdat ik mijn telefoon bij me had. Die zou dan nat worden.

Ik ben toen niet gestopt. Ik heb gezien dat ze ten val is gekomen. Ik ben weggerend.

Ik heb de fiets gekocht via Marktplaats van een man waarvan ik dacht dat hij een valse naam opgaf.

U vraagt mij of het mij niet uitmaakte waar de fiets vandaan kwam. Dat klopt.

U vraagt mij of ik heb geprobeerd om een scooter te stelen. Ik stond op de uitkijk.

U vraagt mij of [medeverdachte 2] bezig was om het achterwiel te verwisselen en dat ik op de uitkijk stond zodat niemand hem kon storen. Ja.

U vraagt mij of ik heb gezien dat er een ander achterwiel meeging. Ja.

U vraagt mij of ik wist dat de scooter meegenomen zou worden. Ja.

Op grond van de in de bewijsmiddelen weergegeven feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel, dat verdachte:

- zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos te rijden waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

- tweemaal de plaats van het ongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken, terwijl hij wist dat aan anderen letsel en/of schade was toegebracht;

- een kentekenplaat voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig was;

- met anderen heeft gepoogd een bromfiets te stelen;

- een fiets heeft witgewassen.

Nadere bewijsoverweging

Roekeloosheid

Gelet op de overwegingen van de Hoge Raad in zijn arresten van 15 oktober 2013 (onder meer ECLI:NL: HR:2013:959) over roekeloosheid in de zin van art. 6 in verbinding met art. 175 WVW 1994, overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat, blijkens de wetsgeschiedenis, roekeloosheid geldt als ‘de zwaarste vorm van het culpose delict’, dat dit grenst aan opzet en dat hiervan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn. Bij de vaststelling of sprake is van dergelijke roekeloosheid heeft de rechtbank gelet op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval, een en ander zoals hiervan uit de bewijsmiddelen blijkt.

Uit de door de rechtbank gebezigde bewijsvoering volgt dat verdachte:

- als bestuurder van een bromfiets met een motoragent in een achtervolging verwikkeld is geraakt en met hoge snelheid (van ten minste 52 km/u) heeft gereden,

- hoewel daartoe vrijwel geen ruimte was, op de kruising [straatnaam 3]-[straatnaam 4] tussen twee voertuigen door is gereden, daarbij een personenauto (Nissan) heeft geraakt en zonder voorrang te geven aan voorrang hebbend verkeer en met achterlating van een chaos van remmende auto’s is doorgereden;

- met hoge snelheid slingerend heeft gereden op de [straatnaam 3], terwijl hier meerdere andere weggebruikers reden, kennelijk om te voorkomen dat de motoragent langszij kon komen;

- een voor hem rijdende vrachtauto links wilde inhalen, daar door tegemoetkomend verkeer geen ruimte voor heeft gezien en daarom naar rechts heeft gestuurd en dan toch naar verder naar links, waarbij hij uiteindelijk heeft gestuurd in de richting van het links van de weg liggende fietspad;

- daar is uitgekomen op een niet voor hem als bromfietser uit de tegengestelde rijrichting komende verkeersdeelnemer bedoeld fietspad, waarna hij onverminderd hard is blijven rijden, terwijl hij heeft gezien dat hij reed in de richting van een daar rijdende fietsster;

tegen wie hij is aangereden, waarna hij zelf ten val is gekomen.

De verdachte heeft, waar het gaat over de afwegingen en keuzes die hij heeft gemaakt, verklaard:

- in verband met de beslissing om voor de motoragent weg te vluchten en het zich daarbij voordoende gevaar: “Ik heb toen de keuze gemaakt ervandoor te gaan.”, “Ik nam toen de beslissing om te proberen de agent te ontlopen door weg te rijden.”, “Als het me lukt om weg te komen, heb ik geluk en anders zie ik wel verder.”, “Dat ging heel gevaarlijk eerlijk gezegd.”

- na de aanrijding met de Nissan: “Ik weet dat ik had moeten stoppen (..), maar omdat er een agent achter mij aanzat besloot ik door te rijden.”,

- bij de inhaalmanoeuvre: “Ik besloot toen nog verder uit te wijken naar links waar een fietspad was. Op dat [fietspad] kwam echter een vrouw uit tegengestelde rijrichting op haar fiets aanrijden.”, “Ik zag de mevrouw wel, maar ik moest wel in een ruime bocht het fietspad op sturen, omdat ik te hard ging. Ik kon niet remmen, omdat mijn achterrem nauwelijks werkte. U vraagt mij of het een optie was om een andere kant op te sturen, niet in de directe richting van de vrouw op de fiets. Dat was voor mij geen optie omdat ik dan de sloot in zou gaan. Ik wilde dat niet omdat ik mijn telefoon bij me had. Die zou dan nat worden.”

Er is in dit geval derhalve sprake van zodanige feiten en omstandigheden dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Verdachte heeft immers vanaf het begin van de achtervolging het besef gehad dat zijn gedrag gevaarlijk was en de mate waarin het gevaarlijk was moet hem duidelijk zijn geworden op het moment dat hij een aanrijding met een auto had. Hij heeft echter volhard in zijn keuze om ten koste van alles aan de politie te willen ontkomen en ten slotte op het moment dat hij besefte dat hij zijn scooter door de snelheid niet meer volledig onder controle had, er bewust voor gekozen om met de maximale snelheid van zijn scooter tegen de rijrichting in te gaan rijden op een fietspad in de richting van een fietsster en daar te blijven rijden omdat hij - kortweg - geen nat pak wou halen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor onder 4.4 vermelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

hij

op of omstreeks 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), daarmede rijdende over de weg, (fietspad gelegen aan de) [straatnaam 3], in elk geval een voor het openbaar verkeer openstaande weg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

-zonder geldig rijbewijs heeft gereden en/of

-nadat hem, verdachte, door de politie (op de [straatnaam 1]) een stopteken

was gegeven - door middel van een politietransparant met de tekst "STOP

POLITIE" in combinatie met optische signalen en geluidssignalen- zijn

snelheid (juist) heeft verhoogd en/of

-over het trottoir (van de [straatnaam 14] en/of [straatnaam 15] en/of [straatnaam 16]

en/of [straatnaam 17]) is gereden en/of

-met een gelet op bovengenoemde omstandigheden veel te hoge snelheid heeft

gereden en/of

-(vervolgens) naar links is uitgeweken en/of (vervolgens) op het fietspad

tegen het verkeer is ingereden (zogenaamd "spookrijden") en/of

-(waarna) verdachte tegen een (uit tegengestelde richting komende) fiets is

aangebotst of aangereden,

waardoor een ander (te weten de bestuurder van die fiets genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken linker bovenarm en/of gekneusde onderrug, werd toegebracht

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2.

hij

op of omstreeks 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel

als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets) betrokken bij meerdere, althans een verkeersongeval(len) en/of door wiens gedraging(en) meerdere, althans een verkeersongeval(len) is veroorzaakt op de [straatnaam 3],(telkens) de plaats van het/die ongeval(len) heeft verlaten, terwijl bij dat/die ongeval(len) naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander of anderen (te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

hij

op of omstreeks 13 mei 2012 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, (een) goed(eren), te weten een kentekenplaat [AB123C], heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij

of zijn mededader(s) op of omstreeks 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een snorfiets, merk Piaggio, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en

die weg te nemen snorfiets onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

immers heeft hij het wiel (met eromheen het slot) van die snorfiets heeft/hebben verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

5.

hij op of omstreeks 10 september 2012 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een (dames-)fiets (merk Gazelle), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, althans van een voorwerp, te weten een (dames-)fiets (merk Gazelle), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

  1. (PRIMAIR) OVERTREDING VAN ARTIKEL 6 VAN DE WEGENVERKEERSWET 1994, TERWIJL DE SCHULD BESTAAT IN ROEKELOOSHEID EN HET EEN ONGEVAL BETREFT WAARDOOR EEN ANDER LICHAMELIJK LETSEL WORDT TOEGEBRACHT;

  2. OVERTREDING VAN ARTIKEL 7 VAN DE WEGENVERKEERSWET 1994, meermalen gepleegd;

  3. OPZETHELING;

  4. (PRIMAIR) MEDEPLEGEN VAN POGING TOT DIEFSTAL DOOR VERBREKING;

  5. WITWASSEN.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1

Het rapport van de deskundige

Uit het door drs. [psycholoog], GZ-psycholoog, over verdachte uitgebrachte rapport van 26 november 2012 komt onder meer het navolgende naar voren:

Bij betrokkene is een gebrekkige ontwikkeling vastgesteld die diagnostisch omschreven kan worden als zwakbegaafdheid en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De zwakbegaafdheid en de antisociale persoonlijkheidsstoornis bestonden ten tijde van bet tenlastegelegde.

Zowel de zwakbegaafdheid als de antisociale persoonlijkheidsstoornis beïnvloedden de gedragskeuzes en/of gedragingen van betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde zodanig dat dit mede hieruit verklaard kan worden.

Geadviseerd wordt om betrokkene (..) te beschouwen als verminderd toerekeningsvatbaar.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de conclusies van voormeld rapport op grond van de onderbouwing ervan en legt deze ten grondslag aan haar beslissing. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier, het verhandelde ter terechtzitting en het rapport van voornoemde deskundige, voldoende vast is komen te staan dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit, zij het

in verminderde mate, aan verdachte kan worden toegerekend.

Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is verdachte strafbaar voor de door hem gepleegde strafbare feiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf overeenkomstig de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, door haar berekend op 47 dagen, en voorts een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde het volgen van een behandeling bij het Dok zoals beschreven in het plan van aanpak van de reclassering. De officier van justitie heeft tevens gevorderd om aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, gelet op verdachtes cognitieve beperkingen en het advies van de psycholoog, verzocht om het minderjarigenstrafrecht toe te passen. Nu uit het rapport van de reclassering is gebleken dat de geadviseerde behandeling bij het Dok niet wordt vergoed in het kader van een gedragsbeïnvloedende maatregel en er ook geen advies van de Raad voor de Kinderbescherming voorhanden is, verzoekt de raadsman toepassing te geven aan artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht.

Tevens heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis (in een huis van bewaring) heeft doorgebracht. Voorts heeft de raadsman verzocht het geschorste bevel voorlopige hechtenis bij uitspraak op te heffen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte reed op een scooter waarvan hij wist dat er iets niet aan klopte. Op het moment dat hij een motoragent zag, heeft verdachte de verkeerde keuze gemaakt om er vandoor te gaan. Er volgde een dollemansrit over een langere afstand waarbij verdachte onder meer tegen de spiegel van een auto is gereden, vervolgens is doorgereden en bij een inhaalmanouvre op een fietspad voor tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen alwaar hij in botsing is gekomen met een fietsster. Deze fietsster heeft daardoor aanzienlijk letsel opgelopen. Ook na dit ongeval probeerde verdachte er nog vandoor te gaan. De scooter waarop verdachte reed bleek een gestolen kentekenplaat te hebben. Daarnaast heeft verdachte samen met anderen getracht een bromfiets te stelen en heeft hij een fiets witgewassen. De rechtbank neemt verdachte deze feiten kwalijk, omdat zij een ernstige inbreuk maken op de verkeersveiligheid en geen respect tonen voor andermans lijf en goed.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 8 oktober 2013 is gebleken dat verdachte onder het jeugdstrafrecht al veelvuldig met justitie in aanraking is gekomen, ook voor verkeersovertredingen en vermogensdelicten.

De raadsman heeft verzocht het minderjarigenstrafrecht toe te passen.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat - gezien de persoonlijkheid van de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten - in dit geval met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het minderjarigenstrafrecht dient te worden toegepast. De bewezen verklaarde feiten zijn door de verdachte gepleegd tussen een half jaar en anderhalf jaar na zijn achttiende verjaardag, terwijl in de persoonlijkheid van de verdachte - zoals deze in de hieronder nader aangegeven rapportages is omschreven - grond wordt gevonden recht te doen overeenkomstig de wettelijke bepalingen geldend voor minderjarigen. De rechtbank heeft bij dit oordeel met name acht geslagen op het rapport van GZ-psycholoog drs. [psycholoog] waarin onder meer naar voren komt dat verdachte functioneert op het niveau van een 13 à 14- jarige. Gezien het niveau van functioneren en de juridische voorgeschiedenis van betrokkene volgt de rechtbank ook het advies om betrokkene te laten behandelen voor de bij hem vastgestelde antisociale persoonlijkheidsstoornis in de vorm van een deeltijdbehandeling en /of ambulante behandeling.

Uit het rapport van Stichting Reclassering Nederland d.d. 1 mei 2013 is onder meer gebleken dat zij op basis van de vereiste bescherming van de kwetsbare adolescent, de houding van de adolescent, zijn ontwikkeling en de vereiste omgevingsverandering inhoudelijk instemmen met het advies van drs. [psycholoog], Ook de Reclassering heeft onderkend dat een verstandelijke beperking is gediagnosticeerd, waardoor kan worden gesproken van een kwetsbare adolescent die extra bescherming nodig heeft. Er is geen sprake van een extreem afwijzende houding ten aanzien van het behandelaanbod. Er is geen omgevingsverandering noodzakelijk; betrokkene woont bij zijn moeder in een beschermende omgeving. Betrokkene heeft zich bovendien nog onvoldoende ontwikkeld op de acht ontwikkelingstaken voor adolescenten van 12 tot 21 jaar. De Reclassering stelt echter ook vast dat de behandeling die wordt geadviseerd door de psycholoog en de forensische polikliniek Het Dok niet wordt vergoed in het kader van een gedragbeïnvloedende maatregel (GBM), wanneer die wordt opgelegd onder het jeugdstrafrecht. De behandeling is wel uitvoerbaar gebleken wanneer deze wordt opgelegd in het kader van een voorwaardelijke veroordeling. Dit is de enige reden waarom de Reclassering uiteindelijk heeft geadviseerd geen toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht.

Verdachte heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij inmiddels is gestart met de behandeling bij het Dok en dat dit goed gaat. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte deze behandeling kan voortzetten. Nu deze behandeling ook als een bijzondere voorwaarde aan een deels voorwaardelijke jeugddetentie kan worden verbonden en het toetsingskader van artikel 77c Sr niet mede omvat het al dan niet bestaan van financieringsmogelijkheden van strafrechtelijke interventies, ziet de rechtbank geen aanleiding om geen toepassing te geven aan artikel 77c Sr tegen de duidelijke (inhoudelijke) strekking van de twee adviezen in.

De rechtbank zal verdachte derhalve veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van 136 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden van een meldingsgebod en een behandelingverplichting zoals genoemd in het reclasseringsrapport. Verdachte wordt verplicht om zich te laten behandelen bij Het Dok of soortgelijke ambulante forensische zorginstelling.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte, gelet op de recidive van verdachte, veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 80 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, voor de duur van 2 jaren.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf, inhoudende een geldboete van 100 euro, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rotterdam d.d. 23 februari 2012 ten uitvoer zal worden gelegd. De officier van justitie heeft verzocht deze geldboete om te zetten in een werkstraf.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank aanleiding om hiertoe niet te besluiten.

De rechtbank acht wel verlenging van de proeftijd met een jaar op haar plaats.

9 De wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel berusten op de artikelen 14d, 27, 77c, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 63, 310, 416 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en 6, 7, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen op de wijze als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 136 (honderdzesendertig) dagen, waarvan 90 (negentig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of niet een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat de verdachte geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Stichting Reclassering Nederland;

* dat verdachte zich ambulant laat behandelen bij Het Dok of soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering;

* meldingsgebod;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren subsidiair 40 (veertig) dagen jeugddetentie;

- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 2 (twee) jaren;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis, dat bij eerdere beslissing is geschorst;

Vordering tenuitvoerlegging 10/261780-11

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, maar verlengt de proeftijd met 1 (één) jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.C. Prins, voorzitter, mr. M. van Kuilenburg en mr. F. van Laanen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.E.M. Broeders, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2013



mr. Van Laanen is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

hij

op of omstreeks 21 mei 2012 to Capelle aan den IJssel

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), daarmede rijdende over de weg, (fietspad gelegen aan de) [straatnaam 3], in elk geval een voor het openbaar verkeer openstaande weg zich zodanig heeft gedragen dal een aan zijn te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

-zonder geldig rijbewijs heeft gereden en/of

-nadat hem, verdachte, door de politie (op de [straatnaam 1]) een stopteken

was gegeven - door middel van een politietransparant met de tekst "ST0P

POLITIE" in combinatie met optische signalen en geluidssignalen- zijn

snelheid (juist) heeft verhoogd en/of

-over het trottoir (van de [straatnaam 14] en/of [straatnaam 15] en/of [straatnaam 16]

en/of [straatnaam 17]) is gereden en/of

-met een gelet op bovengenoemde omstandigheden veel te hoge snelheid heeft

gereden en/of

-(vervolgens) naar links is uitgeweken en/of (vervolgens) op het fietspad

tegen het verkeer is ingereden (zogenaamd "spookrijden") en/of

-(waarna) verdachte tegen een (uit tegengestelde richting komende) fiets is

aangebotst of aangereden,

waardoor een ander (te weten de bestuurder van die fiets genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken linker bovenarm en/of gekneusde onderrug, werd toegebracht

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke kiekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets), over de weg(en) (fietspad gelegen aan de) [straatnaam 3] en/of (het

trottoir gelegen aan de) [straatnaam 14] en/of [straatnaam 15] en/of [straatnaam 16]

en/of [straatnaam 17], in elk geval (een) voor het openbaar verkeer openstaande

weg(en)

-zonder geldig rijbewijs heeft gereden en/of

-nadat hem, verdachte, door de politie (op de [straatnaam 1]) een stopteken

was gegeven - door middel van een politietransparant met de tekst "STOP POLITIE" in combinatie met optische signalen en geluidssignalen –zijn snelheid (juist) heeft verhoogd en/of

-over het trottoir (van de [straatnaam 14] en/of [straatnaam 15] en/of [straatnaam 16] en/of [straatnaam 17]) is gereden en/of

-met een gelet op bovengenoemde omstandigheden veel te hoge snelheid heeft gereden en/of

-(vervolgens) op het fietspad tegen het verkeer is ingereden (zogenaamd "spookrijden") en/of

-(waarna) verdachte tegen een (uit tegengestelde richting komende) fiets is aangebotst of aangereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

hij

op of omstreeks 21 mei 2012 te Capelle aan den IJssel

als bestuurder van een motorrijtuig (bromfiets) betrokken bij meerdere, althans een verkeersongeval(len) en/of door wiens gedraging(en) meerdere, althans een verkeersongeval(len) is veroorzaakt op de [straatnaam 3],(telkens) de plaats van het/die ongeval(len) heeft verlaten, terwijl bij dat/die ongeval(len) naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander of anderen (te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

hij

op of omstreeks 13 mei 2012 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland, (een) goed(eren), te weten een kentekenplaat [AB123C], heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij

op of omstreeks 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederredchtelijke toe-eigening weg te nemen een snorfiets, merk Piaggio, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en

die weg te nemen snorfiets onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

immers heeft hij het wiel (met eromheen het slot) van die snorfiets verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

op of omstreeks 24 oktober 2011 te Capelle aan den IJssel

ter uitvoering van het door hem/hun voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een snorfiets merk Piaggio, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of verdachte, en die weg te nemen snorfiets onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, het wiel (met eromheen het slot) van die snorfiets heeft/hebben verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toon daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan;

5.

hij op of omstreeks 10 september 2012 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een (dames-)fiets (merk Gazelle), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, althans van een voorwerp, te weten een (dames-)fiets (merk Gazelle), gebruik heeft gemaakt, terwij1 hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;