Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY8336

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
14-01-2013
Zaaknummer
413570 / KG ZA 12-959
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering ex art. 843a Rv wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 413570 / KG ZA 12-959

Vonnis in kort geding van 21 december 2012

in de zaak van

1. rechtspersoon naar Duits recht

[eiseres 1],

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

2. rechtspersoon naar Duits recht

[eiseres 2],

gevestigd te Gütersloh, Duitsland,

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats],

5. [eiseres 5],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaten mr. A. al Mansouri en mr. S Kok,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FOOD FOR THE MIND HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. E.M. Pfahler.

Partijen zullen hierna [eisers] c.s. en Food For The Mind genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 3 december 2012

- de mondelinge behandeling d.d. 11 december 2012

- de producties en pleitnotities van [eisers] c.s.

- de producties en pleitnotities van Food For The Mind.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de door partijen overgelegde producties, kan in dit kort geding van de volgende feiten worden uitgegaan.

2.1. Food For The Mind is enig aandeelhouder van ECI Holding B.V., een boekenclub die boeken en cd’s verkoopt aan haar leden. Food For The Mind heeft die aandelen gekocht en geleverd gekregen van de Duitse vennootschap [X] bij koopovereenkomst d.d. 12 december 2008.

2.2. Tussen [eisers] c.s. enerzijds en ECI Holding B.V. anderzijds is een civiele (bodem)procedure aanhangig bij de rechtbank Utrecht. In die procedure vorderen [eisers] c.s. -kort gezegd- nakoming van -naar Duits recht gekwalificeerde- pachtovereenkomsten, uit hoofde waarvan ECI Holding volgens [eisers] c.s. provisiebetalingen aan hen verschuldigd zou zijn. Deze provisiebetalingen zijn tot en met het eerste kwartaal van 2009 aan [eisers] c.s. gedaan.

2.3. Een brief van [eisers] c.s. aan Food For The Mind d.d. 18 juli 2012 luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Tussen [eisers] c.s. en ECI Holding B.V. loopt een gerechtelijke procedure over de verplichting van ECI Holding B.V. (hierna: “ECI” om vergoedingen te betalen aan [eisers] c.s. voor ledenlijsten die laatste aan ECI ter beschikking hebben gesteld (…).

ECI heeft aan de leden die op deze lijsten staan producten verkochte, onder meer boeken en cd’s, en elk kwartaal ten aanzien van deze verkopen aan [eisers] c.s. als rechthebbenden op deze lijsten een provisie betaald. In het derde kwartaal van 2009 zijn de provisiebetaling aan [eisers] c.s. plotseling gestopt. [eisers] c.s. hebben om die reden voornoemde procedure bij de rechtbank Utrecht aanhangig gemaakt tegen ECI Holding B.V.

[X] heeft mondeling aan [eisers] c.s. bevestigd dat een afspraak is gemaakt tussen [X] en [eisers] c.s. op grond waarvan [X] en haar rechtsopvolgers provisiebetalingen moeten doen aan [eisers] c.s. voor het ter beschikkingstellen van de ECI ledenlijsten. ECI betwist nu echter bij de rechtbank te Utrecht dat zij de contractuele verplichting heeft opgenomen van [X] op grond waarvan zij provisiebetalingen moet doen aan [eisers] c.s. voor de ter beschikking gestelde ECI ledenlijsten in Nederland en België.

Op grond van artikel 843a van het Burgerlijk Wetboek van Rechtsvordering hebben [eisers] c.s. recht en belang om een afschrift te ontvangen van de koopovereenkomst tussen [X] (of een andere aan haar gelieerde onderneming) en Food for the Mind Holding B.V. waarin de afspraken zijn vastgelegd over de verkoop van de aandelen in ECI Holding B.V. (…) ECI Holding B.V. weigert mee te werken aan afgifte van de koopovereenkomst waarmee de aandelen ECI Holding B.V. zijn overgedragen aan Food for the Mind Holding B.V.

[eisers] c.s. hebben een rechtmatig belang bij afgifte van de koopovereenkomst omdat zij daarmee hun bewijspositie kunnen bepalen en/of ondersteunen in de procedure tegen ECI Holding B.V. (…). Daarnaast is het document waarvan afschrift gevraagd wordt voldoende concreet omschreven, het gaat namelijk om de koopovereenkomst waarmee de aandelen in ECI Holding B.V. zijn overgedragen aan Food for the Mind Holding B.V.

Tot slot geldt dat [eisers] c.s. contractspartij zijn bij de koopovereenkomst omdat in de koopovereenkomst de verplichting geregeld is provisiebetaling te doen aan [eisers] c.s. (…).

Om bovenstaande nog concreter te maken, zend ik u bijgaand een passage uit de verkoopofferte van [X] voor de verkoop van de aandelen in ECI Holding B.V. (…).

(…)

Ik verzoek, en voor zover nodig sommeer ik Food for the Mind Holding B.V. om [eisers] c.s. een afschrift van de koopovereenkomst te verstrekken waarmee zij de aandelen in ECI Holding B.V. heeft verworden (…). Eventuele vertrouwelijke financiële gegevens kunt u in het afschrift dat u [eisers] c.s. verstrekt zwart markeren (…)”.

De in deze brief genoemde passage uit de verkoopofferte luidt voor zover hier van belang:

“(…)

Customer Ownership within eci

As at 31 December 2007A, the “supply rights” to 14,013 of 1,7% of eci’s 811,000 members across the Netherlands and Flanders were owned by 15 third party lessors. Such lease contracts between the lessors and eci are based on oral agreements and regulate the assignment of the supply rights for economic use by eci against rent payments and date back to the 1970s when eci “assigned” those members to the lessors. Lessors receive their rent payments on a quarterly basis where the rent is c.10% of the sales those members generate. In 2007A, an amount of €217,000 was paid to the lessors. The basis for their rent had been continuously shrinking over the past years and will amount to c.€200,000 in 2008E versus €271,000 in 2003A, for example (…)”.

2.4. Bij brief d.d. 11 september 2012 heeft de advocaat van [eisers] c.s. het in zijn brief van 18 juli 2012 (zie 2.3) vermelde verzoek herhaald.

3. Het geschil

3.1. [eisers] c.s. vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I) Food For The Mind te bevelen binnen 5 werkdagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter redelijk geachte termijn, [eisers] c.s. een afschrift te verstrekken van de koopovereenkomst tussen Food For The Mind en [X] (of een andere aan haar gelieerde onderneming) betreffende de aandelenoverdracht van ECI Holding B.V., op straffe van een door Food For The Mind te verbeuren onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,--, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat aan enig onderdeel van dit bevel geen gehoor wordt gegeven,

II) Food For The Mind te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na dat datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2. Food For The Mind voert gemotiveerd verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Allereerst is aan de orde of -zoals Food For The Mind stelt- eiseres sub 1, niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat zij volgens Food For The Mind niet identificeerbaar is.

4.1.1. Anders dan Food For The Mind stelt, leidt de enkele omstandigheid dat de zoekopdracht ‘[eiseres 1]’ in het Duitse handelsregister geen resultaat geeft, niet tot de conclusie dat [eiseres 1] niet bestaat, althans niet identificeerbaar is en om die reden niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.

Ter zitting hebben [eisers] c.s. een uittreksel uit het Duitse handelsregister overgelegd met betrekking tot de vennootschap naar Duits recht [Y]. [eisers] c.s. hebben ter zitting verklaard dat [eiseres 1] een handelsnaam van [Y] is, hetgeen Food For The Mind niet heeft betwist.

Voorshands is derhalve onvoldoende aannemelijk dat [eiseres 1] niet identificeerbaar is. Het verweer dat [eiseres 1] om die reden niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden, wordt derhalve verworpen.

4.2. Voorts is het de vraag of [eisers] c.s. niet-ontvankelijk in hun vorderingen moeten worden verklaard wegens strijd met het procesreglement.

4.2.1. Op zich is juist dat [eisers] c.s. op grond van artikel 2.2 van het procesreglement bij de aanvraag van het onderhavige kort geding onder andere de verhinderdata van (de advocaten van) partijen over een periode van zes weken dienden te vermelden. De enkele omstandigheid dat [eisers] c.s. geen verhinderdata van Food For The Mind hebben opgegeven, betekent niet dat [eisers] c.s. niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Het procesreglement verbindt geen sanctie aan de dergelijke ‘overtreding’. Bovendien is niet aannemelijk dat Food For The Mind hierdoor in haar verweer is geschaad.

Daar komt bij dat Food For The Mind niet heeft betwist dat zij nooit op de brieven van (de advocaat van) [eisers] c.s. d.d. 18 juli 2012 en 11 september 2012 (zie 2.3 en 2.4) heeft gereageerd en dat ten tijde van aanvraag van het onderhavige kort geding nog geen advocaat voor Food For The Mind bekend was.

4.2.2. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat -naar Food For The Mind stelt- [eisers] c.s. ingevolge artikel 3.3 van het procesreglement niet uiterlijk 2 dagen na ontvangst van de dagbepaling de dag en het tijdstip van de terechtzitting aan Food For The Mind hebben meegedeeld en haar een conceptdagvaarding heeft gezonden. Niet gebleken is dat Food For The Mind hierdoor in haar verweer is geschaad. Vaststaat dat [eisers] c.s. de wettelijke dagvaardingstermijn in acht hebben genomen, zodat er voorshands vanuit wordt gegaan dat Food For The Mind voldoende in de gelegenheid is geweest zich voor te bereiden op het onderhavige kort geding. De omstandigheid dat zij pas kort voor de zitting een advocaat heeft ingeschakeld, komt, behoudens bijzondere omstandigheden die gesteld noch gebleken zijn, voor haar risico.

4.3. Met betrekking tot het door Food For The Mind betwiste spoedeisend belang bij de vordering van [eisers] c.s. tot afgifte van (een afschrift van) de in het geding zijn koopovereenkomst, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.

4.3.1. [eisers] c.s. stellen dat zij het stuk waarvan zij een afschrift vorderen, nodig hebben om hun vordering in conventie te onderbouwen in de procedure tussen hen en ECI Holding bij de rechtbank Utrecht (zie 2.2) en om hun verweer in reconventie in diezelfde procedure te onderbouwen. Hiermee hebben [eisers] c.s. het spoedeisend belang bij hun vordering genoegzaam aannemelijk gemaakt.

De omstandigheid dat -zoals Food For The Mind stelt en [eisers] c.s. op zich niet betwisten- die zaak al enige tijd op de parkeerrol staat bij de rechtbank Utrecht doet daar onvoldoende aan af. [eisers] c.s. hebben ter zitting immers onweersproken verklaard dat zijn pas in de loop van 2012 op de hoogte zijn geraakt van de clausule als genoemd onder 2.3. Zij hebben eerst geprobeerd om de koopovereenkomst waarvan zij thans een afschrift vorderen, via [X] te verkrijgen. In verband met een in die koopovereenkomst opgenomen geheimhoudingsclausule wilde [X] uiteindelijk geen inzage verlenen. Vervolgens hebben [eisers] c.s. ECI Holding aangeschreven, die hen uiteindelijk doorverwezen naar Food For The Mind. [eisers] c.s. hebben eerst geprobeerd om een afschrift van de koopovereenkomst buiten rechte te verkrijgen. Toen bleek dat Food For The Mind daaraan niet wilde voldoen, hebben [eisers] c.s. besloten dit kort geding te starten. Het heeft vervolgens nog enige tijd geduurd voordat de advocaat van [eisers] c.s. een akkoord van alle eisende partijen had om deze procedure te starten.

4.4. Artikel 843a lid 1 Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.

Lid 4 bepaalt dat degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft niet is gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

Bepaalde bescheiden

4.5. Voorshands is voldoende aannemelijk dat de bescheiden waarvan [eisers] c.s. afgifte vorderen voldoende concreet bepaald zijn. Zij vorderen immers afgifte van (een afschrift van) de overeenkomst d.d. 12 december 2008 tussen [X] (of een andere aan haar gelieerde onderneming) en Food For The Mind, waarbij de aandelen ECI zijn verkocht. Food For The Mind heeft het bestaan van die overeenkomst erkend.

Rechtmatig belang

4.6. Tussen partijen staat vast dat tussen [eisers] c.s. enerzijds en ECI Holding B.V. anderzijds een bodemprocedure aanhangig is bij de rechtbank Utrecht waarin [eisers] c.s. -kort gezegd- nakoming vorderen van -naar Duits recht gekwalificeerde- pachtovereenkomsten, uit hoofde waarvan ECI Holding volgens [eisers] c.s. provisiebetalingen aan hen verschuldigd zou zijn. [eisers] c.s. stellen dat de koopovereenkomst waarbij de aandelen in ECI Holding aan Food For The Mind zijn overgedragen vermoedelijk een bepaling bevat met betrekking tot mondelinge overeenkomsten op grond waarvan ECI Holding provisie uitkeerde aan [eisers] c.s. Dat vermoeden baseren zij op een bepaling in de onder 2.3 genoemde verkoopofferte. [eisers] c.s. stellen dat zij met die koopovereenkomst hun vordering in voornoemde bodemprocedure kunnen onderbouwen. Met die koopovereenkomst kunnen zij eveneens hun verweer in reconventie in die bodemprocedure onderbouwen.

Tegen die achtergrond en nu Food For The Mind op zich niet betwist dat [eisers] c.s. in voornoemde bodemprocedure in beginsel zullen moeten bewijzen dat ECI Holding op grond van mondelinge overeenkomsten gehouden is tot het betalen van provisie aan [eisers] c.s., is voorshands voldoende aannemelijk dat [eisers] c.s. rechtmatig belang hebben bij afgifte van (een afschrift van) de in het geding zijnde koopovereenkomst.

Het verweer dat [eisers] c.s. niet aangeven wanneer, tussen wie en welke (mondelinge) overeenkomsten met welke inhoud zouden zijn gesloten en dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij eigenaar van leveringsrechten zouden zijn geworden, treft geen doel. Dat verweer heeft immers betrekking op de inhoud van de hiervoor genoemde bodemprocedure bij de rechtbank Utrecht. In het onderhavige geval gaat het enkel om afgifte van een stuk, waarvan [eisers] c.s. meent dat zij haar stellingen in die bodemprocedure kan onderbouwen.

4.6.1. Ook in het geval dat -zoals Food For The Mind stelt- de betreffende koopovereenkomst geen bepaling bevat over mondelinge provisieafspraken, is ook voorshands voldoende aannemelijk dat [eisers] c.s. rechtmatig belang hebben bij afgifte van (een afschrift van) die overeenkomst. [eisers] c.s. stellen immers dat zij in dat geval de verkopende partij, [X], uit hoofde van onrechtmatige daad kunnen aanspreken. [X] heeft in dat geval haar verplichtingen aan [eisers] c.s. niet overgedragen aan de nieuwe aandeelhouder en heeft daarmee onrechtmatig jegens gehandeld, aldus [eisers] c.s. Aannemelijk is dat [eisers] c.s. in het geval zij een dergelijke procedure zullen beginnen, zullen moeten bewijzen dat [X] onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld.

Rechtsbetrekking

4.7. Voorts is het de vraag of de in het geding zijnde koopovereenkomst een rechtsbetrekking aangaat waarin [eisers] c.s. (of haar rechtsvoorganger(s)) partij zijn.

4.7.1. Vaststaat dat [eisers] c.s. zelf geen partij zijn bij de koopovereenkomst waarvan zij afgifte, althans een afschrift vorderen. Op grond van artikel 843a Rv is dat ook niet vereist. Evenmin is vereist dat sprake is van een rechtsbetrekking tussen [eisers] c.s. en Food For The Mind. Naar vaste jurisprudentie is het voldoende dat het document waarvan inzage, afgifte of afschrift wordt gevorderd, relevant is voor een rechtsbetrekking waarbij de aanvrager partij is.

4.7.2. In het onderhavige geval beroepen [eisers] c.s. zich in de bodemprocedure bij de rechtbank Utrecht (zie 2.2) op een rechtsbetrekking tussen hen en ECI. Tussen partijen staat vast dat de aandelen van ECI bij de in het geding zijnde koopovereenkomst verkocht zijn door [X] aan Food For The Mind (zie 2.1). Volgens [eisers] c.s. is voornoemde rechtsbetrekking tussen [eisers] c.s. en ECI opgenomen in die koopovereenkomst. Tegen de achtergrond van het onder 4.7.1 geschetste toetsingskader is daarmee voldoende aannemelijk dat de koopovereenkomst een rechtsbetrekking aangaat waarin [eisers] c.s. partij zijn.

Gewichtige reden

4.8. Vervolgens is het de vraag of -zoals Food For The Mind stelt- er sprake is van gewichtige redenen op grond waarvan zij niet gehouden is de koopovereenkomst aan [eisers] c.s. te verstrekken.

4.8.1. Van gewichtige redenen die aan toewijzing van de vordering in de weg zouden staan, kan in het onderhavige geval slechts sprake zijn indien het zwaarwichtige maatschappelijke belang bij waarheidsvinding moet wijken voor het belang van Food For The Mind bij geheimhouding van de gevraagde bescheiden.

4.8.2. Food For The Mind stelt dat de in het geding zijnde koopovereenkomst streng vertrouwelijke bedrijfsmatige gegevens van Food For The Mind en [X] bevat en dat om die reden sprake is van gewichtige redenen in de hiervoor bedoelde zin.

De enkele stelling dat de koopovereenkomst bedrijfsgevoelige informatie bevat, is echter onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van gewichtige redenen in de hiervoor bedoelde zin. Het verweer dat Food For The Mind de koopovereenkomst op grond van de daarin opgenomen geheimhoudingsclausule niet openbaar mag maken, treft evenmin doel. Food For The Mind stelt immers zelf dat het openbaarmakingsverbod niet in geval van een rechterlijk bevel. Gesteld noch gebleken is dat, in geval van toewijzing van de onderhavige vorderingen van [eisers] c.s., dit vonnis niet onder voornoemd rechterlijk bevel zou vallen.

Food For The Mind heeft overigens geen concrete feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat sprake is gewichtige redenen die meebrengen dat Food For The Mind niet kan worden verplicht inzage te geven in de bedoelde koopovereenkomst.

4.9. Anders dan Food For The Mind stelt is voorts niet aannemelijk geworden is dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. Mede gelet op het hiervoor aangeduide belang van [eisers] c.s. bij inzage of afschrift van de koopovereenkomst en de omstandigheid dat -naar [eisers] c.s. onweersproken hebben gesteld- [X] in Duitsland is gevestigd, acht de voorzieningenrechter het niet redelijkerwijs aannemelijk dat inzage of afschrift als onnodig kan worden beschouwd.

4.10. Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van [eisers] c.s. worden toegewezen. Nu [eisers] c.s. ter zitting hebben verklaard dat het hen alleen gaat om een clausule in de koopovereenkomst zoals omschreven in de verkoopofferte (zie 2.3) en dat zij voor het overige er geen bezwaar tegen hebben dat Food For The Mind bedrijfsgevoelige informatie onleesbaar maakt, zal overeenkomstig worden beslist. Voor zover dat zou betekenen dat -zoals Food For The Mind stelt- nagenoeg de hele koopovereenkomst onleesbaar gemaakt moet worden, overweegt de voorzieningenrechter dat ieder geval de titels van de in de koopovereenkomst opgenomen paragrafen (de ‘kopjes’) leesbaar moeten blijven, zodat [eisers] c.s. kan nagaan of een clausule als vermeld in de verkoopofferte ook in de koopovereenkomst is opgenomen.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om daaraan een termijn te verbinden van 10 werkdagen. Food For The Mind heeft niet aannemelijk gemaakt dat een langere termijn noodzakelijk is.

De mede gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, zij het gematigd en gemaximeerd.

4.11. Food For The Mind zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

5.1. veroordeelt Food For The Mind om binnen 10 werkdagen na betekening van dit vonnis [eisers] c.s. een afschrift te verstrekken van de koopovereenkomst tussen Food For The Mind en [X] (of een andere aan haar gelieerde onderneming) betreffende aandelenoverdracht van ECI Holding B.V., waarbij Food For The Mind bedrijfsgevoelige informatie onleesbaar mag maken, met uitzondering van de (eventueel) in die koopovereenkomst vermelde ‘kopjes’, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag dat Food For The Mind hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,--,

5.2. veroordeelt Food For The Mind in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eisers] c.s. begroot op € 575,-- aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3. veroordeelt Food For The Mind tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Bosch, griffier. 2083/2009