Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY6787

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
19-12-2012
Zaaknummer
413401 / HA RK 12-928
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking op wraking. Verzoeker niet-ontvankelijk in (herhaald) wrakingsverzoek omdat er geen sprake is van een nieuw feit als bedoeld in artikel 8:16, vierde lid, van de Awb. Bepaalt dat volgende verzoeken om wraking in de onderhavige zaken niet in behandeling worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 18 december 2012

Zaaknummer: 413401

Rekestnummer: HA RK 12-928

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

postadres: [postadres],

verzoeker,

advocaat: mr. J.J.A. Bosch,

strekkende tot wraking van [naam gewraakte rechter], rechter in de rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

De rechter behandelt de door verzoeker als eiser tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis aanhangig gemaakte procedures met de kenmerken ABW 12/1975 WWB, AWB 12/804 WWB en AWB 12/3108 WWB.

Bij fax van 23 november 2012 heeft verzoeker de rechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dossiers van bovengenoemde bestuursrechtelijke procedures;

- de fax van de gemachtigde van verzoeker aan het secretariaat van de wrakingskamer d.d. 23 november 2012, inhoudende het wrakingsverzoek;

- de fax van de gemachtigde van verzoeker d.d. 7 december 2012, inhoudende de aanvullende motivering van het wrakingsverzoek;

- de stukken van de eerdere wrakingsprocedure met kenmerk 407861 HA RK 12-659, waarin op 26 oktober 2012 uitspraak is gedaan.

Verzoeker, zijn advocaat, de rechter, alsmede het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 10 december 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen verzoeker, de advocaat van verzoeker en de rechter. De advocaat van verzoeker heeft het standpunt van verzoeker nader toegelicht aan de hand van een pleitnota. Van het overigens ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

2. De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Voorafgaand aan de zitting die gepland was voor 24 augustus 2012 heeft verzoeker de rechter verzocht om elf getuigen te horen. Aan verzoeker is daarop bij brief van 14 augustus 2012 medegedeeld dat de getuigen niet door de rechter werden opgeroepen. Ter zitting van 24 augustus 2012 is dezelfde kwestie opnieuw aan de orde gekomen en de rechter heeft toen gemotiveerd aangegeven waarom zij geen gehoor gaf aan het verzoek tot het horen van de getuigen. Naar aanleiding van die beslissing is de rechter gewraakt. Dat wrakingsverzoek is behandeld ter zitting van 12 oktober 2012. Bij beschikking van 26 oktober 2012 is het verzoek tot wraking afgewezen.

Vervolgens heeft de rechter bepaald dat de zaak zou worden behandeld ter zitting van 30 november 2011. Voorafgaand aan die zitting heeft de advocaat van verzoeker opnieuw aan de rechter gevraagd de eerder verzochte getuigen te horen op grond van feiten en omstandigheden die zakelijk gelijk zijn aan de aan het eerdere verzoek ten grondslag gelegde motivering. Nadat de rechter te kennen had gegeven dat zij de verzochte getuigen niet zou oproepen, heeft verzoeker de rechter opnieuw gewraakt.

De grondslag van het tweede wrakingsverzoek is wezenlijk gelijk aan de redenen die aan de eerdere wraking ten grondslag zijn gelegd. Gelet op het voorgaande kan verzoeker in zijn verzoek tot wraking niet worden ontvangen. Er is geen sprake van een nieuw feit als bedoeld in artikel 8:16, vierde lid, van de Awb. De omstandigheid dat een verzoek wordt herhaald en opnieuw wordt afgewezen, tegen de afwijzing waarvan eerder een wraking was gericht, maakt niet dat sprake is van een novum als hiervoor bedoeld.

2.2

Naar het oordeel van de rechtbank maakt verzoeker misbruik van de mogelijkheid om een rechter te wraken met als gevolg dat het niet tot een inhoudelijke behandeling van de voorliggende zaken kan komen. De rechtbank vindt daarin aanleiding om te bepalen dat volgende verzoeken om wraking in de onderhavige zaken, te weten de zaken met de kenmerken ABW 12/1975 WWB, AWB 12/804 WWB en AWB 12/3108 WWB, niet in behandeling worden genomen.

3. De beslissing

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van [naam gewraakte rechter].

bepaalt dat volgende verzoeken om wraking in de onderhavige zaken, te weten de zaken met de kenmerken ABW 12/1975 WWB, AWB 12/804 WWB en AWB 12/3108 WWB, niet in behandeling worden genomen.

Deze beslissing is gegeven op 18 december 2012 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. H. van Lokven - Van der Meer, rechter.

Deze beslissing is door de oudste rechter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van mr. E.M. Beumer, griffier.