Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY5734

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
413267 / HA RK 12-920
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De beoordeling van de vraag of de verdediging een belang heeft bij bepaalde, (nog) niet verrichte onderzoekshandelingen is een waardering door de rechters die de zaak inhoudelijk behandelen, waar de wrakingskamer niet anders in heeft te treden dan langs de weg van de toets of een omstreden beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven, dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven. Het volgens verzoeker ontbreken van motivering bij dergelijke beslissingen van de rechters, of het gebrekkig zijn van die motiveringen, kunnen op zich niet leiden tot de conclusie van een vooringenomenheid van de rechters jegens verzoeker. De rechtbank is van oordeel dat de door de rechters ter zitting van 14 november 2012 genomen beslissingen en de daaraan gegeven motiveringen niet zozeer onbegrijpelijk zijn, dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring is te geven dan dat die beslissingen door vooringenomenheid zijn ingegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 11 december 2012

Zaaknummer: 413267

Rekestnummer: HA RK 12-920

Parketnummer: 10/630062-08

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

geboren op [geboortedatum te [geboorteplaats],

preventief gedetineerd in [naam P.I.],

verzoeker,

advocaat mr. R. van den Boogert,

strekkende tot wraking van [namen gewraakte rechters], rechters in de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 14 november 2012 is door de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, van welke kamer de rechters deel uitmaken, behandeld de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaak met bovenvermeld parketnummer.

Bij brief van 15 november 2012 heeft de raadsman van verzoeker de rechters gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hierboven omschreven strafzaak tegen verzoeker als verdachte, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.

Verzoeker, zijn advocaat, de rechters, alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechters zijn in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 4 december 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: de advocaat van verzoeker, rechter [naam gewraakte voorzitter], alsmede officier van justitie mr. E.J.V. Pols. Zij hebben ieder hun standpunt nader toegelicht.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

2.1.1

Verzoeker wordt verdacht van het medeplegen van de moord op [X] (subsidiair medeplichtigheid), van het in vereniging treffen van voorbereidingshandelingen voor de moord op [K] en [L], alsmede van wapenbezit. In de feitelijke concretisering bij feit 1 en 2 is onder meer vermeld: met huurauto's rondrijden en zoeken naar (een) perso(o)n(en) genaamd [K] en/of [L].

De officier van justitie gaat er van uit dat verzoeker tezamen met Mexicanen betrokken is bij de moord op [X]. Er is gezocht naar [K] en/of [L]. De reden voor de zoektocht naar voornoemde personen alsmede het motief voor de schietpartij zou een mislukt (niet betaald) drugstransport zijn tussen verzoeker enerzijds en [K]/[L] anderzijds. Uit het dossier komt naar voren dat dit transport zou zijn gedaan door [M].

De officier van justitie gaat er vanuit dat deze Mexicanen tezamen met verzoeker hebben verbleven in een woning aan de Rilland Bathstaat te Rotterdam; van daaruit zouden de criminele activiteiten zijn geco├Ârdineerd. Verzoeker wordt in het dossier [bijnaam verzoeker] genoemd.

ln deze woning is een foto aangetroffen van [K]. Gerelateerd wordt in het dossier dat deze foto in het dossier een belangrijke rol kreeg.

De officier van justitie gaat er vervolgens van uit dat als resultaat van de zoektocht de verkeerde persoon ([X]) is doodgeschoten.

Verzoeker is in Mexico gehoord. Hij ontkent iedere betrokkenheid, ook ten aanzien van drugs.

2.1.2

Op 14 november 2012 is de strafzaak tegen verzoeker pro forma behandeld. Sprake was van een regiezitting. Ter terechtzitting heeft de verdediging meerdere getuigen opgegeven en diverse andere onderzoekswensen geformuleerd.

De verzoeken tot het horen van de getuigen [N], [M], [O], [P], [Q] en [R] zijn door de rechters afgewezen wegens het ontbreken van verdedigingsbelang; verzoeker is daardoor volgens de rechters niet in zijn verdediging geschaad. Een nadere motivering is daarbij door de rechters niet gegeven.

De verzoeken tot het horen van de getuigen [S], [T], [U] en [V] zijn door de rechters afgewezen omdat niet te verwachten valt dat deze getuigen binnen aanvaardbare termijn kunnen worden gehoord. Een nadere motivering is niet gegeven.

De rechters hebben afgewezen het verzoek tot afgifte van een afschrift van, subsidiair tot inzage in, het dossier Kaneel, omdat zij het verdedigingsbelang niet aanwezig achtten.

De rechters wezen af het verzoek van de verdediging tot vertaling stukken, meer in het bijzonder van de in de Spaanse taal gestelde verklaringen van [W], [Y] en [Z], alsmede alle door de officier van justitie relevant geachte bewijsmiddelen; dit gelet op de geldende jurisprudentie. Tevens stelden de rechters dat door het verstrekken van de verdachtenverhoren op dvd voldoende aan de belangen van verzoeker werd tegemoet gekomen.

Deze beslissingen van de rechters zijn ieder afzonderlijk, subsidiair in samenhang bezien, zo onbegrijpelijk dat daaruit naar objectieve maatstaven bezien de schijn van partijdigheid volgt. Verzoeker motiveert dit alles nader volgt:

2.1.3

Volgens diverse verklaringen is de getuige [M] de vervoerder geweest van het mislukte drugstransport ( zie hierboven).

De verdediging heeft aangegeven dat het hier gaat om het motief voor het zoeken naar [K] en [L] dat de achtergrond vormt voor de schietpartij. De verdediging wil dit motief onderzoeken.

Gelet op het dossier alsmede de inhoud van de tenlastelegging (zoeken naar personen) en de verklaring van verzoeker (ontkent iedere betrokkenheid) is het oordeel van de rechters dat geen sprake is van een verdedigingbelang volkomen onbegrijpelijk, temeer nu de rechtbank bij deze afwijzing geen nadere motivering geeft.

2.1.4

De officier van justitie ziet geen verdedigingsbelang bij het horen van de getuige [P], omdat deze niet uit eigen wetenschap kan verklaren. Volgens verzoeker heeft deze getuige wel eigen wetenschap; hij verklaart immers te hebben gehoord dat [bijnaam verzoeker] de dader is van de schietpartij. Dit is een bewijsmiddel dat de rechtbank gewoon kan gebruiken. De rechters wijzen het verzoek af vanwege het ontbreken van verdedigingsbelang, zonder nadere motivering. Die ongemotiveerde afwijzing door de rechtbank is volkomen onbegrijpelijk.

2.1.5

De verdediging heeft belang bij het horen van de getuige [Q] omdat deze getuige verklaart over [bijnaam verzoeker] (volgens het dossier zou dat verzoeker zijn) en verklaart dat Mexicanen naar Nederland zijn gekomen om [bijnaam k] (= [K]) en [bijnaam L] (= [L]) te zoeken. Deze getuige verklaart over hetgeen hij heeft gehoord over de schietpartij en de Mexicanen. Ter zitting heeft de verdediging gewezen op de betreffende delen uit de verklaring van deze getuige en dat deze getuige verzoeker van een foto als [bijnaam verzoeker] herkent.

De rechters wijzen deze getuige af omdat er geen verdedigingsbelang is. Die niet nader gemotiveerde beslissing is volkomen onbegrijpelijk.

2.1.6

De verdediging heeft belang bij het horen van de getuige [R], omdat deze getuige de foto heeft genomen van [K] die in het huis aan de Rilland Bathstraat is gevonden. Getuige [naam] verklaart dat deze foto door deze getuige is gegeven aan een Kaapverdiaan tegen betaling van 500/1000 euro. [R] is bij de politie slechts kort gehoord en daarbij heeft de politie niet de vraag gesteld aan wie de foto is gegeven. Omdat de foto gebruikt is bij de zoektocht naar [K] is relevant aan wie de foto is afgegeven.

De rechtbank wijst ook dit verzoek af wegens het ontbreken van verdedigingsbelang en motiveert dit niet nader, hetgeen onbegrijpelijk is.

2.1.7

De vier Mexicaanse getuigen zijn de personen die volgens de officier van justitie samen met verzoeker betrokken zijn bij de schietpartij en de voorbereidingshandelingen. De officier ziet wel een verdedigingsbelang, maar stelt dat de ervaring leert dat niet te verwachten is dat deze getuigen op aanvaardbare termijn kunnen worden gehoord. De verdediging heeft uitdrukkelijk aangegeven dat hierop niet kan worden vooruitgelopen, nu het verhaal van de officier is gebaseerd op ervaring uit andere zaken. Er loopt een rechtshulpverzoek betreffende deze Mexicanen.

De rechters wezen het verzoek af omdat niet te verwachten valt dat deze getuigen binnen een aanvaardbare termijn zullen verschijnen. Nadere uitleg/motivering ontbreekt.

Op grond van wet/jurisprudentie kan een getuige om de door de rechtbank vermelde reden worden geweigerd, bijvoorbeeld indien de getuigen in het buitenland onvindbaar zijn, dan wel weigeren te verklaren en een rogatoire commissie niet tot de mogelijkheden behoort.

Van enige of bijzondere redenen deze getuigen betreffend is echter niets gesteld of gebleken. De beslissing van de rechters is volkomen onbegrijpelijk, temeer nu er ter terechtzitting niets is gezegd over een termijn.

2.1.8

De verdediging wil afschrift van, althans inzage in, het dossier Kaneel, omdat uit dat dossier blijkt dat tegen het slachtoffer een strafrechtelijk onderzoek liep onder de naam Kaneel en dat de telefoon van het slachtoffer werd getapt. Uit dit onderzoek blijkt dat het slachtoffer zeer kort voor de schietpartij in persoon contact heeft gehad met een persoon genaamd [B] en dat deze [B] ook een verklaring heeft afgelegd. Deze verklaring is echter niet in het onderhavige dossier gevoegd. Verdediging wil weten wat deze getuige heeft verklaard. De verdediging wil tevens zelf nagaan/onderzoeken of vanuit het dossier Kaneel een relatie is te leggen met de schietpartij. Daarnaast wil de verdediging nagaan, bijvoorbeeld aan de hand van de telefoongegevens en/of telefoonlijsten, of er een relatie is te leggen met verdachten/getuigen uit het onderhavige dossier.

De rechtbank heeft ook dit verzoek afgewezen met als motivering dat er geen verdedigingsbelang is en omdat vertaling niet nodig was nu de banden met daarop de verhoren van [W] en [Y] verstrekt werden. Deze beslissing is echter volkomen onbegrijpelijk nu deze verhoren net als de schriftelijke verklaringen in het Nederlands zijn.

2.2

De rechters hebben niet in de wraking berust, waarbij zij - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende hebben aangevoerd:

2.2.1

Ter terechtzitting van 14 november 2012 heeft de raadsman verzocht 27 getuigen te horen en de zaak hiervoor naar de rechter-commissaris te verwijzen. Daarnaast heeft de raadsman 11 overige onderzoekswensen geformuleerd.

De verzoeken om getuigen te horen en ook de overige onderzoekswensen zijn beoordeeld tegen de achtergrond van het ten laste gelegde, de door de raadsman dienaangaande gegeven motivering en de reactie van de officier van justitie. Bezien in het licht van hetgeen ten laste is gelegd en gelet op het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden gezegd dat de afwijzende beslissingen op een aantal verzoeken/onderzoekswensen zo onbegrijpelijk zijn dat sprake is van (de schijn van) onvoldoende onpartijdigheid van de rechters. Wij verzoeken de wrakingskamer dan ook het verzoek af te wijzen.

3. De beoordeling

3.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2

Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechters - subjectief - niet onpartijdig waren. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

3.3

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde of overigens naar voren gekomen omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, niettemin een zwaarwegende aanwijzing als vorenbedoeld opleveren.

3.4

Daarbij moet vooropgesteld worden dat een voor een partij onwelgevallige beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking oplevert. Dat geldt ook indien er geen hogere voorziening mocht openstaan tegen die beslissing.

3.5

Dat kan slechts anders zijn indien een omstreden beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven, dan dat de beslissing door vooringenomenheid is ingegeven.

3.6

De beoordeling van de vraag of de verdediging een belang heeft bij bepaalde, (nog) niet verrichte onderzoekshandelingen is een waardering door de rechters die de zaak inhoudelijk behandelen, waar de wrakingskamer niet anders in heeft te treden dan langs de weg van de hiervoor onder 3.5 omschreven toets. Het volgens verzoeker ontbreken van motivering bij dergelijke beslissingen van de rechters, of het gebrekkig zijn van die motiveringen, kunnen op zich niet leiden tot de conclusie van een vooringenomenheid van de rechters jegens verzoeker. De rechtbank is van oordeel dat de door de rechters ter zitting van 14 november 2012 genomen beslissingen en de daaraan gegeven motiveringen niet zozeer onbegrijpelijk zijn, dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring is te geven dan dat die beslissingen door vooringenomenheid zijn ingegeven.

3.7

De wraking is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.

4. De beslissing

wijst af het verzoek tot wraking van [namen gewraakte rechters].

Deze beslissing is gegeven op 11 december 2012 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. P.H. Veling en mr. P. Vrolijk, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.