Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY5705

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
413337 / HA RK 12-921
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk nu de termijn voor indiening van het verzoek (zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn) ruimschoots is overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter deden zich voor op 27 augustus 2012, terwijl het verzoek eerst op 20 november 2012 ter griffie is ingekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 11 december 2012

Zaaknummer: 413337

Rekestnummer: HA RK 12-921

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker,

strekkende tot wraking van [naam gewraakte rechter], kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, sector kanton (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Verzoeker is bij exploot van 4 juli 2012 door de besloten vennoots [naam] B.V. gedagvaard te verschijnen ter openbare terechtzitting van de rechtbank Rotterdam, sector kanton op 18 juli 2012 ter zake van de in die dagvaarding omschreven rechtsvordering.

Deze procedure draagt bij de rechtbank als kenmerk: 1364213 CV EXPL 12-35633.

Bij rolbeslissing van 27 augustus 2012 heeft de rechter bepaald dat nog geen vonnis wordt uitgesproken en dat [naam vennootschap] in de gelegenheid wordt gesteld zich uit te laten over het feit van de niet-tijdige betaling van het verschuldigde griffierecht en om desgewenst gronden aan te voeren voor toepassing van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 127a lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter verwees de zaak daartoe naar de rolzitting van 11 september 2012.

Op 11 september 2012 is ter griffie ingekomen een door verzoeker ondertekend stuk van 8 september 2012, waarin hij de rechter verzoekt de vordering van [naam vennootschap] af te wijzen en de zaak niet-ontvankelijk te verklaren.

Bij brief van 14 september 2012 heeft verzoeker de rechtbank verzocht alsnog een conclusie van antwoord te mogen indienen.

Op 9 oktober 2012 is ter griffie ingekomen de conclusie van antwoord van verzoeker, gedateerd 5 oktober 2012, tevens inhoudende een eis in reconventie.

Op 2 november 2012 is van [naam vennootschap] ingekomen de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie.

Bij brief van 17 november 2012, ingekomen ter griffie op 20 november 2012, heeft verzoeker de rechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hierboven omschreven procedure.

Verzoeker, de rechter, alsmede de gemachtigde van [naam] B.V. zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 4 december 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, is verzoeker verschenen. Hij heeft zijn standpunt nader toegelicht.

De rechter is met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.

Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de brief van 30 november 2012 van verzoeker aan de rechtbank Rotterdam, sector kanton.

2. De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend waren geworden - zoals artikel 37 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist. De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende:

2.2.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd dat de rechter bevooroordeeld is, nu zij de zaak heeft uitgesteld omdat er een onderzoek gedaan moet worden naar de vraag of de eisende partij het griffierecht heeft betaald. Griffierechten dienen eerst te zijn betaald binnen vier weken na de eerste zittingsdag. De rechter had een kopie van de conclusie van antwoord moeten toezenden aan de eisende partij, met daarbij een brief dat binnen vier weken het verschuldigde griffierecht betaald moet zijn en dat binnen diezelfde termijn een conclusie van repliek moet worden ingediend.

Door de beslissing van de rechter tot uitstel van de zaak heeft de eisende partij zich een langere termijn toegeƫigend om de conclusie van antwoord te bestuderen en op zoek te gaan naar allerlei juridische stekeligheden.

2.3

De beslissing van de rechter, waarop verzoeker de wraking baseert, is neergelegd in de rolbeslissing van 27 augustus 2012. Verzoeker heeft sindsdien ruim gelegenheid gehad van die beslissing kennis te nemen.

Het is vaste jurisprudentie dat de zinsnede "zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn" betekent dat een wraking dient te worden gedaan onmiddellijk na het bekend worden van de feitelijke grond tot wraking, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is.

In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte gedragingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan op 27 augustus 2012, terwijl het verzoek tot wraking eerst op 20 november 2012 ter griffie is ingekomen.

2.4

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het wrakingsverzoek.

2.5

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat in de gang van zaken in de bodemprocedure, zoals die hiervoor onder 1 is weergegeven, geen aanknopingspunt is te vinden voor het oordeel dat de rechter bij het aan de eisende partij verlenen van uitstel voor het alsnog voldoen van het verschuldigde griffierecht heeft gehandeld in afwijking van of in strijd met de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, nog daargelaten de vraag of - indien van een dergelijke afwijking of strijdigheid sprake zou zijn geweest - op dat handelen van de rechter een naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid zou kunnen worden gebaseerd.

Bij faxbericht van 30 november 2012 gericht aan de sector kanton, met kopie aan de wrakingskamer, heeft verzoeker verzocht na te laten gaan of er nog meer zaken van verzoeker zijn die in behandeling zijn bij de rechter en ook deze zaken in dit wrakingsverzoek te betrekken. Nog daargelaten dat daarin voor de wrakingskamer geen enkele rol is weggelegd, ziet de wrakingskamer daarvoor ook geen enkele grond.

3. De beslissing

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van [naam gewraakte rechter].

Deze beslissing is gegeven op 11 december 2012 door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

mr. P.H. Veling en mr. P. Vrolijk, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.