Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY3182

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-09-2012
Datum publicatie
14-11-2012
Zaaknummer
1283446
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert betaling van gelederd gas en geleverde electriciteit. Gedaagde stelt dat de door eiseres gehanteerde meterstanden te hoog zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

[eiseres],

eiseres,

gemachtigde: Bazuin & Partners gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde],

gedaagde,

in persoon procederend.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] en [gedaagde].

1. Het verloop van het proces

1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

- het exploot van dagvaarding van 4 oktober 2011, met producties;

- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord van [gedaagde] op de rolzitting van 20 oktober 2011;

- de aanvullende conclusie van antwoord, met producties;

- het tussenvonnis van 16 november 2011 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

- de brief namens [eiseres] d.d. 22 februari 2012, met producties;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 1 maart 2012;

- de akte namens [gedaagde] met als bijlage één foto;

- de akte uitlating namens [eiseres], met bijlage;

- de akte uitlating namens [ged[gedaagde]]

1.2 De datum van deze uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen – voor zover thans van belang – het volgende vast.

2.1 Tussen partijen is een overeenkomst gesloten ter zake van de levering van groene stroom en gas door [eiseres] ten behoeve van [gedaagde] op het adres [adres]. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van [eiseres] van toepassing.

2.2 Op grond van de hiervoor onder 2.1 bedoelde overeenkomst was [gedaagde] gehouden maandelijkse voorschotbedragen aan [eiseres] te betalen en zou [eiseres] aan de hand van de opgenomen, danwel door [gedaagde] opgegeven of geschatte meterstanden het (werkelijke) verbruik jaarlijks aan [gedaagde] in rekening brengen, waarbij de al betaalde voorschotbedragen worden verrekend.

2.3 [eiseres] heeft op het adres van [gedaagde] van 14 februari 2009 tot 29 mei 2011 groene stroom en gas geleverd.

2.4 [eiseres] heeft [gedaagde] voor de onder 2.3 genoemde leveringsperiode op 15 februari 2011 en 19 juli 2011 eindafrekeningen voor de groene stroom toegestuurd en op 13 september 2011 eindafrekeningen voor het gas.

2.5 [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de in de eindafrekening gehanteerde meterstanden en het in rekening gebrachte verbruik.

3. De vordering

3.1 [eiseres] vordert bij dagvaarding [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van in totaal € 8.995,26, opgebouwd uit € 7.918,23 aan hoofdsom, € 700,00 aan buitengerechtelijke kosten en € 377,03 aan verschenen rente tot aan de dag der dagvaarding, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 7.918,23 vanaf de dag der dagvaarding en met proceskostenveroordeling.

3.2 Aan haar vordering legt [eiseres] - zakelijk weergegeven – het navolgende ten grondslag.

[gedaagde] schiet tekort in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. Door dit verzuim is [gedaagde] de contractuele rente verschuldigd geworden. Tevens is [eiseres] hierdoor genoodzaakt geweest haar vordering uit handen te geven. De kosten die daarmee gemoeid zijn worden conform rapport Voorwerk II gesteld op € 700,00, dienen voor rekening van [gedaagde] te komen.

3.3 De hoofdsom is als volgt opgebouwd:

- voorschotnota d.d. 16-02-2011 stroom € 118,05

- voorschotnota d.d. 16-04-2011 stroom € 88,44

- voorschotnota d.d. 16-04-2011 gas € 150,00

- voorschotnota d.d. 16-05-2011 stroom € 88,44

- afrekening stroom d.d. 15-02-2011 € 965,72 (periode 14-02-09 tot 10-11-09)

- afrekening stroom d.d. 15-02-2011 € 723,29 (periode 11-11-09 tot 10-11-10)

- afrekening gas d.d. 13-09-2011 € 1.108,92 (periode 18-02-09 tot 10-11-09)

- afrekening gas d.d. 13-09-2011 € 2.984,66 (periode 11-11-09 tot 10-11-10)

- eindafrekening gas d.d. 13-09-2011 € 1.621,50 (periode 11-11-10 tot 29-05-11)

restant terugbetaling d.d. 16-12-2009 € 16,99 -/-

????????????

totaal € 7.918,23.

4. Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe het volgende -zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang- aangevoerd. De door [eiseres] gehanteerde begin- en eindmeterstanden kloppen niet. Ook heeft [eiseres] teveel verbruik in rekening gebracht, het werkelijke verbruik is lager geweest. In de woning boven de zijne is een hennepplantage opgerold; bij deze hennepplantage was gerommeld met de elektra in de meterkast die pal boven de zijne staat waardoor het vermoeden is ontstaan dat er van hem elektriciteit is afgetapt; dit misbruik is gemeld bij [eiseres] en [eiseres] zou een onderzoek verrichten.

5. De beoordeling van de vordering

5.1 Partijen zijn het erover eens dat er tussen hen een overeenkomst tot stand gekomen is op grond waarvan door [eiseres] aan [gedaagde] over de periode van 14 februari 2009 tot en met 29 mei 2011 groene stroom en gas is geleverd en dat [gedaagde] uit hoofde van deze overeenkomst gehouden is tot betaling van de voorschot- en eindfacturen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de meterstanden en het daarmee samenhangende gefactureerde verbruik van groene stroom en gas juist zijn en op de juiste wijze zijn vastgesteld.

Beginmeterstanden

5.2 Bij een overstap is de nieuwe energieleverancier wettelijk verplicht aan de afnemer, in dit geval [gedaagde], te vragen om de meterstanden op te geven. De energieleverancier moet deze standen aan de netbeheerder doorgeven. De nieuwe energieleverancier mag tot 15 dagen na de datum van overstappen de meterstanden indienen bij de netbeheerder. Zowel de oude als de nieuwe energieleverancier is gebonden aan deze meterstanden. In het geval dat de afnemer geen (of niet tijdig) de werkelijke meterstanden doorgeeft, zal de netbeheerder de meterstanden schatten.

5.3 Uit productie 3 bij dagvaarding is de kantonrechter gebleken dat [gedaagde] een schriftelijk verzoek heeft ingediend tot aanpassing van de stroommeterstanden. In een brief van 31 januari 2011 heeft [eiseres] bevestigd dat zij inderdaad van afwijkende stroommeterstanden is uitgegaan bij aanvang van de overeenkomst en de rekening gecorrigeerd wordt. De afrekeningen stroom d.d. 15 februari 2011 betreffen vervolgens deze correcties en gaan uit van de beginmeterstanden 1164 kWh (hoog tarief) en 1184 kWh (laag tarief). Ten aanzien van deze stroommeterstanden is de kantonrechter dan ook van oordeel dat in de gevorderde eindafrekeningen van de juiste beginstanden op 14 februari 2009 wordt uitgegaan.

Ten aanzien van de gasmeterstanden heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij aan de voorganger van [eiseres] altijd de meterstanden heeft doorgegeven zodat deze bekend moeten zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter is door [gedaagde] op deze wijze echter onvoldoende onderbouwd dat de door [eiseres] gehanteerde beginmeterstand afwijkt van de daadwerkelijke beginstand zodat ook ten aanzien van het gas in de eindafrekeningen uitgegaan wordt van een juiste beginmeterstand van 1471 m³ op 14 februari 2009.

Eindmeterstanden

5.4 De kantonrechter gaat ervan uit dat de eindstanden 6978 kWh (hoog tarief), 8516 kWh (laag tarief) en 12219 m³ op 29 mei 2011 geschat zijn nu noch gesteld noch gebleken is dat de eindafrekeningen zijn opgemaakt aan de hand van reële meterstanden.

Verbruik

5.5 Ter ondersteuning van zijn verweer dat de eindstanden niet correct zijn (geschat) zodat [eiseres] een te hoog gebruik bij hem in rekening brengt heeft [gedaagde] een foto van zijn gasmeter overgelegd waarop te zien is dat de gasmeterstand op 1 maart 2012 11678 m³ is. (De kantonrechter merkt terzijde op dat [eiseres] er onterecht een punt van maakt dat op de foto een krant van 29 februari 2012 te zien is zodat daaruit volgt dat de meterstand van vóór de datum van de comparitie van partijen is, het is immers heel goed mogelijk dat [gedaagde] de foto heeft gemaakt na de comparitie van partijen die ’s ochtends plaatsvond en daarbij de krant van de dag ervoor gebruikt heeft.)

[eiseres] heeft hiertegenover gesteld dat uit een op 26 april 2010 feitelijke opname van de meterstanden blijkt dat de gasstand 7215 m³ was en dat zij op grond van haar algemene voorwaarden gerechtigd is een schatting te maken van de omvang van de geleverde hoeveelheden groene stroom en gas nu [gedaagde] nimmer meterstanden aan haar heeft doorgegeven. Het is aan [gedaagde] om zijn werkelijke verbruik inzichtelijk te maken, aldus [eiseres].

5.6 Uit de processtukken is het volgende overzicht van de meterstanden op te maken:

14 feb 2009 Stroom 1164 kWh (hoog) 1184 kWh (laag)

29 mei 2011 6978 kWh 8516 kWh

14 feb 2009 Gas 1.471 m³

26 april 2010 7.215 m³

29 mei 2011 12.219 m³

1 maart 2012 11.678 m³ (foto [gedaagde])

5.7 Op grond van de hoofdregel van artikel 150 RV is het, anders dan [eiseres] stelt, aan [eiseres] om te bewijzen dat zij het werkelijk genoten verbruik factureert aan [gedaagde] nu zij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept, namelijk betaling van die facturen. [gedaagde] heeft de stand van 1 maart 2012 met een foto onderbouwd. Uitgaande van die stand kan de eindstand van de afrekening op 29 mei 2011, die hoger is dan de stand op 1 maart 2012 niet juist zijn. Nu [eiseres] heeft nagelaten hiervoor een aannemelijke verklaring te geven, is er zodanige twijfel over de gehanteerde eindstand ten aanzien van het gas op 29 mei 2011 dat de vordering in dat opzicht als onvoldoende vaststaand moet worden afgewezen. Bij gebreke van een uitsplitsing van de vordering naar gas- en stroomverbruik zal de vordering in zijn geheel worden afgewezen.

5.8 Nu op geen enkele wijze inzichtelijk is geworden wat het werkelijke verbruik is geweest door [gedaagde] en wat hij, na aftrek van de voorschotnota’s, nog zou moeten betalen aan [eiseres] of terug zou moeten krijgen van [eiseres], ziet de kantonrechter geen grond voor een toewijzing van de gevorderde voorschotnota’s. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.

5.9 De door eiseres ingestelde nevenvorderingen delen in het lot van afwijzing.

5.10 Als de in het ongelijk gestelde partij dient [eiseres] verwezen te worden in de kosten van het geding, welke kosten worden gesteld op nihil nu [gedaagde] de proces¬voering in eigen hand gehouden heeft.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst af de vordering van [eiseres];

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F.A. van Buitenen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.