Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY3179

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-08-2012
Datum publicatie
14-11-2012
Zaaknummer
1321765
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering inzake auteursrechten. Gedaagde heeft op haar website een onder het auteursrecht van eiser vallende foto geplaatst, zonder toestemming van eiser. Eiser vordert schadevergoeding. De vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser,

gemachtigde: mr. K.M. van Boven,

tegen

[gedaagde]

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

verschenen bij de heer [A].

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser]” respectievelijk “[gedaagde]”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

• het exploot van dagvaarding van 6 februari 2012, met producties;

• de conclusie van antwoord, met één productie;

• de conclusie van repliek, met producties;

• de conclusie van dupliek, met producties;

• de conclusie van de zijde van [eiser].

De uitspraak van het vonnis is door de kantonrechter nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet weersproken, staat tussen partijen het volgende vast:

2.1 [eiser] is een fotograaf. Hij exploiteert zijn foto’s door middel van zijn eenmanszaak [eiser] Persfotografie.

2.2 [eiser] is auteursrechthebbende op de foto van ‘de geparkeerde vrachtwagens’ (hierna: de Foto).

2.3 [gedaagde] is exploitant van bewaakte parkeerterreinen.

2.4 De Foto is op 21 april 2011 gepubliceerd op de website van de Telegraaf bij het artikel ‘Trucker kan veilige parkeerplek niet vinden’, met daarbij de naam van [eiser] als maker.

2.5 De Foto was vanaf 27 april 2011 (op twee verschillende pagina’s) zichtbaar op de website van [gedaagde]. De Foto was eenmaal te zien in het nieuwsoverzicht, zonder vermelding van de naam van [eiser] als maker. Daarnaast was de Foto zichtbaar op een pagina van de website van [gedaagde] waarop zij voornoemd artikel uit de Telegraaf, onder vermelding van ‘Lang zoeken naar veilige parkeerplek’ geplaatst heeft, met vermelding van de naam van [eiser] als maker.

2.6 Bij brief van 23 juni 2011, welke tevens verzonden is per e-mail, heeft (de gemachtigde van) [eiser] aan [gedaagde] - kort gezegd - medegedeeld dat hij de maker en auteursrechthebbende van de Foto is, dat [gedaagde] nu hij haar geen toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking van de Foto inbreuk maakt op de auteursrechten van [eiser] en dat hij [gedaagde] aansprakelijk stelt voor de geleden schade.

2.7 Bij e-mail van 23 juni 2011 heeft [gedaagde] aan [eiser] - voor zover thans van belang - het volgende medegedeeld:

Bedankt voor het ons attent maken op deze (automatische) omissie.

Onze rubriek ‘nieuws’ waar deze foto vermeld stond was automatisch gelinkt aan de website van de telegraaf (www.telegraaf.nl). Zowel de bron van de tekst alsmede de eigenaar en rechthebbende van de foto waren vermeld.

Deze automatische koppeling met de foto is per direct verwijderd.

(…)

2.8 [eiser] heeft [gedaagde] (bij herhaling) een schikkingsvoorstel gedaan. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd.

3. De stellingen van partijen

3.1 [eiser] heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser];

- [gedaagde] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 765,00 aan schadevergoeding, dan wel een bedrag dat de kantonrechter redelijk voorkomt;

- [gedaagde] te veroordelen in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv, dan wel in de proceskosten en buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 lid 2 sub c BW;

- [gedaagde] te veroordelen tot het voldoen van de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv, ten bedrage van € 100,00;

- [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van betekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.

3.2 Aan de eis is naast de onder 2. genoemde vaststaande feiten - samengevat weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

[gedaagde] heeft de Foto tweemaal, zonder toestemming van [eiser] en waarvan eenmaal zonder naamsvermelding, op haar website geplaatst. [gedaagde] heeft door haar handelwijze inbreuk gemaakt op het auteursrecht en persoonlijkheidsrecht van [eiser]. Daardoor heeft [eiser] schade geleden. Bij het bepalen van de hoogte van deze schade sluit [eiser] aan bij de algemene voorwaarden van de Nederlandse Fotografenfederatie.

[eiser] vordert op grond van artikel 1019h Rv vergoeding van de volledige proceskosten. De hoogte van het salaris tot en met de conclusie van repliek bedraagt € 1.165,51.

3.3 [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing ervan. Zij heeft daartoe - eveneens samengevat - het volgende aangevoerd.

Het bericht van de Telegraaf, waarvan de tekstuele inhoud rechtstreeks betrekking had op [gedaagde] en voor haar belanghebbenden had een zodanige nieuwswaarde dat [gedaagde] in haar eigen nieuwsoverzicht een koppeling met dit nieuwsbericht tot stand heeft gebracht. Onder het bericht op de website van [gedaagde] werd ook duidelijk melding gemaakt dat het officiële bericht afkomstig was van de website van de Telegraaf.

De door de Telegraaf bij het artikel gevoegde ‘algemene’ foto van een aantal willekeurig geplaatste vrachtauto’s had geen enkele directe relatie of toegevoegde waarde tot de nieuwswaarde voor [gedaagde], maar is door de koppeling met de ‘originele’ nieuwsbron automatisch mee gekoppeld. Er is duidelijk sprake van een koppeling met het originele bericht. Het is 100% identiek. Daarnaast is de originele bron vermeld.

Toen [gedaagde] op 23 juni 2011 de e-mail van [eiser] ontving, heeft zij per direct de koppeling verwijderd en ervoor gezorgd dat de Foto niet meer zichtbaar was op haar website. De schadevergoeding is ruim buiten alle proporties. De Foto is nog geen twee maanden op de website van [gedaagde] te zien geweest.

3.4 Op de overige stellingen van partijen, voor zover althans van belang voor de uitkomst van de procedure, komt de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil terug.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 [eiser] heeft in de conclusie van antwoord van [gedaagde] een eis in reconventie gelezen en vervolgens ook conclusies in reconventie genomen. De kantonrechter begrijpt uit de conclusie van antwoord echter niet dat [gedaagde] een vordering in reconventie heeft willen instellen. Uit de stellingen van [gedaagde] valt af te leiden dat [gedaagde] enkel heeft willen concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser]. Hierna zullen dan ook enkel de vorderingen van [eiser] beoordeeld worden.

4.2 Beoordeeld dient te worden of [gedaagde] een inbreuk op het auteurs- en persoonlijkheidsrecht van [eiser] heeft gemaakt en of zij op grond daarvan jegens [eiser] schadeplichtig is.

4.3 Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] op de Foto het auteursrecht heeft. Op grond van artikel 1 van de Auteurswet heeft [eiser] dan ook het uitsluitend recht om de Foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit niet tenzij voorafgaande toestemming van [eiser] is verkregen.

4.4 Voorts staat vast dat de Foto op de website van [gedaagde] is geplaatst en op twee pagina’s op deze website zichtbaar was. Op welke wijze een en ander tot stand is gekomen is naar het oordeel van de kantonrechter niet relevant. Dat de Foto enkel op de website van [gedaagde] terecht is gekomen door een koppeling van een bericht van de website van de Telegraaf maakt voorgaande niet anders. Indien het kopiëren van beschermde foto’s van websites van anderen, die daarvoor wel toestemming gevraagd hebben en betaald hebben, geen inbreuk op een auteursrecht zou opleveren, zou het hele systeem van bescherming van eigendomsrechten, in de huidige tijd waarin internet een prominente rol speelt, illusoir zijn. [gedaagde] heeft de koppeling, nadat zij het bericht op de website van de Telegraaf gezien heeft, bewust tot stand gebracht. Door een handeling van [gedaagde] is derhalve ook de Foto op haar website geplaatst. Zij heeft de koppeling tot stand gebracht, terwijl zij wist althans had moeten en kunnen weten dat daardoor ook de Foto mee gekoppeld zou worden. Een foto overigens waarbij op de website van de Telegraaf, gezien de opmerking onder de Foto ‘©[eiser] Fotografie’, duidelijk vermeld werd dat het een auteursrechtelijk beschermde foto betrof. [gedaagde] is derhalve verantwoordelijk voor het plaatsen van de Foto op haar website.

4.5 Nu [gedaagde] de Foto zonder toestemming van [eiser] op haar website heeft geplaatst, zo is door [eiser] onweersproken gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld heeft. De kantonrechter is van oordeel dat een en ander [gedaagde] toegerekend kan worden. Dat de Foto op de website van de Telegraaf stond, ontslaat [gedaagde] niet van haar verplichting, indien zij het artikel van de website van de Telegraaf integraal, derhalve inclusief foto, wilde overnemen, zich ervan te vergewissen dat daarop geen auteursrechtelijke bescherming rustte. Ook indien het gebruik van de Foto te goeder trouw is gebeurd, en zoals door [gedaagde] is gesteld een ‘omissie’ was, levert openbaarmaking zonder toestemming van de rechthebbende een inbreuk op het auteursrecht op. Daarnaast heeft [eiser] op grond van artikel 25 Auteurswet recht op vermelding van zijn naam bij de Foto. Op de website van [gedaagde] was de Foto op de pagina ‘nieuwsoverzicht’ zichtbaar zonder dat daarbij de naam van [eiser] vermeld werd. Ook op dit punt heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld.

4.6 Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is en dat [gedaagde] gehouden is de door [eiser] geleden schade te vergoeden. Deze schade is niet exact vast te stellen en zal derhalve begroot dienen te worden.

4.7 [eiser] heeft, onder verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie, een schadevergoeding van in totaal driemaal de licentievergoeding van € 255,00, derhalve een bedrag van € 765,00 gevorderd. De algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie zijn weliswaar niet van toepassing op de (niet-contractuele) relatie tussen [eiser] en [gedaagde], maar vormen wel een rechtens aanvaardbaar en geaccepteerd uitgangspunt om op die basis de schade te begroten.

4.8 In artikel 18.2 van deze voorwaarden is bepaald dat de fotograaf bij een inbreuk op zijn auteursrecht een vergoeding toekomt van tenminste driemaal de door de fotograaf gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding. Met betrekking tot de vraag of een dergelijke vergoeding in het onderhavige geval als redelijk aan te merken is overweegt de kantonrechter als volgt.

4.9 In ieder geval kan worden vastgesteld dat [eiser] de gebruikelijke licentievergoeding die [gedaagde] verschuldigd zou zijn geweest indien zij voorafgaand aan de plaatsing toestemming had gevraagd, is misgelopen. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat de door hem gebruikelijk gehanteerde licentievergoeding voor het gebruik van zijn foto’s op internet € 255,00 per jaar bedraagt, met een minimum van een jaar. Dit bedrag is conform de richtprijzen fotografie 2011 en in overeenstemming met licentievergoedingen die andere fotografen hanteren voor publicatie op internet, aldus [eiser]. [gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat dit bedrag niet redelijk is nu de Foto slechts twee maanden op haar website stond. Dit verweer houdt geen stand nu [gedaagde] een foto op haar website heeft geplaatst waarvoor zij, indien zij deze wel op de gebruikelijke wijze van [eiser] gekocht zou hebben en ook al wilde zij die foto maar twee maanden gebruiken, ook

€ 255,00 verschuldigd zou zijn geweest.

4.10 Daarnaast heeft te gelden dat het niet aantrekkelijk gemaakt moet worden voor gebruikers van auteursrechtelijk beschermd werk om een inbreuk te herstellen door achteraf alsnog te betalen en dan niet slechter af te zijn dan als zij tevoren toestemming zouden hebben gevraagd. Een dergelijk gebruik van zijn werk levert de auteursrechthebbende immers ook schade op. Dat geldt ook voor het weglaten van de naamsvermelding bij de Foto zoals die geplaatst is op de pagina ‘nieuwsoverzicht’ op de website van [gedaagde].

4.11 De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het voorgaande een schadevergoeding van

€ 765,00 niet als onredelijk aan te merken is. Het gevorderde bedrag aan schadevergoeding zal dan ook toegewezen worden.

4.12 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Het betoog van [gedaagde] dat de proceskosten voorkomen hadden kunnen worden als [eiser] niet direct over zou zijn gegaan tot het inschakelen van een gemachtigde wordt niet gevolgd. Het stond [eiser] immers vrij om direct een gemachtigde in te schakelen en voorts is niet gebleken dat [gedaagde] zich na ontvangst van de sommatiebrieven van de gemachtigde van [eiser] bereid heeft getoond om een schadevergoeding te betalen.

4.13 [eiser] heeft op grond van artikel 1019h Rv vergoeding van de volledige proceskosten gevorderd. Artikel 1019h Rv is de implementatie van artikel 14 van de Europese Richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten dat als uitgangspunt neemt dat de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Hiermee is een flexibele toepassing van de kostenveroordeling beoogd, waarbij rekening gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van de zaak. Onderhavige zaak kan niet als gecompliceerd aangemerkt worden. Daarnaast is niet gebleken van een opzettelijke inbreuk. Evenmin was sprake van een grootschalige inbreuk. Een volledige proceskostenveroordeling kan voor de financiële positie van [gedaagde], zijnde een kleine, startende onderneming, grote gevolgen hebben. Gezien voornoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, verzet de billijkheid zich naar het oordeel van de kantonrechter tegen toewijzing van de volledige proceskosten. De proceskosten zullen dan ook worden toegewezen op de bij de sector kanton gebruikelijke wijze.

4.14 Voor het geval de gevorderde vergoeding van de volledige proceskosten afgewezen zou worden, heeft [eiser] vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

€ 150,00 gevorderd. Op het moment dat [eiser] een inbreuk op zijn auteursrecht door [gedaagde] constateerde, heeft hij zijn gemachtigde ingeschakeld. Deze gemachtigde heeft [gedaagde] ertoe bewogen de Foto van haar website te verwijderen en heeft derhalve een einde gemaakt aan het onrechtmatig handelen jegens [eiser]. Vervolgens heeft de gemachtigde van [eiser] diverse pogingen ondernomen om met betrekking tot de vergoeding van de door [eiser] geleden schade met [gedaagde] tot een minnelijke regeling te komen. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat de door [eiser] gemaakte buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De hoogte van het gevorderde bedrag valt binnen de in rapport Voorwerk II genoemde gebruikelijke tarieven en wordt daarom redelijk geacht. De vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten van € 150,00 wordt dan ook toegewezen.

4.15 [eiser] heeft gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van betekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening. In deze niet nader onderbouwde vordering heeft [eiser] echter niet opgenomen over welk bedrag dan wel welke bedragen hij de wettelijke rente vordert. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook als ongegrond afgewezen worden.

4.16 De door [eiser] gevorderde afwikkelingskosten (nakosten) worden afgewezen, nu voldoende gegevens ontbreken om die kosten reeds thans te kunnen begroten. Mocht tussen partijen een geschil ontstaan omtrent de omvang van die kosten, staat het [eiser] vrij de kantonrechter te verzoeken deze te begroten op de voet van artikel 237 lid 4 Rv.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiser];

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 765,00 aan schadevergoeding;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 150,00 aan buitengerechtelijke kosten;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 297,64 aan verschotten en € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.