Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY1964

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
373180 / HA ZA 11-511
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. AVB-polis. Verzekerde gedaagd in VS. Uitleg polisvoorwaarden. Herleveringsclausule. Vergoeding kosten van verweer in Amerikaanse procedure. Schikking getroffen in die procedure, gevolgen voor dekking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 373180 / HA ZA 11-511

Vonnis van 12 september 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap

AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. W.A.M. Rupert,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RESOLCO INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Oosterhout,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. K.R.M. de Nijs.

Partijen zullen hierna Amlin en Resolco genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 9 februari 2011, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, met producties;

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, met productie;

- de conclusie van dupliek in reconventie;

- de akte overlegging producties van Resolco;

- de antwoordakte.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald, aanvankelijk op 4 juli 2012.

2. De feiten

2.1. Resolco is producent van en handelaar in het isolatiemateriaal Insul-phen.

2.2. Op 7 september 2007 is tussen (een rechtsvoorganger van) Amlin en Resolco een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven tot stand gekomen (hierna: de verzekering of de overeenkomst).

2.3. Het polisblad (“Aanhangsel 3”) vermeldt als verzekerd gebied de gehele wereld en verklaart van toepassing:

“Algemene voorwaarden: Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven (AVB-cm-2006) van ING Bank, Algemene voorwaarden en rubrieken A, B en C.

Aanvullende voorwaarden: […]

Dekking V.S./Canada”

Verder luidt dit polisblad als volgt, voor zover van belang:

“Dekking V.S./Canada

In afwijking van art. 2.7 van de Algemene voorwaarden Rubrieken Aansprakelijkheid gelden terzake van aanspraken, waarop van toepassing is het recht van V.S./Canada, alsmede terzake van aanspraken, waarvan een rechter van die staten kennis neemt, de volgende bepalingen:

A: Het op het polisblad vermelde verzekerde bedrag per aanspraak geldt tevens als maximum per verzekeringsjaar.

Verzekeraars vergoeden onder aftrek van het toepasselijk eigen risico en als onderdeel van het verzekerd bedrag:

- het bedrag van de schadevergoeding die verzekerde gehouden is aan derden te betalen krachtens rechterlijke uitspraak, arbitrale beslissing of minnelijke schikking;

- de wettelijke rente voor zover deze loopt over het ten laste van de verzekeraar komende gedeelte van de schadevergoeding;

- de kosten van met goedvinden of op verlangen van de verzekeraar gevoerde procedures en in haar opdracht verleende rechtsbijstand.

[…]

C: Uitgesloten is de aansprakelijkheid van verzekerde:

[…]

- voor kosten gemaakt door of in opdracht van verzekerde in verband met het traceren, onderzoeken, behandelen, herstellen, vernietigen, terughalen of vervoeren van zaken, tenzij deze kosten zijn te beschouwen als bereddingskosten in de zin van de polis.

- voor punitive en/of exemplary damages, dan wel soortgelijke vergoedingen met een straffend of voorbeeldstellend karakter.

[…]

- in verband met giftige schimmels (toxic mold).

Verzekerde beschikt over de volgende algemene leverings- en/of werkvoorwaarden "General Conditions of Resolco International BV for the supply of Products".

Met de inhoud en het gebruik daarvan hebben verzekeraars uitdrukkelijk ingestemd. Eventueel in afwijking van hetgeen elders is bepaald geldt met betrekking tot werkzaamheden in en/of leveringen aan V.S./Canada, dat verzekerde op straffe van verlies van polisdekking, verplicht is overeenkomsten onder deze voorwaarden aan te gaan.

D: Op alle geschillen over deze verzekering is het nederlands recht van toepassing en uitsluitend de nederlandse rechter is bevoegd van deze geschillen kennis te nemen.

[…]

F: De aansprakelijkheid van verzekerde ten opzichte van haar contractuele wederpartij is uitsluitend verzekerd indien verzekerde op al haar overeenkomsten haar voorwaarden "General Conditions of Resolco International BV for the supply of products" in haar overeenkomsten toepasselijk verklaart. Indien deze voorwaarden niet in de overeenkomst met de contractuele wederpartij van verzekerde toepasselijk zijn verklaard, is de aansprakelijkheid ten opzichte van deze wederpartij niet verzekerd.”

2.4. De op het polisblad genoemde algemene voorwaarden luiden, voor zover van belang, als volgt:

“Artikel 2 Omvang van de verzekering

1 Aansprakelijkheid Verzekerd is de aansprakelijkheid van verzekerde tegenover derden in verband met een handelen of nalaten in de verzekerde hoedanigheid zoals omschreven in de polis en conform de van toepassing verklaarde voorwaarden en rubrieken.

[…]

6 Extra vergoedingen De verzekeraar vergoedt, boven het verzekerde bedrag per aanspraak, zonder aftrek van het eigen risico:

[…]

2. kosten van verweer terzake met goedvinden of op verlangen van de verzekeraar verleende rechtsbijstand en/of gevoerde procedures tegen ingestelde aanspraken, ook al blijken deze ongegrond, met inbegrip van de proceskosten tot betaling waarvan verzekerde mocht worden veroordeeld;

[…]

Artikel 3 Uitsluitingen en bijzondere insluitingen

[…]

2 Geleverde zaken/ 1. Niet verzekerd zijn aanspraken tot vergoeding van:

Uitgevoerde werkzaamheden - schade aan zaken, die door of onder verantwoordelijkheid van verzekerde zijn (op)geleverd;

- schade en kosten die verband houden met het terugroepen, vervangen, verbeteren of herstellen van de in het vorige lid bedoelde zaken;

- schade en kosten, die verband houden met het geheel of gedeeltelijk opnieuw verrichten van – door of onder verantwoordelijkheid van verzekerde – uitgevoerde werkzaamheden;

- schade door het niet of niet naar behoren gebruik kunnen maken van de geleverde zaken en/of uitgevoerde werkzaamheden.

Deze uitsluitingen gelden ongeacht door wie de kosten zijn gemaakt of de schade is geleden. […]”

2.5. Op 3 juli 2008 is Resolco gedagvaard voor de District Court of Harris County in Texas (Verenigde Staten) door de Amerikaanse vennootschap Citicorp. De dagvaarding was niet alleen gericht tegen Resolco, maar ook tegen de vennootschappen Kingspan (evenals Resolco een producent van isolatiemateriaal) en FGH (een installatiebedrijf). De vordering van Citicorp had betrekking op de isolatie van koude leidingen in een kantoorgebouw van Citicorp, waarvoor door Citicorp aan FGH opdracht was gegeven. FGH op haar beurt had voor de levering van isolatiemateriaal eerst Kingspan en later Resolco ingeschakeld. Aldus is tussen FGH en Resolco een overeenkomst tot stand gekomen. Tussen Citicorp en Resolco is geen contractuele relatie ontstaan.

2.6. Na de melding door Resolco aan Amlin van de door Citicorp ingestelde vordering heeft Amlin bij brief van 30 juli 2008 als volgt aan de makelaar van Resolco bericht:

“[…] If I understand the information well the problems with the Resolco product 'only' relates to the delivered products themselves. […]

At this moment these are my preliminary thoughts about this matter. In my opinion it is necessary to approach the insured to see if my thoughts about this case are right. If so then it appears that there is no coverage for this claim under this policy, because the liability for replacement of sold and delivered goods is excluded. The same goes for the consequential damages related to the excluded costs.

[…]

Further I have seen an exclusion for claims related to toxic mould. Although this appears not to be the case for Resolco (mould apparently was found in the buildings before the insured sold it's product) we need to inform you about this.

At this moment I don't have any contractual information that shows me if the insured has agreed it's general conditions. As you can see in the policy the insured is obliged to agree it's conditions of sale with contract partners. If the insured's conditions of sale do not form part of the agreement with it's contract partners, there is no coverage under the policy.

Last but not least I have to inform you about the exclusion for consequential and exemplary damages. These costs are also mentioned in the prayer. Please inform the insured that the liability for these costs is excluded.

I hope that you will understand that we fully reserve our rights. Please make sure that you and/or the insured react/reacts immediately after receiving of this letter, to give us the opportunity to judge this matter.”

2.7. Op 1 augustus 2008 heeft Amlin het Amerikaans[bedrijf 1]vocatenkantoor [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) opdracht gegeven de belangen van Resolco in de in 2.5 bedoelde procedure te verdedigen. De nota’s van [bedrijf 1] zijn door Amlin betaald.

2.8. De procedure tussen Citicorp en Resolco heeft vervolgens enige tijd stilgelegen als gevolg van, onder meer, een door Kingspan in haar procedure tegen Citicorp geopend bevoegdheidsincident. Dat incident heeft ertoe geleid dat de rechter zich onbevoegd heeft verklaard, zulks op grond van een in de overeenkomst tussen Kingspan en FGH opgenomen arbitraal beding. In april 2010 is tussen Citicorp en Kingspan een minnelijke regeling tot stand gekomen.

2.9. Ook Resolco heeft een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring ingesteld. Deze vordering was niet gebaseerd op een bepaling in de overeenkomst tussen Resolco en FGH, maar op de stelling dat Resolco geen zakelijke banden heeft in Texas. Deze incidentele vordering is afgewezen.

2.10. Bij brief van 5 mei 2010 heeft [bedrijf 1] nader geadviseerd over het vervolg van de procedure. [bedrijf 1] merkt op dat de verdere proceskosten worden geschat op een bedrag tussen USD 109.500 en USD 162.500. [bedrijf 1] onderscheidt vijf schadeposten: twee posten met betrekking tot het aanbrengen van “additional Insulphen”, een post ter zake herstelkosten van Citicorp, een post ter zake schade wegens “decreased life and loss of efficiency of the pipes” en een post ter zake van advocaatkosten. Volgens de inschatting van [bedrijf 1] is sprake van “little, if any” aansprakelijkheid van Resolco. Het aangaan van mediation en het treffen van een regeling kan er echter toe leiden dat genoemde aanzienlijke proceskosten kunnen worden vermeden, aldus [bedrijf 1].

2.11. Bij brief van 8 november 2010 heeft Amlin aan (de makelaar van) Resolco bericht dat zij voor de claim van Citicorp geen dekking verleent onder de verzekering en dat zij niet langer de kosten van rechtsbijstand door [bedrijf 1] zal vergoeden. Na enige correspondentie hieromtrent tussen Amlin en (de Nederlandse advocaat van) Resolco, heeft Amlin per email van 14 januari 2011 de opdracht aan [bedrijf 1] daadwerkelijk ingetrokken.

2.12. Op 25 maart 2011 is tussen Citicorp en Resolco een minnelijke regeling getroffen, inhoudende dat Resolco een bedrag van USD 200.000 in termijnen aan Citicorp zal betalen. Eerder al was de zaak tussen Citicorp en FGH geschikt.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Amlin vordert – samengevat – primair voor recht te verklaren dat zij niet gehouden is dekking te verlenen aan Resolco voor “de in de dagvaarding genoemde eis van Citicorp, dan wel een daarmee verband houdende eis van één van de andere in die procedure betrokken partijen”, subsidiair dat Amlin niet gehouden is de verdere kosten van de procedure in Texas verder te vergoeden, met proceskostenveroordeling en uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring.

3.2. Resolco voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Amlin bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

in reconventie

3.3. Resolco vordert, samengevat

i. een verklaring voor recht dat Amlin gehouden is tot vergoeding van de aanspraak van Citicorp ter zake het schikkingsbedrag van USD 200.000 en tot vergoeding van alle kosten van verweer die namens en door Resolco zijn gemaakt in verband met de door Citicorp tegen Resolco aanhangig gemaakte procedure, waaronder alle kosten van [bedrijf 1] en de kosten gemoeid met inschakeling van haar Nederlandse advocaat;

ii. veroordeling van Amlin tot betaling aan Resolco van USD 200.000 (schikkingsbedrag) en USD 38.899,91 (kosten [bedrijf 1]), steeds vermeerderd met de wettelijke rente;

iii. veroordeling van Amlin tot betaling aan Resolco van € 4.000 ter zake van buitengerechtelijk kosten, vermeerderd met de wettelijke rente;

iv. veroordeling van Amlin in de proceskosten, waaronder de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.4. Amlin voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Resolco in de proceskosten inclusief de nakosten.

4. De beoordeling

in conventie

primaire vordering

4.1. Primair vordert Amlin een verklaring voor recht dat zij niet gehouden is dekking te verlenen aan Resolco voor de tegen Resolco ingestelde eis van Citicorp. Met deze eis wordt kennelijk gedoeld op de vordering zoals Citicorp jegens Resolco in de in 2.5 bedoelde procedure aanhangig heeft gemaakt. Amlin heeft gesteld dat zij omtrent de dekking duidelijkheid wenst en dat zij daarmee niet wil wachten totdat de Amerikaanse procedure is afgerond. Ook wil zij voorkomen dat een van de Amerikaanse partijen het idee krijgt het dekkingsgeschil tussen Amlin en Resolco voor te leggen aan een Amerikaanse rechter (dagvaarding, 4).

4.2. Inmiddels staat vast dat, na het uitbrengen van de dagvaarding, tussen Citicorp en Resolco een minnelijke regeling is getroffen. Van een eis van Citicorp tegen Resolco is dus niet langer sprake. Dat betekent dat Amlin in beginsel geen belang meer heeft bij de primair gevorderde verklaring voor recht. Nu Amlin in geen van haar latere processtukken nadere stellingen omtrent haar belang heeft ingenomen en evenmin haar eis heeft gewijzigd, is de rechtbank van oordeel dat Amlin bij de hier bedoelde vordering geen voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW heeft. De primaire vordering zal in zoverre worden afgewezen.

4.3. De primair gevraagde verklaring voor recht heeft niet alleen betrekking op de aansprakelijkstelling van Resolco door Citicorp, maar ook op “een daarmee verband houdende eis van één van de andere in die procedure betrokken partijen”. Ten aanzien van deze toevoeging heeft Resolco bij antwoord (sub 44) gesteld dat Amlin niet heeft gesteld dat een andere partij dan Citicorp een vordering jegens Resolco heeft ingesteld. Hierop heeft Amlin in haar latere processtukken niet gereageerd. Uit de door beide partijen gestelde feiten moet voorts worden afgeleid dat een dergelijke eis van een van die andere partijen inderdaad niet is ingesteld. Aldus heeft Amlin (ook) ten aanzien van dit onderdeel van haar vordering onvoldoende onderbouwd wat haar belang is bij de gevraagde verklaring voor recht. Voor zover zij zou menen dat dit belang is gelegen in de mogelijkheid dat een van die partijen in de toekomst nog een vordering tegen Resolco instelt, geldt dat dit belang te zeer speculatief is en te weinig concreet om (nu al) tot voldoende belang als bedoeld in artikel 3:303 BW te kunnen leiden. Ook dit deel van de gevraagde verklaring voor recht kan dus niet worden gegeven.

subsidiaire vordering

4.4. Subsidiair vordert Amlin een verklaring voor recht dat zij niet gehouden is de verdere kosten van de Amerikaanse procedure verder te vergoeden. De rechtbank leest dit als: kosten die betrekking hebben op werkzaamheden van [bedrijf 1] van na 14 januari 2011. Blijkens de email van Amlin aan [bedrijf 1] van die datum heeft Amlin immers de kosten tot die datum voor haar rekening genomen.

4.5. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Amlin gesteld dat het haar op grond van de polisvoorwaarden (met name onderdeel A, laatste streepje, van clausule “Dekking V.S./Canada”) vrij staat al dan niet te besluiten tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand aan de verzekerde. Aanvankelijk heeft zij die kosten willen vergoeden, maar toen haar duidelijk werd dat van een gedekte claim van Citicorp geen sprake was, heeft zij besloten de vergoeding van kosten van rechtsbijstand te beëindigen. Gelet op de polisvoorwaarden kon zij daartoe in redelijkheid overgaan, aldus Amlin. Resolco heeft op diverse punten verweer gevoerd, die hieronder zullen worden besproken. Het meest verstrekkende verweer, een beroep op rechtsverwerking, behandelt de rechtbank als eerste.

rechtsverwerking

4.6. Resolco meent dat sprake is van rechtsverwerking, omdat Amlin kort na haar initiële brief van 30 juli 2008 (2.6) [bedrijf 1] heeft ingeschakeld en geïnstrueerd, de daarmee gemoeide kosten heeft betaald en gedurende 2,5 jaar niet aan Resolco heeft laten weten dat de dekking mogelijk nog een probleem was. Gelet hierop heeft Resolco er in haar visie op mogen vertrouwen dat de onderhavige kwestie was gedekt en stond het Amlin niet meer vrij alsnog dekking te weigeren en om die reden de vergoeding van de kosten van [bedrijf 1] te beëindigen. De rechtbank overweegt het volgende.

4.7. Voor het aannemen van rechtsverwerking is vereist dat de Amlin zich zodanig heeft gedragen dat hetzij bij Resolco het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Amlin zich niet meer op uitsluiting van de dekking zou beroepen, hetzij Resolco in haar positie onredelijk zou worden benadeeld als Amlin zich alsnog op dat standpunt zou stellen. Enkel stilzitten of enkel tijdsverloop is voor het aannemen van rechtsverwerking onvoldoende.

4.8. Tegen deze achtergrond moet worden voorop gesteld dat uit de initiële brief van Amlin van 30 juli 2008 onmiskenbaar volgt dat zij nog serieuze vragen had over de eventuele dekking van de door Citicorp ingestelde vordering. Die vragen zijn bovendien geconcretiseerd, in die zin dat ook voor Resolco duidelijk kon zijn op welke polisvoorwaarden de vragen betrekking hadden. Voorts eindigt de brief met een nadrukkelijk voorbehoud van de zijde van Amlin. Gesteld noch gebleken is dat Amlin zich in de periode nadien heeft uitgelaten op een wijze waaruit Resolco redelijkerwijs zou hebben mogen afleiden dat (enkele of alle) vragen van Amlin in dit verband waren beantwoord of niet langer relevant werden geacht.

4.9. Dat wordt niet anders door het feit dat Amlin kort na verzending van de brief van 30 juli 2008 [bedrijf 1] heeft ingeschakeld en geïnstrueerd (en betaald). Die handelwijze moet worden beschouwd als een maatregel om de belangen van Resolco en dus, gelet op de nog openstaande vragen: wellicht, van Amlin te behartigen. Een dergelijke maatregel mocht op zichzelf van Amlin als verzekeraar worden verwacht, maar een verder strekkende betekenis heeft Resolco daaraan in redelijkheid niet kunnen geven. Dat geldt te meer nu Amlin heeft gesteld, hetgeen Resolco niet of onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, dat in die fase nog onvoldoende duidelijkheid bestond over de feiten en de grondslag van de vordering van Citicorp. In dit verband is van belang de stelling van Amlin dat de procedure toen nog in de fase van de discovery verkeerde. Dat wordt bevestigd door de stelling van Resolco (antwoord, sub 40) dat zij (pas) uit een Response van Citicorp van 23 februari 2011 heeft “afgeleid” dat haar vordering “lijkt te zijn gebaseerd op productaansprakelijkheid”. Ook is van belang dat, zoals tussen partijen niet ter discussie staat, de procedure in Texas gedurende enige tijd is opgehouden door diverse bevoegdheidsincidenten.

4.10. Vrij kort na ontvangst van de brief van [bedrijf 1] van 5 mei 2010 (2.10), die een begroting van de verdere kosten en een “evaluation of alleged claims” bevat, is overleg tot stand gekomen tussen Amlin, Resolco en haar makelaar, onder meer over de vraag of sprake is van gedekte aanspraken. Een en ander wordt bevestigd door de als productie 11 bij dagvaarding overgelegde correspondentie. Blijkens die stukken heeft dat overleg in elk geval tot in september 2010 voortgeduurd, waarna Amlin bij brief van 8 november 2010 (2.11) heeft aangekondigd de opdracht aan [bedrijf 1] te zullen intrekken. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat Amlin onnodig veel tijd verloren heeft laten gaan alvorens Resolco omtrent de intrekking van de opdracht aan [bedrijf 1] te informeren, althans niet in die mate dat Resolco daaraan het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat het dekkingsvoorbehoud niet meer aan de orde was.

4.11. Dit alles brengt mee dat het beroep van Resolco op rechtsverwerking faalt. Niet gezegd kan worden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Amlin zich thans nog op het standpunt stelt dat de schade niet gedekt is.

algemene voorwaarden

4.12. Amlin stelt zich op het standpunt dat zij niet (langer) gehouden was de kosten van rechtsbijstand van Resolco te vergoeden, omdat met de brief van [bedrijf 1] van 5 mei 2010 duidelijk werd dat de claim van Citicorp niet gedekt was. Daartoe heeft Amlin onder meer gesteld dat Resolco in het onderhavige geval niet heeft gehandeld met toepassing van haar algemene voorwaarden, hetgeen een vereiste voor dekking is. De rechtbank overweegt als volgt.

4.13. Het gaat hier om een (vermeende) aanspraak op Resolco waarvan een rechter in de VS kennis heeft genomen. Dat impliceert, zoals tussen partijen niet ter discussie staat, dat de clausule “Dekking V.S./Canada” uit de overeenkomst van toepassing is. In de visie van Amlin heeft Resolco zich niet gehouden aan het in deze clausule opgenomen voorschrift om haar algemene voorwaarden overeen te komen, zodat dekking ontbreekt. Resolco heeft dit weersproken en voorts aangevoerd dat, ook als de algemene voorwaarden niet van toepassing zouden zijn, dit aan dekking niet in de weg staat. Resolco heeft er in dat verband op gewezen dat sub F van de clausule “Dekking V.S./Canada” nadrukkelijk slechts betrekking heeft op haar aansprakelijkheid ten opzichte van “haar contractuele wederpartij”:

“F: De aansprakelijkheid van verzekerde ten opzichte van haar contractuele wederpartij is uitsluitend verzekerd indien verzekerde op al haar overeenkomsten haar voorwaarden "General Conditions of Resolco International BV for the supply of products" in haar overeenkomsten toepasselijk verklaart. Indien deze voorwaarden niet in de overeenkomst met de contractuele wederpartij van verzekerde toepasselijk zijn verklaard, is de aansprakelijkheid ten opzichte van deze wederpartij niet verzekerd.”

Dat is hier niet aan de orde, aldus Resolco: het gaat om een claim van een derde, Citicorp, en niet van haar “contractuele wederpartij”, FGH. Op dit betoog heeft Amlin gereageerd met de stelling dat de regeling van sub F niet afdoet aan de daaraan voorafgaande passage in clausule “Dekking V.S./Canada”:

“Eventueel in afwijking van hetgeen elders is bepaald geldt met betrekking tot werkzaamheden in en/of leveringen aan V.S./Canada, dat verzekerde op straffe van verlies van polisdekking, verplicht is overeenkomsten onder deze voorwaarden aan te gaan.”

Die passage legt volgens Amlin op Resolco in het algemeen de verplichting met betrekking tot werkzaamheden in de VS overeenkomsten onder haar algemene voorwaarden aan te gaan.

4.14. Partijen strijden dus om de uitleg van de onderhavige polisvoorwaarde. Die uitleg moet plaatsvinden aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en aan de betekenis die zij redelijkerwijs aan die verklaringen hebben kunnen geven. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, steeds gewaardeerd naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De normale betekenis van de gebruikte bewoordingen, in onderlinge samenhang gelezen, is van wezenlijk belang. Dat geldt in elk geval in een geval als het onderhavige, waar sprake is van twee professionele partijen.

4.15. Hier aan de orde is een bijzondere clausule ten aanzien van de dekking voor, kort gezegd, het zaken doen in de VS en Canada. Deze clausule bestaat, blijkens de opsomming op het polisblad, uit een zestal bijzondere bedingen (A t/m F). Beding F spreekt zeer nadrukkelijk van de aansprakelijkheid van Resolco ten opzichte van haar contractuele wederpartij: die is uitsluitend verzekerd als Resolco haar algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard; als zij dat niet heeft gedaan, is de aansprakelijkheid ten opzichte van deze wederpartij niet verzekerd. Gelet op het specifieke karakter van dit beding (het gaat hier als enige van de zes bedingen om de algemene voorwaarden) en op de onmiskenbare nadruk die wordt gelegd op de partij jegens wie Resolco aansprakelijk is, en die daarom niet anders dan als beperking van de dekkingsuitsluiting kan worden gelezen, moet dit beding naar het oordeel van de rechtbank worden beschouwd als een uitwerking en invulling van de daaraan voorafgaande meer algemene tekst over de algemene voorwaarden van Resolco, te weten de passage waarop Amlin zich beroept. Dat blijkt ook uit de opmaak van de tekst: gelet op de terugwijkende kantlijn maakt die algemene tekst klaarblijkelijk geen deel uit van de opsomming van de zes bijzondere bedingen.

4.16. Waar partijen klaarblijkelijk een specifieke regeling zijn overeengekomen in verband met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, ligt het in de rede aan die specifieke regeling meer gewicht toe te kennen dan aan de daaraan voorafgaande algemene tekst. Aan die algemene bepaling komt dan geen zelfstandige betekenis toe, anders dan dat deze enige achtergrondinformatie geeft. Een andere uitleg zou beding F geheel overbodig maken, omdat dan immers de uitsluiting van dekking reeds uit die algemene tekst zou volgen. Het ligt niet voor de hand dat Amlin overbodige clausules in haar polissen opneemt. De rechtbank wijst er op dat Amlin niets heeft gesteld dat, als haar uitleg gevolgd zou moeten worden, tot de conclusie zou kunnen leiden dat aan beding F nog wel een zinnige betekenis kan worden gegeven.

4.17. De rechtbank onderkent dat op zichzelf ook een andere uitleg van de hier besproken passages uit de clausule “Dekking V.S./Canada” verdedigbaar zou kunnen zijn. Dat geeft de rechtbank echter geen aanleiding de door Amlin bepleite uitleg te volgen. Weliswaar heeft Resolco, net als Amlin zelf, te gelden als professionele partij, maar daar staat tegenover dat Amlin degene is geweest die de voorwaarden gesteld heeft waaronder zij bereid was het verzekeringsgebied met de VS en Canada uit te breiden (repliek, 5). Aangenomen moet dus worden dat zij ook in de positie is geweest de dekkingsuitsluiting in verband met het niet toepassen van de algemene voorwaarden ruimer te omschrijven dan zij in beding F heeft gedaan. Dat zij niet voor die ruimere omschrijving heeft gekozen, moet daarom voor haar risico blijven, te meer daar zij voor wat betreft het opstellen van polisvoorwaarden als de bij uitstek deskundige partij heeft te gelden. Hieraan doet niet af dat de toepasselijkverklaring van algemene voorwaarden ook, bijvoorbeeld via derdenwerking, van belang kan zijn als Resolco op een buitencontractuele grondslag aansprakelijk wordt gesteld. Dat moge zo zijn, maar het was aan Amlin dat belang in de voorwaarden tot uitdrukking te brengen.

4.18. Het voorgaande brengt mee dat de door Resolco bepleite uitleg door de rechtbank wordt gevolgd. Nu vast staat dat tussen haar en Citicorp geen overeenkomst tot stand is gekomen en Resolco dus op een buitencontractuele grondslag aansprakelijk is gesteld, betekent dit dat niet reeds het eventueel niet toepassen zijn van de algemene voorwaarden van Resolco (op haar overeenkomst met FGH) tot uitsluiting van de dekking leidt. Het andersluidende standpunt van Amlin wordt verworpen. Dat betekent ook dat in het midden kan blijven of de algemene voorwaarden nu wel of niet op die overeenkomst met FGH toepasselijk zijn. Hetzelfde geldt voor de vraag of kans bestond dat de Amerikaanse rechter in het geding tussen Citicorp en Resolco derdenwerking zou toekennen aan de algemene voorwaarden van Resolco als deze op de overeenkomst met FGH van toepassing zouden zijn geweest.

aard van de schade

4.19. Amlin stelt zich op het standpunt dat de door Citicorp gestelde schade (voor het grootste deel) moet worden beschouwd als schade die van dekking is uitgesloten op grond van artikel 3 lid 2 van de algemene voorwaarden (de zogenoemde herleverings- of vervangingsclausule), dan wel, voor zover het de gestelde advocaatkosten betreft, uit die uitgesloten schade voortvloeit. Voor wat betreft het deel van de claim van Citicorp dat niet van dekking is uitgesloten, geldt volgens Amlin dat voor die schade niet Resolco maar Kingspan aansprakelijk kan worden gehouden. Hoe dan ook is van gedekte schade dus geen sprake, aldus Amlin.

4.20. Resolco heeft hiertegen aangevoerd dat de herleveringsclausule slechts ziet op de schade van haar contractuele wederpartij (FGH) en dus niet op die van Citicorp, zodat de dekkingsuitsluiting hier niet van toepassing is. Voorts heeft Resolco gemotiveerd betoogd

dat van herlevering of vervanging van het door haar geleverde Insul-phen geen sprake is geweest.

4.21. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

4.22. Partijen zijn het over de aard van de onderhavige herleveringsclausule op zichzelf eens, namelijk dat die ertoe strekt dat de verzekeraar niet de primaire verplichting van de verzekerde om aan haar contractuele wederpartij een deugdelijk product te leveren wenst over te nemen. Het ondernemersrisico blijft dus bij de verzekerde. Alle schade die verband houdt met het moeten vervangen, herstellen of verbeteren van het door de verzekerde geleverde product is daarom van dekking uitgesloten. Partijen onderkennen beide dat het hier gaat om een gebruikelijk beding in een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven.

4.23. Anders echter dan Resolco meent, volgt uit deze aard van de herleveringsclausule niet dat deze slechts geldt ten aanzien van claims van de contractuele wederpartij van de verzekerde. De onderhavige polis bepaalt met zoveel woorden, en ook dat is niet ongebruikelijk, dat de in de clausule genoemde “uitsluitingen gelden ongeacht door wie de kosten zijn gemaakt of de schade is geleden”. Het daarop gerichte verweer van Resolco faalt dus.

4.24. Partijen hebben zich beide uitgelaten over de componenten waaruit de schadeclaim van Citicorp bestond. De bij antwoord door Resolco gepresenteerde opsomming is door Amlin bij repliek overgenomen, zodat de rechtbank daarvan uit gaat. Het gaat om de volgende componenten:

- kosten verband houdend met het aanbrengen van een dubbele laag Insul-phen;

- kosten verband houdend met de verminderde levensduur van isolatiemateriaal;

- schade verband houdend met de verminderde werking van de leidingen;

- schade verband houdend met de afname van de levensduur van de leidingen;

- expertise- en advocaatkosten.

4.25. Ten aanzien van de eerste twee componenten geldt het volgende. Amlin heeft onbetwist gesteld dat Citicorp stelde schade te hebben geleden omdat het aangebrachte materiaal de overeengekomen isolatiewaarde niet haalde. Deze stelling wordt ondersteund door de brief van [bedrijf 1] van 5 mei 2010 (2.10) en de door Resolco overgelegde Response van Citicorp van 23 februari 2011 (productie 7 bij antwoord). Resolco heeft als verweer aangevoerd dat dit werd veroorzaakt door problemen met het door Kingspan geleverde materiaal, dat het vervolgens door Resolco geleverde Insul-phen nog altijd op de leidingen aanwezig is en dat de architect van Citicorp al van aanvang af een dubbele laag isolatiemateriaal had voorgeschreven. Van schade als bedoeld in de herleveringsclausule is volgens Resolco dus geen sprake. Voor de vraag of de onderhavige schadecomponenten door de verzekering worden gedekt doet dit verweer naar het oordeel van de rechtbank echter niet ter zake. Als Resolco in de Amerikaanse procedure aansprakelijk zou zijn gehouden voor het niet halen van de overeengekomen isolatiewaarde (en dus met verwerping van haar verweer dat niet zij maar Kingspan daarvoor aansprakelijk is dan wel dat een dubbele laag altijd al voorzien was), dan volgt daaruit dat het gaat om schade als bedoeld in de herleveringsclausule, namelijk schade die verband houdt met het moeten verbeteren of herstellen van de door haar geleverde zaken. Van gedekte schade is dan dus geen sprake. Als echter het verweer van Resolco zou zijn gehonoreerd, dan zou de vordering ter zake van Citicorp zijn afgewezen. In dat geval is van gedekte schade dus evenmin sprake. In geen enkel geval zou dus sprake zijn van schade die door de verzekering wordt gedekt. Ten opzichte van de eerste twee componenten is het standpunt van Amlin dus juist.

4.26. Voor de derde en vierde schadecomponent geldt het volgende. Het gaat hier om (vermeende) schade veroorzaakt door het isolatiemateriaal aan de leidingen waarop dat materiaal is aangebracht. Dit is bij uitstek schade waarvoor de verzekering dekking biedt, althans het is geen schade die op grond van de herleveringsclausule van dekking is uitgesloten. Waar Amlin in haar conclusie van repliek (sub 36) anderszins heeft betoogd, verwerpt de rechtbank dat standpunt. Overigens onderkent Amlin dit zelf kennelijk ook. In haar dagvaarding (onder 17) stelt zij, met verwijzing naar het advies van [bedrijf 1] van 5 mei 2010, dat Resolco voor de hier bedoelde schade niet aansprakelijk kan zijn, omdat deze moet zijn ontstaan voordat het Insul-phen van Resolco werd aangebracht. Dat is hier echter niet relevant. Dit standpunt zegt hooguit iets over de kans dat de onderhavige vordering van Citicorp jegens Resolco zou zijn toegewezen. Die kans kon wellicht op goede gronden als (zeer) klein worden ingeschat, maar als de vordering niettemin zou zijn toegewezen (en dus het verweer van Resolco zou zijn verworpen), dan zou onmiskenbaar van een gedekte schade sprake zijn geweest. De onderhavige situatie is dus in feite het spiegelbeeld van de in 4.25 bedoelde situatie.

4.27. Bij repliek (onder 36) heeft Amlin nog gewezen op het bericht van [bedrijf 1] dat de schade aan de leidingen te wijten zou zijn aan “moisture, mold, lack of ventilation”. Volgens Amlin is dat een schadeoorzaak die (ook) van dekking is uitgesloten. De rechtbank verwerpt dit standpunt als onvoldoende onderbouwd. Uit de clausule “Dekking V.S./Canada” (onder C) blijkt dat aansprakelijkheid van verzekerde “in verband met giftige schimmels (toxic mold)” is uitgesloten. Zonder nadere toelichting, die Amlin niet heeft gegeven, kan niet worden aangenomen dat de door [bedrijf 1] genoemde schadeoorzaak van “moisture, mold, lack of ventilation” kan worden gelijkgesteld aan schade door giftige schimmels. Ook de desbetreffende brief van [bedrijf 1] (kennelijk doelt Amlin op de als productie 6 bij antwoord overgelegde email) biedt op dat punt geen enkel aanknopingspunt.

beëindiging vergoeding kosten rechtsbijstand

4.28. Het besluit van Amlin om de vergoeding van de kosten van [bedrijf 1] te beëindigen moet in het licht van het hiervoor besprokene worden beoordeeld. Daaruit volgt dat van enkele van de door Citicorp gestelde schadeposten op goede grond door Amlin is aangenomen dat die niet tot een gedekte aanspraak zouden kunnen leiden. Van de andere twee schadeposten heeft Amlin ten onrechte aangenomen dat die niet gedekt waren, zij het dat Amlin, gelet op de advisering door [bedrijf 1], op zichzelf in redelijkheid kon aannemen dat de kans op een gedekte aanspraak gering was.

4.29. Amlin meent dat het haar op grond van de polisvoorwaarden (met name onder deel A van de clausule “Dekking V.S./Canada”) geheel vrij stond al dan niet over te gaan tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand en dus ook een eenmaal begonnen vergoeding van die kosten op enig moment te beëindigen. Die vrijheid baseert Amlin op de bepaling dat de desbetreffende kosten zijn gemaakt “met goedvinden of op verlangen” van Amlin; als zij dat “verlangen” op enig moment niet meer heeft, kan zij de vergoeding in haar visie stopzetten. De rechtbank deelt die uitleg niet. Uit de tekst van de onderhavige clausule kan op zichzelf niet meer worden afgeleid dan dat kosten van rechtsbijstand slechts voor vergoeding in aanmerking komen indien die “met goedvinden of op verlangen” van Amlin zijn gemaakt. Over de gronden waarop Amlin instemming al dan niet kan weigeren spreekt de tekst niet, noch volgt uit de tekst dat die beslissing aan de discretie van Amlin is overgelaten. Met Resolco is de rechtbank van oordeel dat de door Amlin bepleite uitleg zich bovendien niet verdraagt met het bepaalde in artikel 7:957 lid 2 jo. 7:963 lid 5 BW. Op grond van die bepalingen mag immers niet worden afgeweken van het uitgangspunt dat de bereddingskosten, waartoe de kosten van het voeren van verweer tegen een claim moeten worden gerekend, door de verzekeraar worden vergoed. (De verzekeraar mag wel de omvang van de vergoedingsplicht beperken (zie artikel 7:963 lid 6 BW), en dat is hier blijkens de aanhef van onderdeel C van de clausule “Dekking V.S./Canada”ook gebeurd.)

4.30. Het voorgaande brengt mee dat Amlin in beginsel gehouden was binnen de door de polis gestelde grenzen de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Dat laat echter onverlet dat die vergoedingsplicht slechts bestaat indien en voor zover de maatregelen (in dit geval het voeren van verweer tegen de claim van Citicorp) een door de verzekering gedekt belang hebben gediend. In zoverre is dus onjuist dat, zoals Amlin meent, de onderhavige aansprakelijkheidsverzekering tot een rechtsbijstandsverzekering verwordt als zij gehouden zou zijn de kosten van rechtsbijstand verder te vergoeden. Nu hierboven is geoordeeld dat slechts een deel van de vordering van Citicorp betrekking had op gedekte schade, volgt uit het voorgaande dat Amlin niet gehouden was de volledige kosten van (verdere) rechtsbijstand voor haar rekening te nemen.

4.31. Amlin heeft zich op het standpunt gesteld dat zij op basis van het advies van [bedrijf 1] van 5 mei 2010 in redelijkheid kon inschatten dat slechts een zeer kleine kans bestond dat, voor zover al sprake zou kunnen zijn van een gedekte schade, een deel van de vordering van Citicorp zou worden toegewezen. Resolco heeft dat op zichzelf niet bestreden, en ook de rechtbank leidt uit het genoemde advies af dat Amlin in redelijkheid tot die inschatting kon komen. Ook heeft te gelden dat Amlin in beginsel op de advisering door [bedrijf 1] als de door partijen ingeschakelde deskundige heeft kunnen afgaan. Toch kan dat niet tot toewijzing van de gevraagde verklaring voor recht leiden. Hier aan de orde is immers de situatie dat Resolco is geconfronteerd met een aan de rechter voorgelegde vordering. Aangenomen moet worden dat zij zich tegen die vordering diende te verweren om te voorkomen dat de vordering zou worden toegewezen. Dat volgt ook uit genoemd advies van [bedrijf 1], waarin (op p. 5) immers een inschatting wordt gemaakt van de proceskosten die nodig zijn “for Resolco’s defence”. Het moge zo zijn dat de kans dat het verweer gehonoreerd zou worden zeer groot was, maar dat laat onverlet dat Resolco genoodzaakt was dat verweer te voeren. Waar vast staat dat een deel van de vordering van Citicorp ziet op gedekte schade en verweer nodig was (hoe kansrijk ook) om die vordering afgewezen te krijgen, volgt daaruit dat Amlin gehouden was de vergoeding van (een deel van) de kosten van rechtsbijstand voort te zetten. In elk geval volgt daaruit dat Amlin in redelijkheid niet kon besluiten de eenmaal begonnen vergoeding van de kosten van [bedrijf 1] zonder meer te beëindigen.

4.32. Nu de gevraagde verklaring voor recht betrekking heeft op de verdere vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, zonder onderscheid te maken naar de omvang van die vergoedingsplicht, volgt uit het voorgaande dat die verklaring voor recht niet kan worden gegeven.

4.33. Dat betekent dat de vordering in al haar onderdelen moet worden afgewezen. Amlin zal worden veroordeeld in de proceskosten.

in reconventie

4.34. Het in reconventie gevorderde bedrag van USD 200.000 is het bedrag waarvoor Resolco de procedure tegen Citicorp uiteindelijk heeft geschikt. Resolco stelt zich op het standpunt dat Amlin onder de verzekeringsovereenkomst gehouden is dat bedrag aan Resolco te vergoeden. Zij beroept zich op onderdeel A van de clausule “Dekking V.S./Canada”, dat bepaalt dat Amlin vergoedt “het bedrag van de schadevergoeding die verzekerde gehouden is aan derden te vergoeden krachtens […] minnelijke schikking.” Volgens Resolco gaat het hier om een redelijk schikkingsbedrag, gelet op de procesrisico’s. Amlin heeft deze vordering gemotiveerd weersproken. De rechtbank overweegt als volgt.

4.35. Bij antwoord in reconventie (sub 52) heeft Amlin gesteld dat de door Resolco ingeroepen bepaling onverlet laat dat voldaan moet zijn aan de vereisten voor dekking onder de polis. Resolco heeft dat niet betwist, zodat van de juistheid van de stelling van Amlin moet worden uitgegaan.

4.36. Amlin heeft zich primair verweerd met de stelling dat het schikkingsbedrag hoe dan ook geen betrekking heeft op een gedekte schade, zodat het gehele bedrag voor rekening van Resolco dient te blijven. Uit de beoordeling in conventie (zie met name 4.26) volgt dat dit standpunt niet door de rechtbank wordt gedeeld: een deel van de vordering van Citicorp zou, indien toegewezen, wel degelijk tot gedekte schade hebben geleid. Hiermee samen hangt het oordeel van de rechtbank dat het Amlin niet zonder meer vrij stond de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand volledig te beëindigen (4.31). De rechtbank verwerpt dus ook het standpunt van Amlin dat Resolco de schikking mogelijk heeft getroffen om verdere proceskosten te vermijden en dat Amlin daar buiten staat.

4.37. Subsidiair heeft Amlin naar voren gebracht dat, als geoordeeld zou worden dat een deel van de vordering van Citicorp wel tot gedekte schade zou leiden, dit betrekking heeft op een zodanig gering risico dat hooguit een bijdrage van Amlin van € 10.000 gerechtvaardigd zou zijn. Meer subsidiair heeft Amlin aangevoerd dat het schikkingsbedrag veel te hoog is, omdat [bedrijf 1] had geadviseerd te schikken voor een bedrag van de ingeschatte resterende proceskosten (maximaal USD 162.500). Met inachtneming van hetgeen Resolco hierover naar voren heeft gebracht, overweegt de rechtbank als volgt.

4.38. De rechtbank stelt voorop dat zij het meer subsidiaire verweer verwerpt. Resolco heeft voldoende concreet uiteengezet welke moeite het haar heeft gekost om überhaupt tot een schikking te kunnen komen. Die stellingen heeft Amlin niet (gemotiveerd) betwist. In dit licht komt ook betekenis toe aan de totale omvang van de vordering van Citicorp, die volgens de onbetwiste stelling van Resolco een bedrag van ruim USD 2,3 miljoen behelste (later nog verder verhoogd). Als Amlin kansen zou hebben gezien tot een lager schikkingsbedrag te komen, had zij zich niet uit het onderhandelingsproces moeten terugtrekken. Nu zij dat wel heeft gedaan, kan zij zich in redelijkheid niet achteraf op het standpunt stellen dat Resolco niet het maximale resultaat heeft bereikt. De rechtbank neemt daarom het schikkingsbedrag van USD 200.000 tot uitgangspunt bij de verdere beoordeling.

4.39. De rechtbank leest het subsidiaire standpunt van Amlin aldus dat zij een door haar aan de schikking bij te dragen bedrag bepleit naar evenredigheid van dat deel van de vordering van Citicorp dat tot een gedekte schade had kunnen leiden. Die benadering, die op zichzelf door Resolco niet van de hand is gewezen, acht de rechtbank evenwichtig. Vast staat immers dat een deel van de componenten waaruit de vordering van Citicorp bestond sowieso niet gedekt was onder de verzekering (4.25), terwijl een ander deel in beginsel juist wel gedekt was (4.26). Hieraan doet niet af dat bij de schikking kennelijk niet is onderscheiden tussen de verschillende componenten waaruit het bedrag bestaat (zoals Amlin heeft opgemerkt; dupliek in reconventie, 34). Niet ongebruikelijk is immers dat partijen bij een schikking een zeker bedrag overeenkomen zonder een dergelijk onderscheid aan te brengen.

4.40. De rechtbank zal daarom het deel van de schikking dat aan de onder de verzekering gedekte schade moet worden toegerekend vaststellen op basis van de in 4.39 bedoelde grondslag. Het ligt in de rede dat te doen aan de hand van de in 4.24 opgesomde componenten en de bedragen genoemd in het overzicht in de door Resolco overgelegde Response (productie 7 bij antwoord). Omdat voor de rechtbank niet duidelijk is welke van de in die Response genoemde posten horen bij welke van de in 4.24 opgesomde componenten, zal de rechtbank partijen gelegenheid zich daarover bij akte na tussenvonnis uit te laten. Denkbaar is dat de uit deze berekening resulterende bedragen nog gecorrigeerd moeten worden in verband met de kans dat Resolco ten aanzien van de desbetreffende schadecomponent daadwerkelijk jegens Citicorp zou zijn veroordeeld als de procedure zou zijn voortgezet. Ook hierover kunnen partijen zich bij akte uitlaten. Partijen dienen daarbij voor ogen te houden dat een exacte vaststelling van de diverse bedragen uit de aard van de zaak niet mogelijk is.

4.41. Bij antwoord in reconventie (sub 57) heeft Amlin betwist dat Resolco de eerste termijn van het schikkingsbedrag van € 50.000 aan Citicorp heeft betaald en verder heeft zij aangevoerd dat Citicorp dient te bevestigen dat geen regeling is overeengekomen die inhoudt dat Resolco meer zal moeten betalen als blijkt dat sprake is van verzekeringsdekking. Bij repliek in reconventie (sub 47) heeft Resolco gemotiveerd gesteld dat zij de eerste termijn al heeft betaald en dat geen andere regeling als door Amlin bedoeld is overeengekomen. Hierop heeft Amlin niet gereageerd. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat Amlin haar aanvankelijke betwisting onvoldoende gemotiveerd heeft gehandhaafd.

4.42. Resolco vordert voorts veroordeling van Amlin tot vergoeding van de kosten van [bedrijf 1] voor zover gemaakt na 14 januari 2011, te weten een bedrag van € 38.899,91. Resolco heeft deze kosten op zichzelf voldoende onderbouwd, welke onderbouwing niet door Amlin is betwist. Uit het overwogene in conventie (4.31) volgt dat het Amlin naar het oordeel van de rechtbank niet vrij stond de vergoeding van kosten van verweer te beëindigen. Resolco heeft dus aanspraak op die vergoeding, althans voor zover deze zijn gemaakt ter zake gedekte schade. Deze toerekening zal dienen plaats te vinden volgens dezelfde sleutel als die voor de schade zelf van toepassing is. De in 4.40 bedoelde aktewisseling is dus ook voor dit onderdeel van belang.

4.43. Resolco stelt zich tevens op het standpunt dat zij onder de verzekering dan wel bij wijze van schadevergoeding aanspraak heeft op vergoeding door Amlin van de kosten van haar Nederlandse advocaat voor zover deze betrekking hadden op (het instrueren van [bedrijf 1] voor) de Amerikaanse procedure. Amlin heeft deze aanspraak betwist. De rechtbank volgt het standpunt van Amlin. Vast staat dat de Nederlandse advocaat niet is ingeschakeld met goedvinden van Amlin, als bedoeld in de polis. Verder kan niet gezegd worden dat Amlin in redelijkheid toestemming voor die inschakeling had moeten geven. Resolco werd immers bijgestaan door een Amerikaanse advocaat en in redelijkheid valt niet in te zien dat inschakeling van een Nederlandse advocaat noodzakelijk was om de Amerikaanse advocaat adequaat te instrueren. Resolco heeft geen feiten gesteld die tot die conclusie kunnen leiden. Ook de grondslag van schadevergoeding kan Resolco niet baten. Weliswaar heeft Amlin wanprestatie gepleegd door de vergoeding van de kosten van [bedrijf 1] voortijdig te beëindigen, maar niet gezegd kan worden dat de daaropvolgende inschakeling van een Nederlandse advocaat nog in zodanig verband staat met die wanprestatie dat dit in redelijkheid daaraan kan worden toegerekend. In zoverre zal de vordering van Resolco dus worden afgewezen.

4.44. Resolco stelt voorts dat zij een mediationfee van USD 1.350 verschuldigd is en dat ook die kosten voor rekening van Amlin komen. De rechtbank is van oordeel dat ook op deze post de hiervoor bedoelde verdeelsleutel van toepassing is. Het oordeel ter zake wordt daarom aangehouden. Wel wijst de rechtbank op het volgende. Een factuur of betalingsbewijs ter zake van deze fee heeft Resolco nog niet overgelegd. Uit haar stellingen volgt bovendien dat zij de desbetreffende factuur ten tijde van het indienen van de processtukken nog niet had ontvangen laat staan betaald. De rechtbank neemt aan dat die betaling inmiddels heeft plaatsgevonden. Bij akte kan Resolco een bewijsstuk overleggen. Bij gebreke daarvan neemt de rechtbank aan dat de fee (toch) niet verschuldigd was, zodat die verder buiten beschouwing kan blijven.

4.45. Resolco vordert nog een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Ter onderbouwing heeft zij onder meer verwezen naar brieven van haar advocaat aan Amlin van 16 november 2010 en 17 december 2010 (productie 14 bij dagvaarding). Die brieven handelen over het voornemen van Amlin de vergoeding van de kosten van [bedrijf 1] te beëindigen. De brieven strekken er toe Amlin te bewegen niet tot die beëindiging over te gaan. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat Resolco kosten heeft gemaakt ter voorkoming van de onderhavige procedure. Nu vast staat dat Amlin wanprestatie heeft gepleegd en dientengevolge schadeplichtig is (bijvoorbeeld ter zake van vertragingsschade, zie hierna), kan Resolco aanspraak maken op vergoeding van die buitengerechtelijke kosten. De omvang daarvan zal worden gebaseerd op het bedrag dat, na aktewisseling, uiteindelijk door Amlin zal moeten worden betaald.

4.46. Resolco vordert wettelijke rente over het schikkingsbedrag en over de facturen van [bedrijf 1] vanaf 25 maart 2011, te weten de dag waarop de schikking is bereikt. Het oordeel dat Amlin ten onrechte elke gehoudenheid tot uitkering onder de polis heeft afgewezen impliceert dat zij ter zake wanprestatie heeft gepleegd. Resolco heeft daarom in beginsel aanspraak op de wettelijke rente. De schade vanwege vertraging in de betaling van een geldsom (door Amlin) kan in het onderhavige geval echter niet geleden zijn voordat Resolco zelf de desbetreffende bedragen (aan Citicorp en [bedrijf 1]) heeft betaald. Het daarop gerichte verweer van Amlin (dupliek reconventie, 49 en 51) slaagt. Voor zover de feitelijke betalingen zijn gelegen na 25 maart 2011, is daarom de wettelijke rente per die latere datum verschuldigd.

4.47. In het licht van de hierboven gegeven beslissingen en de geschetste kaders voor de verdere afdoening neemt de rechtbank aan dat partijen zelf in staat zijn een inschatting te maken van hetgeen Amlin nog aan Resolco verschuldigd is. De rechtbank geeft partijen daarom in overweging met elkaar in overleg te treden en alsnog een minnelijke regeling te treffen.

4.48. In afwachting van de hierboven genoemde aktewisseling houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

verwijst de zaak naar de rol van 10 oktober 2012 voor de akte als bedoeld in 4.40 en 4.44 aan de zijde van Resolco, waarna Amlin een antwoordakte kan nemen;

in conventie en voorts in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2012.?

1980/1729