Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BY0794

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-10-2012
Datum publicatie
22-10-2012
Zaaknummer
410298 / HA RK 12-803
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek omdat de rechter op het moment dat het verzoek werd ingediend (4 oktober 2012) de zaak van verzoekers niet meer behandelde; immers de rechter had op 3 oktober 2012 eindvonnis gewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 12 oktober 2012

Zaaknummer: 410298

Rekestnummer: HA RK 12-803

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

de stichting [naam stichting],

gevestigd te Rotterdam

en

[naam verzoeker],

wonende te Rotterdam,

verzoekers,

advocaat mr.drs. S.J. Brunia,

strekkende tot wraking van [naam gewraakte rechter], rechter in de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

De rechter heeft op 3 oktober 2012 vonnis gewezen in de civielrechtelijke procedure met kenmerk 398067 / HA ZA 12-259 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam] B.V. als eiseres tegen (onder meer) verzoekers als gedaagden.

Bij brief van 4 oktober 2012 heeft de raadsman van verzoekers de rechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hierboven omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt voormeld vonnis.

Verzoekers, hun raadsman, alsmede de rechter zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 12 oktober 2012, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: de heren [A] en [B], bestuurders van [naam stichting], verzoeker [naam verzoeker] voornoemd, alsmede de raadsman van verzoekers.

2. De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1

Wraking is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat uitspraak wordt gedaan door een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans door een rechter ten aanzien van wie een objectief gerechtvaardige vrees voor vooringenomenheid bestaat.

Wraking van een rechter kan daarom alleen worden verzocht zolang de zaak nog bij die rechter in behandeling is. Is er eenmaal een eindvonnis gewezen, dan is de behandeling geƫindigd.

2.2

Het vonnis van 3 oktober 2012 is een eindvonnis. Nu de rechter een eindvonnis heeft gewezen, was daarmee de behandeling van de zaak van verzoekers door de rechter beƫindigd.

2.3

Daar op grond van hetgeen is bepaald in het hiervoor aangehaalde wetsartikel slechts de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt en de rechter in casu de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking werd gedaan, zijn verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek.

Dat de rechter in de toekomst nog bemoeienis met de zaak zou kunnen hebben indien ten aanzien van het eindvonnis nog verbetering van een kennelijke fout (artikel 31 Rv) of aanvulling (artikel 32 Rv) zou worden verzocht, zoals verzoekers aanvoeren, doet aan het voorgaande niet af omdat verzoekers niet hebben aangevoerd en niet is gebleken dat een verzoek tot verbetering of aanvulling van het eindvonnis is gedaan.

De door verzoekers aangevoerde omstandigheid dat herroeping van het eindvonnis zou kunnen plaatsvinden (artikel 381 Rv) doet aan het voorgaande evenmin af, omdat voor herroeping een nieuwe procedure moet worden gevoerd, die het vonnis als onderwerp heeft, en niet om voortzetting van de procedure waarin het vonnis door de rechter is gewezen.

3. De beslissing

verklaart verzoekers niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking van [naam rechter].

Deze beslissing is gegeven op 12 oktober 2012 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. W.P. Sprenger en mr. R.F. de Knoop, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.