Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX7312

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
13-09-2012
Zaaknummer
1303445 / CV EXPL 11-72048
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht, opzegging verzekering, einde verzekering, nieuwe verzekering .

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

zaaknummer / rolnummer: 1303445 / CV EXPL 11-72048

Vonnis van 29 juni 2012

in de zaak van

[eiser],

wonende te Rotterdam,

eiser,

gemachtigde mr. M.H. de Lange te Vlaardingen,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIE UNIVÉ ZUID-HOLLAND U.A.,

gevestigd te Delft,

gedaagde,

gemachtigde mr. L. van Vliet te Delft,

Partijen zullen hierna [eiser] en Univé Zuid-Holland genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 25 november 2011, met producties;

- het proces-verbaal aantekening mondeling antwoord van 15 december 2012 en de op die datum ingediende conclusie van antwoord, met producties;

- de conclusie van repliek van 1 maart 2012, met producties;

- de conclusie van dupliek van 26 april 2012, met producties;

- de akte uitlating producties van 31 mei 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Tussen partijen staan onder meer de volgende feiten vast:

2.1. [eiser] heeft in het handelsregister laten registreren dat hij op 27 februari 2010 een autorijschool is gestart.

2.2. In maart 2010 heeft [eiser] contact opgenomen met Univé Zuid-Holland. [eiser] heeft verteld dat hij een autorijschool ging starten en dat hij zijn via Univé Zuid-Holland verzekerde auto, een VW Passat met kenteken [X], als lesauto wilde gaan gebruiken. Hij wenste een offerte te ontvangen voor de autoverzekering.

2.3. Mev[A] van Univé Zuid-Holland heeft op 16 maart 2010 een offerte voor [eiser] gemaakt. Daarbij heeft zij een fout gemaakt bij de premieberekening. Zij is niet uitgegaan van gebruik als lesauto, maar van normaal zakelijk gebruik waardoor zij een te laag premiebedrag aan [eiser] heeft opgegeven.

2.4. Op 12 april 2010 heeft [A] naar aanleiding van telefonisch contact met [eiser] de verzekering van de auto van [eiser] omgezet naar een zakelijke autoverzekering met gebruik als lesauto. De particuliere personenautoverzekering voor de auto is op dat moment geroyeerd.

2.5. [eiser] heeft na ontvangst van de polis op 24 april 2004 een telefoongesprek gevoerd met [A] waarin hij erop heeft gewezen dat de premie (€ 179,05) niet in overeenstemming was met de offerte (€ 107,25). [A] heeft [eiser] uitgelegd dat het verschil werd veroorzaakt doordat bij de eerdere opgave abusievelijk niet was uitgegaan van gebruik als lesauto, maar van gewoon zakelijk gebruik.

2.6. [eiser] achtte de premie te hoog en deelde [A] mede dat hij de auto veel goedkoper elders kon verzekeren. [A] heeft [eiser] erop gewezen dat in de polis een bedenktijd van twee weken zat en dat hij de polis nog kon royeren. Verder heeft zij [eiser] verteld dat hij daartoe de originele polis voorzien van een kruis terug diende te sturen naar Univé Zuid-Holland.

2.7. [eiser] heeft in het telefoongesprek medegedeeld de polis te zullen royeren.

2.8. Op 26 april 2011 ontving [A] per post de van een kruis voorziene groene kaart van [eiser]. Univé Zuid-Holland heeft deze wijze van opzegging door [eiser] geaccepteerd.

2.9. In de nacht van 3 op 4 mei 2010 is er ingebroken in de auto van [eiser]. Daarbij werd een ruit van de auto ingeslagen en werden de lespedalen, het TomTom navigatiesysteem en de ingebouwde radio/cd-speler gestolen.

2.10. N.V. Univé Schade heeft de inbraakschade in behandeling genomen en een expert ingeschakeld. Bij brief van 26 mei 2010 heeft zij [eiser] echter bericht dat zij de schade niet verder in behandeling kon nemen. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:

"(…) Deze schade kunnen wij niet verder in behandeling nemen. Op 12 april is een nieuwe polis afgesloten. Uit ons dossier blijkt dat u deze polis tijdens de bedenktermijn heeft opgezegd.

Wanneer een polis tijdens de bedenktermijn opgezegd wordt, wordt deze geacht nooit te hebben bestaan. Er is dan ook geen dekking voor schade die in deze periode ontstaan is. (…)"

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Univé Zuid-Holland te veroordelen tot vergoeding aan [eiser] van € 3.080,00 aan schade en € 450,00 aan buitengerechtelijke kosten, met rente en kosten.

3.2. Univé Zuid-Holland voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] grondt zijn vorderingen primair op een verzekeringsovereenkomst, subsidiair op onrechtmatige daad. [eiser] stelt daartoe tegen de achtergrond van de vaststaande feiten - kort weergegeven - het volgende. [eiser] heeft de oude verzekeringsovereenkomst niet opgezegd. Daarom is deze blijven doorlopen, althans daarvan kon en mocht [eiser] uitgaan. Uit hoofde van de oude verzekerings¬overeenkomst dient Univé Zuid-Holland de door [eiser] als gevolg van de inbraak in de auto geleden schade te vergoeden. Het niet vergoeden van de schade door Univé Zuid-Holland levert wanprestatie op. Indien de kantonrechter echter oordeelt dat er geen verzekeringsovereenkomst meer bestaat, dan heeft Univé Zuid-Holland onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. Univé Zuid-Holland heeft de oude verzekeringsovereenkomst dan tegen de wil van [eiser] beëindigd. Bovendien heeft zij [eiser] niet op de hoogte gesteld van de daaraan verbonden gevolgen. Dat is in strijd is met hetgeen in het ongeschreven recht betaamt.

4.2. De kantonrechter is van oordeel dat er geen verzekeringsovereenkomst tussen [eiser] en Univé Zuid-Holland bestaat of heeft bestaan. Univé Zuid-Holland is, zoals door haar onbetwist is gesteld, bemiddelaar voor verschillende verzekeringsmaatschappijen, waaronder "Univé Verzekeringen te Assen" (conclusie van antwoord onder 18). De door [eiser] overgelegde polis en de door [eiser] aan Univé Zuid-Holland geretourneerde groene kaart vermelden als verzekeraar "N.V. Univé Schade" (te Assen) (productie 3 bij dagvaarding; productie C bij conclusie van antwoord). Voor zover [eiser] zijn vorderingen op de verzekeringsovereenkomst(en) wenste te baseren, had hij derhalve de N.V. Univé Schade in rechte dienen te betrekken en niet Univé Zuid-Holland. Niettemin zal de kantonrechter hierna (ook) ingaan op de stellingen van partijen met betrekking tot het al dan niet (voort)bestaan van de verzekeringsovereenkomst.

4.3. De visie van [eiser] dat ten aanzien van zijn auto de oude verzekerings¬overeenkomst is blijven voortbestaan, althans dat hij daarop mocht vertrouwen, is onjuist. Uit de informatie die [eiser] haar in maart 2010 had verstrekt kon Univé Zuid-Holland niet anders afleiden dan dat [eiser] zijn auto per direct wenste te doen verzekeren voor zakelijk gebruik als lesauto in de door [eiser] opgerichte eenmanszaak. Op 25 maart 2010 had [eiser] via Univé Zuid-Holland reeds een aanvraag voor een aansprakelijkheidsverzekering zakelijke dienstverlening bij N.V. Univé Schade ingediend met een gewenste ingangsdatum van 29 maart 2010 (productie A bij conclusie van antwoord). De door [eiser] opgegeven bedrijfsactiviteit betrof "het geven van rijlessen". Met betrekking tot de autoverzekering deelde [eiser] [A] (van Univé Zuid-Holland) in zijn e-mail van 30 maart 2010 het volgende mede (productie 2 bij dagvaarding):

"goedendag. ik had thuis papieren gekregen die ik moest invullen voor de verzekering, maar volgens mij is er wat verkeerd gegaan want kreeg vandaag brief over dat er wat gewijzigd zou worden en dat per mei pas, terwijl ik nu verzekerd moet zijn. ik wil dat u voor mij de verzekering regelt zoals hieronder eerder met elkaar is besproken dat ik per maand 107,25 euro netto per maand betaal. ik wil er graag een bevestiging en nieuwe brieven ontvangen waar duidelijk instaat waar ik voor verzekerd ben.

ik hoop dat u dit voor mij kan regelen en we een oplossing vinden. ik hoor z.s.m. van u"

4.4. Dat [eiser] de auto per direct als lesauto in zijn bedrijf wilde gaan gebruiken, bracht mee dat een andere verzekering dan de particuliere autoverzekering noodzakelijk was. Dat was, zo blijkt uit de overgelegde e-mails, ook voor [eiser] duidelijk. [eiser] heeft Univé Zuid-Holland opdracht gegeven om die andere verzekering tot stand te brengen. Die opdracht bracht mee dat de oude verzekering diende te worden beëindigd. Dat daartoe door [eiser] geen aparte schriftelijke opdracht is gegeven, doet daar niet aan af. Evident was immers dat het niet de bedoeling van [eiser] was om een nieuwe verzekering te sluiten naast de oude (en dubbele premie te gaan betalen) en evenzeer was evident dat de oude verzekering niet meer passend was in de nieuwe situatie waarin [eiser] een rijschool was begonnen waarbinnen de auto als lesauto zou worden gebruikt.

4.5. Univé Zuid-Holland mocht er op grond van de door [eiser] verstrekte informatie van uitgaan dat [eiser] aan de oude verzekering, indien die zou worden gecontinueerd, geen rechten meer zou kunnen ontlenen. Dat [eiser] thans stelt dat hij pas per 1 juni 2010 zijn eerste klant had, doet daar niet aan af. Dat was voor Univé Zuid-Holland immers niet kenbaar. Bovendien is het zakelijk gebruik van de auto aangevangen zodra [eiser] de rijschool is begonnen. Uit de inschrijving bij het handelsregister en de aanvraag voor een aansprakelijkheidsverzekering blijkt dat dit voor mei 2010 was. Ook is de auto voor mei 2010 omgebouwd tot lesauto. Bij de inbraak in de lesauto in mei 2010 zijn onder meer lespedalen gestolen.

4.6. Het lijkt tegenstrijdig dat [eiser] in maart 2010 nog per e-mail aan Univé Zuid-Holland berichtte dat hij niet pas per mei, maar per direct verzekerd diende te zijn, terwijl hij thans stelt dat hij de eerste klant voor rijles pas op 1 juni 2010 kreeg. Wellicht hangt dit samen met de trieste mededeling van [eiser] onder punt 4 van de dagvaarding, te weten dat op 5 mei 2010 zijn vader is komen te overlijden. [eiser] vermeldt in de dagvaarding dat hij voorafgaand aan het overlijden van zijn vader nog naar Marokko is gegaan. Bij conclusie van repliek onder 20 stelt [eiser] echter dat totaal irrelevant voor deze zaak is wanneer [eiser] naar Marokko is gereisd. Wat daar ook van zij, dat Univé Zuid-Holland jegens [eiser] niet voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, kan uit de stellingen van partijen en de overgelegde producties niet worden opgemaakt. Over de door Univé Zuid-Holland gemaakte fout met betrekking tot de omvang van de premie is [eiser] geïnformeerd. Het is nadien op of omstreeks 24 april 2010 zijn beslissing geweest om de verzekering te doen royeren en vervolgens was het zijn verantwoordelijkheid om - desgewenst - tijdig een andere verzekering te (doen) sluiten die dekking zou bieden voor onder meer inbraakschade als de onderhavige. Dat [eiser] werkelijk, zoals hij bij dagvaarding onder 2 stelt, verwachtte dat na retournering van de groene kaart Univé Zuid-Holland de verzekering alsnog tegen een lagere premie tot stand zou brengen, dan wel dat de oude verzekering zou doorlopen/herleven, lijkt niet aannemelijk, maar komt in ieder geval voor rekening en risico van [eiser].

4.7. Het stond [eiser] uiteraard vrij om de nieuwe verzekering te laten royeren omdat hij de premie te hoog vond en omdat hij meende dat hij de auto elders veel goedkoper kon verzekeren. Het was vervolgens echter zijn verantwoordelijkheid om - zo hij dat wenste - een verzekeringsovereenkomst tot stand te (doen) brengen met een andere verzekeraar. Nu [eiser] dat, om welke reden dan ook, niet heeft gedaan, kan hij Univé Zuid-Holland niet verwijten dat hij op het moment van de inbraak in de lesauto geen verzekeringsdekking had voor de daaruit voortvloeiende schade. Univé Zuid-Holland hoefde [eiser] er, anders dan [eiser] stelt, niet schriftelijk op te wijzen wat de gevolgen waren van het doen royeren van de verzekering. De gevolgen daarvan waren voor [eiser] duidelijk: de verzekeringsdekking en de premieplicht kwamen te vervallen en [eiser] zou indien hij niettemin verzekeringsdekking wenste zelf actie dienen te ondernemen. [eiser] heeft ook niet betwist dat hij in het telefoongesprek met [A] heeft gezegd dat hij de lesauto elders goedkoper zou kunnen verzekeren. [eiser] wist derhalve dat hij een verzekeringstussenpersoon of verzekeraar zou dienen te benaderen om elders een verzekering af te sluiten.

4.8. Hetgeen [eiser] nog aanvoert over administratieve details met betrekking tot de afwikkeling van de verhouding met Univé Zuid-Holland en/of N.V. Univé Schade doet aan het vorenstaande niet af.

4.9. De kantonrechter ziet geen aanleiding om [eiser] toe te laten tot het bewijs van zijn door Univé Zuid-Holland gemotiveerd betwiste stelling dat hij in april 2010 telefonisch heeft doorgegeven dat hij zijn oude verzekering wenste te continueren. [eiser] heeft reeds in maart 2010 aan Univé Zuid-Holland kenbaar gemaakt dat hij de auto in zijn rijschool als lesauto zou gaan gebruiken. In april 2010 was zowel voor [eiser] als voor Univé Zuid-Holland duidelijk dat het zonder meer continueren (of doen herleven) van de oude verzekering niet zinvol was. Het lag in de gegeven omstandigheden op de weg van [eiser] om te stellen wat er in zijn visie over dat onderwerp is besproken nadat hij aan Univé Zuid-Holland te kennen had gegeven dat hij de premie voor de nieuwe verzekering te hoog achtte, dat hij die verzekering wilde royeren en dat hij de oude verzekering (alsnog) wilde voortzetten. Nu [eiser] daarover niets heeft gesteld, heeft hij zijn stelling dat hij aan Univé Zuid-Holland kenbaar heeft gemaakt dat hij de oude verzekering wenste te continueren onvoldoende onderbouwd. Daar komt bij dat [eiser] niet gebaat zou zijn geweest bij het continueren van de oude verzekering omdat niet aannemelijk is dat de verzekeraar gelet op het zakelijk gebruik van de reeds tot lesauto omgebouwde auto in de eenmanszaak van [eiser] gehouden zou zijn geweest om de door [eiser] geclaimde schade te vergoeden.

4.10. De slotsom is dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Univé Zuid-Holland tot op heden begroot op € 350,00 voor salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2012.

1729/2148