Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX6248

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
31-08-2012
Zaaknummer
AWB 12/3668
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

AFM heeft een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet voldaan aan een informatievordering. Bij uitspraak van 2 augustus 2012 (zaaknummer AWB 12/2230) heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de besluitvorming van AFM naar zijn voorlopig oordeel inhoudelijk in rechte stand zal kunnen houden, maar heeft hij een louter op het voorkomen van het onmiddellijk verbeuren van de dwangsom gerichte beperkte voorlopige voorziening getroffen, in die zin dat het bestreden besluit is geschorst zodanig dat de schorsing afloopt drie werkdagen na verzending van de uitspraak. De betrokken onderneming dient een nieuw verzoek om voorlopige voorziening in omdat sprake zou zijn van gewijzigde omstandigheden. De stelling van de onderneming dat geen krediet meer wordt aangeboden is geen relevant novum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/3668

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 augustus 2012 op het verzoek om wijziging van een uitspraak inzake voorlopige voorziening van

Ferratum Netherlands B.V. (Ferratum), te Amsterdam, verzoekster,

gemachtigde: mr. M.P.G.M. Gorgels,

in de zaak tussen

Ferratum,

en

Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM), verweerster.

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2012 (het bestreden besluit) heeft AFM Ferratum gelast binnen tien werkdagen na dagtekening van dit besluit nader omschreven informatie te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 4.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat niet aan de last is voldaan, tot een maximum van € 80.000,00. AFM heeft voorts beslist dat de lastoplegging op grond van het bepaalde in artikel 1:99, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) openbaar zal worden gemaakt wanneer een dwangsom wordt verbeurd.

Tegen dit besluit heeft Ferratum bezwaar gemaakt.

Bij uitspraak van 2 augustus 2012 (zaaknummer AWB 12/2230) heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de besluitvorming van AFM naar zijn voorlopig oordeel inhoudelijk in rechte stand zal kunnen houden, maar heeft hij een louter op het voorkomen van het onmiddellijk verbeuren van de dwangsom gerichte beperkte voorlopige voorziening getroffen, in die zin dat het bestreden besluit is geschorst zodanig dat de schorsing afloopt drie werkdagen na verzending van de uitspraak.

Ferratum heeft de voorzieningenrechter verzocht om wijziging van de bij uitspraak van 2 augustus 2012 getroffen voorlopige voorziening. Zij verzoekt de begunstigingstermijn ten minste te schorsen totdat door AFM op bezwaar is beslist.

Overwegingen

1. Gelet op artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder partijen voorafgaand uit te nodigen voor een zitting. Op grond van het volgende is de voorzieningenrechter namelijk van oordeel dat het verzoek kennelijk ongegrond is.

2. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.

3. Voor inwilliging van een verzoek om wijziging van een getroffen voorlopige voorziening of tot het treffen van een voorziening nadat een eerder verzoek daartoe is afgewezen bestaat slechts aanleiding indien er sprake is van:

- feiten die de voorzieningenrechter ten tijde van diens uitspraak niet bekend waren en die, indien zij wel bekend waren geweest, er toe zouden hebben geleid dat geen, dan wel een andere voorlopige voorziening zou zijn getroffen; dan wel

- gewijzigde omstandigheden op grond waarvan thans geen, dan wel een andere voorlopige voorziening moet worden getroffen.

4. Het bestreden besluit betrof een door middel van een last afgedwongen vordering van inlichtingen en gegevens aan de hand waarvan AFM alsnog zou kunnen vaststellen of (en in welke mate) Ferratum heeft gehandeld in strijd met artikel 2:60, eerste lid, van de Wft. De voorzieningenrechter heeft in zijn voornoemde uitspraak geoordeeld dat AFM op goede gronden informatie heeft gevorderd, dat zij in redelijkheid een last heeft kunnen opleggen en dat er geen gronden zijn voor het afzien van publicatie van de last. De stelling van Ferratum dat geen krediet meer wordt verstrekt danwel nimmer is verstrekt kan daar niet aan afdoen. De vordering tot het verstrekken van inlichtingen en gegevens is er immers op gericht dat AFM zelf kan vaststellen of Ferratum het verbod van artikel 2:60, eerste lid, van de Wft al dan niet heeft overtreden. Hetgeen Ferratum verder heeft opgemerkt over het ex nunc karakter van de heroverweging kan – wat daar verder van zij – niet afdoen aan het voorgaande. Het herhaalde beroep dat Ferratum doet op haar zwijgrecht kan reeds niet worden gevolgd omdat de voorzieningenrechter deze grond al heeft verworpen in de uitspraak van 2 augustus 2012. De stelling van Ferratum ten slotte dat de verlenging van de begunstigingstermijn met drie dagen onredelijk kort is en dat die er slechts toe strekte dat zij haar activiteiten zou staken kan evenmin slagen. Ten eerste zag deze termijn wel degelijk op het alsnog verstrekken van de gevorderde informatie en ten tweede heeft Ferratum geen begin van onderbouwing gegeven dat zij in overmacht verkeerde om binnen de geboden termijn aan de vordering te voldoen. Hetgeen Ferratum heeft aangevoerd levert derhalve geen nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden op die aanleiding kunnen vormen tot een verdergaande voorlopige voorziening dan is getroffen in de uitspraak van 2 augustus 2012.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om wijziging van de bij uitspraak van 2 augustus 2012 getroffen voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Damsteegt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.dr R. Stijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2012.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.