Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2012:BX5773

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
27-08-2012
Zaaknummer
12/741, 12/742, 12/743 en 12/744
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

artikelen 98 en 218 Sv

beslissing op bezwaarschrift tegen inbeslagneming bij notarissen.

een aantal inbeslaggenomen stukken maakt deel van strafbare feiten of hebben gediend tot het begaan daarvan; daarom geen verschoningsrecht notarissen.

ten aanzien van stukken waarvoor dit niet geldt zijn geen zeer uitzonderlijke omstandgheden aanwezig, belangrijke factor daarbij is dat notarissen zelf geen verdachten zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/201
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 960014-12

Raadkamernummers: 12/741, 12/742, 12/743 en 12/744

Beslissing van de rechtbank te Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het klaagschrift ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

1. [naam klager 1],

2. [naam klager 2,

3. [naam klager 3],

4. [naam klager 4],

(hierna te noemen: klagers),

allen voor deze zaak domicilie gekozen hebbende te Amsterdam aan de Prins Hendriklaan 19 ten kantore van hun raadsman mr. B. Rol, advocaat te Amsterdam.

Procedure

Het klaagschrift met bijlagen is op 4 mei 2012 op de griffie ingediend.

Het klaagschrift is behandeld in de openbare raadkamer van 4 juli 2012. Tijdens die behandeling zijn gehoord: de officier van justitie mr. G. Rip, [naam klager 3], zowel in privé als in zijn hoedanigheid van bestuurder van [naam klager 1], en de raadsman van klagers. De klagers [naam klager 2] en [naam klager 3] zijn niet verschenen.

Inhoud klacht

Klagers beklagen zich over de inbeslagneming van na te melden schriftelijke stukken en het uitblijven van een last tot teruggave van die stukken aan klagers.

Namens klagers heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat geen gebruik mag worden gemaakt van de (inhoud van de) inbeslaggenomen stukken dan wel dat geen kennis genomen mag worden van deze stukken, omdat deze onder de geheimhoudingsplicht van klagers vallen en niet is gebleken van zeer uitzonderlijke omstandigheden die het doorbreken daarvan kunnen rechtvaardigen. Voorts is aangevoerd dat met de inbeslagname van stukken onder een geheimhouder een te zwaar middel is ingezet. Het inbeslaggenomene kon immers mogelijk op een andere - minder ingrijpende - wijze worden verkregen.

Bevoegdheid

De rechtbank is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen. De stukken zijn in beslag genomen in een strafzaak tegen na te noemen [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2]. Die strafzaak wordt voor deze rechtbank vervolgd.

Standpunt officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich niet verzet tegen teruggave van de stukken genoemd onder de dossiernummers 144 217 (ontbonden koopovereenkomst [Pand 1] te Amsterdam en kadasterverklaring koopakte) en 144 216 (de ontbonden koopovereenkomst met betrekking tot de [pand 2] te Amsterdam en kadasterverklaring koopovereenkomst).

Voor de overige in beslag genomen stukken heeft de officier van justitie het standpunt ingenomen dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Deze stukken maken deel uit van de strafbare feiten waarvan [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2] worden verdacht, dan wel hebben tot het begaan daarvan gediend. Daarvoor geldt mitsdien geen verschoningsrecht. Zelfs als wel sprake zou zijn van een verschoningsrecht, dan nog kan dit volgens de officier van justitie in dit geval worden doorbroken, omdat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die rechtvaardigen dat de waarheidsvinding prevaleert boven dat recht. De strafzaak tegen [naam verdachte 1] en [naam verdachte 2] betreft een omvangrijk onderzoek naar ernstige strafbare feiten. Er zijn grote geldsommen gemoeid met deze feiten. Volgens de officier van justitie is tot de doorzoeking en inbeslagneming dan ook niet lichtvaardig overgegaan.

Beoordeling klacht

Beoordelingskader

Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden.

Klagers hebben in hun hoedanigheid van notaris op grond van artikel 218 Sv de bevoegdheid zich te verschonen.

Op grond van artikel 98, eerste lid, Sv mogen bij personen met een bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218 Sv zonder hun toestemming brieven of andere geschriften, tot welke hun plicht tot geheimhouding zich uitstrekt, niet in beslag worden genomen.

De aard van de hier aan de orde zijnde bevoegdheid tot verschoning brengt mee dat het oordeel omtrent de vraag of brieven of geschriften object van de bevoegdheid tot verschoning uitmaken in beginsel toekomt aan de verschoningsgerechtigde en dat dit oordeel door justitie dient te worden geëerbiedigd, tenzij er redelijkerwijze geen twijfel over kan bestaan dat dit standpunt onjuist is.

Ingevolge het tweede lid van artikel 98 Sv mogen wel zonder de toestemming van de verschoningsgerechtigde in beslag worden genomen brieven of geschriften die voorwerp

van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend. Dergelijke brieven en geschriften zijn geen object van de aan de verschoningsgerechtigde toekomende bevoegdheid tot verschoning.

Verder geldt dat zeer uitzonderlijke omstandigheden denkbaar zijn waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt, met zich brengt dat de schending van het beroepsgeheim van de tot verschoning bevoegde personen mag plaatsvinden.

De beantwoording van de vraag welke omstandigheden als zeer uitzonderlijk moeten worden aangemerkt is niet in een algemene regel samen te vatten. Daarbij geldt voorts dat indien moet worden geoordeeld dat het belang van de waarheidsvinding dient te prevaleren, die inbreuk op het verschoningsrecht niet verder mag gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van dedesbetreffende strafbare feiten.

Feiten en omstandigheden in de onderhavige zaak

Het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming houdt in dat er een strafrechtelijk onderzoek loopt tegen [naam verdachte 2] en [naam verdachte 1]. Zij worden verdacht van witwassen, valsheid in geschrift en verduistering. Het vermoeden is dat [naam verdachte 1] ten behoeve van de geliquideerde zakenman [naam zakenman] een constructie met vennootschappen heeft opgezet en gebruikt om de herkomst van een bedrag van [naam zakenman] van € 1.500.000,00 te verhullen. Dit bedrag zou door [naam zakenman] zijn overgemaakt in het kader van een vastgoedtransactie met [naam]. Om te verhullen dat [naam zakenman] met dit geld investeerde in het vastgoed van [naam] is de voornoemde constructie door [verdachte 1] voor hem opgezet. Na het overlijden van [naam zakenman] had [verdachte 1] de beschikking over een groot deel van dat geldbedrag. Hij heeft een deel van dit witgewassen geld overgemaakt naar naam verdachte 2], die het geld heeft gebruikt voor onder andere de aankoop van vastgoed. Het vermoeden is verder dat een vaststellingsovereenkomst is opgesteld om een titel te creëren dit vermogen vanuit de boedel van [naam zakenman] over te hevelen naar [naam verdachte 2]. In de overeenkomst, die is opgemaakt tussen [naam verdachte 2] en de notarieel gemachtigde van de erven van [naam zakenman], is vastgesteld dat [naam verdachte 2] en de Stichtingen schade hebben geleden en/of vorderingen hebben op [naam zakenman]. Als compensatie heeft [naam verdachte 2] uit de boedel van [naam zakenman] onder andere een aantal panden ontvangen, waaronder het pand aan de [pand 3] in Amsterdam. De overeenkomst is ondertekend ten overstaan van notaris [naam klager 3] van het notariskantoor [naam klager 1]. De erfenis van [naam zakenman] is eveneens afgewikkeld door dit kantoor.

De rechter-commissaris heeft op grond van de inhoud van voornoemd proces-verbaal besloten tot een doorzoeking op het notariskantoor. Door de rechter-commissaris is op het kantoor gezocht naar de vaststellingsovereenkomst (en onderliggende stukken), alsmede naar andere stukken die betrekking hebben op (de afwikkeling) van de nalatenschap van [naam zakenman] en waarin [naam verdachte 1], [naam verdachte 2] of de rechtspersoon [naam stichting] zijn genoemd.

De rechter-commissaris heeft naar aanleiding van die zoekslag in beslag genomen de dossiers met de nummers en namen:

-146 209 [naam verdachte 2] — [naam], schulderkenning onderhandse akte en

correspondentie;

-144 353 Levering [pand 4] voor Weesp;

-144 354 Levering [pand 4] achter Weesp;

-144 217 Ontbonden koopovereenkomst met betrekking tot de [pand 1] te Amsterdam en kadasterverklaring koopakte;

-144 216 Ontbonden koopovereenkomst met betrekking tot de [pand 2] te Amsterdam en kadasterverklaring koopovereenkomst;

-144 472 [pand 3] + [pand 5] te Amsterdam, vaststellingsovereenkomst opgemaakt door [naam opmaker] en levering twee appartementsrechten naar aanleiding van vaststellingsovereenkomst;

-144 360 Vaststellingsovereenkomst [pand 3] + [pand 5] hypotheekakte en

stukken.

Bij de doorzoeking was de voorzitter van de ring van notarissen te Amsterdam aanwezig. De dossiers zijn in verzegelde enveloppen door de voorzitter van de ring aan de rechter-commissaris overhandigd en aldus inbeslaggenomen.

Oordeel rechtbank

Inbeslagneming

De rechtbank stelt allereerst vast dat bij de inbeslagneming het gestelde verschoningsrecht van klagers niet is geschonden. De inbeslagneming heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de voorzitter van de ring van notarissen, die de in beslag genomen stukken in verzegelde enveloppen aan de rechter-commissaris heeft overhandigd. Onderzoek naar de inhoud van de stukken heeft tot op heden niet plaatsgehad.

Corpora et instrumenta delicti

Bij de beantwoording van de vraag of juist is het standpunt van klagers dat zij ten aanzien van het inbeslaggenomene verschoningsrecht hebben is relevant of de in beslag genomen stukken deel uitmaken van één of meer strafbare feiten (corpora delicti), dan wel tot het begaan daarvan hebben gediend (instrumenta). Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend voor de schulderkenning en de vaststellingsovereenkomsten (met de onderliggende stukken) in de dossiers met de nummers 146 209, 144 472 en 144 360. Afhankelijk van het delict (valsheid in geschrifte, verduistering dan wel witwassen) zijn deze stukken corpora (de schulderkenning voor het delict valsheid in geschrift), dan wel instrumenta [vaststellingsovereenkomsten [naam straat] voor het delict witwassen).

Die stukken zijn dan ook geen object van het aan de notaris toekomende verschoningsrecht en konden derhalve in beslag worden genomen. Dat de officier van justitie de stukken wellicht op minder bezwarende wijze had kunnen verkrijgen zoals door klagers is gesteld, doet daaraan niet af, nu het niet om geheimhoudersstukken gaat.

Het beklag is voor zover het deze stukken betreft ongegrond.

Voor de stukken in de dossiers met de nummers 144 353 en 144 354 (de levering van het pand aan de [pand 4]) geldt dat niet direct een relatie kan worden gevonden in het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming. Onduidelijk is waarom stukken die op de levering van dit pand zien een relatie zouden hebben met strafbare feiten die aan [naam verdachte 1] of [naam verdachte 2] worden verweten. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat deze stukken corpora et instrumenta delicti zijn. Klagers beroepen zich ten aanzien van deze stukken dan ook terecht op het verschoningsrecht.

Zeer uitzonderlijke omstandigheden

De vraag rijst vervolgens of ten aanzien van deze stukken het verschoningsrecht kan worden doorbroken, omdat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het verschoningsrecht van klagers dient te wijken voor het belang van de waarheidsvinding. In dat geval zijn immers niet alleen de corpora et instrumenti delicti, maar alle voorwerpen vatbaar voor beslag die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen de volgende factoren worden gedestilleerd die voor de beoordeling van de uitzonderlijkheid van de omstandigheden een rol (kunnen) spelen:

- de vraag of het gaat het om een tegen de verschoningsgerechtigde bestaande verdenking;

- de aard en zwaarte van de delicten;

- de aard en de omvang van de gegevens;

- de vraag in hoeverre de relevante gegevens op andere - minder ingrijpende - wijze kunnen worden verkregen.

De Hoge Raad heeft verder geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat een verschoningsgerechtigde als verdachte wordt aangemerkt, ontoereikend is om het verschoningsrecht te doorbreken. Dat ligt anders bij de verdenking van een ernstig strafbaar feit.

In dit geval geldt dat de feiten waarvoor de inbeslagneming heeft plaatsgevonden weliswaar ernstige strafbare feiten zijn, maar dat klagers niet als verdachten zijn aangemerkt. Evenmin is gebleken dat zij anderszins een laakbare rol hebben gehad. De rechtbank is ook niet geb1eken dat de stukken die zien op de levering van de [pand 4] (de dossiers met de nummers 144 353 en 144 354) niet op andere, minder ingrijpende wijze zijn te verkrijgen. Andere zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het verschoningsrecht van klagers dient te wijken voor het belang van de waarheidsvinding worden in dit geval ook niet aanwezig geacht.

Het beklag is dan ook gegrond voor zover het betreft de stukken in de dossiers met de nummers 144 353 en 144 354.

Overig

Het beklag is tevens gegrond voor de stukken uit de dossiers met de nummers 144 217 (ontbonden koopovereenkomst [pand 1] te Amsterdam en kadasterverklaring koopakte) en 144 216 (de ontbonden koopovereenkomst met betrekking tot de [pand 2] te Amsterdam en kadasterverklaring koopovereenkomst). De officier van justitie heeft zich ten aanzien van deze stukken op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen teruggave. De rechtbank zal de officier van justitie hierin volgen en teruggave gelasten.

Beschikking

De rechtbank:

verklaart het beklag gegrond ten aanzien van de stukken in de dossiers met de nummers: 144 353 (Levering [pand 4] voor Weesp), 144 354 (Levering [pand 4] achter Weesp), 144 217 (ontbonden koopovereenkomst [pand 1] te Amsterdam en kadasterverklaring koopakte) en 144 216 (de ontbonden koopovereenkomst met betrekking tot de [pand 2] te Amsterdam en kadasterverklaring koopovereenkomst) en gelast de teruggave daarvan aan klagers;

verklaart het beklag voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. Asscheman-Versluis, voorzitter,

mrs. Van Lottum en Benaissa, rechters,

in tegenwoordigheid van Van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 juli 2012.

De griffier is wegens afwezigheid buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen